thumb|Hollandgänger of Piekmäijer in Uelsen, beeld van (1997) De hannekemaaiers waren seizoenarbeiders of arbeidsmigranten uit Noordwest-Duitsland (voornamelijk uit Westfalen en naburige gebieden) die tot halverwege de 20e eeuw in de zomer grotendeels te voet naar de Nederlandse kustprovncies kwamen om op het land te werken. De term hannekemaaier is afkomstig van de naam Johannes, doorgaans afgekort tot Hannes, een naam die bij keuterboeren in Noord-Duitsland vaak voorkwam.Genoemd wordt wel het aantal van 140.000 voor de periode 1815 tot 1850. Dat cijfer is echter sterk overdreven. Verreverwanten.nl, Hannekemaaiers uit Westfalen Hij verwijst tevens naar de dag waarop volgens de traditie de hooioogst begon, namelijk Sint Jansdag (24 juni).Van Dale, grootwoordenboek der Nederlandse taal, 14e editie Andere pejoratieve benamingen waren mof, grasmof, poep en velink ('Westfalinger') .De Lotgevallen van Ferdinand Huyck

De meeste hannekemaaiers kwamen om gras te maaien. Omdat Nederlanders geïnteresseerd waren in Duitse koopwaar begonnen sommige Hollandgangers die mee te nemen in op de rug gedragen manden. In Groningen werden ze kiepkeerls en genoemd.

Nogal wat uit Duitsland afkomstige seizoensarbeiders hebben zich in Nederland gevestigd. Rond 1850 woonden 40.000 in Duitsland geboren personen in Nederland, waarvan een flink deel als seizoensarbeider zal zijn gekomen. In eerdere eeuwen moeten het om honderdduizenden mensen zijn gegaan.Jan Lucassen, 'Vreemdelingen in Nederland, 1550-1950', in: De Gids 148 (1985), p. 208-215. Jan en Leo Lucassen, Vijf eeuwen migratie: Een verhaal van winnaars en verliezers, Amsterdam 2018.

Volksverhalen In Nederlandse volksverhalen komt de hannekemaaier veelvuldig voor. Hij wordt vaak afgeschilderd als een wat lompe, dommige en soms sluwe figuur. Er bestaan veel verhalen over "Hans Hannekemaaier" uit Münsterland.Volksverhalen uit Noord- en Zuid-Holland, Bert Sliggers (De poepen en de weesjongens; Wat Hans Hannekemaaieer te Edam beleefde)Volksverhalen uit Groningen, Dr. Tjaard W.R. de Haan (De drie veelings; De grappen van Hans Hannekemaaier) Hij speelt soms een rol vergelijkbaar met Tijl Uilenspiegel.

Wanderziegler

Uit het vorstendom Lippe kwamen zogenoemde Wanderziegler periodiek naar vooral Nederland, maar ook wel naar Denemarken en het uiterste noordwesten van Duitsland, om in steenfabrieken te werken. De armoede in dit vorstendom was vanaf de late 17e eeuw tot omstreeks 1900 groter dan in aangrenzende streken in het huidige Duitsland. Het kwam wel voor, dat het grootste deel van de tot werken in staat zijnde mannen uit het Lippeland op deze wijze aan de kost moest komen. Meestal trokken de mannen rond 1 april weg en keerden rond 1 november weer terug naar huis. Bericht wordt, dat in 1865 wel tienduizend mannen uit Lippe op deze wijze als arbeidsmigrant werkzaam waren. De werkdagen waren lang, soms wel 16 uur. Beloning geschiedde in de vorm van stukloon.

Literatuur Jan Lucassen, Naar de kusten van de Noordzee. Trekarbeid in Europees perspektief, 1600-1900, Gouda 1984, Engelse editie: Migrant Labour in Europe, 1600–1900: The Drift to the North Sea, Londen 1987 Marijn Molema & Meindert Schroor (red.), Migratiegeschiedenis in Noordwest-Duitsland en Noord-Nederland. Bronnen, aanwijzingen en voorbeelden bij grensoverschrijdend onderzoek, Münster 2019 (Benelux-German Borderlands Histories, dl. 1),

Externe link Beschrijving op 'Verre Verwanten' site

Categorie:Agrarisch beroep Categorie:Commercieel beroep Categorie:Geschiedenis van Groningen (provincie) Categorie:Geschiedenis van Nedersaksen