De Scharnerweg (Maastrichts: Sjaanderweeg) is een weg of straat in de Nederlandse stad Maastricht. De straat was vanouds onderdeel van een belangrijke uitvalsweg op de rechter Maasoever, de Oude Akerweg. Sinds 1962 ligt aan de westzijde de Scharnertunnel, die voor een snelle verbinding met de binnenstad zorgde. Tot omstreeks 1990 was de weg onderdeel van de provinciale weg 590. Sinds de opening van de Koning Willem-Alexandertunnel in 2016 behoort de drukke, gelijkvloerse kruising met de N2 tot het verleden. De straat heeft een gemengde bebouwing, merendeels uit de eerste helft van de twintigste eeuw.
Naamgeving Wanneer de straatnaam Scharnerweg (tot omstreeks 1925 ook Scharnderweg) officieel werd vastgesteld is niet bekend,Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 245. maar zowel de naam als de weg zelf zijn zeer oud. De aanduiding 'weg' geeft aan dat dit oorspronkelijk een landelijke weg was. Het huidige karakter van de weg is meer dat van een stadsstraat. De aansluitende Bergerstraat heeft juist een suburbaner karakter. De Scharnerweg is genoemd naar het gehucht Scharn, dat enkele kilometers ten oosten van middeleeuws Maastricht lag.Ubachs/Evers (2005), p. 462: 'Scharnerweg'. De buurt Scharn, zoals die door de gemeente is vastgesteld, is veel groter dan de oorspronkelijke kern, waardoor de Scharnerweg nu gedeeltelijk in Scharn ligt. Wellicht heeft de naam Schaandertweg dezelfde oorsprong, alhoewel daarover ook andere theorieën bestaan.
Ligging De Scharnerweg ligt op de rechter Maasoever, geheel binnen de grenzen van de wijk Maastricht-Oost. Binnen deze wijk doorsnijdt de straat de buurt Wyckerpoort en vormt vervolgens de grens tussen twee andere buurten, Wittevrouwenveld en Scharn.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 68. De straat is min of meer oost-west georiënteerd. De huisnummering verloopt van oost naar west, zoals gebruikelijk in Maastricht. De Scharnerweg telt aan de noordzijde acht zijstraten, waarbij aangetekend moet worden dat de Groene Loper geen officiële straatnaam is. Van west naar oost: Meerssenerweg, Professor Pieter Willemstraat, Koningsplein, (Groene Loper), Eburonenweg, Paltsstraat, Koning Clovisstraat en Aldegondaplantsoen. Aan de zuidzijde zijn zeven zijstraten: Heerderweg, Oranjeplein, (Groene Loper), Hunnenweg, Heerdergroenweg, Mockstraat en Sibemaweg, waarbij hetzelfde voorbehoud geldt met betrekking tot de Groene Loper.
Verkeer en inrichting De Scharnerweg is bijna een kilometer lang. De breedte varieert tussen de twintig en dertig meter. De straat bestaat uit een tweebaans rijweg, waar over de hele lengte verkeer in beide richtingen is toegestaan. Parkeren is toegestaan in de aangegeven parkeervakken. In het westelijk deel zijn naast de tunnelmond ventwegen aanwezig, waar eenrichtingsverkeer geldt. Fietsers maken verplicht gebruik van de ventwegen. De ventwegen gaan aan de oostzijde over in circa 2,5 meter brede fietstunnels. De zuidelijke fietstunnel eindigt in de Akerstraat; de noordelijke, met een bocht, op het Stationsplein. De laatste is gecombineerd met een voetgangerstunnel, waarvan de oostelijke toegang zich bij de spoorweg aan de Meerssenerweg bevindt. De voetgangers- en fietstunnels zijn fysiek gescheiden van de hoofdtunnel.Jaarboek Maastricht 1962, pp. 31-34.
Het wegdek van de Scharnerweg bestaat uit asfalt, met uitzondering van de ventwegen in het westelijk deel en de parkeerstroken, die een klinkerbestrating hebben. De hoofdtunnel heeft nog de oorspronkelijke inrichting met betegelde wanden. Het wegdek van de noordelijke fietstunnel is geasfalteerd; dat van de zuidelijke bestaat uit betontegels. De trottoirs zijn geplaveid met stoeptegels. Op de ventwegen ontbreken de fietsstroken, die elders in de straat wel aanwezig zijn. Bij het Koningsplein-Oranjeplein liggen de fietspaden geheel vrij. De tunnel wordt over bijna de gehele lengte gescheiden van de ventwegen door middel van een laag betonnen muurtje, deels met ijzeren balustrade. De kruisingen met de Groene Loper en de Koning Clovisstraat/Sibemaweg, alsmede de splitsing bij de Bergerstraat en de Wethouder van Caldenborghlaan, zijn ingericht als rotondes. Ter hoogte van het Vrijheidspark is de weg voorzien van een extra brede middenberm, zebrapaden en een fietsoversteekplaats, waardoor recreanten hier veilig kunnen oversteken. Hier en ter hoogte van de huisnummers 34 en 41 zijn haltes voor stads- en streekbussen. De Scharnerweg is grotendeels boomloos, op enkele bomen op rotondes en in privétuinen na. Alleen bij het Vrijheidspark en de Groene Loper heeft de straat een 'groene' uitstraling met vooral aan de kant van het Koningsplein forse bomen. In 2024 werden subsidies van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling bestemd om de Scharnerweg aanzienlijk te vergroenen, onder andere door klimaatadaptieve bomen en struiken te planten op een niet meer in gebruik zijnde busbaan. Ook wordt er gewerkt aan het beter opvangen van regenwater., 'Limburglaan en Scharnerweg dankzij subsidie groener' op rtvmaastricht.nl, 27 augustus 2024.
Geschiedenis Middeleeuwen en Ancien Régime De Scharnerweg was onderdeel van de middeleeuwse – mogelijk Romeinse – weg van Maastricht naar Aken, de Oude Akerweg, soms aangeduid als Keulsestraat. In het verleden hebben (amateur)historici gemeend dat deze weg deels samenviel met de heerbaan naar Keulen (de Via Belgica), maar die laatste liep door het Geuldal, zoals onderzoek heeft aangetoond. De weg naar Aken liep vanaf de Romeinse brug van Maastricht via de Rechtstraat, Hoogbrugstraat, Akerstraat, Scharnerweg en Wethouder van Caldenborghlaan naar Scharn, en vandaar waarschijnlijk via Bemelen, Gasthuis, Heerstraat, Scheulder, Ingber, Gulpen en Vaals naar Aken. Hoewel een Romeinse oorsprong niet is uitgesloten, is het aannemelijker dat de weg is ontstaan in de karolingische tijd, nadat Karel de Grote zijn hoofdpalts in Aken had gevestigd.Panhuysen (1996), pp. 27, 29. Voor een oudere oorsprong pleiten dan weer de vondst van een Romeins grafveld aan de Schaandertweg (vermoedelijk bij een Romeinse villa), de aanwezigheid van de (thans verdwenen) grafheuvel "De Tombe" aan de Bemelerweg, en een enkele waarneming in 1920 van een donkergekleurd kiezelpakket aan de zuidkant van de Scharnerweg.Panhuysen (1996), pp. 72-73.Mientjes (2011), pp. 22-24.
Het gebied ten oosten van Wyck wordt op oude kaarten aangeduid als Wyckerveld. Dit gebied werd aan de oostzijde begrensd door een oude Maasarm, die tussen Heugem en Limmel fungeerde als overlaat bij hoge waterstanden. De Scharnerweg, en andere wegen die door het winterbed liepen, stond om die reden geregeld onder water.Ubachs/Evers (2005), p. 585: 'winterbed'. Het herstel van de waterschade was telkens een kostbare aangelegenheid.Van de Venne (1957), pp. 108-109. De hier gelegen landerijen waren alleen geschikt als grasland.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'. Verder naar het oosten lag het Wittevrouwenveld, zo genoemd naar de bezittingen van het Wittevrouwenklooster, waarvoor de Wittevrouwenhof in Scharn als centrale hof fungeerde.Mientjes (2011), pp. 24, 32. Ten zuiden van de Scharnerweg lag het Mockveld.
Het is niet geheel duidelijk onder welke jurisdictie de Scharnerweg tijdens het ancien régime viel. De weg vormde vanouds de grens tussen Amby en Heer. Amby behoorde tot het Land van Valkenburg, dat vanaf de veertiende eeuw onder Brabants, vanaf de zeventiende eeuw onder Staats bestuur stond. De dorpen Scharn en Heer behoorden tot de elf banken van Sint-Servaas. Andere gebieden in deze omgeving behoorden tot de graafschap van de Vroenhof. Verder bezat de stad Maastricht de jurisdictie over het buitengebied dat binnen de zogenaamde banmijl lag, terwijl de tienden toekwamen aan het kapittel van Onze-Lieve-Vrouwe of de pastoor van Wyck.Ubachs/Evers (2005), pp. 48-49: 'banmijl'; pp. 552-553: 'vesting'; pp. 565-566: 'Vrijheid van Maastricht'; pp. 591-592: 'Wyckerveld'. In de achttiende eeuw, en waarschijnlijk al eerder, deelden de stad Maastricht, het kapittel van Sint-Servaas (als souverein van Heer) en de Staten-Generaal (als souverein van Amby) de zeggenschap over de Scharnerweg. Het toezicht op het onderhoud van de weg lag bij de rijproost van het kapittel. Het onderhoud zelf was de taak van de eigenaren van percelen die aan de weg grensden. Daarover ontstonden regelmatig conflicten, voor het eerst vermeld in 1458.Van de Venne (1957), pp. 106-108.
Aan de Scharnerweg, volgens sommige auteurs bij de hoek met de Eburonenweg, volgens anderen op het terrein van de Albert Heijn-supermarkt,Notermans (2012), p. 12. lag het leprozenhuis, ook wel aangeduid als "Lazerije" of "Het Siecken". Niet alleen bevond het zich daar op veilige afstand van de stad, ook waren er voldoende passanten voor het inzamelen van aalmoezen door de lepralijders. De leprozerie was in de twaalfde eeuw gesticht en werd in 1503 herbouwd. Op een zeventiende-eeuwse landmeterskaart is de "Lazerije" afgebeeld als kapel. Een kapel was zeker onderdeel van het complex, want bekend is dat de Maastrichtse augustijnen er de mis lazen en daarvoor in 1586 drie mud koren ontvingen.Ubachs/Evers (2005), pp. 41-42: 'augustijnen, Maastricht'. Het Siecken viel blijkbaar (deels?) onder Luiks bestuur, want in 1656 besloot de Luikse raad het batig saldo over te hevelen naar het pesthuis bij het Capucijnenklooster (zie: Huis in de Tuin). Nadat het gebouw bij het beleg van 1673 was verwoest, werden de restanten in 1697 in opdracht van het stadsbestuur afgebroken. De resterende goederen waren al eerder naar de liefdadigheidsinstelling van de Grote Heilige Geest gegaan (zie: Heilige Geestkapel).Ubachs/Evers (2005), p. 483: 'Siecken, Het'.
In dezelfde omgeving bevond zich een galgenveld, het "Gerecht van Wyck" genoemd. De daar opgestelde galgen konden volgens de Alde Caerte (1284) zowel voor Luikse als Brabantse Maastrichtenaren gebruikt worden. Op de Dousberg stond de galg van de Vroenhof. Soms werden tijdelijke galgen opgericht, in de stad of op de stadsmuur.Ubachs/Evers (2005), p. 182: 'galg'. Mogelijk is het Gerecht van Wyck te zien op het Gerechtigheidspaneel (Jan van Brussel, ca. 1475), dat zich tot 2018 in het Stadhuis van Maastricht bevond, sindsdien in het Bonnefantenmuseum. Het schilderij bevat een panorama van Maastricht, dat echter niet geheel waarheidsgetrouw is weergegeven. Rechts zijn vijf of zes galgen te herkennen; links daarvan enkele daken, die Het Siecken zouden kunnen voorstellen.
Zowel de leprozerie als het galgenveld zijn afgebeeld op een kaart van het beleg van Maastricht door Frederik Hendrik in 1632. Hoewel enigszins vertekend en waarschijnlijk primair bedoeld voor militair gebruik, lijkt de kaart topografisch vrij nauwkeurig. De Scharnerweg met diverse vertakkingen is duidelijk herkenbaar. Het galgenveld (Pilorie de Wyck) bevond zich op een 'eiland' tussen diverse wegen, mogelijk niet meer dan een middenberm van de Scharnerweg, zodat reizigers links en rechts passeerden. Bij dit eiland splitste zich de Scharnerweg in (mogelijk) de huidige Bergerstraat en Wethouder van Caldenborghlaan, en takte nog een weg in zuidelijke richting af, misschien een voorloper van de Mockstraat. Het Siecken (La Ladrye, afgeleid van het Franse ladrerie of maladrerie) bevond zich volgens deze kaart iets ten westen van het galgenveld, aan de noordzijde van de weg, op de hoek van de Scharnerweg en een niet meer bestaande weg richting Limmel.