Zéro of Zero, ook aangeduid als Service Zéro, was een Belgische clandestiene inlichtingendienst die tijdens de Duitse bezetting van België actief was. De organisatie ontstond in de zomer van 1940 rond Fernand Kerkhofs, die voor de oorlog en tijdens de eerste bezettingsmaanden werkzaam was bij de financiële groep Brufina en de Bank van Brussel.Fabrice Maerten, ‘Kerkhofs Fernand’, Belgium WWII, CegeSoma/Rijksarchief in België (geraadpleegd 22 augustus 2026). Zéro groeide uit tot een van de grote Belgische inlichtingennetwerken en verzamelde politieke, economische en militaire informatie voor de geallieerden en de Belgische autoriteiten in Londen.

Naast het eigenlijke inlichtingenwerk was Zéro tijdens de eerste bezettingsjaren betrokken bij ontsnappingshulp, clandestiene pers en sabotage-initiatieven. Vanaf 1942 werd onder invloed van de Belgische diensten in Londen een sterkere scheiding tussen deze activiteiten nagestreefd om de veiligheidsrisico's voor de inlichtingendienst te beperken. Ondanks arrestaties en opeenvolgende wisselingen in de leiding bleef het netwerk tot de bevrijding van België in 1944 functioneren.

Ontstaan Fernand Kerkhofs onderhield al vóór de Duitse inval contacten met Britse kringen. Vanaf september 1939 verstrekte hij volgens historicus Fabrice Maerten politieke, economische en financiële informatie aan Britse contacten. Na de Duitse inval van mei 1940 bouwde hij deze activiteiten uit tot een clandestiene inlichtingendienst die bekend werd als Zéro.

De eerste rekrutering vond voor een belangrijk deel plaats in de professionele en persoonlijke omgeving van Kerkhofs. Historicus Etienne Verhoeyen stelt dat Zéro aanvankelijk vooral medewerkers aantrok uit financiële en economische kringen, de journalistiek en het Brusselse juridische milieu. Zoals bij veel vroege verzetsorganisaties berustte de werving vooral op persoonlijke vertrouwensrelaties. De financiële wereld rond Brufina en de Bank van Brussel vormde daarbij een belangrijk vroeg organisatorisch milieu.

Activiteiten

Inlichtingenwerk De kerntaak van Zéro bestond uit het verzamelen en doorgeven van informatie die voor de geallieerden en de Belgische regering in ballingschap van belang kon zijn. Kerkhofs legde aanvankelijk een sterke nadruk op economische en politieke informatie. Naarmate het netwerk zich uitbreidde, omvatte de verzamelde informatie ook militaire gegevens.

Het doorgeven van inlichtingen vanuit bezet België vereiste clandestiene verbindingen met het buitenland. William Ugeux, die Kerkhofs in 1941 als leider opvolgde, vertrok in 1942 uit België. Hij kreeg vervolgens de opdracht in Zuid-Frankrijk een Belgisch commandopost op te richten die de briefwisseling van verschillende Belgische inlichtingennetwerken met Londen moest helpen centraliseren.Fabrice Maerten, ‘Ugeux William’, Belgium WWII, CegeSoma/Rijksarchief in België (geraadpleegd 22 augustus 2026). Deze verbindingen maakten deel uit van het bredere clandestiene communicatiesysteem tussen de bezette gebieden en de Belgische autoriteiten in Groot-Brittannië.

Ontsnappingshulp en sabotage In de beginperiode beperkte Zéro zich niet tot inlichtingenwerk. Kerkhofs hielp een ontsnappingsroute opzetten voor onder meer in België achtergebleven Britse militairen, Belgen die het bezette land wilden verlaten en clandestiene medewerkers die gevaar liepen te worden gearresteerd. William Ugeux was in de winter van 1940-1941 eveneens betrokken bij de evacuatie van Britse militairen naar onbezet Frankrijk.

Kerkhofs nam daarnaast initiatieven voor sabotagecellen. Dit betekende echter niet dat Zéro gedurende de gehele bezetting als sabotageorganisatie functioneerde. Verhoeyen omschrijft Zéro tot het voorjaar van 1942 als een dienst die verschillende verzetsactiviteiten combineerde: inlichtingen, ontsnappingshulp, clandestiene pers en vormen van sabotage. De Belgische autoriteiten in Londen drongen vervolgens aan op een grotere scheiding tussen deze activiteiten, omdat verbindingen tussen inlichtingenwerk en andere vormen van verzet het risico op arrestaties en het oprollen van volledige netwerken vergrootten.

Relatie met La Libre Belgique Zéro onderhield nauwe banden met de clandestiene krant La Libre Belgique. De relatie tussen beide organisaties veranderde tijdens de bezetting. De clandestiene krant was in de zomer van 1940 op initiatief van onder anderen de advocaten Robert Logelain en Paul Struye ontstaan en kan daarom niet zonder meer als een uitgave van Zéro worden beschouwd.Fabrice Maerten, ‘La Libre Belgique’, The Belgian War Press, CegeSoma/Rijksarchief in België (geraadpleegd 22 augustus 2026).

Kerkhofs leverde de krant informatie en zijn kantoor bij Brufina fungeerde als een van de plaatsen waar materiaal werd bewaard. Na arrestaties binnen de redactie in september 1941 raakten de organisaties nauwer met elkaar verweven. Nadat Kerkhofs België had moeten verlaten, stond William Ugeux zowel aan het hoofd van Zéro als van de clandestiene krant. Louise de Landsheere hielp bij de reorganisatie ervan. Vanaf februari 1942 nam Mathieu De Jonge een belangrijk deel van het werk voor La Libre Belgique over, terwijl Ugeux zich sterker op het inlichtingenwerk concentreerde. De Jonge was lid van Zéro en vervulde later belangrijke verbindingsfuncties, maar behoorde niet tot de opeenvolgende chefs van de inlichtingendienst.

Organisatie en leiding De structuur van Zéro ontwikkelde zich gedurende de bezetting. In de eerste periode liepen verschillende activiteiten en persoonlijke contacten door elkaar. Vanaf 1942 werd, mede op aandringen van Londen, meer nadruk gelegd op cloisonnement: het van elkaar afschermen van personen, groepen en activiteiten zodat een arrestatie niet automatisch tot de ontmanteling van andere delen van het netwerk zou leiden. Verhoeyen wijst erop dat de structuren van veel Belgische verzetsorganisaties in de eerste bezettingsjaren nog weinig afgebakend waren en dat vanaf 1942 duidelijker georganiseerde structuren ontstonden.

Fernand Kerkhofs leidde Zéro vanaf de oprichting tot oktober 1941. Op 21 oktober 1941 voerde de Duitse politie een operatie uit bij de Bank van Brussel. Kerkhofs en zijn medewerker Jean Moens konden aan arrestatie ontkomen, maar waren daardoor gedwongen het land te verlaten.Alain Colignon, ‘De leiders van “Zéro” en “Luc-Marc” gedwongen te vluchten’, Belgium WWII, CegeSoma/Rijksarchief in België (geraadpleegd 22 augustus 2026).

William Ugeux was voordien plaatsvervanger van Kerkhofs en nam na diens vlucht de leiding over. Hij was daarmee de tweede chef van Zéro. Nadat Ugeux in juni 1942 België verliet, werd hij opgevolgd door Albert Hachez. Daarna stonden achtereenvolgens Maxime Vanpraag en André Rostenne aan het hoofd van de dienst. Rostenne leidde het netwerk in de laatste fase van de bezetting tot aan de bevrijding.

De achtergrond van de leiding weerspiegelde gedeeltelijk de milieus waarin Zéro rekruteerde. Volgens Verhoeyen hadden de opvolgers van Kerkhofs een juridische opleiding genoten, terwijl het netwerk daarnaast sterke verbindingen had met financiële, economische, journalistieke en politieke kringen.

Omvang en bereik Het precieze aantal personen dat voor Zéro werkte is niet eenduidig vastgesteld. Een biografische bijdrage van CegeSoma over Kerkhofs spreekt van ongeveer 3.000 personen die aan de dienst zouden hebben meegewerkt. Yaëlle Van Crombrugge schat in haar studie over Zéro het aantal agenten op ongeveer 4.000. Door dit verschil in de beschikbare schattingen kan het netwerk het best worden omschreven als een organisatie met enkele duizenden medewerkers.

Zéro beschikte over verschillende onderdelen en geografisch verspreide groepen. Een voorbeeld is de Luikse afdeling 0.K.90, waarvan archiefmateriaal bij het CegeSoma en het Rijksarchief in België wordt bewaard.‘Archief van afdeling 0.K.90 (Luik) van inlichtingendienst Zéro’, CegeSoma/Rijksarchief in België (geraadpleegd 22 augustus 2026). De omvang en de contacten van het netwerk maakten Zéro tot een van de grote Belgische inlichtingendiensten van de bezetting.

Archieven en geschiedschrijving Archiefmateriaal van Zéro wordt bewaard door het CegeSoma, dat deel uitmaakt van het Rijksarchief in België. Naast een omvangrijker fonds over Zéro bewaart de instelling onder meer documenten van René Duchamps betreffende de Luikse afdeling 0.K.90. Een aanzienlijk deel van dat materiaal heeft betrekking op de periode onmiddellijk na de bevrijding, waaronder de administratieve afwikkeling van de dienst en de erkenning en ondersteuning van voormalige agenten.

Zéro is uitvoerig behandeld in de historiografie van het Belgische verzet en de clandestiene inlichtingendiensten. Etienne Verhoeyen onderzocht de ontwikkeling en sociale samenstelling van Belgische verzets- en inlichtingennetwerken. Emmanuel Debruyne behandelde de Belgische clandestiene inlichtingendiensten in zijn onderzoek naar de geheime oorlog van 1940-1944, dat voortbouwde op zijn doctoraatsonderzoek. In 2013 publiceerde historica Yaëlle Van Crombrugge een monografie die specifiek aan Zéro en zijn verbindingen met de politieke en economische elites van België was gewijd.

Literatuur

Categorie:Belgisch verzet in de Tweede Wereldoorlog