Neil Alden Armstrong (Wapakoneta, Ohio, 5 augustus 1930 – Cincinnati, 25 augustus 2012) was een Amerikaan die in 1969 als eerste mens voet op de Maan zette. Naast astronaut was hij gevechts- en testpiloot, luchtvaartkundig ingenieur en hoogleraar.

Jeugd Armstrongs ouders waren Stephen Koenig Armstrong en Viola Louise Engel.Hansen 2005, p. 49-50. Hij werd op een boerderij geboren, tien kilometer buiten de stad Wapakoneta. Armstrong is van Schotse en Duitse afkomst en had een jongere zus en broer. Zijn vader werkte als accountant"Neil Armstrong grants rare interview to accountants organization", CBC News, 24 mei 2012. Geraadpleegd op 24 mei 2012. voor de staat Ohio. Zijn vader moest voor zijn werk vaak verhuizen en het gezin woonde in de eerste vijftien jaar van Armstrongs leven in twintig steden. De liefde voor de luchtvaart begon bij de jonge Armstrong toen zijn vader hem als tweejarige meenam naar een luchtvaartshow. Toen hij zes jaar oud was, vloog hij voor het eerst. Zijn vader had hem meegenomen op een vlucht met een Ford Trimotor,Amerikaans driemotorig transportvliegtuig uit de jaren 1925–1933. Er zijn er 199 van geproduceerd.(bron: Engelstalige Wikipedia) die toentertijd bekendstond als de Tin Goose.

Zijn laatste verhuizing in zijn jeugdjaren was in 1944 naar Wapakoneta, waar Armstrong naar de middelbare school ging. Hij begon aan een vliegopleiding en behaalde zijn vliegbrevet op 16-jarige leeftijd.

In 1947 begon Armstrong luchtvaart- en ruimtetechniek te studeren aan de Purdue-universiteit in West Lafayette. Hij was de tweede in zijn familie die aan een hogere opleiding begon. Zijn collegegeld kreeg hij dankzij het Holloway Plan. Om daarvoor in aanmerking te komen verplichtte hij zich om na twee jaar studie, eerst drie jaar te dienen in de U.S. Navy, voordat hij de resterende twee jaar studie kon afmaken.

Eerste jaren als piloot Hij werd op 26 januari 1949 opgeroepen voor de marine. Op 16 augustus 1950, twee weken na zijn twintigste verjaardag, werd hij gekwalificeerd als marinepiloot.

Zijn eerste aanstelling was bij het Fleet Aircraft Service Squadron 7 in San Diego. Twee maanden later werd hij toegewezen aan het Fighter Squadron 51 (VF-51), waar hij op 5 januari 1951 voor het eerst in een straaljager vloog, een Grumman F9F Panther. In juni landde hij voor het eerst met een straaljager op een vliegdekschip en dezelfde week werd hij bevorderd van adelborst naar vaandrig. Tegen het eind van de maand had zijn vliegdekschip koers gezet naar Korea, waar hij in de Koreaanse Oorlog als gevechtspiloot grondaanvallen uitvoerde.Hansen 2005, p. 79-85

Zijn eerste vliegmissie in Korea was op 29 augustus 1951 als escorte van een verkenningsvliegtuig boven Songjin.Hansen 2005, p. 90 Op 3 september vloog hij boven transport- en opslagfaciliteiten ten zuiden van het dorp Majon-ni en ten westen van Wŏnsan. Terwijl hij bij een snelheid van omstreeks 560 km/h bommen gooide, werd zijn F9F Panther geraakt door luchtdoelgeschut. Tijdens zijn pogingen om de controle over het vliegtuig te herkrijgen, vloog hij op een hoogte van 20 m tegen een paal, waarbij over een lengte van bijna een meter een deel van de rechtervleugel afbrak.Hansen 2005, p. 92-93 Het lukte Armstrong terug te vliegen naar bevriend gebied, maar door het verlies van zijn rolroer moest hij zijn schietstoel gebruiken.Hansen 2005, p. 95

In totaal vloog hij 78 missies boven Korea, met 121 vlieguren; vooral in januari 1952. Armstrong verliet de marine op de leeftijd van 22 jaar in augustus 1952 en werd een luitenant, junior grade, bij de Marine Reserve. Hij kreeg zijn ontslag bij de reservisten in oktober 1960.Hansen 2005, p. 118

Armstrong ging na Korea verder studeren. In 1955 werd hij op de Purdue-universiteit een Bachelor of Science in luchtvaarttechniek.

Testpiloot

Nadat hij aan de Purdue Universiteit was afgestudeerd, wilde hij testpiloot worden. Na enkele maanden als zodanig in Cleveland gewerkt te hebben, kreeg hij dezelfde functie bij NASA op de vliegbasis Edwards.Hansen 2005, p. 122

Bell X-1 Armstrongs eerste vlucht in een raketvliegtuig was op 15 augustus 1957 in een Bell X-1B naar een hoogte van 11.400 voet (bijna 3500 meter). Het neuswiel brak bij de landing, wat al twaalf keer eerder gebeurd was door een fout ontwerp.Hansen 2005, p. 145

B-29 Superfortress Op 22 maart 1959 vloog Armstrong als co-piloot in een Boeing B-29 SuperfortressHansen 2005, p. 134 die een experimenteel vliegtuig van het type Douglas D-558-2 Skyrocket op grote hoogte zou lanceren door hem te laten vallen. Toen de piloten opstegen naar 30.000 voet (9,8 km) begaf motor nr. 4 het. De propeller daarvan begon door de luchtstroming uit zichzelf te draaien en het lukte niet hem te stoppen. Uiteindelijk ging hij sneller draaien dan die van de drie andere motoren, waardoor het gevaar ontstond dat hij uit elkaar zou springen. Tegelijkertijd moest de B-29 een vereiste snelheid vasthouden van minimaal 338 km/h om het andere vliegtuig succesvol te kunnen laten vallen. Daarnaast was het niet mogelijk te landen met het andere vliegtuig aan de buik van de B-29. De piloten daalden met de neus naar beneden om de vereiste snelheid te halen, maar op het moment van de lancering ging de propeller van motor nr. 4 kapot. Delen beschadigden de motoren nr. 1 en nr. 3. De piloten waren gedwongen om motor nr. 3 uit te zetten wegens de opgelopen schade en motor nr. 1 wegens de door deze machine veroorzaakte tegenkrachten. Armstrong en zijn commandant maakten vervolgens vanaf 30.000 voet een cirkelvormige daling en landden veilig.Hansen 2005, p. 134-136.

North American X-15 Armstrong was betrokken bij meer vliegtuigincidenten. Het eerste was op 20 april 1962 met een North American X-15, toen hij een zelfinstellend controlesysteem testte op een hoogte van 207.000 voet (63 km). Bij de daling hield hij de neus van het raketvliegtuig te lang omhoog, waardoor het raketvliegtuig terugstuiterde naar 140.000 voet (43 km) hoogte. De lucht is daar zo ijl dat aerodynamische oppervlaktes bijna geen effect sorteren. Daardoor vloog hij voorbij de landingsbaan – met een snelheid van 3.200 km/h, op een hoogte van 100.000 voet (30 km) – en het lukte hem pas 64 km voorbij het vliegveld te keren. Bij het landen miste hij nipt een groep Joshua-bomen.Hansen 2005, p. 178-184

In totaal bestuurde Armstrong zeven maal een X-15-vliegtuig, en bereikte met een X-15-3 een hoogte van 207.500 voet, ofwel 63,2 km.Hansen 2005, p. 178 In een X-15-1 haalde hij een topsnelheid van 6.615 km/h.

Lockheed T-33 Vier dagen later vloog hij voor de eerste en laatste keer met Chuck Yeager. Met een Lockheed T-33 Shooting Star waren ze naar het Smith Rance Dry Lake gevlogen om na te gaan of het geschikt was voor een noodlanding met een X-15. Bij een touch-and-goeen landing waarbij het vliegtuig niet afgeremd wordt, maar die gelijk gevolgd wordt door een start kwamen ze met het vliegtuig op het droge meer in modderige grond vast te zitten en moesten uiteindelijk gered worden.

Nellis Affair Op 4 mei 1962 was Armstrong betrokken bij een voorval dat in de folklore van zijn thuisbasis Edwards de naam Nellis Affair heeft gekregen. In een Lockheed F-104 Starfighter was hij naar het Delamar Dry Lake gestuurd, opnieuw om na te gaan of er noodlandingen mogelijk waren. Hij vergiste zich in zijn hoogte en realiseerde zich niet dat het landingsgestel niet volledig was opengeklapt. Toen het vliegtuig de grond raakte, klapte het landingsgestel in. Armstrong gaf onmiddellijk vol gas om te stijgen, maar de buikvin en een luik van het landingsgestel raakten de grond, beschadigden de radio en er vloeide hydraulische vloeistof weg. Armstrong vloog naar de dichtstbijzijnde luchtmachtbasis Nellis, passeerde de verkeerstoren en zwaaide met zijn vleugels om aan te geven dat hij zonder radiocontact naderde. Door het verlies aan hydraulische vloeistof was de staarthaak gaan hangen, zodat die bij de landing een kabel op de grond raakte die over de landingsbaan werd meegesleept.Hansen 2005, p. 189-192 Het duurde een half uur om de landingsbaan schoon te maken en de kabel te herstellen. Armstrong telefoneerde naar zijn thuisbasis Edwards en vroeg of iemand hem kon ophalen. Milt Thompson werd gestuurd in een F-104B, het enige tweepersoons vliegtuig dat beschikbaar was en waarmee hij niet eerder gevlogen had. Met grote moeite bereikte Thompson Nellis, maar een stevige zijwind veroorzaakte een harde landing, waarbij de linker band lek sprong. De landingsbaan werd opnieuw gesloten en een andere piloot werd gestuurd in een T-33 Shooting Star, maar deze schoot bij de landing bijna voorbij de landingsbaan. De verkeerstoren besloot, om ergere problemen te voorkomen, dat het beter was dat het drietal over land terugkeerde.

In 1962 werd hij door de NASA geselecteerd als astronaut. Hij had toen als testpiloot 2.400 vlieguren op zijn naam staan. In zijn hele carrière vloog hij meer dan 200 vliegtuigmodellen.

Beginnend astronaut

Er is geen duidelijk moment geweest waarop Armstrong besloot om astronaut te worden. In 1958 werd hij geselecteerd voor het project Man In Space Soonest, dat tot doel had voor het eerst een Amerikaan in de ruimte te krijgen voordat het de Sovjet-Unie zou lukken. Op 29 november 1960 werd hij aangesteld als lid van de adviesgroep van piloten voor de Boeing X-20 Dyna-Soar, een experimenteel militair ruimtevliegtuig. Op 15 maart 1962 werd hij benoemd tot een van de zes piloot-ingenieurs die voor het eerst ermee mochten vliegen.Hansen 2005, p. 173

In de maanden daarna riep men belangstellenden op om een nieuwe NASA-astronautengroep te vormen. Armstrong werd enthousiast over het Apolloprogramma en de mogelijkheid om een voor hem nieuw luchtvaartgebied te ontsluiten. Armstrongs aanvraag kwam een week na de sluitingsdatum binnen. Dick Day, met wie Armstrong veel had samengewerkt op de luchtmachtbasis Edwards, bemerkte dat Armstrong te laat was en stopte daarop de brief zonder dat iemand het zag in de stapel sollicitaties.Hansen 2005, p. 195

Hoewel de selectieprocedure geheim werd gehouden, verschenen er krantenberichten waarin geopperd werd dat Armstrong geselecteerd zou worden als de eerste 'burgerastronaut'.Hansen 2005, p. 201-202. Uiteindelijk belde Deke Slayton Armstrong op 13 september 1962 en vroeg hem of hij geïnteresseerd was om deel te gaan uitmaken van het tweede NASA-astronautenkorps. Zonder te aarzelen gaf Armstrong zijn medewerking.

Geminiproject Gemini 8

Op 20 september 1965 werd Armstrong aangesteld als gezagvoerder-piloot van de Gemini 8. Het zou zijn eerste ruimtevlucht worden. David Scott werd zijn co-piloot. De lancering was op 16 maart 1966. Het was de meest complexe ruimtemissie tot dan toe, omdat voor het eerst een koppeling gemaakt zou worden met een ander ruimtevaartuig: de onbemande Agena.

Nadat de Agena met een Atlasraket gelanceerd werd, volgde ruim anderhalf uur later die van de Gemini 8 met Armstrong en Scott, die beiden voor het eerst in de ruimte vlogen. Na 6,5 uur in de ruimte koppelden beide ruimtevaartuigen. Door technische gebreken viel het radiocontact met het vluchtleidingscentrum in Houston een tijd weg. Op een van die momenten begonnen de gekoppelde ruimtevaartuigen om hun as te tollen. Armstrong probeerde dit op te heffen, maar dat lukte niet. Op advies van Houston besloot Armstrong de Gemini 8 te ontkoppelen, maar de snelheid van het rondtollen nam nog toe, tot een punt waarbij de Gemini 8 in ongeveer één seconde tijd om zijn as draaide. Armstrong oordeelde dat de enige mogelijkheid tot redding was om het stuurrakettensysteem uit te schakelen en het Reentry Control System (RCS) te activeren. De regels dicteerden dat als dit systeem was aangezet, het ruimtevaartuig bij de eerstvolgende mogelijkheid de dampkring moest invliegen, wat gebeurde.