Depressie is in de psychiatrie een stemmingsstoornis, een psychische aandoening die zich kenmerkt door zware neerslachtigheid, een vervlakking van het emotionele leven, en een verlies aan levenslust.

In het dagelijkse spraakgebruik wordt de term depressief min of meer losjes gebruikt voor uiteenlopende gemoedstoestanden, variërend van een korte dip tot ernstige neerslachtigheid.

Criteria en statistieken Behandelaars, verzekeraars en beleidsmakers spreken pas van een klinische depressie, als aan een aantal criteria wordt voldaan. Deze zijn vastgelegd in verschillende diagnostische en statistische handboeken. Belangrijk zijn daarbij: de International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems, van de wereldgezondheidsorganisatie, en de in Nederland en de Verenigde Staten gehanteerde Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM).

In 2016 leed volgens het RIVM ongeveer 3% van de Nederlandse bevolking, of 550.000 mensen, aan een depressie. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gaf in 2014 8% van de Nederlandse bevolking aan depressief geweest te zijn in het afgelopen jaar. Geschat wordt dat 20% van de Nederlandse bevolking op enig moment in zijn leven last krijgt van een klinische depressie. De naam "unipolaire depressie" wordt wel gebruikt ter onderscheid van periodieke depressies, zoals die zich voordoen bij bipolaire stoornissen. Oudere beschrijvingen als vitale depressie, melancholie, of endogene depressie, komen in grote lijnen overeen met de moderne 'depressieve stoornis'.

Symptomen DSM-IV-TR Een depressieve episode moet volgens de DSM-IV-TR aan de volgende criteria voldoen:

A. Vijf (of meer) van de volgende symptomen waren in dezelfde periode van twee weken aanwezig, en wijken af van het eerdere functioneren; minstens een van de symptomen is ofwel (1) een sombere stemming, ofwel (2) verlies van interesse of plezier. Sombere stemming. Bij kinderen en adolescenten kan de stemming prikkelbaar zijn. Duidelijk verminderd(e) interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten. Onbedoeld gewichtsverlies of gewichtstoename, of veranderde eetlust. Bij kinderen moet gedacht worden aan het niet bereiken van de - vanwege de groei - te verwachten gewichtstoename. Niet kunnen slapen of te veel slapen. Psychomotorische agitatie (fysieke onrust) of juist vertraging. Vermoeidheid of verlies van energie. Gevoelens van waardeloosheid, of buitensporige of onterechte schuldgevoelens. Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, of besluiteloosheid. Terugkerende gedachten aan de dood (niet alleen de vrees om dood te gaan); terugkerende suïcidegedachten zonder een specifieke suïcidepoging; of een specifiek plan om zelfmoord te plegen.

B. De symptomen voldoen niet aan de criteria voor een "gemengde episode": er is niet, of nauwelijks sprake van manische kenmerken.

C. De symptomen veroorzaken ofwel 'klinisch significant lijden', ofwel een belemmering van het functioneren in sociale of beroepsmatige omstandigheden.

D. De symptomen zijn geen direct fysiologisch gevolg van het gebruik van drugs of medicatie, of van een lichamelijke aandoening, bijvoorbeeld hypothyreoïdie.

E. De symptomen zijn niet het gevolg van rouwverwerking.

DSM-5 De criteria voor een depressieve episode in de DSM-5 komen grotendeels overeen met die in de DSM-IV-TR, behalve dat rouw niet langer een reden is om géén depressiediagnose vast te stellen.

Overige kenmerken De DSM-5 onderscheidt voor depressies meerdere indelingscriteria.

Beginleeftijd Een depressieve stoornis kan vroeg (voor 21e jaar) of laat (na 21e jaar) beginnen.

Type depressie Er zijn verschillende typen depressieve episoden, met steeds andere kenmerken: angstige stemming gemengde kenmerken: met manische kenmerken, maar onvoldoende om van een gemengde episode te spreken melancholische kenmerken depressieve gevoelens erger in de ochtend vroeg wakker worden fysieke onrust of juist vertraging verminderde eetlust of gewichtsverlies buitensporige of onterechte schuldgevoelens atypische kenmerken stemming verbetert wél na positieve gebeurtenissen te veel slapen toegenomen eetlust of gewichtstoename zwaar gevoel in de ledematen gevoeligheid voor sociale afwijzing psychotische kenmerken, al dan niet overeenkomend met de gemoedsstemming catatonie begin rond de zwangerschap/bevalling: een postnatale depressie seizoensgebonden patroon

Ernst De ernst van een depressieve episode wordt bepaald aan de hand van het aantal symptomen, de ernst van de symptomen, en de hoeveelheid lijden en de (sociale) beperking die iemand ervaart.

Licht Bij een milde depressieve episode zijn er weinig extra symptomen aanwezig, bovenop de symptomen die minimaal vereist zijn voor de diagnose. De symptomen veroorzaken enig lijden, maar minimale beperkingen en zijn nog beheersbaar.

Matig Bij een matige depressieve episode zijn symptomen en lijdensdruk gemiddeld, tussen licht en ernstig in.

Ernstig Het aantal symptomen is bij een ernstige episode (veel) groter dan de vijf die minimaal nodig zijn voor een diagnose. Deze symptomen zorgen voor ernstig lijden, en zijn niet meer onder controle te houden, waardoor ze grote beperkingen opleveren op het gebied van sociale interactie en werk.

Beloop Depressieve episodes kunnen ingedeeld worden in drie klassen: actieve episode (ziek), gedeeltelijk in remissie (gedeeltelijk herstel) en volledig in remissie (volledig herstel).

Soorten In de DSM-5 zijn de depressieve stoornissen afgesplitst van de bipolaire stoornissen. Het hoofdstuk depressieve stoornissen bevat criteria voor de disruptieve stemmingdisregulatiestoornis, klinische depressie, persisterende depressieve stoornis (dysthymie), premenstruele stemmingsstoornis, depressie veroorzaakt door drugs/medicatie, depressie veroorzaakt door een andere medische aandoening, en andere depressieve stoornissen (al dan niet gespecificeerd). Deze stoornissen worden allemaal gekenmerkt door de aanwezigheid van een sombere, lege of geïrriteerde stemming. De verschillen tussen de stoornissen hebben vooral te maken met de oorzaken en de ernst/timing van deze symptomen.

Klinische depressie/depressieve stoornis Een "klinische depressie" of "depressieve stoornis" behelst een of meer depressieve episoden, die niet beter verklaard worden door bijvoorbeeld schizofrenie, of door een bipolaire stoornis. Bij terugkerende depressieve episoden, is sprake van een "recidiverende depressieve stoornis".

Chronische depressieve stoornis Een depressievorm met minder sterke symptomen, maar die jarenlang kunnen duren is de dysthymie of dysthyme stoornis. Dysthymie is volgens de DSM-IV-TR een lichte, chronische depressieve stoornis. Daarbij is een kleiner aantal symptomen voldoende voor de diagnose "klinische depressie". Wel moeten de symptomen minstens twee jaar aanwezig zijn.

Andere depressieve stoornissen Bij depressieve symptomen die buiten de eerder genoemde diagnoses vallen, is de diagnose "andere depressieve stoornis" mogelijk, met al dan niet een verklarende toelichting. Een dergelijke "gespecificeerde diagnose" is bijvoorbeeld een terugkerende korte depressie met, gedurende minstens twaalf maanden, minimaal eens per maand genoeg symptomen voor een depressieve episode, maar met een te korte duur (2-13 dagen) voor de diagnose "klinische depressie".

Oorzaken De oorzaken voor een klinische depressie zijn velerlei. Persoonlijkheids-problematiek, omgevingsfactoren zoals een langdurige prikkel of combinatie van prikkels, waar geen invloed op kan worden uitgeoefend, en met name verlies, kunnen een rol spelen bij de totstandkoming van een depressie.

Verlies Bij een eerste depressie is bij het getroffen individu vrijwel altijd sprake van ernstig beleefd verlies, zoals de breuk in een relatie, een overleden naaste, het verlies van een betrekking of van sociale status, het verlies van lichamelijke integriteit of van gezondheid, van materieel bezit, van een ideaal....

Bij de jongen van vele primatensoorten is, na separatie van de moeder, een gedragspatroon vastgesteld dat sterke overeenkomsten vertoont met een klinische depressie.Reite, M. (1977) 'Maternal separation in monkey infants: a model of depression', in: Hanin, I. en Usdin, E., Animal models in psychiatry and neurology, Pergamon Press, Oxford.Kaufman, I.C., en Rosenblum, L.A., (1967), 'The reaction to separation in infant monkeys: Anaclitic depression and conservation-withdrawal, Psychosomat. Med., 29, 648-675. De gesepareerde jongen vertonen aanvankelijk gedrag en symptomen die moeten leiden tot een terugvinden van de moeder, en vervolgens gedrag dat moet voorkomen dat ze door roofdieren worden opgemerkt. Vanuit deze optiek was depressie mogelijk ooit een nuttig, evolutionair ontwikkeld overlevingsmechanisme, maar is het nu een overtollige erfenis van de menselijke evolutionaire voorgeschiedenis.

Neuroticisme Een bekende risicofactor voor het ontwikkelen van een depressie is hoog neuroticisme. Ook kan de oorzaak lichamelijk van aard zijn. Vaak spelen meerdere omstandigheden een rol. Het is niet altijd eenvoudig om de psychische oorzaak of aanleiding van een depressie op te sporen. Is de aanleiding van een depressie wel direct te achterhalen, dan is dit een reactieve depressie.

Herhaalde klinische diagnose Naarmate depressies vaker bij eenzelfde persoon optreden, lijken de uitlokkende factoren minder heftig te hoeven zijn. Ook zijn er aanwijzingen dat recidieven moeilijker te behandelen worden, naarmate eerdere depressies langer geduurd hebben. De kwetsbaarheid voor depressies neemt met andere woorden toe, naarmate iemand vaker of langer klinisch depressief is geweest. Dit wijst op het belang van het tijdig starten met behandelen.

Niet verwerkt persoonlijk leed In sommige gevallen ontwikkelen depressies zich uit andere psychische problemen. Rouwverwerking is bijvoorbeeld een normaal menselijk proces, maar bij sommige mensen herstelt de balans zich niet en kunnen depressieve symptomen ontstaan. Ook kunnen bij grote veranderingen in het leven aanpassingsproblemen gepaard gaan met depressie.

Universeel karakter depressies Wetenschappelijk crosscultureel onderzoek toont aan dat symptomen van depressie wereldwijd in alle culturen voorkomen. Dit kan suggereren dat een depressie aanvankelijk kan beginnen als een lichamelijke aandoening en dat patiënten hier na verloop van tijd een psychologische invulling aan kunnen geven. Lichaam en geest beïnvloeden elkaar echter in twee richtingen.

Pesticiden Verschillende wetenschappelijke studies hebben statistische verbanden tussen bepaalde pesticiden en depressie gevonden.Psychiatric disorders among Egyptian pesticide applicators and formulators.By Amr MM, Halim ZS, Moussa SS. In Environ Res. 1997;73(1-2):193-9. Link op PubMed. Gearchiveerd op 8 juni 2019.Depression and pesticide exposures among private pesticide applicators enrolled in the Agricultural Health Study. By Beseler CL, Stallones L, Hoppin JA, Alavanja MC, Blair A, Keefe T, Kamel F. In: Environ Health Perspect. 2008 Dec; 116(12):1713-9.Link op PubMed. Gearchiveerd op 7 juni 2019. Dit verschijnsel is marginaal als oorzaak en wordt vooral in ontwikkelingslanden soms gevonden.

Immuuntheorie Er zijn aanwijzingen dat bij diverse ernstige psychiatrische aandoeningen, waaronder klinische depressie, het immuunsysteem een belangrijke rol speelt.https://web.archive.org/web/20171120055206/http://www.jleukbio.org/content/92/5/959.long

Lichamelijke aandoeningen en depressie Bij een aantal lichamelijke aandoeningen kunnen depressieve verschijnselen optreden. Vaak is dit het geval bij ernstige of dodelijke aandoeningen, zoals kanker of aids. Neurologische aandoeningen (bijvoorbeeld de ziekte van Parkinson of ME), endocriene aandoeningen (bijvoorbeeld hypothyreoïdie), bepaalde virale aandoeningen enzovoort kunnen ook depressieve symptomen veroorzaken. Dergelijke stemmingsstoornissen hebben in de medische handboeken een afzonderlijke classificatie.