Indonesische literatuur heeft drie mogelijke betekenissen:
Literatuur geschreven in de Indonesische Archipel Literatuur geschreven in het Maleis, de taal waaruit het Indonesisch ontstaan is Literatuur geschreven in het Indonesisch Bij deze laatste is het belangrijk op te merken dat er nog steeds vele dialecten te vinden zijn die een vorm zijn van het Indonesisch.
Omdat in de Aziatische cultuur vele verhalen nog steeds mondeling worden doorgegeven, rijst bij sommige taalkundigen de vraag of deze mondelinge overleveringen ook moeten worden opgenomen in bovenstaande lijst.
Dit artikel handelt enkel over de genoemde drie vormen, die alle geschreven zijn.
Moeilijk onderscheid Het aantal talen dat in de Indische Archipel gesproken wordt, is erg groot (meer dan 1000 verschillende talen). Het is daarom onmogelijk om al deze literaire vertakkingen te bespreken in een enkel artikel. Aangezien het idee van een Indonesische officiële taal slechts in de jaren 1920 is opgekomen, zal dit artikel zich voornamelijk richten op de evoluties in de twintigste eeuw.
Wanneer we dan de Indonesische literatuur willen beschrijven, worden we opnieuw met enkele problemen geconfronteerd: Het onderscheid tussen Maleis en Indonesisch is er moeilijk te zien. Zelfs in de jaren 30, terwijl het Indonesische als officiële landstaal al enige tijd in ontwikkeling was, bleef het Maleis de lingua franca van de hele Indische Archipel. Het Indonesisch werd dus ook voortdurend beïnvloed door het Maleis en zodoende is het vaak moeilijk te zien waar het Maleis stopt en het Indonesisch begint. Bovendien is het ook onmogelijk om de evolutie van Indonesische literatuur te bestuderen zonder een studie van het oudere Maleis en haar traditie. Wederzijdse invloed van andere dialecten en hun literatuur. Een verhaal dat voorkomt in het Indonesisch, kan ook in een andere Maleise talen voorkomen (vaak met lichte variaties wat inhoud betreft) Dit is heel vaak het geval bij verhalen die lange tijd mondeling zijn overgeleverd. Het onderscheid tussen mondelinge en schriftelijke literatuur blijkt niet altijd zo duidelijk als men zou verwachten.
Overzicht In haar vroege geschiedenis was Indonesië de smeltkroes van zeelui uit China, India, Europa en het Midden-Oosten. Tussen 1600 en 1942 was het land een kolonie van Nederland, van 1942 tot 1945 was het een kolonie van Japan. De Indonesische literatuur werd erg beïnvloed door al die andere culturen, voornamelijk door India, Perzië en China; meer recent ook nog door West-Europa. Desondanks zijn unieke kenmerken van de Indonesische literaire tradities bewaard gebleven en dat maakt de Indonesische literatuur tot een aparte strekking.
We kunnen deze strekking verdelen in enkele periodes:
Punjangga Lama, wat zoveel betekent als literatuur van de oudste tijden. Dit zijn traditionele literaire werken. Sastra Melayu Lama, de oude Maleise literatuur. Angkatan Balai Pustaka, de Generatie van het Koloniale Bureau voor Volksliteratuur (vanaf 1908) Pujangga Baru, literatuur van de nieuwere tijden. (vanaf 1933) Angkatan '45, de Generatie van 1945. Angkatan '50-an, de Generatie van de jaren 50. Angkatan '66-'70-an, de Generatie van '66 en de jaren 70. Dasawarsa '80-an: het Decennium van de jaren 80. Angkatan Reformasi, het tijdperk dat aanbrak net het vertrek van Soeharto, een tijdperk van hervormingen.
Het is belangrijk dat we beseffen dat vele van bovenstaande bewegingen elkaar in tijd overlappen. Zo werd de oude Maleise literatuur nog geschreven tot een heel eind in de twintigste eeuw en Pujangga Baru was ook nog populair nadat de Generatie van de jaren 50 zich op het literaire toneel getoond had.
Traditionele literatuur: Pujangga Lama Deze strekking vindt haar oorsprong in de Maleise literatuur en ze is daardoor nog erg lang beïnvloed. Het grootste deel van de Pujangga Lama (wat letterlijk 'de oude dichters' betekent) moet geschreven zijn tussen de aankomst van de moslims, maar nog voor het begin van de twintigste eeuw. Daarvoor bestond echter ongetwijfeld een levendige mondelinge overlevering.
Genres In de geschreven poëzie en proza kunnen we enkele traditionele genres terugvinden die in deze strekking overheersen: syair: traditionele narratieve poëzie. pantun: kwatrijn. gurindam: kort aforisme. hikayat: sprookjes, fabels en andere soortgelijke verhalen. babad: kroniek en andere verhalen.
Werken Voorbeelden van werken uit deze genres: syair Syair Bidasari, Syair Ken Tambuhan, Syair Raja Mambang Jauhari, Syair Raja Siak pantun Terang Bulan hikayat Hikayat Abdullah, Hikayat Andaken Penurat, Hikayat Bayan Budiman, Hikayat Djahidin, Hikayat Hang Tuah, Hikayat Kadirun, Hikayat Kalila dan Damina, Hikayat Masydulhak, Hikayat Pelanduk Jinaka, Hikayat Pandja Tanderan, Hikayat Putri Djohar Manikam, Hikayat Tjendera Hasan, Tsahibul Hikayat. babad Sejarah Melayu.
1870-1942, Sastra Melayu Lama De werken van deze periode waren voornamelijk populair bij de inwoners van Sumatra (met onder meer Langkat, Tapanuli, Padang), Chinezen en Indo-Europeanen. De vroegste werken bestonden in de eerste plaats uit syair, hikayat en vertalingen van Westerse romans. Enkele voorbeelden hiervan:
Robinson Crusoe (vertaling) Lawan-lawan Merah De reis om de wereld in tachtig dagen (Mengelilingi Bumi dalam 80 hari) (vertaling) De Graaf van Monte Cristo (vertaling) Kapten Flamberger (vertaling) Rocambole (vertaling) Nyai Dasima van G. Francis Bunga Rampai van A.F van Dewall Kisah Perjalanan Nakhoda Bontekoe Kisah Pelayaran ke Pulau Kalimantan Kisah Pelayaran ke Makassar dan lain-lainnya Cerita Siti Aisyah van H.F.R Kommer Cerita Nyi Paina Cerita Nyai Sarikem Cerita Nyonya Kong Hong Nio Nona Leonie Warna Sari Melayu van Kat S.J. Cerita Si Conat van F.D.J. Pangemanan Cerita Rossina Nyai Isah van F. Wiggers Drama Raden Bei Surioretno Syair Java Bank Dirampok Lo Fen Kui van Gouw Peng Liang Cerita Oey See van Thio Tjin Boen Tambahsia Busono van R.M.Tirto Adhi Soerjo Nyai Permana Hikayat Siti Mariah van Hadji Moekti
Angkatan Balai Pustaka Pogingen om de eenheid te verstevigen Tot de twintigste eeuw was er een grote etnische en linguïstische verscheidenheid binnen de archipel. De Maleise literatuur leunde sterk aan bij die van de buren, van het Batak in het westen tot Moluks in het oosten. Hoewel Maleis als lingua franca werd gebruikt, kon het niet worden beschouwd als een officiële landstaal.
Aan het begin van de twintigste eeuw tekenden zich echter verschillen af. Vooral bij de hoger opgeleide elite ontstonden sterk nationalistische gevoelens. De Nederlandse kolonisten, op hun beurt, lieten dit gevoel groeien en lieten meer vrijheden toe. Indonesische onafhankelijkheid stond echter nog niet in hun woordenboek. Een derde factor is de opkomst van de krant: eerst in het Chinees, vervolgens ook in het Maleis.
Commissie voor de Volkslectuur Opvoeding, communicatie, nationalisme: al deze factoren droegen bij tot het ontstaan van een eigen Indonesische literatuur. De Nederlanders wilden hun kans grijpen en deze krachten bundelen, kritiek op de kolonisatie in de kiem smoren en mensen opvoeden naar hun eigen wens. Daarom werd op 22 september 1917 de Commissie voor de Volkslectuur opgericht, een door de staat gecontroleerde uitgeverij. Behalve kritiek op het politieke gebeuren bande de overheid op deze manier ook alle inhouden die zouden kunnen aansporen tot ongehoord gedrag. Zo mocht een boek waar over een echtscheiding geschreven werd ook niet uitgegeven worden.
Om de indoctrinatie compleet te maken, werden her en der (school)bibliotheken opgericht waar Nederlandse werken te vinden waren, alsook vertalingen van wereldliteratuur. De werken werden ook gepubliceerd in hoog-Maleis, Javaans en Soendanees, af en toe zelfs in Balinees, Batak of Madoerees.
De eerste Indonesische roman Het was in deze periode dat de Indonesische literatuur gedomineerd werd door fictie en Westers drama en poëzie. Die stijl won langzaamaan aan armlengte ten koste van de traditionele syair, gurindam, pantun en hikayat. Merari Siregars Azab dan Sengsara was de eerste moderne roman die in het Indonesisch verscheen en daarmee werd een breuklijn gevormd tussen de Maleise, romantische traditie. Het boek was niet meteen een grote hit, het was namelijk een nogal zwart-wit weergave van de maatschappij en het verhaal richt zich specifiek en persoonlijk aan de lezer. Desalniettemin was het de eerste roman die ook alledaagse problemen aansneed (zoals bijvoorbeeld gedwongen huwelijk).
Auteurs en werken van de Balai Pustaka Merari Siregar Azab dan Sengsara: kissah kehidoepan seorang gadis (1921) Binasa kerna gadis Priangan! (1931) Tjinta dan Hawa Nafsu Marah Roesli Siti Nurbaya La Hami Anak dan Kemenakan Nur Sutan Iskandar Apa Dayaku Karena Aku Seorang Perempuan Hulubalang Raja (1961) Karena Mentua (1978) Katak Hendak Menjadi Lembu (1935) Abdul Muis Pertemuan Djodoh (1964) Salah Asuhan Surapati (1950) Tulis Sutan Sati Sengsara Membawa Nikmat (1928) Tak Disangka Tak Membalas Guna Memutuskan Pertalian (1978) Aman Datuk Madjoindo Menebus Dosa (1964) Si Tjebol Rindoekan Boelan (1934) Sampaikan Salamku Kepadanya Suman Hs. Kasih Ta' Terlarai (1961) Mentjari Pentjuri Anak Perawan (1957) Pertjobaan Setia (1940) Djamaluddin Adinegoro Darah Muda Asmara Jaya Sutan Takdir Alisjahbana Tak Putus Dirundung Malang Dian jang Tak Kundjung Padam (1948) Anak Perawan Di Sarang Penjamun (1963) Hamka Di Bawah Lindungan Ka'bah (1938) Tenggelamnya Kapal van der Wijck (1957) Tuan Direktur (1950) Didalam Lembah Kehidoepan (1940) Anak Agung Pandji Tisna Ni Rawit Ceti Penjual Orang (1975) Sukreni Gadis Bali (1965) I Swasta Setahun di Bedahulu (1966) Said Daeng Muntu Pembalasan Karena Kerendahan Boedi (1941) Marius Ramis Dayoh Pahlawan Minahasa (1957) Putra Budiman: Tjeritera Minahasa (1951)
Indonesië in de jaren '20 Niet alle publicaties in deze periode werden via het Balai Pustaka geregeld. Zoals gezegd was dit een uitgeverij die door de overheid sterk gecontroleerd werd en zij richtte zich voornamelijk op politieke maar ook taalkundige uitgaven. Opvallend aan de publicaties was een steeds groeiend nationaal bewustzijn en de ontwikkeling van het Indonesisch als officiële taal.
Politiek In 1908 werd Budi Utomo gesticht. Aanvankelijk profileerden ze zich als politieke groep, maar onder druk van de Nederlandse bezetters richtten ze zich stilaan meer op culturele activiteiten. Politieke problemen werden dan eerder besproken in de Sarekat Islam, gesticht in 1912 en voorbehouden aan een elite van zakenmannen. Onder andere Soekarno, die later president van het land zou worden, was al vroeg lid van deze groepering. Ondertussen verscheen ook een echte politieke partij. Deze richtte zich op Indonesiërs en kinderen uit een gemengd huwelijk.
Uiteindelijk gaven de Nederlanders gehoor aan de wensen van de Indonesische bevolking. Er werd een Volksraad opgericht. Deze had echter een louter adviserende functie. De Nederlandse Gouverneur-generaal kon nog steeds naar eigen wens besturen.
Taal Een van de eerste acties die de Volksraad ondernam, was het afkeuren van het gebruik van zowel Nederlands als Maleis in haar zittingen. Hoewel tot in de jaren 30 slechts 1 lid van de Volksraad enkel het Maleis gebruikte, werd erg duidelijk dat de taal een officiële status had verworven.
1928 was een belangrijk jaar voor de Indonesische taal. Enkele Javaanse intellectuelen verwezen voor het eerst naar Bahasa Indonesia ("Indonesische taal"). Op 28 oktober 1928 werd door een grote vereniging jonge Indonesiërs het principe "één volk, één land, één taal" in gebruik genomen. Deze dag kan beschouwd worden als de geboortedag van het Indonesisch.
Literatuur Het was echter een taal die nog volop in ontwikkeling was. Voor slechts zeer weinigen was het de moedertaal.