Shell plc is een Britse multinationale energie- en petrochemische onderneming met haar wereldwijde hoofdkantoor in het Shell Centre in Londen. Het concern is actief in de exploratie en productie van aardolie en aardgas, lng, raffinage, petrochemie, handel, brandstoffen en smeermiddelen, elektriciteit en verschillende activiteiten rond de energietransitie. Shell heeft ongeveer 85.000 werknemers en is actief in meer dan zeventig landen.

De onderneming heeft zowel Nederlandse als Britse wortels. In Nederland werd in 1890 de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië opgericht. De Britse The "Shell" Transport and Trading Company ontstond in 1897. Beide ondernemingen brachten in 1907 hun olieactiviteiten samen in de Koninklijke/Shell-groep, waarbij de Nederlandse onderneming een economisch belang van 60% en de Britse onderneming een belang van 40% kreeg. De beide moedermaatschappijen bleven juridisch echter afzonderlijk bestaan.

In 2005 werd deze duale structuur beëindigd en ontstond één moedermaatschappij, Royal Dutch Shell plc, een onderneming naar Brits recht met haar hoofdkantoor en fiscale vestigingsplaats in Den Haag. In januari 2022 werd de structuur opnieuw vereenvoudigd. De fiscale vestigingsplaats en centrale leiding verhuisden naar het Verenigd Koninkrijk en de naam werd gewijzigd in Shell plc.

Shell behoort historisch tot de grote internationaal opererende olie- en gasmaatschappijen die in het midden van de twintigste eeuw bekendstonden als de Seven Sisters. Aardgas en lng zijn in de loop van de twintigste en eenentwintigste eeuw een steeds belangrijker onderdeel van de activiteiten geworden. Met de overname van BG Group in 2016 breidde Shell zijn positie op de internationale gas- en lng-markt sterk uit.

Geschiedenis

Nederlandse voorloper: Koninklijke Olie miniatuur|Installatie van de Bataafsche Petroleum Maatschappij in Nederlands-Indië

De Nederlandse oorsprong van Shell ligt in Nederlands-Indië. Tabaksplanter Aeilko Zijlker trof op Noord-Sumatra aardolie aan en verkreeg in 1883 van de sultan van Langkat een concessie voor de winning ervan. De olie kwam onder meer voor in het gebied rond Telaga Said en Pangkalan Brandan.

Om kapitaal voor de exploitatie te verkrijgen werd op 16 juni 1890 in Amsterdam de N.V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië (KNMEP) opgericht. Koning Willem III had de onderneming al bij brief van 18 april 1890 toestemming gegeven het predicaat Koninklijke te voeren.

Ingenieur J.A. de Gelder, voorheen verbonden aan de Bataafsche Havenwerken, werd de eerste directeur. Zijn woonhuis in Den Haag diende aanvankelijk tevens als kantoor. Onder Jean Baptiste August Kessler en, na diens overlijden in 1900, Henri Deterding breidde de onderneming sterk uit. De ontwikkeling van olievelden rond Pangkalan Brandan leverde de onderneming een eigen productiepositie op naast de reeds bestaande oliehandel.

Deterding zou gedurende meer dan drie decennia een centrale rol spelen in de internationale uitbreiding van Koninklijke Olie en later de Koninklijke/Shell-groep. Hij trad in 1936 terug. Zijn politieke sympathieën voor het nationaalsocialistische Duitsland in de laatste jaren van zijn leven hebben nadien een belangrijk onderdeel gevormd van de geschiedschrijving over zijn persoon en over de onderneming.

Britse voorloper: Shell Transport and Trading De Britse voorloper ontstond uit de handel van de familie Samuel in Londen. Marcus Samuel sr. handelde in de negentiende eeuw onder meer in uit Azië geïmporteerde schelpen. Zijn zoons Marcus Samuel en Samuel Samuel breidden de onderneming uit naar internationale handel en vervolgens naar de handel in petroleumproducten.

De naam Shell verwees naar de schelpenhandel van hun vader. Toen de broers lampolie naar Azië gingen exporteren, gebruikten zij de naam ook voor hun olieactiviteiten.

Marcus Samuel liet speciaal gebouwde tankers ontwikkelen waarmee petroleum door het Suezkanaal kon worden vervoerd. De Murex passeerde het kanaal in 1892. In 1897 werden de activiteiten ondergebracht in The "Shell" Transport and Trading Company Limited.

Koninklijke/Shell-groep Koninklijke Olie en Shell Transport werkten vóór 1907 al samen. In 1903 werd met de oliebelangen van de familie Rothschild de Asiatic Petroleum Company gevormd. De internationale concurrentie met Standard Oil vormde een belangrijke aanleiding om de samenwerking verder te verdiepen.

In april 1907 brachten Koninklijke Olie en Shell Transport hun operationele oliebelangen samen in de Koninklijke/Shell-groep. Het was geen volledige juridische fusie: de twee beursgenoteerde moedermaatschappijen bleven afzonderlijk bestaan. Koninklijke Olie had economisch een belang van 60% in de gezamenlijke onderneming en Shell Transport 40%.

Voor de productie en raffinage werd onder meer de Bataafsche Petroleum Maatschappij (BPM) gebruikt; voor een deel van de transport- en handelsactiviteiten ontstond de Anglo-Saxon Petroleum Company. De groep breidde haar activiteiten uit naar onder meer Roemenië, Rusland, Mexico en Venezuela. De raffinaderij op Curaçao werd van groot belang voor de verwerking van Venezolaanse aardolie.

Onder leiding van Deterding groeide de groep uit tot een van de belangrijkste concurrenten van Standard Oil. Nadat Standard Oil in 1911 op last van het Amerikaanse Hooggerechtshof werd opgesplitst, breidde Shell ook zijn positie in de Verenigde Staten verder uit.

Vanaf de jaren twintig nam de betekenis van benzine sterk toe door de snelle verspreiding van auto's en andere voertuigen met een verbrandingsmotor. Shell ontwikkelde een wereldwijd netwerk voor de verkoop van brandstoffen en smeermiddelen. In 1929 begon de groep ook activiteiten in de chemische industrie. In Nederland gebeurde dat onder meer via een samenwerking met de Hoogovens in de kunstmestfabriek Mekog in IJmuiden.

Na de Tweede Wereldoorlog behoorde Shell tot de zeven grote westerse olieconcerns die bekend werden als de Seven Sisters en die tot de opkomst van nationale oliemaatschappijen en de OPEC een groot deel van de internationale oliehandel beheersten.

Shell speelde tevens een belangrijke rol in de ontwikkeling van de internationale lng-industrie. In 1964 was de groep betrokken bij de eerste commerciële zeetransporten van vloeibaar aardgas. De gasactiviteiten werden daarna een steeds belangrijker onderdeel van de onderneming.

In 1970 nam Shell de mijnbouwonderneming Billiton over. De mijnbouwactiviteiten bleven tot 1994 onderdeel van de groep, waarna Billiton werd afgestoten. Het bedrijf ging later op in het huidige BHP.

Unificatie in Royal Dutch Shell plc De duale structuur van de groep bleef bijna een eeuw bestaan. De aandelen Koninklijke Olie en Shell Transport werden afzonderlijk verhandeld en beide moedermaatschappijen hadden eigen formele bestuursorganen, terwijl de operationele ondernemingen gezamenlijk werden geleid.

In 2004 ontstond een crisis nadat bekend werd dat de gerapporteerde bewezen olie- en gasreserves aanzienlijk te hoog waren opgegeven. De affaire leidde tot het vertrek van onder anderen groepsvoorzitter Phil Watts en Walter van de Vijver, die verantwoordelijk was geweest voor exploratie en productie. De reservesaffaire versterkte de roep om een eenvoudiger en beter controleerbare bestuursstructuur.

In november 2004 werd aangekondigd dat de duale structuur zou worden beëindigd. Op 20 juli 2005 werd de unificatie voltooid onder één nieuwe moedermaatschappij, Royal Dutch Shell plc. De aandeelhouders van Koninklijke Olie kregen ongeveer 60% en die van Shell Transport ongeveer 40% van de aandelen, overeenkomstig de historische economische verhouding binnen de groep.

Royal Dutch Shell plc was naar Brits recht opgericht, met zijn statutaire zetel in het Verenigd Koninkrijk. Het wereldwijde hoofdkantoor, de bestuursleiding en de fiscale vestigingsplaats bevonden zich echter in Den Haag. Er bestonden twee soorten gewone aandelen, A- en B-aandelen, die onder meer verschilden in de fiscale behandeling van dividend.

Shell plc sinds 2022 Op 15 november 2021 maakte Shell een verdere vereenvoudiging van de bedrijfsstructuur bekend. De aandeelhouders keurden het voorstel in december met een zeer grote meerderheid goed. De centrale bestuursfuncties en fiscale vestigingsplaats werden naar het Verenigd Koninkrijk verplaatst.

In januari 2022 werd de naam Royal Dutch Shell plc gewijzigd in Shell plc. Tegelijk verdween de A/B-aandelenstructuur en ontstond één soort gewoon aandeel. De vereenvoudiging was op 31 januari 2022 voltooid. Het wereldwijde hoofdkantoor kwam in het Shell Centre in Londen te liggen. Daarmee eindigde een periode van bijna 114 jaar waarin de centrale leiding van de groep in Den Haag was gevestigd.

Het Nederlandse bedrijf bleef na de verhuizing omvangrijke activiteiten houden. De Shell Campus Den Haag bleef de landelijke hoofdvestiging van Shell Nederland en huisvest tevens het historische bedrijfsarchief.

Grote acquisities en verkopen Shell heeft zijn portfolio regelmatig door overnames en desinvesteringen gewijzigd.

Begin 2013 nam Shell een deel van de lng-activiteiten van het Spaanse Repsol over. Het betrof activiteiten buiten Noord-Amerika, waaronder belangen in Atlantic LNG in Trinidad en Tobago en Peru LNG. Shell betaalde US$ 4,4 miljard en nam daarnaast verplichtingen van ongeveer US$ 1,8 miljard over.

In april 2015 bracht Shell een bod van ongeveer € 64 miljard uit op het Britse BG Group. De overname werd in februari 2016 voltooid. Shell breidde daarmee vooral zijn positie in diepwaterolie en lng sterk uit.

In 2017 verkocht Shell het grootste deel van zijn belangen in de Canadese teerzanden aan Canadian Natural Resources. Daarbij werden onder meer het 60%-belang in het Athabasca Oil Sands Project en de belangen in het Peace River Complex verkocht; de samenhangende transacties leverden Shell per saldo US$ 7,25 miljard op. Een deel van de vergoeding bestond uit aandelen in Canadian Natural Resources. Shell verkocht zijn volledige resterende aandelenbelang in dat bedrijf in mei 2018 voor ongeveer US$ 3,3 miljard vóór belastingen.

In september 2021 bereikte Shell een overeenkomst met ConocoPhillips over de verkoop van zijn schalieolie- en gasactiviteiten in het Permian Basin in de Verenigde Staten voor US$ 9,5 miljard. De verkoop werd op 1 december 2021 afgerond.

In januari 2024 bereikte Shell overeenstemming over de verkoop van The Shell Petroleum Development Company of Nigeria (SPDC), waarin de onshore olieactiviteiten in de Nigerdelta waren ondergebracht. De verkoop aan het consortium Renaissance werd na goedkeuring door de Nigeriaanse overheid op 13 maart 2025 afgerond. Shell behield andere activiteiten in Nigeria, waaronder diepwaterproductie, gasactiviteiten en een belang in Nigeria LNG.

In april 2026 sloot Shell een overeenkomst over de overname van het Canadese olie- en gasbedrijf ARC Resources. De aandeelhouders van ARC keurden de transactie in juli 2026 goed. Eind juli wachtte Shell nog op de laatste vereiste goedkeuring van de Canadese toezichthouders; de onderneming verwachtte de transactie in het derde kwartaal van 2026 te voltooien.

Naam en beeldmerk De naam Shell is afkomstig van de schelpenhandel van Marcus Samuel sr. Zijn zoons gebruikten de naam vervolgens voor de lampolie die zij naar Azië exporteerden en in 1897 voor de Shell Transport and Trading Company.

Het eerste als handelsmerk geregistreerde Shell-logo uit 1900 stelde een zwart-witte mosselschelp voor. Vanaf 1904 ontwikkelde het beeldmerk zich in de richting van een sint-jakobsschelp. Het logo wordt binnen de onderneming aangeduid als de Pecten, naar de Latijnse naam voor de mantelschelpen.