Josef Kramer (München, 10 november 1906 – Hamelen, 13 december 1945) was een Duits concentratiekampcommandant in onder meer Bergen-Belsen.

Kramer sloot zich in 1934 aan bij de SS en bezette hoge functies in diverse concentratiekampen (Natzweiler, Auschwitz en Bergen-Belsen). In Natzweiler (1942) en Auschwitz (1944) was hij verantwoordelijk voor selecties en vergassingen. In Bergen Belsen, het laatste kamp waarvan hij commandant was, had de kampleiding in 1945, tijdens de ineenstorting van het Derde Rijk, geen enkele greep meer op de toestand en stierven de gedetineerden in groten getale. De geallieerden telden meer dan 13.000 stoffelijke overschotten. Anders dan vele van zijn ondergeschikten, sloeg Kramer niet op de vlucht.

Josef Kramer werd tijdens het Bergen-Belsenproces op 17 november 1945 door een Britse militaire rechtbank in Lüneburg ter dood veroordeeld en op 13 december 1945 in de gevangenis van Hamelen opgehangen. Het vonnis werd voltrokken door de daarvoor speciaal overgevlogen Engelse beul Albert Pierrepoint.

Militaire loopbaan SS-Unterscharführer: 1933 SS-Scharführer: september 1934 SS-Hauptscharführer: april 1935 SS-Untersturmführer: 20 april 1937Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.12.1937. p.290. Gezien op 28 dec. 2015. SS-Obersturmführer: januari 1939 SS-Hauptsturmführer: 1 juni 1942

Lidmaatschapsnummers NSDAP-nr.: 753 597 (1931) SS-nr.: 32 217 (lid 20 juni 1932)

Decoraties Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e Klasse en 2e Kasse

Categorie:Kamppersoneel in Auschwitz Categorie:Duits persoon in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Geëxecuteerd NSDAP-lid Categorie:SS-lid Categorie:Kamppersoneel in Dachau Categorie:Kamppersoneel in Sachsenhausen Categorie:Kamppersoneel in Mauthausen Categorie:Kamppersoneel in Bergen-Belsen