right|frameless|alt=Icoon van Jezus als Pantocrator, mozaïek uit het Hosios Loukas klooster in Boeotië, Griekenland. Vroege 11de eeuw
Het christendom is een religie die is gebaseerd op het geloof in de leer van het evangelie, de eerste vier, belangrijkste boeken van het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament vormt het tweede gedeelte van de Bijbel, het heilige boek van de christenen. Het evangelie beschrijft, gebaseerd op mondelinge overlevering, de onderwijzing, het handelen, de kruisdood en de opstanding uit het graf van Jezus van Nazareth. De daaropvolgende boeken van het Nieuwe Testament, met name de handelingen van de apostelen en de zendingsbrieven, beschrijven Jezus' spirituele erfenis.
Het eerste gedeelte van de christelijke Bijbel, het Oude Testament (de joodse Tenach), wordt door het christendom als voorloper en aankondiging van het tweede en belangrijkste gedeelte, het Nieuwe Testament ('verbond') gezien.
Christenen belijden het geloof in één God: het christendom is een monotheïstische godsdienst, net als het jodendom en de islam. Deze drie religies worden samen de abrahamitische godsdiensten genoemd, naar de gezamenlijke aartsvader, Abraham. Specifiek voor het christendom is het geloof dat Jezus de zoon van God is en de messias (Hebreeuws; in het Grieks christos) die voorspeld en aangekondigd werd in het Oude Testament. Het christendom is een wereldgodsdienst. De term christenen voor aanhangers van het christelijk geloof werd voor het eerst gebruikt in Antiochië,Handelingen 11:26. Gearchiveerd op 12 juni 2023. en is gebaseerd op het feit dat het geloof in Jezus Christus centraal staat in het christendom.
Gedurende de middeleeuwen zijn binnen het christendom een ‘westerse’ en een ‘oosterse’ traditie ontstaan. Tot de westerse traditie behoren het rooms-katholicisme en het daaruit ontstane protestantisme. Tot de oosterse traditie behoren enerzijds de oriëntaals-orthodoxe kerken die afstand namen van het Concilie van Chalcedon (451), de oosters-orthodoxe kerken, die ontstaan zijn na het schisma van 1054 en die theologisch nauwelijks afwijken van het rooms-katholicisme, en de oosters-katholieke kerken, die geünieerd zijn met Rome. Al deze tradities onderschrijven de canones van het Concilie van Nicea.
Geloofsinhoud thumb|Fresco van de fractio panis (het breken van het brood tijdens het Avondmaal), Capella Greca (Griekse kapel), Catacombe van Priscilla, Rome, tweede tot vijfde eeuw na Christus. Door de sterke sociale component van het christendom kon het zich beter verspreiden. Volgens de christelijke leer heeft God Zijn eniggeboren Zoon Jezus naar de wereld gezonden om de schuld van de mensheid aan God door de zondeval te verzoenen en de mensen te bevrijden van de zonde.
Christenen geloven, naar de traditie van het jodendom, in de God van Abraham, Isaak en Jakob, de 'Ik zal zijn die Ik zijn zal' (Exodus 3:14 NBV), de schepper van hemel en aarde, die transcendent en tegelijkertijd immanent is.
Verder geloven zij dat de zonde met de zondeval in de wereld is gekomen en dat ieder mens zondig is. Zij geloven ook dat de zonde een scheiding brengt tussen God en de mens, dat de enige manier om weer met God in het reine te komen het geloof is in het 'volbrachte werk van Jezus', zijn lijden en sterven aan het kruis, waarbij hij als de volmaakte mens en Zoon van God de schuld van mensen op zich nam en hen weer met God verzoende. Tot de kern van het christelijke geloof behoort ook het geloof in de lichamelijke opstanding en wedergeboorte van Jezus uit de dood, zijn hemelvaart en zijn terugkomst naar de aarde.
Het geheel van de levensverhalen over Jezus wordt ook wel het evangelie genoemd. Velen zien dit daardoor als het essentiële element van het christelijk geloof. Het evangelie bestaat uit de eerste vier Bijbelboeken van het Nieuwe Testament: Marcus, Mattheus, Lucas en Johannes. Dit zijn vier biografieën die meestal zijn opgesteld in eenvoudig Grieks, ongeveer tussen het jaar 70 en 110 na Christus. Veel geleerden menen dat de eenvoudige schrijfstijl, grote hoeveelheid overgeschreven manuscripten en sommige (archeologisch) controleerbare feiten erop kunnen duiden dat de evangeliën, afgezien van de geboorteverhalen en wonderen, deels een kern van historische waarheid bevatten., "Bewijs genoeg - Wat is er feitelijk over Jezus bekend?", Hoornaar (Gideon), 1999. .
Jezus zei volgens de evangeliën dat het belangrijkste goddelijke gebod is: Heb God lief boven alles en uw naaste (de medemens) als uzelf. Een belangrijke boodschap is dan ook het helpen van de medemens, het klaarstaan voor elkaar en het niet veroordelen van anderen om hun opvattingen, gedrag of uiterlijk.
De Rooms-Katholieke Kerk legt de nadruk niet alleen op het gezag van de Bijbel als woord van God, maar ook op de traditie. De Kerk speelt een heilsbemiddelende rol tussen God en mens. Het gebod van eenheid in het geloof vindt binnen het katholicisme uitdrukking in de taak van de hiërarchie.
De protestants-christelijke traditie benadrukt drie kernwaarden: Sola gratia (alleen door genade (van God)), Sola fide (alleen door geloof, rechtvaardiging van de mens door geloof alleen en niet door goede 'werken der wet') en Sola scriptura (alleen de Schrift, alleen het woord van God (de Bijbel)) als gezaghebbend. In de protestantse kerken bestaat geen equivalent van de paus als teken van eenheid. De rol van kerkelijke ambtsdragers is verkondigend en pastoraal, maar niet sacramenteel. Ook het belang dat gehecht wordt aan en de theologische invulling van de sacramenten is bij het protestantisme anders dan bij de rooms-katholieke kerk. Een voorbeeld is de katholieke en oosters-orthodoxe eucharistie tegenover het protestantse Heilig Avondmaal.
Op schrift gestelde geloofsbelijdenissen speelden altijd een belangrijke rol in het christendom. Er zijn in de loop der eeuwen verschillende varianten van ontstaan. De geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel wordt vooral in de rooms-katholieke kerk gebruikt. Naar het eerste woord van de Latijnse tekst ervan wordt hij daar vaak Credo genoemd. Een kortere versie ervan is de apostolische geloofsbelijdenis, ook wel Apostolicum of de Twaalf artikelen des geloofs genoemd. Deze wordt vooral in de protestantse kerken gehanteerd, hoewel daar tegenwoordig – vooral in wat meer liturgisch vormgegeven diensten – ook wel de Niceaanse geloofsbelijdenis wordt gebruikt. Daarnaast is er nog de geloofsbelijdenis van Athanasius, die veel meer nadruk legt op de drie-eenheid.
Opvattingen In alle tijden hebben verschillende theologische opvattingen bestaan over de natuur van Jezus en over de vraag hoe de Bijbelse verhalen geïnterpreteerd moeten worden.
In de Bijbel wordt onder meer het volgende over Jezus geschreven: hij werd geboren uit de maagd Maria, was verwekt door de Heilige Geest; hij leefde een zondeloos leven, genas mensen van allerlei ziekten, wekte doden op; dreef demonen uit en bedaarde stormen; veranderde water in wijn, voedde duizenden mensen met een paar broden, en sprak: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij.
Al sinds het vroegste begin van het christendom hebben diverse kerkelijke stromingen de Bijbelverhalen ook allegorisch geïnterpreteerd. De zeer strikte letterlijke lezing van de Bijbel is veeleer een typisch product van het moderne denken dat na de middeleeuwen ingang vond en zich uitte in de Reformatie. Met name sinds de opkomst van de moderne theologie in de 19e eeuw beschouwen sommigen Bijbelverhalen als symbolische verhalen, die de betekenis van de historische Jezus van Nazareth moeten onderstrepen.
Een hedendaagse opvatting benadert de Bijbel op meer manieren tegelijk. Een verhaal bevat zowel een historische waarheid als een allegorie en een symbolische betekenis. Sommige kerken hebben om die reden de hedendaagse prediking aangepast aan deze opvattingen.
De Bijbel
thumb|Traditionele Griekse kerk in Santorini Vier anonieme verslagen van Jezus' afkomst, geboorte, leven, sterven, opstanding en Hemelvaart zijn opgeschreven in de vier zogeheten evangeliën, die zijn verzameld in het Nieuwe Testament. Het latere Johannes-evangelie wijkt sterk af van de drie andere evangeliën (Marcus, Mattheüs, Lucas). De evangeliën zijn vernoemd naar volgelingen van Jezus die in de verhalen voorkomen.
Het Lucas-evangelie is mogelijk geschreven door een arts (genoemd in Brief van Paulus aan de Kolossenzen 4:14) die volgens de inleiding in opdracht van de onbekende Theofilus minder dan vijftig jaar na de dood van Jezus een onderzoek naar hem heeft uitgevoerd. Het Nieuwe Testament bevat ook de Handelingen van de Apostelen, een aantal brieven van onder meer de apostel Paulus aan verschillende christengemeenten en het sterk afwijkende profetische boek Openbaring. Naast de Bijbel bestaan er verschillende apocriefe geschriften die aan de Bijbel gerelateerd zijn. Deze zijn voornamelijk vanwege een gebrek aan historische betrouwbaarheid niet opgenomen in de Bijbel. De evangeliën kunnen net als elk ander historisch document door een historicus beoordeeld worden op betrouwbaarheid.
Het Nieuwe Testament vormt samen met het Oude Testament voor de christenen de Bijbel.
De Kerken van de Reformatie volgen sinds hun ontstaan een eigen canon van het Oude Testament. Zij erkennen niet de deuterocanonieke (apocriefe) boeken.
Geschiedenis
thumb|Jezus als goede herder, 4e eeuw, Museo Epigrafico, Rome De geschiedenis van het christendom begint, volgens de Bijbel en naar de mening van christenen, in Galilea in de dagen van Jezus van Nazareth. In wetenschappelijk-historische zin “treden de christenen de grote geschiedenis binnen” met de vermeldingen door Plinius, Tacitus en Suetonius in de jaren 110-120 na Chr.Guus van Hemert - Het vroegste christendom. 1970, Gottmer, Haarlem; pagina 15.
De directe aanleiding tot de verspreiding van het christendom vormt het geloof van de volgelingen van Jezus van Nazareth. Jezus zou de door God beloofde Messias zijn. Na Jezus’ opstanding uit de dood en zijn hemelvaart zou dit geloof aan de gehele mensheid gepredikt moeten worden. Hiertoe ondernamen de volgelingen in Judea, Samaria en Galilea en later ook daarbuiten allerlei evangelisatie- en zendingsreizen teneinde deze blijde boodschap (‘evangelie’) te verkondigen.
Aanvankelijk was het christendom slechts een van de vele religies uit het Oosten die een alternatief boden voor de eeuwenoude Grieks-Romeinse godheden. Maar in de strijd om de zielen met Osiris uit Egypte, Mithras uit Perzië en de Anatolische Cybele-cultus bleek de aantrekkingskracht van Jezus groter. Zijn leer was het meest open, zonder geheimzinnige inwijdingen. Jezus richtte zich tot iedereen zonder aanzien van ras of stand en bood het vooruitzicht op een hiernamaals dat aanvankelijk vooral aantrekkelijk was voor slaven en mensen uit de lagere rangen van de samenleving voor wie het leven op aarde vaak sombere perspectieven bood.
Door de aantrekkelijkheid van het geloof en de eenheid van het Romeinse Rijk kon het geloof snel worden verspreid. Dat had tot gevolg dat in het Romeinse Rijk het christendom in 311 werd erkend en in 381 zelfs tot staatsgodsdienst werd verheven, waarna het christendom geleidelijk in heel Europa staatsgodsdienst zou worden. Een cruciale rol in deze omwenteling speelde het beleid van keizer Constantijn de Grote, die door opeenvolgende maatregelen de rol van het christendom in het Romeinse rijk versterkte. Door het samenroepen van het eerste Concilie van Nicea versterkte hij de eenheid in de christelijke theologie, maar daarmee ook de politieke eenheid van het rijk, die gedurende een lange periode in de derde eeuw praktisch had opgehouden te bestaan.