thumb|Joseph Goebbels in 1934 thumb|Herschel Grynszpan bij zijn arrestatie op 7 november 1938

thumb|Joodse winkel in München na Kristallnacht thumb|Mensen gaan naar hun werk op 10 november 1938

De Kristallnacht (ook wel Nacht van het gebroken glas) was een door de nazi's georganiseerde actie (pogrom) gericht tegen het Joodse deel van de Duitse bevolking. De Kristallnacht vond plaats in de nacht van 9 op 10 november 1938. In heel Duitsland werden Joden en hun bezittingen aangevallen. Er werden 1400 synagogen in brand gestoken en gesloopt.Synagogue Memorial "Beit Ashkenaz". Gearchiveerd op 4 augustus 2023. Ongeveer 7500 winkels en bedrijven van Joden werden vernield. Ook Joodse huizen, scholen, begraafplaatsen en ziekenhuizen moesten het ontgelden. Het werd de brandweer verboden de branden te blussen. Volgens eerste verslagen werden tijdens de Kristallnacht 96 Joden op straat vermoord. Ook in Oostenrijk en Sudetenland werden Joden aangevallen en hun bezittingen vernield. Meer recente onderzoeken stellen het aantal echter op meer dan 400 Joden die tussen 7 en 13 november vermoord of tot zelfmoord gedreven werden. Voegt men hierbij het aantal doden in de concentratiekampen waar direct na 10 november ongeveer 30.000 Joodse jongere en gezonde mannen werden opgesloten,Kristallnacht, a nationwide pogrom. Gearchiveerd op 8 augustus 2018. dan komt men bij een getal van meer dan 1400.Die "Kristallnacht"-Lüge. Gearchiveerd op 5 april 2023. Nazipropagandaminister Joseph Goebbels wordt gezien als het brein achter de Kristallnacht.

De naam Kristallnacht verwijst naar het vele glaswerk dat tijdens deze aanvallen werd vernield. Van Joodse zijde werd later bezwaar gemaakt tegen deze eufemistische benaming, gegeven de ernst van de gebeurtenissen. Sindsdien worden er in Duitsland ook andere namen gebruikt zoals Reichspogromnacht en Novemberpogrome 1938.

Aanleiding Een paar maanden nadat Adolf Hitler aan de macht kwam in januari 1933, verschenen er borden in de straten van Duitsland met opschriften als 'Joden niet welkom' en 'Koop niet bij Joden'. Ook werden er vanaf dat moment wetten uitgevaardigd die het leven van de 600.000 Joden in Duitsland steeds moeilijker maakten. Zo mochten ze geen ambtelijke functies meer bekleden, niet studeren aan de universiteit en met de Neurenberger Wetten uit 1935 verloren Joden hun burgerrechten. De levensomstandigheden van de Joodse bevolking werden steeds zwaarder, door de nazistische wetten en de hetze onder de Duitse bevolking verloren velen hun middelen van bestaan. In 1938 waren al 160.000 Joden Duitsland ontvlucht. Hitler, die de Duitse maatschappij wilde 'ontjoden' (naar analogie van 'ontluizen'), zag bij voorkeur alle Joden uit Duitsland vertrekken. Er waren veel meer joden dan de reeds vertrokken 150.000 die Duitsland wilden verlaten, maar andere landen wilden geen of maar mondjesmaat Joden opnemen. Omdat de 'ontjoding' niet snel genoeg ging, gaf Hitler op 18 oktober 1938 het bevel 12.000 Pools-Duitse Joden uit te zetten. Deze Joden woonden vaak al jaren legaal in Duitsland. De te deporteren Joden kregen slechts één nacht om Duitsland te verlaten, ze mochten daarbij één koffer meenemen. De achtergebleven bezittingen werden in beslag genomen door de nazi's of geroofd door buurtgenoten. De 12.000 Joden werden op de trein gezet naar Polen waar 4.000 mensen werden toegelaten door de Poolse regering. De andere 8.000 gedeporteerden konden niet anders dan wachten bij de grens op een eventuele toelating tot Polen. Bij de grens waren geen voorzieningen, de Joden wachtten buiten – zonder onderdak en zonder voedselvoorziening, regelmatig werd er geweld tegen hen gepleegd en er vielen ook doden.

Een van de gedeporteerde families was de familie Grynszpan uit Hannover, waar ze al 27 jaar woonden. Hun 17-jarige zoon Herschel Grynszpan had Duitsland al eerder verlaten en verbleef in 1938 illegaal bij zijn oom in Parijs. Op 3 november 1938 ontving Grynszpan een brief van zijn zuster waarin zij hem schreef over hun deportatie en de erbarmelijke omstandigheden waarin de familie verkeerde. In de daaropvolgende dagen las Grynszpan in (Joodse) kranten meer verhalen over de deportatie van de Pools-Duitse Joden. De berichtgeving maakte hem woedend. Op 7 november ging Grynszpan naar de Duitse ambassade te Parijs om, zoals hij zelf zei, een daad te stellen die in de wereld niet onopgemerkt zou blijven.Sidney Smeets. De wanhoopsdaad: hoe een zeventienjarige jongen de Kristallnacht ontketende, Balans, Amsterdam, 2013. In de ambassade vuurde Grynszpan vijf kogels af op de Duitse diplomaat Ernst vom Rath, die twee dagen later als gevolg van zijn verwondingen overleed. Of Grynszpan het op Vom Rath had gemunt, of dat hij een willekeurig slachtoffer was, staat volgens sommigen ter discussie. Enkele historici gaan ervan uit dat Grynszpan naar de ambassade ging met het voornemen de ambassadeur te vermoorden, maar deze toen hij hem buiten de ambassade al tegen het lijf liep, niet herkende."Herschel Grynszpan: meer dan een voetnoot alleen", site Geschiedenis Beleven.nl, 23 juni 2014. Gearchiveerd op 15 april 2023.

Opmaat naar de Kristallnacht Voor Joseph Goebbels, gouwleider (Gauleiter) van de hoofdstad Berlijn en minister van Propaganda, was de aanval op Vom Rath een uitgelezen kans om bij Hitler weer in een goed blaadje te komen. Goebbels had een liefdesaffaire gehad met de Tsjechische actrice Lída Baarová, wat een publiek schandaal veroorzaakt had en hierdoor had Goebbels veel aanzien verloren in nazi-Duitsland. Hij gebruikte de aanval op Vom Rath voor een tirade tegen de Joden. Goebbels gaf Hitler een motief voor een anti-Joodse actie door de verspreiding van de leuze: "Niet Herschel Grynszpan, maar het gehele Jodendom is verantwoordelijk voor de dood van een Duitse diplomaat".

Na vier en een half jaar nazidictatuur en Gleichschaltung werd antisemitisme breed door de bevolking gedragen, en zij die dit niet deden spraken zich er meestal niet openlijk tegen uit. In 1937 waren het boek en de tentoonstelling Der Ewige Jude uitgekomen, en met name de tentoonstelling werd in verband gebracht met een toename van antisemitische incidenten. Deze bevatte de foto´s en plaatjes uit het boek met onderschriften, alles in een antisemitische context waarin de Joden van allerlei zaken werden beschuldigd.

De eerste reactie van de nazi's liet niet lang op zich wachten; op 8 november 1938 werden met onmiddellijke ingang alle Joodse kranten en tijdschriften verboden. Hierdoor werden de Joden afgesneden van hun gemeenschap en, belangrijker nog, ook van nieuws over emigratiemogelijkheden. Op het moment van het verbod bestonden er drie Duits-Joodse kranten en vier Duits-Joodse tijdschriften. Op dezelfde dag werd ook afgekondigd dat Joodse kinderen niet meer werden toegelaten tot Duitse (Arische) scholen en dat alle Joodse culturele activiteiten voor onbepaalde tijd werden opgeschort.

De nacht van 9 op 10 november Twee dagen na de aanval op Vom Rath, op 9 november 1938, gaf Hitler Goebbels toestemming om een geweldactie tegen de Joden te starten.Kristallnacht, Nieuwsdossier, november 2008!

Goebbels ziet zijn kans schoon De dood van Vom Rath op 9 november viel samen met de herdenking van de Bierkellerputsch, de mislukte staatsgreep van Hitler en zijn aanhangers in 1923. Ondanks het mislukken van die staatsgreep was de herdenking een jaarlijks hoogtepunt voor de nazi's. Die avond waren veel nazi-bonzen en oud-strijders samengekomen in het oude raadhuis van München, ook Hitler was aanwezig. Op weg naar de herdenking werd Joseph Goebbels gewaarschuwd voor onregelmatigheden in München die het gevolg waren van de moordaanslag op Vom Rath. De acties – die ook elders in Duitsland plaatsvonden – waren gericht tegen de Joodse bevolking, Goebbels gaf de politie direct opdracht 'zich soepel op te stellen' oftewel: niet in te grijpen. Waarschijnlijk zag Goebbels zijn kans schoon en nam hij zich, op weg naar de herdenking, voor de volksopstand te gebruiken om het antisemitisme een duwtje in de rug te geven. Tijdens de bijeenkomst in het raadhuis spraken Goebbels en Hitler met elkaar, Goebbels schreef hierover later in zijn dagboek dat Hitler tijdens dit gesprek toestemming gaf voor een 'demonstratie'. Hitler verliet de herdenking rond 21.30 uur, direct na het vertrek van Hitler hield Goebbels rond 22 uur een toespraak. In deze toespraak meldde hij dat Vom Rath was bezweken en vervolgde: "Moet ik u vertellen tot welk ras het vuile zwijn behoorde dat deze lage misdaad heeft begaan? Een Jood!". Volgens Goebbels was het niet alleen de schuld van Grynszpan dat Vom Rath was omgekomen, het hele Jodendom was verantwoordelijk. Goebbels riep de aanwezigen op "deze aanval van het internationale Jodendom niet onbeantwoord [te] laten, we moeten wraak nemen! Gezamenlijk moeten we ons antwoord formuleren op deze Joodse moord en de dreiging die het internationale Jodendom voor ons roemrijke Duitse Rijk betekent!"Aanleiding tot de Kristallnacht, TracesOfWar.nl De aanwezigen kregen daarmee geen expliciet bevel om Joden aan te vallen maar werden wel aangemoedigd. Ook was inmiddels duidelijk dat de politie niet in zou grijpen. Goebbels schreef later in zijn dagboek dat hij en Hitler vonden dat "de Joden maar een keer de woede van het volk moesten voelen".

Goebbels geeft de SA en Gauleiter instructies Na de bijeenkomst in het raadhuis in München kwamen Goebbels, de Gauleiter (regionale NSDAP-leiders) en de SA-leiders (de SA was de paramilitaire organisatie van de NSDAP) samen in Hotel Rheinischer Hof te München. De Gauleiter en SA-leiders werden door Goebbels geïnformeerd over wat hen te doen stond. Deze bevelen gaven zij direct telefonisch door aan hun ondergeschikten in heel Duitsland. Korte tijd later gingen SA-leden de straat op, door de herdenking van de Bierkellerputsch vaak al dronken mannen waren wel te porren voor wat rellen en geholpen door burgers sneuvelden synagogen, huizen, bedrijven, winkels, begraafplaatsen en scholen van Duitse Joden. Goebbels bleef intussen bezig met het uitvaardigen van instructies en gaf in Berlijn zelf de opdracht tot het vernielen van de synagoge aan de Fasanenstrasse in Berlijn.

Politie en SS krijgen het bevel niet op te treden