De ChristenUnie (afgekort: CU) is een Nederlandse politieke partij en heeft een christelijk-sociale signatuur.
Historie
De ChristenUnie is op 22 januari 2000 opgericht na de politieke fusie tussen het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) en de Reformatorische Politieke Federatie (RPF). Sinds 31 januari 2000 bestaat er formeel een fractie van de ChristenUnie in de Tweede Kamer. Deze fractie is samengesteld uit de leden van de voormalige fracties van de RPF en het GPV. Sinds de verkiezingen van 1989 hielden de fracties al gezamenlijke vergaderingen.
De op een na laatste fractievoorzitter van het GPV, Gert Schutte, heeft na de totstandkoming van de fusie afscheid genomen van de politiek. Hij werd de resterende maanden van het bestaan van een zelfstandig GPV vervangen door Eimert van Middelkoop. Op de vacante zetel kwam Arie Slob.
2002-2003 Lijsttrekker bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei 2002 was Kars Veling. Tegen de verwachtingen in verloor de ChristenUnie een zetel. Omdat Tineke Huizinga-Heringa met voorkeurstemmen werd gekozen, verdween - naast Dick Stellingwerf en Slob - ook het Kamerlid Eimert van Middelkoop uit de Kamer. In de aanloop naar de verkiezingen in januari 2003 besloot het ChristenUnie-bestuur dat Veling zich niet nogmaals kandidaat mocht stellen omdat daar te "weinig draagvlak" voor zou zijn. De manier waarop dit gebeurde zorgde voor veel onrust binnen de partij. Veling werd uiteindelijk opgevolgd als partijleider door André Rouvoet. Slob keerde in plaats van Veling weer terug in de Kamer. Bij de Kamerverkiezingen van 22 januari 2003 verloor de ChristenUnie nog een zetel. Ook nu werd Huizinga-Heringa weer met voorkeurstemmen gekozen, waardoor Leen van Dijke niet werd verkozen. Ondanks dit verlies mocht de ChristenUnie samen met de SGP voor een korte tijd meepraten over de vorming van een nieuw kabinet, maar VVD en CDA kozen er uiteindelijk voor om met D66 in zee te gaan. Dit leidde tot de vorming van het kabinet-Balkenende II.
2003-2006 miniatuur|André Rouvoet (2009) In de oppositie wist de ChristenUnie zich duidelijk te profileren. Rouvoet viel op door zijn debatstijl en inhoud. In 2003 won hij de Thorbeckeprijs voor politieke welsprekendheid. In 2004 koos de parlementaire pers hem tot politicus van het jaar. Echte bekendheid bij een breder publiek kreeg hij door zijn aanvoerende rol in het tegenkamp bij het referendum over de Europese Grondwet. Huizinga wist zichzelf en de partij vooral te profileren op het thema vreemdelingenbeleid en integratie. Daarover botste zij regelmatig met minister Rita Verdonk.
De ChristenUnie zelf lanceerde door toedoen van Henk van Rhee, directeur van het partijbureau, de zogeheten Permanente campagne. In samenwerking met (christelijke) organisaties werden verschillende acties opgezet, waarbij ook een inhoudelijk punt werd gemaakt.Van de marge naar de macht; De ChristenUnie 2000-2010, Joop Hippe & Gerrit Voerman (redactie), Uitgeverij Boom, Amsterdam, 111 Er was onder andere een actie waar ex-drugsverslaafden demonstreerden tegen het gedoogbeleid en een rolstoelbasketbalwedstrijd tussen Bekende Nederlanders en het paralympisch team.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2006 zag de ChristenUnie haar toenemende populariteit vertaald worden in een overwinning.
2006-2010 Na de val van het kabinet-Balkenende II op 30 juni 2006 regeerde het kabinet-Balkenende III van 7 juli 2006 tot 22 februari 2007. Er vonden vervroegde verkiezingen op 22 november 2006 plaats. Hierbij boekte de ChristenUnie winst en kwam uit op zes zetels: een verdubbeling. Er werd direct na de verkiezingsuitslag gesproken over mogelijke regeringsdeelname van de partij. De ChristenUnie kwam naar voren als een partij die als derde coalitiegenoot voor een meerderheidsregering kon zorgen. Deze optie kwam opnieuw in beeld op 11 december 2006, nadat kabinetsonderhandelingen tussen het CDA, de PvdA en SP waren mislukt. Ondertussen groeide het aantal leden gestaag door.
thumb|400px Begin januari 2007 trokken de onderhandelaars zich terug op het landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag. Daar werd de kiem gelegd voor de vorming van het nieuwe kabinet. Op 6 februari 2007 werd bekend dat de fracties van CDA, ChristenUnie en PvdA hadden ingestemd met het conceptregeerakkoord van het toen nog toekomstige kabinet-Balkenende IV. Rouvoet en Wouter Bos werden vicepremier. Slob nam het fractievoorzitterschap van Rouvoet in de Tweede Kamer over die minister voor Jeugd en Gezin werd. Senator Van Middelkoop werd minister van Defensie. Huizinga werd staatssecretaris op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De plaatsen van Rouvoet en Huizinga in de Tweede Kamer werden ingenomen door Esmé Wiegman-van Meppelen Scheppink en Ed Anker.
Rouvoet noemde in een speech als belangrijkste bijdrage van de ChristenUnie aan het kabinet: herstel van sociale samenhang en gemeenschapszin een duurzamer omgang met de schepping de rol van het gezin als plek waar essentiële waarden worden overgedragen op kinderen een andere manier van kijken naar de liberale praktijk op het gebied van abortus en euthanasie een positieve, maar realistische rol voor Nederland in Europa en in internationale veiligheidsvraagstukken.
Het nieuwe kabinet-Balkenende IV, dat op 22 februari 2007 werd beëdigd, kreeg van de oppositie al bij voorbaat het verwijt dat het met de deelname van de ChristenUnie Nederland 'vertrutte' en 'naar spruitjes begon te ruiken'.CU-top hekelt libertijnse 'karikaturen, Nederlands Dagblad, 28 april 2007 Dit beeld leek door enkele incidenten versterkt te worden. Zo maakte de lokale ChristenUnie in Utrecht zich bezorgd over een reclameposter waarop een dame in gouden bikini was te zien. De VVD had veel kritiek op Rouvoet, omdat die het Elektronisch Kinddossier invoerde, in een poging om, indien noodzakelijk, sneller te kunnen ingrijpen bij dreigende kindermishandeling. De VVD vond het belachelijk dat in de dossiers van jeugdzorg ook de mogelijkheid bestaat om te registreren of een kind schaamhaar heeft (om de lichamelijke ontwikkeling van een kind te kunnen schatten). Deze mogelijkheid bestond overigens al jaren. De ChristenUnie beschouwde dit soort verwijten als "libertijnse karikaturen".
Als minister raakte Van Middelkoop beschadigd door enkele uitlatingen in de media. Zo kreeg hij veel kritiek toen hij zei dat hij "heel blij" was dat hij de militaire dienstplicht had kunnen ontlopen. Ook Huizinga-Heringa had het zwaar als staatssecretaris. Zij had te maken met enkele lastige dossiers, zoals de invoering van de OV-chipkaart en nieuwe taxitarieven. Rouvoet kreeg van de oppositie het verwijt te weinig voor elkaar te krijgen op het terrein van jeugd en gezin.
SGP-voorman Bas van der Vlies vond dat de ChristenUnie in het kabinet te weinig liet horen op het gebied van abortus en euthanasie. De reacties uit de achterban waren positiever. Bijna gedurende de hele periode stond de ChristenUnie op een lichte winst in de peilingen. Op 1 januari 2008 telde de ChristenUnie 27.683 leden, het hoogste aantal sinds haar ontstaan.
Tijdens de kabinetsperiode botste vooral het CDA met de PvdA. De ChristenUnie zag zich daarbij graag als bruggenbouwer. Op haar beurt had de partij ook een paar aanvaringen, vooral met de PvdA. De grootste rel was waarschijnlijk toen Jet Bussemaker, staatssecretaris op VWS, in een brief aan de Kamer namens het kabinet liet weten embryoselectie toe te staan. Na protest van de ChristenUnie daartegen kwam ze erop terug.
Als een paar winstpunten van de kabinetsdeelname van de ChristenUnie noemde Rouvoet:
"Opvang voor tienermoeders is een serieus alternatief voor abortus geworden, naast adoptie, maar dat kon altijd al. De beschermwaardigheid van het leven is in het beleid opgenomen. Er kwam een generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers. We hebben het (program)ministerie van jeugd en gezin gekregen, een grote wens van ons. Wij kunnen niet ontevreden zijn".
Na een lange periode van conflicten binnen het kabinet, onder andere over het rapport van de Commissie-Davids, viel het kabinet door een meningsverschil over de voortzetting van de legermissie in Uruzgan uiteindelijk op 20 februari 2010. De PvdA was pertinent tegen deze missie. De ChristenUnie ging tot 14 oktober 2010 samen met het CDA tot de verkiezingen in een demissionair kabinet verder. Huizinga werd minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Rouvoet kreeg de portefeuille onderwijs erbij en Van Middelkoop de portefeuille Wonen, Wijken en Integratie.
2010-2017 links|miniatuur|Arie Slob (2012) Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart 2010 daalde het aantal zetels van de ChristenUnie van 339 naar 330. In gemeenten waar de ChristenUnie samen optrok met de SGP gingen in totaal zes zetels verloren. Bij de Provinciale Statenverkiezingen 2011 had de partij eveneens een fors aantal zetels verloren.
De ChristenUnie verloor bij de Tweede Kamerverkiezingen van 9 juni 2010, één zetel en kwam daardoor op vijf. Hierdoor verdwenen Ernst Cramer en Ed Anker uit de Tweede Kamer.
Onder leiding van de toenmalige voorzitter van de Bestuurdersvereniging en Nunspeetse wethouder Nico Schipper verscheen in december 2010 een evaluatierapport. Volgens het rapport was er "een gebrek aan concrete invulling van het christelijk-sociale profiel van de partij". Een debat over homoseksualiteit richtte schade aan. Een deel van de oorzaak van de minder geslaagde campagne lag volgens de commissie bij Rouvoet. Die kon moeilijk als vicepremier, minister voor Jeugd en Gezin en minister van Onderwijs ook nog adequaat opereren als lijsttrekker die de inhoudelijke koers uiteenzet.
Rouvoet maakte eind april 2011 zijn aftreden bekend als partijleider en Kamerlid. Als redenen voor zijn vertrek noemde hij dat hij het "heilig vuur" miste, de partij de ruimte wilde geven in de discussie in welke richting te gaan en omdat hij meer tijd wilde spenderen aan zijn gezin. Slob volgde hem op als fractievoorzitter en partijleider. Rouvoet verliet de Kamer op 17 mei. Na de val van het kabinet-Rutte I bereikte de ChristenUnie op 26 april 2012 samen met de fracties van VVD, CDA, D66 en GroenLinks het Nederlands begrotingsakkoord van 26 april 2012. Dat akkoord over miljardenbezuinigingen staat onder verschillende namen bekend.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 hield de ChristenUnie de vijf zetels vast. Twee nieuwe Kamerleden deden hun intrede: Carla Dik-Faber en Gert-Jan Segers. Zij kwamen in de plaats van Esmé Wiegman en Cynthia Ortega. Na deze verkiezingen vormden de VVD en PvdA onder leiding van Mark Rutte een nieuw kabinet. Dit kabinet-Rutte II had echter geen meerderheid in de Eerste Kamer. De regering zocht de steun van D66, SGP en de ChristenUnie om toch haar wetten door het parlement te loodsen. De drie partijen kwamen bekend te staan als de C3 (Constructieve 3). Andersom kon de ChristenUnie daardoor regeringsingrijpen op een aantal dossiers voorkomen. Zo werden de Johan Willem Frisokazerne in Assen en de Generaal Spoorkazerne in Ermelo niet zoals voorgenomen gesloten.Bataljon 45ste pantserinfanterie Ermelo toch naar Drenthe, Dagblad van het Noorden, 24 oktober 2013 Datzelfde gold voor een tbs-kliniek Veldzicht. Ook bleven schoolboeken gratis beschikbaar.Begrotingsakkoord: overzicht van de maatregelen (en wie wat binnenhaalde), NRC Handelsblad, 12 oktober 2017
Zowel bij de gemeenteraadsverkiezingen op 19 maart 2014 als de Europese verkiezingen op 22 mei 2014 (op een gezamenlijke lijst met de SGP) groeide het aantal stemmen op de ChristenUnie.
De grondslag van de partij werd in juni 2015 gewijzigd. In de nieuwe grondslag zijn de Drie Formulieren van Enigheid niet meer opgenomen. De aanwezigheid daarvan lag gevoelig bij leden uit evangelische en rooms-katholieke hoek. Op 10 november 2015 trad Slob af als fractievoorzitter en Tweede Kamerlid en droeg hij zijn taken over aan Gert-Jan Segers, die bij de Tweede Kamerverkiezingen 2017 lijsttrekker was.
2017-2021