thumb|Cultuurlandschap rond Woolde in Twente thumb|Natuurlandschap in de Gusevkrater op Mars gefotografeerd door Mars Exploration Rover-A. thumb|Gevarieerd natuur-/cultuurlandschap met Mount Murresse, Gurúè (provincie Zambezia), noordelijk Mozambique. thumb|Herfstlandschap thumb|Winterlandschap Landschap is in de geografie een uitgestrekt stuk land dat zich als een zelfstandig geheel onderscheidt van aangrenzende gebieden.In sommige definities legt men nadruk op de menselijke factor en in vrijwel alle definities doelt men op gebieden op Aarde. Men spreekt van woestijnlandschap, landschap op Antarctica, Marslandschap, Maanlandschap, landschap op Titan (maan) dus van een aardse regio noch van menselijk leven hoeft per se sprake te zijn. Het woordenboek Van Dale ( 9e druk 1970) geeft drie definities die neerkomen op een gebied dat men in een blik overziet, in geografische zin een deel van het aardoppervlak dat zich van aangrenzende delen als een zelfstandig geheel onderscheidt in grondstoffen, bewoning enzovoorts. een schilderstuk (historisch) gewest Er bestaan verschillende definities van landschap, zowel in de wetenschappelijke als in de beleidsliteratuur.

Definities en betekenissen Verschillende definities van landschap zijn: het geheel van geologische, biologische en cultuurhistorische elementen in een gegeven gebied, die in één keer zichtbaar zijn, ofwel het "totaalbeeld van de aan de aardoppervlakte waarneembare verschijnselen".Visscher 1975, dl. 1, p. 15 een "gebied zoals dat door mensen wordt waargenomen, en waarvan het karakter bepaald wordt door natuurlijke en/of menselijke factoren en de interactie daartussen".Definitie van de Raad van Europa, zoals geciteerd bij Bouma 2008, p. 9f.; zie ook landschap als ecosysteem: een "complex van relatiestelsels, tezamen een herkenbaar deel van het terrestrisch aardoppervlak vormend, dat gemaakt is, en in stand wordt gehouden door de wisselwerkingen tussen de levende en de niet-levende natuur, inclusief de mens".Schroevers, P.J. - Landschapstaal; een stelsel van basisbegrippen voor de landschapsecologie, uitg. Pudoc, Wageningen 1982; geciteerd bij Lenders e.a. 1997, p. 147 In bovenstaande definities gaat het respectievelijk om de zichtbare elementen van de omgeving of het totaalbeeld, een bepaalde regio of het gebied, fysische en biologische processen en menselijke activiteiten, plus de relaties tussen deze elementen, of het systeem, en de resultante hiervan: het patroon.

Buiten de geografie zijn ook andere definities in zwang die het begrip landschap als omgeving beschouwen, dan wel de nadruk op de menselijke perceptie leggen, zoals in de geesteswetenschappen. De toepassing van de geografische betekenis van landschap beperkte zich aanvankelijk tot aardse regio's, maar strekt zich met de opkomst van de ruimtevaart ook uit tot plaatsen als de maan of Mars. Maanlandschap en marslandschap zijn ingeburgerde termen. Het landschap wordt bestudeerd door uiteenlopende wetenschappelijke disciplines als de fysische geografie, landschapsecologie, landschapskunde, landschapsarchitectuur, planologie en planetologie. En wanneer het gaat om niet-geografische betekenissen ook door bijvoorbeeld de omgevingspsychologie, kunstgeschiedenis, filosofie en wetenschapsleer.

De term "landschap" betekent ook bestuurlijke eenheid of een organisatie die een gebied bestuurt of beheert. Organisaties zoals de Provinciale Landschappen houden zich met beheer en bescherming van het Nederlandse landschap bezig.

thumb|Cultuurlandschap bij de Tiendweg, Oudewater

Totaalbeeld Landschap kan men definiëren als "het totaalbeeld dat de aan de aardoppervlakte waarneembare verschijnselen te zien geven". De kenmerken van het landschap of de natuurlijke gesteldheid van het landschap worden in de allereerste plaats bepaald door natuurlijke processen.

Onder invloed van menselijk optreden, zoals ontwateren, ontsluiten, perceleren, kappen, beweiden, afplaggen, afbranden, ploegen en bemesten, verandert het landschap sterk van karakter. Dit wordt de cultuurlijke gesteldheid van het landschap genoemd. Het ontstaan en voortbestaan van heidelandschap is daarvan een bekend voorbeeld.

Een eerste indeling van landschappen is: natuurlandschap: een landschap zonder, of met weinig menselijke invloed. Het gaat dan om landschap dat niet in cultuur is gebracht, dus zonder infrastructuur, zonder perceelscheidingen en zonder ontwatering. Natuurlandschap ordent en handhaaft zichzelf. Het is al of niet beïnvloed door menselijk handelen, maar niet met het oog op het vervullen van enige menselijke behoefte. Jagende en verzamelende volken hebben gewoonlijk een nauwelijks waarneembare invloed. cultuurlandschap: landschap dat dominante sporen van menselijke activiteit vertoont door aanleg van infrastructuur, perceelscheidingen en ontwatering en zo is aangepast aan het menselijk gebruik, zoals de akker- en weidelandschappen.Voorbeelden van de meest extreme vormen van cultuurlandschap zijn het stedelijke landschap en het industrieel landschap. Dergelijke landschappen bevatten evengoed nog veel natuurlijke elementen, bijvoorbeeld zich spontaan vestigende planten en dieren. Het halfnatuurlijk landschap bevindt zich op de geleidelijke schaal tussen natuur- en cultuurlandschap: het is een landschap waarin het vegetatiepatroon niet grotendeels door mensen bepaald wordt, maar dat wel in wisselwerking met de mens is ontstaan en afhankelijk is van menselijk ingrijpen.

Gebied De Raad van Europa definieert het begrip "landschap" als: "een gebied zoals dat door mensen wordt waargenomen en waarvan het karakter bepaald wordt door natuurlijke en/of menselijke factoren en de interactie daartussen". De definitie volgens de Europese Landschapsconventie luidt: "Landschap is een gebied, zoals door mensen waargenomen, waarvan het karakter bepaald wordt door de actie (werking) en interactie van natuurlijke en menselijke factoren".prof. dr. J.H.F. Bloemers (UvA) in het Verslag "groene vingers" van het Architectuurcentrum Amsterdam (2007), p. 2. Gearchiveerd op 25 juli 2021.

Systeem thumb|Vlakte van Crau, 1888. Cultuurlandschap. Een van de vele werken die Vincent van Gogh in 1888-1889 wijdde aan dit gebied bij Arles. Olieverf, Van Gogh Museum, Amsterdam. thumb|Vlakte van Crau bij Arles gezien vanaf Montmajour, Vincent van Gogh. Cultuurlandschap. Potlood, pen en inkt, 1889. Van Gogh Museum, Amsterdam. Volgens de "Atlas van Nederland"Piket e.a. 1987, p. 3 kwam al in de 17e eeuw de opvatting voor van landschap als regio, gebied, maar ziet men tegenwoordig landschap ook als systeem. "Legt men daarbij de nadruk op de daarin optredende materiaal- en energiehuishouding, dan is de beschouwingswijze geocentrisch. Ziet men het landschap als leefmilieu van levensgemeenschappen, dan is deze biocentrisch. En ze is antropocentrisch als men het landschap beziet als leefmilieu van de mens." Uitdrukkelijk wordt gesteld dat "voor een goed landschapsbegrip (...) de schaal van beschouwing van belang (is). De omlijning van landschappen berust op terreinbestanddelen die topografisch karteerbaar zijn, vooral op een schaal tussen 1:5.000 en 1:50.000. Door samenvoeging tot grotere eenheden kunnen landschappen echter ook op kleinere schaal worden weergegeven."

In dit verband wordt naar het werk van Vincent van Gogh verwezen, een "schilder met een diep inzicht in het landschap", die bijvoorbeeld in 1888 van La Crau bij de Rhônedelta een "objectief-geografische weergave" tekende met landschapselementen die ook op topografische kaarten worden gehanteerd. Van Gogh noemt als kenmerken van het landschap "oneindigheid en eeuwigheid". Het landschap is een continuüm "dat zich voordoet op alle continenten van kust tot kust. Natuurlandschappen geven vaak de indruk van 'eeuwigheid', doordat ze eeuwenlang 'onveranderd' kunnen voortbestaan, ondanks het onafgebroken proces van opbouw en afbraak. Ook cultuurlandschappen konden, dankzij tradities, eeuwenlang nagenoeg onveranderd blijven, maar door het allengs toegenomen ingrijpen van de mens werd verandering eerder regel dan uitzondering. Het landschap zoals wij dat thans kennen is van dit alles het resultaat, maar niet het uiteindelijke. Immers, afbraak en opbouw blijven elkaar afwisselen."

thumb|Cultuurlandschap in Zuid-Limburg. De Gulp bij Slenaken. De vier werkingssferen die in meer of mindere mate het (huidige Nederlandse) landschap bepalen zijn volgens de "Atlas": de atmosfeer, de lithosfeer, de hydrosfeer en de biosfeer. "Ze zijn nauw met elkaar en met de werkingssfeer van de mens verbonden. Ook de bodem wordt wel als een werkingssfeer, 'pedosfeer', aangeduid. Er is sprake van een zekere rangorde van (on-)afhankelijkheid"Piket e.a. 1987, p. 8 en van de mate waarin de mens deze sferen kan beïnvloeden.

Schroevers definieert in dit verband een landschap als "een relatiestelsel dat is ontstaan en in stand gehouden door een samenstel der werkingssferen en dat een door zijn uiterlijke verschijningsvorm te onderscheiden deel van de terrestrische ruimte is".Schroevers 1982, geciteerd op de site van "cultuurhistorisch (landschaps-)beheer"

Op een bepaalde plaats vormen de genoemde componenten van het landschap "een functionele eenheid, een relatiestelsel. In de ecologie (...) worden deze eenheden ecosystemen genoemd. Voor concrete ruimtelijk afgrensbare ecosystemen die op landschapsschaal zijn te onderscheiden, wordt wel de term ecotoop of landschapselement gebruikt. Het landschap is nu te beschouwen als een geografische eenheid die bestaat uit een complex van ecotopen, waartussen velerlei relaties bestaan en die tezamen ook een functionele eenheid vormen. Zo is het landschap op zijn beurt een ecologisch systeem van grotere omvang".Piket e.a. 1987, p. 15

Patroon Een andere manier om het landschap te definiëren is om het op te vatten "als een patroon dat het resultaat is van een bepaalde landschapsgenese. Wanneer sprake is van een historische invloed van de mens op die genese, komt de cultuurhistorische benadering van het landschap in beeld.".Lenders e.a. 1997, p. 147

Wetenschappen Fysische geografie BerendsenBerendsen 2005, p. 1f stelt dat het studieobject van de fysische geografie het landschap is, en de factoren die in dit landschap van betekenis zijn. Alhoewel er (in Nederland) sprake is van een cultuurlandschap spelen fysische factoren nog steeds een belangrijke rol. In het verleden kwam het nogal eens voor dat bij de inrichting van het cultuurlandschap de natuurlijke omstandigheden werden genegeerd. Dat heeft op sommige plaatsen geleid tot het verloren gaan van eeuwenoude cultuurlandschappen en tot buitengewoon saaie landschappen. Bovendien waren de kosten vaak aanzienlijk groter dan wanneer gekozen zou zijn voor een aanpassing aan de natuur, waarbij zo goed mogelijk gebruik wordt gemaakt van de verschillen die al in het landschap aanwezig zijn.

Berendsen stelt dat in de fysische geografie de term landschap doorgaans wordt gebruikt om de totaliteit van een gebied aan te duiden, zoals die bepaald wordt door de onderlinge samenhangen tussen de landschapsfactoren gesteente, reliëf, klimaat, bodem, water, lucht, planten, dieren en mensen. Hij definieert vervolgens een landschap als: "een deel van het aardoppervlak, dat functioneert als een geïntegreerd geheel, waarbinnen statische zowel als dynamische evenwichten zich voordoen tussen de componenten die het landschap vormen. Het landschap is het resultaat van een ontwikkelingsgang (een genetische successiereeks) en het heeft zijn uiterlijke verschijning in het landschapsbeeld (datgene dat men ziet aan patronen, vormen, ruimten en proporties; de fysiognomie). " Terwijl in de "Atlas van Nederland" het belang van de schaal wordt benadrukt, stelt Berendsen dat "landschap (...) een schaalloos begrip (is), een ruimtelijke eenheid", gekenmerkt door: uiterlijk (de fysiognomie) structuur (patroon en sequentie), bijvoorbeeld een bepaalde opeenvolging van bodemtypen van hoog naar laag dynamiek (verandering in een landschap)