Pierre Schunck (Heerlen, 24 maart 1906 - Kerkrade, 2 februari 1993) was afkomstig uit de familie Schunck, die een warenhuis in Heerlen bezat. Hij was vooral bekend als Nederlands verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog in zijn woonplaats Valkenburg. Na de oorlog vestigde hij op het toen nog noodlijdende Bonaire de eerste industrie in de vorm van een textielfabriek voor werkkleding t.b.v. de olie-industrie in Venezuela en op de naburige eilanden Curaçao en Aruba. Dat was de eerste aanzet voor de economische opleving van het eiland, waar toen nog een groot overschot van alleenstaande werkeloze vrouwen bestond.

Jeugd en opleiding Geboren in Heerlen als oudste zoon van Peter Joseph Schunck en Christine Cloot. Als scholier gaf hij bijles aan Sinti-kinderen in het Heerlens woonwagenkamp van de Heksenberg (in een heidegebied bij de wijk Heksenberg). De franciscaan Justus Merks van het Woonwagenliefdewerk was de zielzorger en de drijvende kracht daarachter. Schunck werd er getuige van de voortdurende discriminatie van de Sinti en andere woonwagenbewoners al lang voor de bezetting. Het Woonwagenliefdewerk werd bijvoorbeeld in een vergadering van Gedeputeerde Staten in 1931 beschuldigd: „het Liefdewerk werkt onbewust in de hand, dat de menschen in de woonwagens blijven, en erger, er in trekken.“Verslag Staten van Limburg, Limburgsch Dagblad (24 december 1930) op Wikisource. Dit zou grote invloed op zijn verdere leven hebben.

Na zijn studie aan de hogere textielschool in Enschede koos hij ervoor, eveneens franciscaan te worden, mede geïnspireerd door Justus Merks. Hij volgde de priesteropleiding in Megen bij Nijmegen en Hoogcrutz aan de zuidrand van Zuid-Limburg, maar verliet die opleiding weer vóór de priesterwijding.

Zakelijke activiteiten vóór en tijdens de oorlog Na zijn kloostertijd leidde hij vanaf de jaren dertig in opdracht van de Fa. Schunck (= zijn vader) een wasserij in Valkenburg. Daar leerde hij zijn vrouw Gerda Cremers kennen. Zij trouwden op 03-10-1936 in Valkenburg. Zij werden er lid van de Katholieke Actie waar zeer gewaarschuwd werd voor de (morele) gevaren van het nationaalsocialisme.

Oprichting van het confectiebedrijf „De Molen“ op 1 januari 1943, midden in de oorlog. Vennoten: Peter J. Schunck en zijn zoon Pierre Schunck, die tevens directeur werd. Als bedrijfsleider werd een onderduiker aangesteld, die er werkte onder de naam Jan Langeveld. Zijn werkelijke naam was Lex Israëls. Doel was de productie van mijnkleding, die tot dan in het Glaspaleis had plaatsgevonden. De bezetters hadden gedreigd, de concessie aan zijn vader voor de vervaardiging in te trekken, omdat Peter Schunck om principiële redenen niet voor de Wehrmacht wilde werken. Er werd een voormalige stoom-graanmolen aan de Geleenstraat aangekocht van de Jood Max Salm, die daarmee waarschijnlijk zijn vlucht wilde bekostigen en inbeslagneming voorkomen.

Tijdens de bezetting werd daar ook veel kleding voor onderduikers gemaakt.

De naam van het bedrijf werd in 1947 gewijzigd in SKIL, Schunck‘s Kleding Industrie Limburg.Privéarchief Pierre Schunck, zakelijke correspondentie.

In 1948 vertrok Pierre Schunck naar Bonaire, zie hieronder.

Verzetsactiviteiten Vanaf het begin van de Duitse bezetting ondernam hij enkele incidentele acties, die nog niet als echt verzet, maar meer als burgerlijke ongehoorzaamheid kunnen worden beschouwd. Met enkele anderen uit de wasserij verschafte hij op 10 mei 1940, de eerste dag van de bezetting, burgerkleding aan Nederlandse militairen, die niet in krijgsgevangenschap wilden. Hun wapens werden begraven. Met een buurman stelde hij eigendommen van Jezuïeten veilig, die uit hun klooster waren verdreven omdat daar een school van de SS zou worden ingericht. Om de nationaalsocialistische Winterhulp vóór te zijn, werd met behulp van de keukeninrichting van het klooster door Pierre Schunck en de Katholieke Actie op de zolder van de wasserij een gaarkeuken voor kinderen ingericht. Boeren uit de omtrek leverden voedsel, dat zij door fraude met opbrengstcijfers achter konden houden. Zo legde Pierre Schunck de eerste waardevolle contacten voor de latere onderduikershulp met boeren, die bereid waren, iets te doen.

Omdat het begraven van de wapens was aangegeven door iemand die geld nodig had, kwam er in de vroege lente 1942 een razzia op zijn terrein. Door de ondersteuning van de meeste aanwezigen, waaronder de politieman die moest graven en „niets kon vinden“, liep alles met een sisser af. Maar dit betekende een keerpunt, Schuncks verzet nam georganiseerde vormen aan.Artikel in het Herdenkingsnummer (35 jaar Auschwitz vrij) van het Nederlands Auschwitz Comité, 24e jg nr.1, 1980. Het is gebaseerd op een interview met Pierre Schunck. Je koos niet voor het verzet, vanaf blz. 27

Oprichting L.O.-district Heerlen In het bedrijf De Molen in Heerlen, waarvan Schunck directeur was, nam hij een Joodse onderduiker uit Amsterdam aan, die er onder valse naam kon komen wonen en werken, zie hierboven. Hij werd kort daarna aangesproken door een kapelaan Berix uit Heerlen, die al langer aan verzet deed en werkkleding voor onderduikers zocht. Hij kon als tegenprestatie aan betere papieren voor Schuncks onderduiker komen. Zij werden vrienden en waren beide tijdens een van de eerste dagen van september 1943 medeoprichters van het district Heerlen (LO-H18) van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, afgekort L.O.Afscheidstoespraak van Theo Goossen (Harry van Benthum) bij de uitvaart van zijn verzetsmakker „Paul“ Die oprichting vond plaats in de ambtswoning van de zielzorger van het Heerlense ziekenhuis, rector Nic Prompers. Dat ziekenhuis werd het verzetscentrum het district Heerlen. Chefarts was dr Karel van Berckel, die de oorlog niet heeft overleefd. De onderduikershulp was in Heerlen aanvankelijk opgezet door de kleine en hechte gereformeerde gemeente. Allengs sloten zich alle groepen samen.Herman van Rens Vervolgd in Limburg – Joden en Sinti in Nederlands Limburg tijdens de Tweede Wereldoorlog, 2013 Hilversum (proefschrift Universiteit van Amsterdam) p. 236 Ook met verschillende sabotagegroepen in de mijnen ontstond een goede samenwerking. Uit die groepen ontstonden de knokploeg Heerlen (en daaruit weer de knokploeg Zuid-Limburg evenals de groep Bongaerts rond brandweercommandant Charles Bongaerts. Zij allen werkten steeds nauwer samen.

Duikherberg Pierre Schunck was afkomstig uit en werkte in Heerlen, maar hij woonde in Valkenburg. Hij hoorde in 1942 van Berix, dat niet ver van zijn woning, aan de Meerssenerbroek tussen Geulhem en Meerssen, een kapelaan Geelen onderduikers verborgen hield in een ondergronds gangenstelsel dat behoorde tot een open kalkgroeve die eigendom was van Schuncks vader, Peter Joseph Schunck. Volgens Geelen was het voltallige personeel volkomen betrouwbaar. Op één na: Heinrich S., een schoonzoon van Peter Joseph Schunck, die er directeur was. Hij was Duitser en om carrièreredenen een vooraanstaand lid van de Duitse NSDAP in Heerlen. Dat een Duitse partijfunctionaris directeur was, vond Berix juist een pluspunt. De Duitse autoriteiten zouden jegens deze plaats nooit argwaan krijgen. Uit nadere informatie bij het personeel naar de activiteit van S. bleek bovendien: „Binnen, in de onderaardse grotten komt hij nooit en hij weet er ook niet de weg.“Interview Auschwitz comité Peter Schunck, de vader van Pierre Schunck en eigenaar van de grot, moest er eens een groep Duitse officieren rondleiden. Na een tijd stootte hij met zijn stok tegen het plafond, waarbij een paar brokken kalksteen naar beneden vielen, met de opmerking: „We kunnen maar beter teruggaan, want vanaf hier staat de zaak op instorten!“ Die Herren waren het daar volkomen mee eens.Mondelinge overlevering door Carla, de jongste zus van Pierre Schunck. Peter Schunck heeft nooit gevraagd, waarom zijn zoon Pierre zich voor dat gangenstelsel interesseerde, maar willigde diens verzoek in, Louis Horsmans, een broer van de verzetsman kapelaan Horsmans als plaatsvervanger van Heinrich S. aan te stellen, omdat die het elders immers te druk had. Zij begonnen een tweede onderaardse schuilplaats aan te leggen (In de eerste zaten de jongens van Kapelaan GeelenFons Leunissen SOK mededelingen 39. - De kapel van de Leraarsgroeve. Er staan in dit artikel fouten over de familieverhoudingen van Pierre Schunck. Hij wordt met zijn vader vereenzelvigd en de auteur blijkt ook niet te weten, dat Schunck al vanaf het begin van de oorlog aan verzet deed, toen de meesten nog dachten, dat de Duitsers al hadden gewonnen. Maar verder geeft het een interessant inzicht over het leven van de onderduikers.). Door medewerkers van de Provinciale Limburgse Elektriciteits-Maatschappij werd er clandestien elektriciteit aangelegdCammaert pagina 683 De matrassen haalden Schunck en Berix uit het Heerlense ziekenhuis, met medeweten van de daar werkzame nonnen. Zie voor de betekenis van dat ziekenhuis voor het verzet het artikel over de chefarts Karel Clemens van Berckel.

In de loop van 1943 kwam de schuilplaats voor rond 20 mensen gereed en kreeg de naam duikherberg. De voedselverzorging werd via de bovengenoemde gaarkeuken voor kinderen op de zolder van de wasserij geregeld. Daar werd het voedsel door boeren uit de omgeving geleverd, buiten het bonnensysteem om, zie hierboven. Gerda Schunck-Cremers (de vrouw van Pierre Schunck) kookte daarmee het eten voor de mensen in de grot. Dat werd door de week door iemand van het kalkbedrijf afgehaald, in de weekends bracht Pierre Schunck het met de fiets daarheen.Artikel in het Herdenkingsnummer (35 jaar Auschwitz vrij) van het Nederlands Auschwitz Comité, 24e jg nr.1, 1980, gebaseerd op een interview met Pierre Schunck Ook andere vrouwen kookten voor de onderduikers „in de grot“.Verzet in Valkenburg tijdens de Tweede Wereldoorlog Mail van Victor Grotaers uit Australië over zijn ouders. Hij schrijft in het Engels, maar gebruikt daarin het Nederlandse woord „onderduikers“.

Hier konden onderduikers terecht in afwachting van een definitieve plek. Later, nadat het contact met de Landelijke Organisatie was gelegd, ging het ook om neergestorte geallieerden, tot ze verder konden op de pilotenlijn (Een van de namen voor de vluchtroutes). Via de L.O. had Pierre Schunck daarvoor contact met de franciscaner pater Beatus (Gerard van Beckhoven) aan wie hij burgerkleren had aangemeten.Pierre Schunck over de kledingproblemen van onderduikers: „Bijna niet oplosbare problemen diende ik zelf te behandelen, bijv. een zeer dikke Franciscaan, pater Beatus“ Verzet in Valkenburg Hoofdstuk Oprichting van het L.O. district Z18 (Heerlen)] Die had onder andere voor ontsnapte Franse krijgsgevangenen een route via het grensgehucht Hoogcruts georganiseerd, waar ook Pierre Schunck als student had gezeten.

Tot de zomer van 1944 bleef de duikherberg in gebruik.Cammaert, hoofdstuk 6b pagina 683 In het voorjaar van dat jaar waren de Duitsers begonnen met de inrichting van de vlakbij gelegen Bronsdalgroeve als bomvrije revisiewerkplaats voor BMW 801 vliegtuigmotoren. De LO bezorgde ook aan de onderduikers van kapelaan Geelen veiligere duikadressen, maar die waren daar niet echt gelukkig mee. Het werk begon er in Augustus. Maar toen was de oorlog in Valkenburg al bijna voorbij.Platform Wereldburgerschap, Valkenburg 2019 – 75 jaar bevrijd. 75 verhalen over de inval in 1940, de bezetting en de bevrijding september 1944. Fotoroute 20B

Het rayon Valkenburg