Onder de koorboeken van Frederik III van Saksen waren elf muziekhandschriften die vervaardigd waren in het atelier van Petrus Alamire. Het is de meest omvangrijke collectie muziekhandschriften uit het atelier van Alamire die ooit door een persoon of instelling is verworven. Exacte jaartallen wanneer Frederik III van Saksen (1463-1525) ieder van die koorboeken heeft verworven zijn onbekend. Het is echter duidelijk dat negen van deze manuscripten vervaardigd en verworven moeten zijn tussen 1513 en 1520. Een handschrift moet ouder zijn en kan in 1500 of iets later verworven zijn door Frederik III. Nog een ander handschrift dateert van kort voor zijn overlijden in 1525. Alle elf handschriften worden sinds 1558 bewaard in de bibliotheek die nu de Thüringer Universitäts- und Landesbibliothek is in Jena.

Er zijn in deze bibliotheek ook nog acht andere muziekhandschriften uit het bezit van Frederik III aanwezig. Deze handschriften zijn veel soberder uitgevoerd. Miniaturen en andere decoraties ontbreken. Veel van de handschriften van Alamire hadden naast muziek ook nog een politiek-ideologische component. Die ontbreekt in de andere handschriften. Deze acht zijn ook vervaardigd op papier. Tien van de elf handschriften van Alamire zijn vervaardigd op perkament. Dit artikel handelt alleen over de handschriften van Alamire.

Frederik III begon al direct na de aanvang van zijn regeerperiode in 1486 met de opbouw van een eigen hofkapel in Torgau die hem ook op zijn reizen vergezelde. Frederik III, ook wel Frederik de Wijze, was gerelateerd aan het Habsburgse- Bourgondische hof, de belangrijkste opdrachtgever voor Petrus Alamire. Hij was gerelateerd aan keizer Maximiliaan I via zijn grootmoeder Margaretha van Oostenrijk die van 1431 tot 1464 keurvorstin van Saksen was. Frederik was in dienst van Maximiliaan van 1494 tot 1498 en vergezelde Maximiliaan en zijn vrouw Bianca Maria Sforza naar de Nederlanden waar hij uitvoeringen bijwoonde van zowel de kapel van Maximiliaan als als die van Filips de Schone. In 1515 is hij opnieuw in de Nederlanden en ontmoet Margaretha van Oostenrijk, landvoogdes van de Habsburgse Nederlanden en tante van de latere keizer Karel V in Mechelen. In de jaren daarna helpt hij de verkiezing van aartshertog Karel tot Rooms koning en toekomstig keizer mogelijk te maken.

Het zijn dan ook deze relaties die hebben geleid tot het kunnen verwerven van waarschijnlijk veel van de handschriften van Alamire. Hij kende Alamire echter ook zelf. Alamire was in de periode 1517-1520 enkele malen in Wittenberg waar Frederik III een nieuwe slotkerk had laten bouwen. Aan deze kerk zou Maarten Luther op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen op de deur van de kerk vastspijkeren. Frederik III kan dus ook enkele koorboeken zelf besteld hebben bij Alamire.

Korte beschrijving van de elf koorboeken

Jena U 2 Dit handschrift werd in de periode 1512-1518 vervaardigd. Het bevat in totaal zeven missen. Twee daarvan zijn van Pierre de la Rue, de favoriete componist van het Bourgondisch-Habsburgse hof. De la Rue is ook de componist waarvan de meeste composities zijn opgenomen in de handschriften van Alamire. De andere vijf missen zijn van Matthaeus Pipelare, Jean Mouton, Antoine de Févin, Noel Bauldewey en Mathieu Gascongne. Jena U 3 Het is niet duidelijk of dit handschrift een gift was of zelf door Frederik III was besteld. Wel is duidelijk dat dit handschrift in de periode eind 1518- voor 1521 werd vervaardigd. Het bevat acht missen, waarvan er vijf composities zijn van Josquin des Prez. De overige zijn van Loyset Compère, Jean Mouton en Antoine de Févin. Dit is een van de weinige handschriften van het atelier van Alamire met een relatief aanzienlijk aantal missen van Josquin des Prez. Een daarvan is een eerbetuiging aan Frederik III. Componisten gebruikten nogal eens hetzelfde werk voor meerdere opdrachtgevers. Een eerdere compositie van Josquin des Prez was door hem oorspronkelijk geschreven voor Ercole I d'Este, de hertog van Ferrara en had als titel Hercules dux Ferrara. In het koorboek voor Philips de Schone kreeg die compositie de titel Philippus rex Castillie. In Jena U3 kreeg die compositie de naam Fridericus dux Saxsonie. Een dergelijke wijziging van namen in reeds bestaande composities komt ook voor in het Koninklijk koorboek van Hendrik VIII. Jena U 4 Dit handschrift bevat twaalf composities. Dit zijn negen missen, een kyrie en twee credo's. Zeven composities zijn van de La Rue. Twee zijn van Jean Mouton. De overige zijn van Matthaeus Pipelare, Antoine de Févin en Mathurin Forestier. Dit handschrift is het meest omvangrijke van alle 51 bewaard gebleven handschriften uit het atelier van Alamire. Het is met afmetingen van 78x55 cm het grootste en met een gewicht van 25 kilo ook het zwaarste.

Dit koorboek was mogelijk oorspronkelijk bedoeld als een gift van Maximiliaan I aan koning Hendrik VIII van Engeland. De jongste zus van Henry VIII, Maria Tudor, was al sinds 1507 verloofd met de latere Karel V, het kleinkind van Maximiliaan. In 1513 sloot Maximiliaan zich aan bij de Heilige Liga waarin de paus, Engeland en Spanje zich al hadden verenigd in een strijd tegen Frankrijk. Na de nederlaag van de Franse koning Lodewijk XII ontstaat er onenigheid tussen Henry VIII en Maximiliaan als Henry zich weer verzoent met de Franse koning. Als gevolg daarvan wordt de verloving tussen Mary Tudor en Karel V verbroken. Na het overlijden van Anna van Bretagne komt een huwelijk tot stand tussen Lodewijk XII en Mary Tudor. Waarschijnlijk heeft hierop Maximiliaan besloten dit handschrift naar Frederik III te zenden. Een overweging daarbij was dat Frederik III benaderd zou zijn door paus Leo X om in de naderende verkiezing tot Rooms koning en toekomstig keizer een tegenkandidaat van aartshertog Karel te steunen. Jena U 5 Dit handschrift moet vervaardigd zijn in de periode 1513-1521. Het bevat vijf missen van de la Rue en een requiem van Antoine de Févin. In het gehele oeuvre van Alamire komt een requiem maar drie maal voor. In al die gevallen is de opname van een requiem waarschijnlijk gerelateerd aan het overlijden van een dierbare van de opdrachtgever van het manuscript. In dit geval zou dat het overlijden van de jongere broer van Frederik III, Ernst II van Saksen kunnen zijn. Hij was van 1476 tot aan zijn dood aartsbisschop van Maagdenburg en van 1480 tot aan zijn dood in 1513 diocesaan administrator van het prinsbisdom Halberstadt. Er is een tweede mogelijke reden voor het opnemen van het requiem. Dat is het overlijden van Maximiliaan I in 1519. Er vonden in iedere kerk in Saksen herdenkingsdiensten plaats, alle vormen van amusement waren enige tijd geheel verboden en Frederik III droeg langdurig rouwkleding. Opname van een requiem in een besteld handschrift zou hierin passen. Jena U 7 Dit handschrift moet rond 1516 vervaardigd zijn. Het bevat 7 missen, waarvan drie van de la Rue. De overige zijn van Josquin des Prez, Johannes Prioris, Antoine de Févin, Antonius Divitis. Dit handschrift is in ernstige mate gevandaliseerd. Een aantal folia met ongetwijfeld miniaturen zijn uit het handschrift verwijderd. Er resteert van de decoraties nog slechts het wapenschild van Maximiliaan I en zijn motto Halt Mas. Dit handschrift is vermoedelijk een geschenk van Maximiliaan aan Frederik III geweest.

Jena U 8 Dit handschrift is vervaardigd in de periode 1517-1520. Het bevat zes missen en twee credo's. Er zijn drie composities van Bauldeweyn, twee van de la Rue en verder van Nicolas Liégeois en Jean Mouton. Een compositie is anoniem gebleven. Het is een van de meer bescheiden handschriften uit het oeuvre van Alamire. Het bevat buiten een wapenschild en een geschilderd initiaal geen decoraraties. Jena U 9 Dit handschrift moet rond 1515, 1516 vervaardigd zijn. Het bevat slechts twee composities. Een mis van de Engelse componist Robert Fayrfax en een fragment van een motet van een anoniem gebleven maar ook Engelse componist. Dit is een opmerkelijk handschrift . Het heeft niet alleen slechts twee composities maar ook nog van Engelse componisten. Fayrfax was een favoriet van zowel Hendrik VII als Hendrik VIII. Engelse muziek was in deze periode op het continent nauwelijks bekend. In Engeland werd in deze periode ook nog de zwarte mensurale notatie gehanteerd die op het continent al zeker ruim een halve eeuw niet meer gebruikt werd. Er zijn vijf Engelse bronnen voor dezelfde mis van Fayrfax als die in dit handschrift. In al die bronnen wordt de zwarte notatie nog gebruikt, terwijl in dit handschrift de mis in de op het continent gebruikelijke witte notatie is geschreven. Het is niet duidelijk waarom Engelse muziek nu in Mechelen zou moeten worden geschreven. De kwaliteit van het atelier van Alamire was echter superieur aan de in Engeland geproduceerde handschriften van muziek van Fayrfax. Er zijn veronderstellingen te maken hoe dit handschrift in de verzameling van Frederik III terecht kwam. Gezien het feit, dat ook niet bekend is wie de oorspronkelijke opdrachtgever voor dit handschrift is blijven dat speculaties. Het is wel mogelijk dat dit een handschrift is dat nog verre van compleet was en door eveneens onbekende redenen ook nooit voltooid is. Jena U 12 Dit handschrift moet tussen 1518 en 1520 vervaardigd zijn. Het bevat zeven missen en een requiem. Van deze acht composities zijn er zeven van Pierre de la Rue. Een van de composities is anoniem, maar waarschijnlijk ook van de la Rue. Dit handschrift heeft veel overeenkomsten met het handchrift Jena U 3. De afmetingen van beide handschriften zijn vrijwel gelijk. Zij werden gekopieerd door dezelfde scribent. De geschilderde initialen en de kalligrafie zijn vrijwel identiek. Ook uit dit handschrift zijn een aantal folia verwijderd. Dezelfde kunstenaar schilderde ook miniaturen voor beide handschriften. Beide handschriften waren ook duidelijk bestemd voor Frederik III. Van het totale oeuvre van 51 bewaard gebleven handschriften van Alamire is Jena U 12 een van de zes handschriften die geheel bestaat uit het werk van de la Rue. De overige vijf handschriften werden ook in min of meer dezelfde periode vervaardigd. Het atelier van Alamire begon in deze periode vanaf 1516 handschriften te vullen met de missen van de favoriete componist van het Bourgondisch-Habsburgse hof. Het atelier anticipeerde hiermee op het minder actief worden van de componist. Na het overlijden van de la Rue in 1518 ging men hiermee door. Jena U 12 zou een van deze postume handschriften kunnen zijn.

Jena U 20 Dit handschrift is vervaardigd na 1512. Het bevat negentien magnificats. Vijf zijn gecomponeerd door de la Rue, twee door Mouton, Fevin, Prioris en Divitis. Overige componisten zijn Antoine de Févin, Antonius Divitis, Pipelare, Remiger, Compère en Gascongne. Dit handschrift was besteld voor de kapel van Frederik III die ook de opdrachtgever voor dit handschrift was. Dit verder sober uitgevoerde handschrift heeft als enige illustratie het wapenschild van Frederik III gecombineerd met zijn persoonlijk motto Tant que je puis. (Zolang ik kan). Het is het enige handschrift in het gehele oeuvre van Alamire dat geheel uit Magnificats bestaat. Dit boek is waarschijnlijk besteld om ook echt gebruikt te worden in de dagelijkse diensten van de vespers. Jena U 21