Tbilisi (Georgisch: , ; letterlijk Warme Waterbron, voorheen Tiflis) is de hoofdstad van Georgië, gelegen in het zuidoosten van het land aan beide oevers van de rivier Mtkvari (Koera). Met 1,3 miljoen inwoners, ongeveer een derde van de gehele Georgische bevolking, is Tbilisi veruit de grootste stad van het land. De gemeente heeft een oppervlakte van 502 km² (2412 inw./km²).
Tbilisi was vanaf de vijfde eeuw de hoofdstad van achtereenvolgende Georgische koninkrijken, en was tevens het culturele, economische en bestuurlijke centrum in Transkaukasië tijdens de Russische overheersing. In het onafhankelijke Georgië is Tbilisi het economische en politieke centrum van het land met de zetel van het parlement. De stad is het belangrijkste knooppunt van mobiliteit tussen Oost- en West-Georgië en van internationaal verkeer tussen de vier buurlanden.
Tbilisi heeft een compact historisch centrum, met daaromheen 19e-eeuwse uitbreidingswijken. Tijdens de Sovjet-overheersing groeide de stad snel en werden dichtbevolkte wijken met grote flatgebouwen om de stad gebouwd.
Geschiedenis miniatuur|links|Tbilisi op een ansichtkaart (circa 1890). De naam Tbilisi duikt in de geschiedenis voor het eerst op in de tweede helft van de 4e eeuw, toen koning Varaz-Bakoer I van Iberië (Kartli) op deze plek een fort liet bouwen, rond 364. Aan het eind van de vierde eeuw trok de Perzische gezant in het fort, toen de Perzen een deel van Iberië hadden veroverd. Nadat deze plek halverwege de 5e eeuw weer in handen kwam van Iberië revitaliseerde en reconstrueerde koning Vachtang I Gorgasali het fort en de nederzetting vanaf 455, wat veelal als stichtingsjaar wordt gezien, en verplaatste hij in 469 de hoofdstad van Mtscheta naar Tbilisi.
miniatuur|Tbilisi begon onder het Narikala-fort bij warmwaterbronnen. Hier zijn nog steeds kuurbaden. De oude stad kenmerkt zich door houten verandabalkons. Volgens een legende was het huidige grondgebied van Tbilisi in de vijfde eeuw nog dicht begroeid met bossen. Een algemeen aanvaarde versie van de legende verhaalt dat de koning van Iberië, Vachtang I Gorgasali, op jacht was in de bossen met een havik. Toen de havik een fazant gevangen had, verdwenen beide vogels in het ravijn. Toen de koning naar ze op zoek ging kwam hij warmwaterbronnen tegen. Hij was daar zo van onder de indruk dat hij beval het bos te rooien en er een stad te stichten. De naam van de stad is afgeleid van warm, Tpili (თბილი). De naam "Tbili" of "T'pilisi" ("warme locatie") werd aan de stad aangegeven vanwege de aanwezigheid van zwavelzuurrijke warmwaterbronnen.
Centrum van de Kaukasus miniatuur|De oude wijk Metechi boven de oevers van de Mtkvari. De stad is door de eeuwen heen de hoofdstad van verschillende Georgische staten geweest, maar werd ook door buitenlandse heersers bezet, zoals Perzen, Arabieren, Mongolen en Turken. In 1801 kwam Tbilisi onder het gezag van het Russische Rijk en russificeerde de naam naar Tiflis (Russisch: ). De stad werd in deze periode zetel van het onderkoninkrijk van de Kaukasus, het centrum van de provincie Tiflis en vanaf 1846 van het gouvernement Tiflis. De stad was het politieke centrum van Transkaukasië.
Vanaf het begin van de 19de eeuw groeide de stad. De gebouwen kregen een meer Europese stijl. Er werden nieuwe wegen en spoorwegen gebouwd om Tiflis te verbinden met andere belangrijke steden. De stad werd de spil van het snelgroeiende spoorwegennet in Transkaukasië. Vanaf de jaren 1850 kwam Tiflis op als een belangrijk cultureel- en handelscentrum. Ilia Tsjavtsjavadze, Akaki Tsereteli, Iakob Gogebasjvili, Aleksandr Gribojedov en andere staatslieden, dichters en kunstenaars hadden hun basis in Tbilisi.
Na de Russische Revolutie van 1917 was Georgië korte tijd onafhankelijk als Democratische Republiek Georgië, waarvan Tiflis de hoofdstad was. In 1921 viel het Rode Leger Georgië binnen. Tiflis was daarna de hoofdstad van de Georgische sovjetrepubliek en de Trans-Kaukasische Socialistische Federatie van de Sovjet-Unie. In 1936 werd de officiële naam van de stad weer veranderd naar Tbilisi. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werd Tbilisi de hoofdstad van de onafhankelijk geworden republiek Georgië. Dit werd vastgelegd in artikel 2 van de grondwet, en de Wet op de hoofdstad van Georgië - Tbilisi van 1998.
De stad is regelmatig het toneel van burgerprotest, strijd en revolte, zoals de protesten in Tbilisi van 1956, Tragedie van 9 april 1989, de coup d'état van 1991-1992 en de Rozenrevolutie (2003). In 2015 kreeg een deel van de stad te kampen met hevige overstromingen.
Geografie miniatuur|Stadsdeel Vake aan de voet van Mtatsminda, een berg met kabeltram en tv-toren. De stad ligt aan beide zijden van de rivier de Mtkvari die de stad van noordwest naar zuidoost doorkruist. De rivier heeft een verval van ongeveer vijftig meter in de stad. Geografisch ligt Tbilisi op de overgang van het Trialetigebergte in het westen en de vlakte van Kvemo Kartli in het oosten. De kom waarin de stad ligt heet de Tbilisi-depressie.
Geografische begrenzing Aan de noordkant wordt de stad begrensd door het Sagoeramogebergte dat de westelijke verlenging is van het Jalnogebergte, beiden hogere middelgebergtes. Aan de zuidkant van Tbilisi wordt de gemeentegrens gevormd door de Sabadoeri-bergrug, de meest westelijke uitloper van het Trialetigebergte. Parallel hieraan ligt de Narikala-bergrug langs de rand van het centrum, waarop het gelijknamige middeleeuwse fort boven de oude stad staat.
De hoogste delen van de gemeente liggen in het landelijke gebied in het zuidwesten, namelijk de Mtatsminda-bergrug die vanaf de stad oploopt tot ongeveer 1.500 meter boven zeeniveau bij de gemeentegrens. Tbilisi grenst aan de noord-, oost- en zuidzijde aan de gemeente Gardabani (regio Kvemo Kartli) en aan de noord- en westkant aan Mtscheta (regio Mtscheta-Mtianeti).
Mtkvari miniatuur|De Mtkvari door de stad. De rivier Mtkvari, of ook wel Koera, verdeelt de stad geografisch in twee verschillende delen, waarbij de stad is omsloten door een reliëf van heuvelruggen en plateaus. Deze geografie heeft grotendeels de stedelijke ontwikkeling bepaald over een lengte van ongeveer 30 kilometer langs de oevers van de rivier.
Het terrein van de rechteroever (west en zuid) bestaat uit de uitlopers van het Trialetigebergte en kloven van zijrivieren van de Mtkvari, die voor regelmatige overstromingen zorgen in de lente en vroege zomer. Deze bergen vormen een belangrijke barrière voor stedelijke ontwikkeling op de rechteroever. In zijvalleien zijn dichtbevolkte wijken gebouwd, zoals Vake en Saboertalo, die gescheiden van elkaar zijn door een steile bergrichel.
Het gebied van de linkeroever (oost) kent een zevental terrassen en plateaus die vanaf de rivier geleidelijk omhoog lopen tot het hoogste punt bij de Machata-berg (630 meter). Aan de rivier ligt de stad op ongeveer 400 meter boven zeeniveau, terwijl de bewoonde plateaus en heuvels om de stad, waaronder de westelijke wijken Mtatsminda en Noetsoebidze, tot ongeveer 700 meter boven zeeniveau liggen.
Uitbreiding grenzen miniatuur|In 2006 werd omliggend buitengebied bij Tbilisi gevoegd, zoals Kodzjori. In 2006 werden de grenzen van Tbilisi aangepast waardoor een veel groter gebied en een aantal plaatsen onder Tbilisi kwam te vallen. Dit ging ten koste van omliggende gemeenten, met name Mtscheta (168 km²) en Gardabani (92 km²). Een groot landelijk gebied aan de noordoostkant van de stad, aan de overzijde van het Tbilisi-reservoir en binnen de randweg van Tbilisi, kwam hierdoor bij de stad. Ook aan de westkant, het gebied bij het Lisimeer bij de stadsdistricten Saboertalo en Digomi, en de Teleti- en Mtatsmindahoogtes aan de zuidwestkant werden bij Tbilisi gevoegd. Hierdoor kreeg de stad er duizenden inwoners en diverse omliggende plaatsen bij, waaronder Kodzjori, Tabachmela, Zahesi, Patara Lilo, Didi Lilo en anderen.
Klimaat Tbilisi heeft een warm en vochtig subtropisch klimaat in combinatie met een mild landklimaat. Volgens de klimaatclassificatie van Köppen kent Tbilisi een Cfa-klimaat. De zomers zijn heet, terwijl de winters mild koud zijn. De gemiddelde jaartemperatuur is 11,2 graden Celsius, met gemiddelde temperaturen in januari van 0,5 graden en in augustus 23,7 graden. De laagst geregistreerde temperatuur is -23 graden en de hoogst gemeten temperatuur is 40 graden Celsius
De gemiddelde jaarlijkse neerslag is 560 mm. Mei is de natste maand met gemiddeld 90 millimeter neerslag, terwijl januari met gemiddeld 20 millimeter neerslag de droogste maand is. Sneeuw valt gemiddeld 15-25 dagen per jaar. Noord- en noordwestenwinden domineren het hele jaar door. Zuidoostelijke winden komen ook vaak voor.
Demografie Volgens de census van 2024 had de hoofdstedelijke regio van Tbilisi 1.331.485 inwoners, waarvan 1.273.015 in de stedelijke kern, een groei van twintig procent ten opzichte van de volkstelling van 2014.
Historische (etnische) bevolkingssamenstelling van de stad Tbilisi Jaar 1886 1897 1922 1939 1959 1970 1979 1989 2002* 2014 2024 Tbilisi (stad) 78.445 159.590 233.958 519.220 694.664 889.020 1.066.022 1.259.692 1.073.345 1.062.282 1.273.015 Georgiërs 27,1% 26,3% 34,6% 44,0% 48,4% 57,5% 62,1% 66,1% 84,2% 89,9% - Armeniërs 47,7% 29,5% 36,5% 26,4% 21,5% 16,9% 14,5% 12,0% 7,6% 4,8% - Russen 18,0% 28,1% 16,5% 19,4% 18,1% 14,0% 12,3% 10,0% 3,0% 1,2% -Bronnen: bevolkingsgegevens 1886 tot heden, etnisch 1886-1959, 1970, 1979, 1989, 2002, 2014, en 2024.* Noot volkstelling 2002.
Etniciteit en religie miniatuur|Woningbouw in de groeiende stad. De bevolking van Tbilisi bestond volgens de volkstelling van 2024 voor 85 procent uit Georgiërs. Andere bevolkingsgroepen zijn onder meer Armeniërs (vier procent), Azerbeidzjanen (twee procent), Russen (1,7 procent), Indiërs (1,6 procent), Arabieren (een procent), Oekraïners (0,5 procent) en Osseten (0,3 procent). Volgens de eerdere volkstelling van 2014 woonden er ook relatief grote groepen Jezidi's, Pontische Grieken en Assyriërs. Deze werden in 2024 niet apart geregistreerd. De Indiërs zijn een nieuwe bevolkingsgroep in Tbilisi en andere grote Georgische steden. De meeste van hen zijn studenten aan een van de universiteiten.
Tbilisi kende historisch een grote Armeense bevolking. Volgens sommige academici was Tbilisi in de 19e eeuw de meest Armeense stad ter wereld. De volkstelling van 1886 telde een aandeel van bijna 50% Armeniërs in de bevolking van de stad. Sindsdien is dat gedaald, terwijl het Georgische bevolkingsaandeel juist gestaag toenam naar een meerderheid. Het Russische aandeel in de bevolking piekte kort na de Sovjet-overname, maar zakte daarna geleidelijk. Beide bevolkingsgroepen emigreerden na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991.
Vrijwel de gehele Jezidi gemeenschap van Georgië woont in Tbilisi, verspreid over de hele stad, maar voornamelijk in de oostelijke districten Gldani, Nadzaladevi, Isani en Samgori. Datzelfde geldt voor de Armeense, Russische en Osseetse gemeenschappen. De Azerische gemeenschap woont voornamelijk in Krtsanisi (Ponitsjala) en Saboertalo. In religieuze zin is de bevolking van de stad voor het overgrote deel Orthodox (89 procent). De rest is verdeeld over Armeens-apostolisch, de islam (elk ongeveer twee procdent), gelovige Jezidi's (0,7 procent) en Jehova's getuigen (0,4 procent).
Administratieve onderverdeling
De hoofdstedelijke regio Tbilisi is bestuurlijk onderverdeeld in tien districten (, ). In het buitengebied van de stad liggen enkele tientallen plaatsen, waaronder vier zogeheten daba (een 'nederzetting met een stedelijk karakter) en 22 dorpen, die onder Tbilisi vallen en ingedeeld zijn bij een van deze tien districten. Enkele van deze plaatsen zijn Kodzjori en Tabachmela, die in de historisch strategische hoogtes aan de zuidkant van de stad liggen.