thumb|Luca Giordano, de val van de opstandige Engelen Een engel (van het Oudgriekse: ; ángelos, "boodschapper", een vertaling van het Hebreeuwse: מלאך; mal'ach, "boodschapper", Arabisch: ملاك; malak, Latijn: angelus) is een bovennatuurlijk, verstandelijk wezen, dat wordt teruggevonden in verscheidene (vaak monotheïstische) religies. In het christendom, de islam, het jodendom en zoroastrisme, treden engelen, als bedienden of beschermers van de mens, gewoonlijk op als boodschappers van God (of de goden), van wie ze duidelijk zijn onderscheiden, en beschikken over bovenmenselijke capaciteiten en eigenschappen.

De term engel kan zowel worden gebruikt als de categorie waartoe diverse hemelse wezens behoren, zoals aartsengelen, serafs, cherubs en tronen, maar ook als een van de lagere hemelse wezens die tot deze categorie behoren - vaak gelijkgesteld aan beschermengelen. Het jodendom, christendom en de islam gaan ervan uit dat het aantal engelen astronomisch is; er wordt in de Bijbel gesproken over tienduizenden maal tienduizenden (Daniël 7:10), een uitdrukking die "ontelbaar veel" betekent.Duizenden en tienduizenden: ontelbaar veel op debijbel.nl Er bestaat een zekere rangorde onder de engelen, maar het aantal orden en de benamingen daarvan verschilt per godsdienst.

Voorlopers Volgens verschillende onderzoekers zou het concept van engelen ontleend zijn aan archaïsche mythologieën en religies zowel in Mesopotamië, het Oude Egypte als het tussenin liggende oude Kanaän.

Mesopotamië en het oude Egypte De beschrijving van gevleugelde goden of godachtige wezens (netjer) in de Egyptische mythologie, zoals Nephthys in de mythes over Isis en Osiris zouden een oorsprong van het concept van engelen kunnen zijn.Simone Michel (2004): Die Magischen Gemmen. Zu Bildern und Zauberformeln auf geschnittenen Steinen der Antike und Neuzeit, Akademie-Verlag (Berlijn), , pag. 37: The Gods of the Egyptians - Studies in Egyptian Mythology, Vol. I, pag. 5-7

De idee van gevleugelde wezens als bemiddelaars tussen goden en mensen kan ook worden gevonden in de culturen van Mesopotamië. Gevleugelde goden of beschermende geesten verschijnen in de iconografie van de religies van Mesopotamië. "Engelachtige" voorstellingen kunnen bijvoorbeeld worden gevonden in de koninklijke paleizen van de Babyloniërs of Assyriërs in Nineve, Nimrud of Dur-Sharrukin. Graven in Bijbelse Bodem - Archeologie van de landen van de Bijbel, pag. 142

Engelen in het jodendom Tijdens en na de Babylonische ballingschap ontwikkelde het judaïsme zich steeds meer naar monotheïsme. Hiermee werd de afstand tussen JHWH en de individuele mens steeds groter en ontstond de behoefte de krachten die zij in het leven ondervonden, op een andere wijze te personifiëren. Onder invloed van de Babylonische en vooral Perzische geloofssystemen ontwikkelde zich een uitgebreide engelenleer, waarbij een steeds verder uitgewerkt systeem van hemelse functionarissen God assisteerden en klaarstonden om Zijn bevelen op te volgen. Langzamerhand ontwikkelde deze hemelse regering zich naar het patroon van een aardse regering, namelijk het indrukwekkende en goed georganiseerde Perzische hof.Angelology in The Jewish Encyclopedia

In het Nieuwe Testament wordt vermeld dat de sadduceeën niet in engelen en geesten geloofden (Handelingen 23:8), maar dat is buitengewoon onwaarschijnlijk omdat engelen duidelijk in de Pentateuch voorkomen. Gowan vermoedt dat het om een combinatie met het geloof in de opstanding gaat, namelijk het geloof dat de doden tot engelen worden opgewekt.Donald E. Gowan (1980): Bridge Between the Testaments, The Pickwick Press, Pittsburgh, blz. 184. Zie ook Solomon Zeitlin (1964): The Sadducees and the Belief in Angels, Journal of Biblical Literature 83:67-71

Engelen mogen in het jodendom niet aanbeden worden, maar worden in de traditie wel aangeroepen om bescherming te bieden. Rationele rabijnen, vanaf de middeleeuwen tot de huidige tijd, wijzen het geloof in engelen af.

Uiterlijke verschijning In de verhalen uit de Bijbel worden engelen in een aantal gevallen in eerste instantie niet als zodanig door de mens herkend. Zie bijvoorbeeld Genesis 18, waarin pas later blijkt dat de bezoekers engelen zijn en Rechters 13:21, waar de bezoeker indruk maakt maar pas bij zijn vertrek als engel wordt herkend. In de Hebreeuwse Bijbel worden engelen, als ze een boodschap komen brengen, niet beschreven met vleugels. Jakob zag bijvoorbeeld engelen met behulp van de Jakobsladder uit de hemel neerdalen (Genesis 28:10-22). Anders is dat met engelen die de grootheid van God verkondigen, zoals in Jesaja 6 (serafijnen met zes vleugels) en Ezechiël 1 (wezens met vier vleugels).

Hiërarchie van engelen in het jodendom Maimonides onderscheidde in zijn Misjnee Tora tien rangen van engelen, van hoog naar laag: RangEngelOpmerking1Levende wezensEzechiël 12Ofanim (wielen)Ezechiël 13ErelimJesaja 33:74Galgallim (stormwinden / wervelwinden)Ezechiël 1:45SerafsJesaja 66EngelenBoodschappers7Elohim"Goddelijke wezens"8Zonen van God "Zonen van de Elohim" als in Genesis 6:1-49CherubsHagiga 13bTalmud - Mas. Chagigah 2a op halakhah.com. Gearchiveerd op 8 december 2022.10Isjim"Mensachtige wezens", als in Genesis 18:2 en Daniël 10:5

Taken van engelen Afgaande op wat er in de Bijbel en de Koran over engelen verhaald wordt, onderscheidt men de volgende taken van engelen: Boodschappers: Zij worden uitgezonden om mensen te waarschuwen of een boodschap van God te verkondigen. In de christelijke traditie verkondigde de aartsengel Gabriël aan de Maagd Maria dat ze de Messias ter wereld zou brengen. Volgens de islam zou Mohammed de Koran van de aartsengel Djibril (ook wel Gabriel) ontvangen hebben met de opdracht deze van buiten te leren (reciteren). Aanbidders van God: Aangeduid als serafs of de meervoudsvorm serafim. Dienaren van mensen: Zij beschermen mensen en 'dragen hen op handen'. Strijders van God: Zij voeren zowel geestelijke als fysieke strijd in de hemelse gewesten en op aarde tegen boze geesten en tegen mensen die Gods plannen willen verijdelen. Uitvoerders van Gods wil: Dit is het geval in de Tenach. Bewakers van de muren en toegangspoorten van de hemel en de hel. Notulisten van alle daden van iedere mens. Aanwezig zijn tijdens het gebed van mensen.

Bovennatuurlijke macht In Bijbelboeken waarin engelen voorkomen, staat geschreven dat engelen over bovennatuurlijke macht, kennis en capaciteiten beschikken; de theologie ondersteunt deze eigenschappen van engelen eveneens. Engelen staan boven de natuurwetten en zijn tot dingen in staat die voor de mens onmogelijk zijn.

De gevallen engelen (demonen) hebben deze macht over de natuurwetten behouden; hun val heeft hun bovennatuurlijke macht, kennis en vermogens niet aangetast. Dit stelt hen in staat grote invloed uit te oefenen op de mens en op de atmosfeer.

Engelen in het christendom thumb|De aartsengel Gabriël verschijnt aan Zacharias (Paul de Limbourg)

Engelen in het Nieuwe Testament Het bestaan van engelen was een vanzelfsprekendheid voor de synoptische evangelisten en zij citeren Jezus, die hierin een vorm van angelologie omarmde, in zijn argumentatie inzake de opstanding (Marcus 12:25 en parr.). Concrete vermeldingen van engelen blijven in de evangeliën echter beperkt tot de verhalen rondom de geboorte van Jezus en zijn opstanding.

Paulus noemt engelen zelden, en nooit in theologische zin. Sommige van zijn uitdrukkingen zijn later geïnterpreteerd als aanduidingen van bepaalde types engelen, zoals die over de tronen (Kolossenzen 1:16).

Dat zich in het vroege christendom heel snel een probleem aftekenende om Christus (als Zoon van God) te onderscheiden van de engelen, wordt vooral duidelijk in het eerste hoofdstuk van de Brief aan de Hebreeën.

Engelen zijn het belangrijkst in de Openbaring van Johannes, die qua voorstellingswereld diep geworteld is in de vroeg-joodse apocalyptiek.

Slechts twee engelen worden met naam genoemd: de aartsengelen Gabriël (Lucas 1:19,23) en Michaël (Judas 9; Openbaring 12:7).

Engelenorden volgens de indeling van Pseudo-Dionysius thumb|De hemelse hiërarchie - Griekenland, 18e eeuw In het christendom hebben de theorieën van Pseudo-Dionysius grote invloed op de theologie gehad en hebben ze menig mysticus geïnspireerd. Dionysius deelde de engelen in negen rangen of orden in, waarbij hij zich liet leiden door de neoplatonische filosofie, getuige de triadenstructuur van zijn hiërarchische indeling van engelen. De indeling is als volgt:Pseudo-Dionysius: De hierarchia coelesti ("Over de hemelse hiërarchie") Hoogste orde: serafijnen cherubijnen tronen Middelste orde: vorstendommen machten krachten Laagste orde: heerschappijen aartsengelen engelen

Zij bevinden zich in steeds engere cirkels rond God. De serafijnen staan hierin het dichtst bij Gods troon. Deze visie werd geaccepteerd door Thomas van Aquino en de Rooms-Katholieke Kerk.The Nine Choirs of Angels op catholic.org. Gearchiveerd op 7 maart 2023.

De Engel van de Heer die in de Hebreeuwse Bijbel meer dan vijftig maal optreedt, wordt door christenen soms als pre-existentie van Christus gezien.

De uiterlijke verschijning van engelen thumb|180px|left|Engel met gouden haar (Russische icoon, 12e eeuw) De wijze waarop engelen worden afgebeeld berust grotendeels op conventie. In de christelijke traditie hebben engelen vaak een volmaakt menselijk uiterlijk, veelal dat van een jongeling, hoewel engelen geslachtloos zijn. In de eerste eeuwen van de christelijke kunst worden engelen voorgesteld als ongevleugelde mannen, gehuld in een witte tunica en soms met baard. In de Byzantijnse kunst kwam hier verandering in. De engelen werden - bijvoorbeeld op iconen - meestal afgebeeld als wezens met vleugels, hadden een vrouwelijk gezicht en een taenia (lint) in de haren.

In de traditie van de Oosters-orthodoxe Kerk worden cherubijnen vaak aangeduid als "veelogig" en serafijnen als "zesvleugelig", waarbij deze wel een menselijke gedaante hebben. Dit komt overeen met wat in Jesaja 6 over serafijnen te lezen is. In de iconografie worden serafijnen afgebeeld als zesvleugelige, vlammende wezens, die hun gelaat en benen met hun vleugels bedekken uit ontzag voor de majesteit van God.

Vrije wil en gevallen engelen

Volgens de christelijke traditie hebben engelen een vrije wil en kunnen voor of tegen God kiezen. Er is in verband met deze keuze wel een belangrijk verschil tussen engelen en mensen: als engelen ervoor kiezen tegen God in te gaan, is die keuze onherroepelijk, terwijl voor mensen tot aan hun sterven de mogelijkheid tot berouw en bekering blijft bestaan. Volgens het christendom is Satan een gevallen engel en de duivel, was hij al in de Hof van Eden aanwezig in de gedaante van een slang en verleidde hij Adam en Eva tot zonde tegen God. De identificatie van de slang als een gevallen engel of Satan wordt niet aangetroffen in de Hebreeuwse Bijbel of het judaïsme in het algemeen.

Verering van engelen thumb|left|Vergadering der Aartsengelen; Michaël en Gabriël houden samen een schild vast waarop Christus Immanuël zegenend is afgebeeld. Onderaan zijn cherubijnen en serafijnen afgebeeld. (Russische icoon, 19e eeuw)