thumb|Rhönrad thumb|Rhönrad op het ijs tijdens RWTH Unicup thumb Het rhönrad is een toestel dat binnen de gymnastieksport wordt gebruikt. Een rhönrad bestaat uit twee hoepels die met elkaar verbonden zijn door middel van zes dwarsspijlen.
Geschiedenis De uitvinder van het rhönrad is de Duitser Otto Feick, zoon van een smid, geboren op 4 juli 1890 in Reichenbach (Palts). Hij rolde in zijn tienerjaren met een wagenrad voor de dorpssmederij van zijn grootvader een heuvel af. Hij ontwikkelde zijn idee verder en vroeg in 1925 op het rhönrad patent aan, de naam Rhönrad is sinds 1926 beschermd. Feick demonstreerde zijn vinding eerst in Duitsland en later 'rolde' hij zo door vrijwel heel Europa. Bij de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn lieten 120 rhönradturners een show zien, het is echter nooit een Olympische discipline geweest. Op de vierde gymnaestrada in 1965 in Wenen gaf een groep turners bestaande uit Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers een demonstratie met het rhönrad. Het huidige rhönrad kreeg rond 1974 zijn definitieve vorm met de introductie van de pvc-coating.
Het rhönrad heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld tot een toestel dat onder andere wordt gebruikt als onderdeel van gymnastische shows, zoals de show Quidam van Cirque du Soleil en diverse shows van Wheel Sensation. Rhönradturnen is echter ook een volwaardige wedstrijdsport, naast andere gymnastische disciplines zoals het toestelturnen, acrogym, trampolinespringen en de ritmische gymnastiek. Rhönrad is daarbij ook een jurysport.
Materiaal Rhönraderen worden in verschillende maten met diameters van 1,30 tot 2,45 meter vervaardigd, ze wegen 40 tot 60 kg. Omdat de turner in het rad nogal wat bewegingsvrijheid nodig heeft, moet de diameter van het rad 40 tot 50 cm groter zijn dan de turner lang is. Twee hoepels van gelijke grootte bestaande uit metaal (diameter 35 mm) zijn met zes dwarssporten van ongeveer 45 cm lengte met elkaar verbonden. De twee 'bovenste' sporten hebben handgrepen, de twee 'onderste' sporten (voetsteunen) hebben plankjes, waaraan met behulp van riemen de voeten vastgemaakt kunnen worden. De zogenaamde spreidsporten, die op halve hoogte zijn bevestigd, dienen als steun voor de turner wanneer hij zich slechts met één been heeft vastgezet. In de hoepels, recht boven de plankjes is bovendien nog de zogenaamde hoepelgreep aangebracht. Rhönradturnen kan beoefend worden op houten en hardrubberen vloeren alsmede op asfalt en beton. Ook kort geknipte, vlakke grasmatten zijn uitermate geschikt.
Externe links Rhönradturnen op de officiële KNGU-website Website IRV (Internationaler Rhönradturn-Verband) Rhönradturnen in shows
Bronnen
Categorie:Rhönradturnen Categorie:Gymnastiekattribuut Categorie:Circus