Mamba's (Dendroaspis) zijn een geslacht van slangen uit de familie koraalslangachtigen (Elapidae). Er zijn vier soorten, die voorkomen in tropisch Afrika. Alle soorten hebben een krachtig vergif en zijn ook erg snel, mamba's worden in Afrika als de gevaarlijkste slangen beschouwd.

Mamba's zien er uiterlijk ongeveer hetzelfde uit maar verschillen in levenswijze. Van de vier soorten zijn er drie aan te merken als boombewonend, alleen de zwarte mamba is een bodembewoner.

Alle soorten worden gevreesd om hun snelheid en het krachtige gif dat het zenuwstelsel aantast en fataal kan zijn. De zwarte mamba (Dendroaspis polylepis) is het beruchtst, vanwege het agressieve karakter van deze mamba. Mamba's zijn verwant aan cobra's en kennen een dreighouding door het opensperren van de bek. Hierbij wordt de basis van de nek verbreed, net als bij cobra's, zij het niet zo sterk.

Naam en indeling thumb|270px|right|Kop van de groene mamba. Mamba's behoren tot de koraalslangachtigen (Elapidae), alle vertegenwoordigers van deze familie zijn giftig, voorbeelden zijn de cobra's (Naja), de zeeslangen (Hydrophidae) en de kraits (Bungarus). De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Hermann Schlegel in 1848.

De geslachtsnaam Dendro-aspis betekent vrij vertaald 'boomadder'. Mamba's horen niet tot de familie van adders (Viperidae), maar vroeger werden alle giftige slangen met 'adder' aangeduid. De Nederlandstalige naam mamba is afkomstig uit de Afrikaanse taal Swahili. In het Swahili betekent het woord 'mamba' letterlijk krokodil.

Ook wat betreft de kleuren klopt de naamgeving niet helemaal. De groene mamba is vaak groen van kleur maar kan ook geel, grijs of bruin zijn. De zwarte mamba is nooit zwart maar heeft een bruine tot grijze lichaamskleur. De naam zwarte mamba is dan ook niet afgeleid van de kleur van het lichaam zelf maar van de zwarte binnenzijde van de bek die getoond wordt om vijanden af te schrikken.

De wetenschappelijke soortnamen van de verschillende soorten zijn accurater, de groene mamba heeft viridis als soortaanduiding, wat 'groen' betekent. De Jamesons mamba heeft jamesoni als soortaanduiding wat een eerbetoon is aan de bioloog Robert Jameson. De soortaanduiding van de zwarte mamba ten slotte, polylepis, betekent letterlijk veel (poly) - schubbig (lepis).

Er is in het verleden veel verwarring geweest over de indeling van de kleurvormen, lichaamsvorm en schubpatronen van de mamba's. Lange tijd werd gedacht dat de diverse soorten in feite verschillende kleurvariaties van dezelfde soort waren. Ook werden lange tijd slechts twee soorten erkend; de zwarte mamba en de groene mamba. Later werden ook de andere twee soorten als zodanig erkend.

Er worden tegenwoordig vier soorten onderscheiden, waarvan alleen Jamesons mamba (Dendroaspis jamesoni) vertegenwoordigd wordt door twee ondersoorten.

Overzicht van de soorten mamba's Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied. Afbeelding Naam Auteur Verspreidingsgebied 50px Smalkopmamba(Dendroaspis angusticeps) Smith, 1849 Zimbabwe, Tanzania, Mozambique, Kenia, Congo-Kinshasa, Malawi, Zuid-Afrika 50px Jamesons mamba(Dendroaspis jamesoni) Traill, 1843 Ghana, Togo, Nigeria, Kameroen, Guinea, Gabon, Principe, Benin, Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Kinshasa, Congo-Brazzaville, Kenia, Oeganda, Rwanda, Burundi, Equatoriaal-Guinea, Angola, Soedan, Zambia 50px Zwarte mamba(Dendroaspis polylepis) Günther, 1864 Angola, Botswana, Burkina Faso, Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Kinshasa, Eritrea, Senegal, Guinea, Guinee-Bissau, Kameroen, Ethiopië, Ivoorkust, Kenia, Malawi, Mozambique, Namibië, Zuid-Afrika, Somalië, Swaziland, Tanzania, Oeganda, Zambia, Zimbabwe, Soedan 50px Groene mamba(Dendroaspis viridis) Hallowell, 1844 Gambia, Senegal, Guinea, Guinee-Bissau, Liberia, Ivoorkust, Ghana, Sierra Leone, Benin, Togo, Nigeria, mogelijk in de Centraal-Afrikaanse Republiek

Verspreiding en habitat thumb|Verspreidingsgebied van de mamba's in Afrika in groen. Mamba's komen uitsluitend voor in Afrika. De vier soorten hebben verschillende verspreidingsgebieden, tezamen komen ze voor in het grootste deel van het continent. Mamba's komen voor van laaglanden op zeeniveau tot een hoogte van 1200 meter boven zeeniveau.

De zwarte mamba en de smalkopmamba komen het zuidelijkst voor tot in delen van Zuid-Afrika. In grote delen van Zuid-Afrika ontbreken de mamba's omdat hier geen bossen zijn maar graslanden die gebruikt worden voor de veeteelt. In het noordelijke deel van Afrika, zoals Noord-Afrika en in en rond de Sahara komen geen mamba's voor, hier is het te droog. De zwarte mamba heeft de noordelijkste verspreiding van alle soorten en komt voor tot in delen van Mali.

Mamba's zijn echte boombewoners, uitgezonderd de zwarte mamba, die meer op de bodem leeft. De overige soorten leven vaak op enige hoogte en kruipen over de takken op zoek naar prooi. Mamba's zijn solitaire dieren die in een vrij hoge dichtheid kunnen voorkomen. Van de smalkopmamba is bekend dat er vijf exemplaren in een enkele boom kunnen worden aangetroffen. De populatiedichtheid van deze slang is in sommige streken twee- tot driehonderd exemplaren per vierkante kilometer.

De zwarte mamba leeft in holen in de grond of spleten in rotsen. Onder andere holen in termietennesten en verlaten holen van zoogdieren worden gebruikt als schuilplaats. Mamba's zijn 's nachts actief en houden zich overdag vaak schuil. Soms wordt overdag een zonnebad genomen om de lichaamstemperatuur te verhogen.

Uiterlijke kenmerken thumb|270px|right|Schubben van de kop van de zwarte mamba. thumb|270px|right|Twee exemplaren van de groene mamba, duidelijk te zien is dat er verschillende kleurvariaties zijn.

Mamba's zijn grote en lange boomslangen die een indrukwekkende gestalte hebben. Ze hebben een zeer langwerpige lichaamsvorm in vergelijking met veel andere slangen. Het lichaam en de staart zijn dun en de kop van alle soorten is duidelijk langwerpig. De vier soorten mamba's verschillen onderling sterk in lichaamslengte. De groene mamba kan 2,8 meter lang worden, maar de meeste exemplaren zijn kleiner dan twee meter. De zwarte mamba wordt veel langer en bereikt een gemiddelde lichaamslengte van ongeveer 2,5 meter maar er zijn uitschieters bekend tot 4,3 meter. Het is hierdoor de grootste giftige slang van Afrika.

De ogen van de mamba zijn relatief groot en rond, de pupil is rond van vorm. De kop van de mamba's is voorzien van grote, dikke schubben die voor een stevige bepantsering zorgen. Op de afbeelding rechts is het schubbenpatroon van de kop afgebeeld. Het oog wordt beschermd door verschillende schubben, de grootste is boven het oog gelegen en wordt de supra-oculaire schub (1) genoemd. Rond het oog is een ring van schubben aanwezig, de circumoculaire schubben (2). De grootste schubben aan de kop zijn aan de achterzijde van de bovenkant gelegen en worden de pariëtale schubben (3) genoemd. De schub op het midden van de kop is de frontale schub (4). De schubben voor de neusgaten worden de prenasale schubben (5) genoemd, aan de snuitpunt is het rostrum (6) gelegen. De neusschubben worden nasale schubben (7) genoemd. De schubben rond de bek zijn de labiaalschubben (labium betekent lip), de schubben in de onderste rij worden de onderlipschubben (8) genoemd en de schubben in de bovenste rij worden aangeduid met bovenlipschubben (9).

De schubbenhuid van het lichaam en de staart zijn voorzien van schubben. De schubbenhuid van de mamba's valt op doordat de schubben vrij groot zijn en glad van structuur. De schubben zijn in schuine rijen geplaatst waardoor het lijkt of het lichaam een bandering heeft. Deze werken isolerend, beschermen het lichaam tegen aanvallen van vijanden en voorkomen ook dat water door de huid verdampt. De schubben overlappen elkaar dakpansgewijs en zijn alleen aan de basis van de schub verbonden met de huid. Hierdoor hebben de schubben en enigszins met de veren van vogels vergelijkbare werking, ze vormen geen strak harnas maar kunnen over elkaar schuiven. Net als bij andere slangen zijn de schubben aan de rugzijde verdeeld in enkele tientallen lengterijen, maar bestaan de buikschubben slechts uit een enkele brede rij.

De lichaamskleur van de meeste soorten -de groene mamba, de smalkopmamba en Jamesons mamba- is meestal groen, maar kan ook grijs tot bruin zijn. De zwarte mamba heeft altijd een grijze tot bruine lichaamskleur en is de enige soort die nooit groen is.

De staart van slangen is het gedeelte van het lichaam achter de cloaca. De staart is aan de bovenzijde moeilijk van de rest van het lichaam te onderscheiden. De schubbenrijen aan de bovenzijde van het lichaam gaan namelijk naadloos over in de staartschubben. Aan de onderzijde is de staart echter goed te zien, vooral is deze af te leiden uit de positie van de cloaca. Daarnaast bestaan de buikschubben van slangen uit een enkele brede schubbenrij, terwijl de staartschubben uit meerdere rijen bestaan. De staart van mamba's is ongeveer een derde van de totale lichaamslengte. De staart dient om het lichaam te ondersteunen tijdens de voortbeweging. Daarnaast wordt de staart gebruikt om het lichaam te ankeren als de slang zich opricht, bijvoorbeeld bij bedreiging of tijdens gevechten tussen de mannetjes in de paartijd.

Mamba's zijn net als andere slangen ontstaan uit hagedissen en bij veel soorten slangen zijn hier nog sporen van te zien, zoals pootrestanten. Bij alle mamba's ontbreken dergelijke sporen volledig.

Onderscheid met andere soorten Volwassen mamba's zijn gemakkelijk te determineren aan vorm en lengte, maar jongere slangen zijn te verwarren met andere soorten. Met name jonge exemplaren van slangen uit het geslacht zandrenslangen (Psammophis) zijn gemakkelijk te verwarren. Ook de juvenielen van Philothamnus- soorten lijken op mamba's. De groene soorten kunnen verward worden met de boomslang (Dispholidus typus). Alle genoemde soorten (met uitzondering van de boomslang) zijn voor mensen ongevaarlijke slangen die niet giftig zijn, in tegenstelling tot de mamba's.

Voedsel thumb|270px|right|Een etende zwarte mamba. Mamba's staan hoog in de voedselketen en leven van gewervelde dieren. Daarnaast zijn eieren een belangrijke voedselbron. Prooidieren zijn vaak reptielen als hagedissen, gekko's en kameleons, maar ook andere boombewonende dieren worden gegeten. Daarnaast worden verschillende vogels buitgemaakt, zowel volwassen exemplaren als jonge vogels, deze laatsten worden uit het nest geroofd. Volwassen vogels worden gegrepen als ze zich op de grond bevinden, maar kunnen ook uit de lucht worden geplukt. Er zijn waarnemingen van mamba's die in struiken wachten op suikervogels die op de bloemen afkwamen. De vogels werden tijdens het drinken van de nectar gegrepen en opgegeten. Ook vliegende zoogdieren zoals vleermuizen worden gegrepen. Het hoofdvoedsel van mamba's bestaat uit kleine zoogdieren, zoals knaagdieren en eekhoorns.

Mamba's zijn zeer snel, de soorten die in bomen leven zijn behendige klimmers. De enige bodembewonende soort, de zwarte mamba, is een van de snelste slangen ter wereld. De zwarte mamba kan een snelheid bereiken van 11 kilometer per uur over een kort afstand, dit is vergelijkbaar met een rennende mens. De slang is in staat om met deze snelheid over een zeer ruw terrein te bewegen, zoals rotsen. Op gladde ondergronden zoals asfaltwegen zijn de mamba's langzamer.

Vijanden van mamba's zijn grote roofvogels zoals arenden. Ook van de secretarisvogel (Sagittarius serpentarius) is bekend dat ze slangen zoals mamba's eten. Daarnaast vallen ze ten prooi aan andere slangen, meestal soorten die voornamelijk leven van andere slangen.

Een belangrijke vijand van de mamba zijn mangoesten. Deze zoogdieren hebben een aangeboren afkeer van slangen en kunnen een volwassen mamba doden door deze meerdere malen bliksemsnel in de nek te bijten.

Voortplanting