Het bont rouwkorstje (Tomentella punicea) is een schimmel uit de familie Thelephoraceae. De soort vormt ectomycorrhiza met bomen. De dunne, korstvormige vruchtlichamen kunnen daarbij op dood hout, schors, strooisel en ander plantaardig materiaal worden gevormd.
Taxonomie De soort werd in 1805 door Johannes Baptista von Albertini en Lewis David de Schweinitz beschreven als Thelephora punicea. Joseph Schröter plaatste de soort later in het geslacht Tomentella onder de naam Tomentella punicea.
Tot de synoniemen behoren onder andere Corticium puniceum, Hypochnus puniceus, Tomentella granulosa en Tomentella rubiginosa.
In een taxonomische studie uit 2024 stelden Kõljalg, Saar en Svantesson voor om het geslacht Tomentella op grond van fylogenetische verwantschappen samen te voegen met Thelephora. Volgens deze indeling wordt het bont rouwkorstje tot Thelephora gerekend. Species Fungorum behandelt Tomentella punicea vooralsnog als de geaccepteerde naam.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Het vruchtlichaam is resupinaat, korstvormig en uitgespreid over het substraat. Het kan tot ongeveer 1 mm dik worden en is gewoonlijk spinnenwebachtig tot viltig of vliezig. Het vruchtlichaam kan ten minste gedeeltelijk van het substraat worden losgemaakt.
Het sporenvormende oppervlak (hymenofoor) is fijn korrelig en varieert van geelbruin en olijfbruin tot bruin met roodachtige of groenachtige tinten. De rand is meestal lichter, geelbruin tot roestbruin en fijn spinnenwebachtig, viltig of gefranjerd. In het subiculum en langs de rand zijn vaak duidelijke rhizomorfen aanwezig.
Microscopische kenmerken Het hyfensysteem van het vruchtlichaam bestaat hoofdzakelijk uit generatieve hyfen. Deze zijn kleurloos tot licht geelbruin en hebben overwegend gespen aan de primaire septen. In de rhizomorfen komen daarnaast dikwandiger, skeletachtig ontwikkelde hyfen voor. De rhizomorfen kunnen daardoor plaatselijk een di- tot trimitische bouw vertonen.
Cystiden ontbreken. De basidia zijn smal knotsvormig tot vrijwel cilindrisch, enigszins gebogen en meten ongeveer (35–)40–50(–60) × 6–8 µm. Ze hebben een gesp aan de basis en dragen meestal vier sterigmata.
De basidiosporen hebben een karakteristieke onregelmatige, gelobde omtrek. In vooraanzicht zijn ze meestal drielobbig en in zijaanzicht vaak tweelobbig. Ze meten ongeveer 5–7 × 4–5 µm groot. Key of European species of Tomentella. De sporenwand is geelachtig tot geelbruin en bezet met stekeltjes tot ongeveer 1–1,2 µm lang. Deze combinatie van gelobde, stekelige sporen, de korrelige hymenofoor en de aanwezige rhizomorfen is belangrijk voor de determinatie.
Ecologie Het bont rouwkorstje is een ectomycorrhizavormende soort. Moleculair en experimenteel onderzoek heeft de soort onder andere aangetoond op ectomycorrhizale wortelpunten van beuk (Fagus sylvatica). Ook is de soort aangetroffen in ectomycorrhizale gemeenschappen van eiken (Quercus).
De vruchtlichamen worden echter vaak aangetroffen op de onderzijde van dood hout, schors en plantenresten. Dat substraat hoeft daarom niet de voedselbron van de schimmel te zijn; het kan slechts dienen als ondergrond waarop het vruchtlichaam wordt gevormd.
Verspreiding Tomentella punicea is uit verschillende delen van Europa en Noord-Amerika bekend en is daarnaast gemeld uit onder andere Australië en Nieuw-Zeeland.
In Nederland komt het bont rouwkorstje zeer zeldzaam voor. De soort is opgenomen in de verspreidingsgegevens van de Nederlandse Mycologische Vereniging en de NDFF.
Categorie:Thelephoraceae Categorie:Schimmelsoort