thumb|Hendrik de Zeevaarder
De geschiedenis van Portugal is de geschiedenis van een oud Europees land, waarvan de oorsprong teruggaat tot de vroege middeleeuwen. Portugal klom op tot een wereldmacht in de tijd van de ontdekkingsreizen met het grote Portugese Rijk. Na de 15e en 16e eeuw verloor het veel van zijn rijkdom en status. De vernietiging van Lissabon door de aardbeving van 1755, de bezetting door Napoleon en de onafhankelijkheid van Brazilië in 1822 speelden daarin een grote rol. De revolutie van 1910 schafte de monarchie af. De corruptie en de grote staatsschuld leidden tot een militaire coup die een eenpartijstaat (door sommigen dictatuur genoemd) installeerde die zou duren tot 1974. Toen werden na een linkse militaire coup democratische hervormingen doorgevoerd. Het jaar daarop werden de Afrikaanse koloniën onafhankelijk.
Oude geschiedenis Prehistorie
In de vroegste periode leefden er neanderthalers en later de Homo sapiens in het gebied.
Vanaf 1.000 v.Chr. ontstonden aan de Atlantische kust Fenicische handelsnederzettingen.
In de 8e eeuw v.Chr. vielen Keltische stammen uit Centraal-Europa het noordelijk deel binnen en mengden zich onder de lokale Iberische bevolking. Hierdoor ontstonden de Keltiberiërs. In de 4e eeuw v.Chr. werden aan de kusten kleine semipermanente nederzettingen gesticht door de Grieken en de Carthagers.
Romeinen In 219 v.Chr. vielen de eerste Romeinse troepen het Iberisch Schiereiland binnen. Binnen 200 jaar was het hele schiereiland veroverd en werd het een deel van het Romeinse Rijk (Lusitania). De Carthagers (tegenstanders van Rome in de Punische oorlogen) werden uit hun koloniën verdreven.
Rome installeerde een koloniaal regime. In deze periode groeide de welvaart in Lusitania en veel dorpen werden gesticht. In 27 v.Chr. werd Lusitania een Romeinse provincie met Mérida als hoofdstad. Later ontstond uit het noordelijke deel van Lusitania de provincie Gallaecia met de hoofdstad Bracara (het huidige Braga).
Middeleeuwen Germanen thumb|Uitbreiding van het rijk onder Rechiar
Na de Rijnoversteek in 405/406 konden barbaarse stammen het West-Romeinse Rijk binnen dringen. In 409 bereikten de Alanen het Iberische schiereiland en stichtten in Lusitania onder koning Attac een eigen rijk dat kortstondig standhield. Het Gotische leger van Wallia maakte in opdracht van de Romeinen in 418 een einde aan de aanwezigheid van de Alanen, waarna Lusitania terugkeerde onder Romeins gezag.
In de aangrenzende provincie Gallaecia hadden de Sueben een rijk gesticht dat wel bleef voortbestaan. Onder Rechiar veroverden zij in 439 heel Lusitania op de Romeinen. In 456 werden de Sueven teruggedrongen door een Visigotisch expeditieleger onder leiding van Theodorik II, dat in opdracht van de energieke Romeinse keizer Avitus de Romeinse heerschappij in Spanje moest doen terugkeren. Daarna is het snel gedaan met de Romeinen. In de periode tussen 465 en 470 nemen de Visigoten de macht over. Het noordelijke deel van Lusitania behoort toe aan de Sueven en het zuidelijke deel aan de Visigoten.
In 585 maken de Goten een einde aan het koninkrijk van de Sueven door de hoofdstad Bracara te veroveren. De Visigoten houden tot 711 stand, maar dan zetten de islamitische Berbers en Arabieren uit Noord-Afrika in Gibraltar voet aan de grond en brengen het Rijk der Visigoten ten val.
Moorse overheersing en de Reconquista
thumb|300px|Het Iberisch Schiereiland voor de Grote Berberopstand in oktober 741 onder Moorse heerschappij Op 30 april 711 vielen de islamitische Moren (Berbers en Arabieren) onder leiding van de generaal Tariq ibn Ziyad het Iberisch Schiereiland binnen vanuit Marokko en kwam er een einde aan het christelijke Visigotische koninkrijk (ook wel Westgotische koninkrijk genoemd). Vele Gotische edelmannen vluchtten zowel naar Narbonne over de Pyreneeën als naar het noordelijke, niet veroverde en christelijke Asturische hoogland waar ze onderdak kregen. Van daar uit deden ze later herhaalde pogingen om hun land te heroveren. Ook vanuit het huidige Galicië en het aangrenzende León die na de Berberopstand van oktober 741 door de Berbers verlaten waren vielen ze de Moren aan. Stuk voor stuk veroverden ze grondgebied en zo ontstond naast León het koninkrijk Galicië en Portugal dat later zou splitsen. Uiteindelijk na meer dan 500 jaar van islamitische overheersing in Portugal kwam er in 1249 een einde aan en werden de Moren definitief verdreven uit de Algarve, het laatste islamitische bolwerk in Zuid-Portugal. Het zou nog honderden jaren duren voor de Moren definitief uit het Iberische schiereiland verdreven werden. Deze strijd is in de geschiedenis bekend als de Reconquista.
Graafschap Portugal
In 868 veroverde graaf Vímara Peres het gebied tussen de Minho en de Douro. Dit land was toen bekend als Portucale.
Portugal krijgt zijn eerste de jure onafhankelijkheid - als Koninkrijk Galicië en Portugal - in 1065 onder het bewind van Garcia I. Door feodale machtsstrijd rebelleerden de Portugese en Galicische edelen. In 1072 werden León en Castilië herenigd onder Alfonso VI van Castilië, de broer van Garcia I.
In 1095 schonk koning Alfonso VI van Castilië - als dank voor zijn hulp in de strijd tegen de Moren - het graafschap Portucale aan zijn schoonzoon Hendrik van Bourgondië. Deze voegde Portucale en Coimbra samen en verklaarde Portugal in 1109 onafhankelijk. Dit gebeurde in een periode waar ten gevolge van een burgeroorlog tussen León en Castilië de aandacht van laatstgenoemde voor het Portugese grondgebied quasi onbestaande was. Hendrik overleed echter zonder zijn doel echt te hebben verwezenlijkt.
Zijn zoon, Afonso Henriques volgde hem op. Braga, het onofficiële katholieke centrum van het Iberisch Schiereiland kreeg concurrentie van andere regio's. De heren van de steden Coimbra en Porto (toen Portucale) eisten met de geestelijkheid van Braga de onafhankelijkheid van het nieuwe land. De Portugezen beschouwen de Slag van São Mamede op 24 juni 1128 als het begin van hun onafhankelijkheid. Afonso riep zichzelf uit tot Prins van Portugal en in 1139 tot Koning van Portugal.
Koninkrijk Portugal
In 1143 werd Portugal officieel erkend op de conferentie van Zamora, met de prins als Dux Portucalensis. In 1179 werd Afonso I door paus Alexander III tot koning uitgeroepen. Na de Slag van São Mamede werd Guimarães de eerste hoofdstad. Later regeerde de koning vanuit Coimbra.
In 1249 en 1250 werd de Algarve heroverd op de Moren en in 1255 werd Lissabon de hoofdstad.
Portugal is altijd op zee gericht geweest. De landsgrenzen waren stabiel; de enige grens met het vasteland, namelijk deze met Spanje, is sinds de 13e eeuw vrijwel onveranderd gebleven. Het Verdrag van Windsor, een alliantie tussen Engeland en Portugal uit 1386, is nog steeds van kracht.
Visvangst en overzeese handel zijn altijd de belangrijkste economische activiteiten geweest. De technologische ontwikkelingen in de navigatie samen met de grote interesse van Hendrik de Zeevaarder voor ontdekkingsreizen maakten Portugals expansie mogelijk en leidden tot grote vooruitgang in de geografische kennis.
De ontdekkingsreizen: Glorie van het rijk
thumb|Afbeelding over de ontdekkingsreizen op de Padrão dos Descobrimentos in Lissabon In de 15e en 16e eeuw overschaduwde Portugal de meeste andere landen op economisch, politiek en cultureel gebied en ontwikkelde het een uitgebreid rijk over de hele wereld.
Op 25 juli 1415 vertrok de Portugese Armada met koning Johan I en zijn zonen prins Eduard, prins Pieter, prins Hendrik de Zeevaarder, prins Alfons en met de mythische held Nuno Alvares Pereira naar Ceuta in Noord-Afrika. Op 21 augustus werd de stad veroverd. Deze gebeurtenis wordt beschouwd als het begin van het Portugese Rijk.
In 1418 kwamen twee kapiteins van Hendrik de Zeevaarder door een storm op een eiland terecht dat ze Porto Santo ("Heilige Haven") noemden uit dankbaarheid voor hun redding. In 1419 zette João Gonçalves Zarco voet op Madeira. Tussen 1427 en 1431 werden de meeste eilanden van de Azoren ontdekt. In 1434 rondde Gil Eanes Kaap Bojador, ten zuiden van Marokko. Deze reis was het begin van de Portugese ontdekkingen in Afrika.
In 1448 werd op een klein eiland Arguim bij Mauritanië een kasteel gebouwd als handelspost voor de handel met het binnenland van Afrika. Later werd hier het eerste goud uit Afrika aangevoerd en waren de Arabische karavanen, die door de Sahara trokken, niet meer nodig. Ook werden in de Golf van Guinee onbewoonde eilanden ontdekt: Kaapverdië, Fernando Pó, Sao Tomé, Principe en Annobon. Pas in 1471 lukte het Tanger te veroveren. In 1483 bereikte Diogo Cão de Kongostroom.
In 1484 verwierp Portugal het idee van Christoffel Columbus om India via het westen te bereiken omdat het als onmogelijk werd gezien. Hiermee begon een lange discussie die eindigde met het Verdrag van Tordesillas in 1494. Het verdrag verdeelde de (nog grotendeels niet ontdekte) wereld gelijk tussen de Spanjaarden en de Portugezen langs een noord-zuidlijn 1770 km ten westen van Kaapverdië: al het land ten oosten ervan was voor Portugal en al het land ter westen ervan voor Spanje.
Een belangrijk wapenfeit was het ronden van Kaap de Goede Hoop door Bartolomeu Dias in 1488; de rijkdommen van India lagen nu dichtbij. Vasco da Gama zette koers naar India en bereikte Calicut op 20 mei 1498. Het klooster van Jerónimos werd gebouwd en opgedragen aan de ontdekking van de route naar India. In 1500 zag Pedro Álvares Cabral de Braziliaanse kust; tien jaar later veroverde Afonso de Alburquerque Goa, in India.
João da Nova ontdekte Ascension in 1501 en Sint-Helena in 1502; Tristão da Cunha zag als eerste de archipel die nog steeds naar hem heet. In Oost-Afrika werden kleine staatjes aan de kust van Mozambique, Kilwa, Brava en Mombassa vernietigd of onderworpen of bondgenoot gemaakt. thumb|350px|left|Portugese ontdekkingen en exploraties
De twee miljoen Portugezen heersten over een groot rijk met miljoenen inwoners in Amerika, Afrika, het Midden-Oosten en Azië. In 1514 bereikten de Portugezen China en Japan. In de Indische Oceaan ontdekte een van Cabrals schepen Madagaskar (1501), dat deels verkend werd door Tristão da Cunha (1507); Mauritius werd ontdekt in 1507, Socotra bezet in 1506 en in datzelfde jaar bezocht D. Lourenco d'Almeida Ceylon.
In de Rode Zee was Massawa tot 1541 de noordelijkste punt die bezocht werd; in dat jaar bereikte een vloot onder Estevão da Gama Suez. Hormuz, in de Perzische Golf, werd ingenomen door Afonso d'Albuquerque (1515) en hij begon diplomatieke relaties met Perzië.
Op het Aziatische vasteland werden de eerste handelsposten door Cabral in Cochin en Calicut opgezet (1501); belangrijker was de verovering van Goa (1510) en Malakka (1511) door d'Albuquerque, en de bezetting van Diu (1535) door Martim Afonso de Sousa. Ten oosten van Malakka zond d'Albuquerque Duarte Fernandes als afgezant naar Siam (nu Thailand) in 1511. Hij zond twee expedities naar de Molukken (1512, 1514), die de basis legden van de Portugese overheersing in de Maleisische archipel. Fernão Pires de Andrade bezocht Kanton in 1517 en begon de handel met China, waar in 1557 de Portugezen toegestaan werd Macau te bezetten. Japan, per ongeluk door drie Portugese handelaars bereikt in 1542, trok snel grote aantallen kooplieden en missionarissen aan. thumb|300px|het Portugese Rijk In 1522 voltooide een van schepen van de expeditie, die Ferdinand Magellaan in Spaanse dienst organiseerde, de eerste reis om de wereld.
Tegen het einde van de 15e eeuw wees Portugal een aantal lokale joden uit alsook de vluchtelingen uit Castilië en Aragón na 1492. Vele joden werden gedwongen bekeerd tot het katholicisme en konden als bekeerling blijven. Een groot aantal van hen bleef echter, in het geheim, hun joodse religie beoefenen ook al lag het gevaar van de Inquisitie op de loer. thumb|300px|kaart van Portugal uit 1579, door Abraham Ortelius
Iberische Unie