Jaffa (Arabisch: يافا :Jaffa, Hebreeuws: יָפוֹ Jaffo) is een oude havenstad in Israël en tegenwoordig een stadsdistrict van de gemeente Tel Aviv-Jaffa. Jafa betekent mooi. Het ligt aan de Middellandse Zee. Jaffa telt 46.000 inwoners van wie ongeveer 30.000 Joods en 16.000 Arabisch.
Geschiedenis
Oudst bekende geschiedenis De stad is een van de oudste steden van de wereld en was gedurende vele millennia een belangrijke havenstad. Het is de oudste havenstad in het oostelijke Middellandse Zeegebied. In de bronstijd maakten de Egyptenaren deze plaats tot een bolwerk met rondom koninklijke tempel-staatjes. In de twaalfde eeuw v.Chr. werd het bewoond door Filistijnen, die zich langs de gehele kustlijn tot voorbij Gaza vestigden. De naam Jaffa wordt vermeld op kleitabletten die bij Achetaton in Egypte zijn gevonden, en in de Griekse mythologie in het verhaal van Andromeda.
Naam in Bijbelse verhalen In de joodse Tenach/het christelijke Oude Testament komt de naam Yafo voor in het boek Jona. In dat verhaal gaat deze profeet hier aan boord van een schip waarmee hij zich probeerde te onttrekken aan Gods opdracht om naar Ninevé te gaan. In het Nieuwe Testament, in de Nederlandse Bijbelvertalingen, wordt deze havenplaats Joppe genoemd. In de Handelingen van de Apostelen (hoofdstuk 9 en 10) wordt vermeld dat de apostel Petrus in Joppe een vrouw, genaamd Tabitha (ook wel Dorkas), weer tot leven wekt. Petrus logeerde toen bij Simon de Leerlooier, in diens huis "aan de zee". In het reisverslag van de pelgrim Geert Kuynretorff uit 1520 wordt de oorspronkelijke naam Japhet genoemd, naar de zoon van Noach, die de stad zou hebben gebouwd na de Zondvloed. (2014): Dit is de pelgrimage van het Heilig Land en daaromtrent. Bloemlezing uit de reisverslagen van de Jeruzalemgangers uit de Nederlanden 1450-1650. Uitg. Verloren, Hilversum.
De Franse generaal Bonaparte verovert Jaffa op zijn veldtocht in Palestina, waar zijn mannen 20.000 Albanese krijgsgevangenen ombrengen.
18e eeuw en later: de Jaffa-sinaasappel Vanaf de 18e eeuw stond Jaffa en omgeving bekend om zijn sinaasappelen: de nogal groene Balad, de Zure sinaasappel, de Navel en uiteindelijk de oranje Shamouti. Na de Krimoorlog (1853-1856), de opening van het Suezkanaal in 1869 en de opkomst van snelle stoomschepen raakte de export van sinaasappelen in een stroomversnelling. De Shamouti variëteit was door Arabische eigenaars ontwikkeld voor de sinaasappel-export in kisten: ovale vorm, relatief dikke schil, weinig of geen pitten en een fijne zoete smaak. In 1871 stichtten Duitse Tempeliers nabij Jaffa de nederzetting Sarona en brachten hun sinaasappelen voor het eerst onder de merknaam Jaffa op de markt. De sinaasappel werd het belangrijkste landbouwproduct dat via de haven van Jaffa werd uitgevoerd. In 1873 telde de streek rond Jaffa 420 sinaasappelplantages van overwegend rijkere christelijke en moslim eigenaars, met een jaarlijkse productie van 33,3 miljoen stuks. Vanaf de instelling van het Britse mandaat over Palestina in 1917 groeide de inbreng van Joodse inwijkelingen door de introductie van moderne teeltmethoden en Arabisch-joodse partnerschappen voor productie en export. Aan het eind van de jaren 20 hadden Joodse eigenaars ongeveer de helft van de sinaasappelteelt in handen. Tussen 1922 en 1939 nam de export van sinaasappelen toe van 1,25 miljoen tot 15,25 miljoen kisten. In 1939 besloeg de citrusproductie 293 km², gelijkelijk verdeeld tussen Arabische en Joodse telers.UNSCOP (1946), A survey of Palestine, pg. 336-337 Na de Israëlische onafhankelijkheid nam het areaal nog toe tot 425 km². Bij de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 werden de meeste Arabische aanplantingen met geweld afgenomen door de nieuwe Israëlische overheid. De sinaasappelsector werd vanaf die tijd voorgesteld als een pionier project van de arbeidersbeweging, helemaal zonder Arabische aanwezigheid. Na de toetreding van Spanje en Griekenland tot de EEG verloor de Jaffa-sinaasappel zijn prominente marktpositie in Europa.
20e eeuw In de eerste helft van het jaar 1917 trok het Britse leger op om af te rekenen met het Ottomaanse Rijk. Na het Suez-kanaal te hebben overgestoken en Gaza ingenomen te hebben werd Jaffa (en het kleine Tel Aviv) veroverd. De Turken (onder hun leider Jamal Pasha) hadden hier alle bewoners, Arabieren en Joden, op de vlucht gejaagd. Voor beide groepen leidde dit tot grote miserie: honger en ziekte (cholera). Geschat wordt dat Palestina hierna nog zo'n 685.000 inwoners had, 100.000 personen minder dan ervoor. (1999): One Palestine, Complete: Jews and Arabs under the British Mandate, p. 19 en verder. Abacus (editie 2014).
In mei 1921 braken in Jaffa grootschalige onlusten uit tussen de Arabische en de Joodse bevolking van de stad. Hierbij kwamen 95 mensen om het leven. Als oorzaak gaven de Britten de Arabische onvrede aan over de Joodse immigratie in het Mandaatgebied Palestina.Feuilletons in het Algemeen Handelsblad 1919-1924(1919-1924)–Jacob Israël de Haan Algemeen Handelsblad 1919-1924. Gearchiveerd op 14 augustus 2022. De onlusten leidden tot een administratieve scheiding van het etnisch gemengde Jaffa met het nabijgelegen Joodse Tel Aviv.
Arabisch-Palestijnse opstand De Arabisch-Palestijnse opstand begon op 19 april 1936 in Jaffa en Nabloes met een algemene staking. De haven van Jaffa was een symbool van het Arabisch verzet geworden. Nadat overal in het land rellen waren uitgebroken voerden de Britten versterkingen aan uit Egypte en Malta om de openbare orde te herstellen. (1989): 'Aerial Perspective of Past Landscapes', in: (1989): The Land That Became Israel: Studies in Historical Geography, blz. 316 en verder. Yale University Press & Magnes Press. De oude stad van Jaffa, met haar nauwe steegjes en haar rioleringssysteem, bood de opstandelingen ideale mogelijkheden om te ontsnappen aan het Britse leger. In mei kwamen gemeentelijke diensten tot stilstand en de oude stad werd gebarricadeerd. De maand daarop dropten Britse vliegtuigen strooibiljetten met de in het Arabisch gestelde tekst dat de inwoners de stad terstond moesten verlaten. Op de avond van 17 juni kwamen 1500 Britse soldaten de stad binnen, terwijl een Brits oorlogsschip de ontsnappingsroute over zee afsloot. De Britse Royal Engineers bliezen huizen op van oost naar west om een open strook van het ene naar het andere einde van het stadscentrum te maken. Op 29 juni gebeurde iets dergelijks, maar nu noord-zuid.Uiteindelijk werd de opstand neergeslagen.
Delingsplan van 29 november 1947 In 1947 adviseerde de speciale VN-commissie voor Palestina dat Jaffa zou worden opgenomen in de geplande Joodse staat. Vanwege de grote Arabische meerderheid werd het echter in plaats daarvan aangewezen als een enclave van de Arabische staat in het VN-verdelingsplan voor Palestina van 1947. De enclave zou de noordelijke, door Joden bewoonde delen van de stad hebben uitgesloten, maar wel de landbouwgronden ten zuiden en oosten van de stad omvatten, tot aan de toenmalige grenzen van Mikveh Israel, Holon en Bat Yam.De resolutie werd verworpen door de Palestijnse Arabische leiders en door de Arabische Liga.
Na het uitbreken van de burgeroorlog na de aanname van de VN-resolutie over de verdeling, probeerden de burgemeesters van Jaffa en Tel Aviv hun gemeenschappen te kalmeren. Een van de belangrijkste zorgen van de inwoners van Jaffa was de bescherming van de export van citrusvruchten, die nog steeds niet het niveau van vóór de Tweede Wereldoorlog had bereikt.
Aan het begin van 1948 bestonden de verdedigers van Jaffa uit één compagnie van ongeveer 400 man, georganiseerd door de Moslimbroederschap, waarvan bijna geen enkele Palestijns-Arabisch was (de "Arabische Brigade"), en de lokale Arabische ongeregelde troepen van de Nationale Garde. Net als in Haifa intimideerden de ongeregelde troepen de lokale bevolking. Na het Delingsplan van de Verenigde Naties bracht op 4 januari 1948 de Joodse terroristische Stern Gang een bom tot ontploffing voor het stadhuis van Jaffa met 26 doden en honderden gewonden als gevolg.
Arabisch-Israëlische Oorlog van 1948 Op 27 april 1948 begon Irgun een drie dagen durend mortier-bombardement, waaraan de Britten -ter voorkoming van een chaos als in Haifa de week ervoor- een eind maakten. Jaffa was de laatste Arabische stad die door de Joodse Haganah en paramilitaire milities Lechi en Irgun werd ingenomen. Binnen het "groter Jaffa" lagen 24 dorpen en 17 moskeeën. Hiervan bleef uiteindelijk één moskee over. (2006): The ethnic cleansing of Palestine, blz. 102. Oneworld, Oxford. Op 13 mei 1948, na een vijf maanden lange belegering, namen 5000 Irgun- en Haganah-strijders het stadje in, dat door zo'n 1500 Palestijnse vrijwilligers onder leiding van een lokale christen, Michaël al-Issa, was verdedigd.Ilan Pappé (2006), ibid.
Bijna alle (71.000 (stad) plus 46.000 rest district) niet-Joodse inwoners op 4000 na werden uit Jaffa verdreven.Palestineremembered Jaffa: 71.000 (stad) plus 46.000 rest district Meer dan 10.000 van hen vluchtten met boten overzee. Wie niet gevlucht was, werd gedeporteerd of moest ongewapend naar elders vertrekken. Er was een als tijdelijk bedoeld vluchtelingenkamp ten zuiden van de oude stad Jaffa, uit welk kamp slechts enkele Palestijnse families uiteindelijk konden blijven.
Ilan Pappé beschrijft het gedrag van de veroveraars na de overgave als wreed. Hij noemt daarbij in het bijzonder "het 3e Bataljon", dat zich schuldig maakte aan verkrachtingen, maar "ook andere eenheden".Ilan Pappé (2006), ibid., blz. 109.
Tel Aviv-Jaffa nu
De nabijgelegen stad Tel Aviv, oorspronkelijk een dorpje, is door de jaren heen Jaffa voorbij gegroeid. In 1950 werd Jaffa opgenomen in de gemeente Tel Aviv-Jaffa. In dat jaar werd ook de 'Wet Eigendommen van Afwezigen' (Absentee Property Law) aangenomen, waardoor de staat Palestijns eigendom kon claimen. Palestijnen (overgeblevenen en vluchtelingen van elders) moesten in het omheind gebied wonen. De gemeente zag het als een sloppenwijk (Ajami) die uiteindelijk zou worden afgebroken. De inwoners, Palestijnen (midden- en laag inkomen) en joodse immigranten (Oost-Europees en Arabisch), mochten niets aan de huisjes veranderen op gevaar van 'illegale bouw'.'Israel's 'ethnic cleansing' of Jaffa city, Mairav Zonszein', op website Al Jazeera, 16 april 2014. Gearchiveerd op 13 augustus 2020.
Het oude stadscentrum van Jaffa is sindsdien gerestaureerd. Er wonen veel kunstenaars en er zijn galerieën, musea, theaters, winkeltjes en horecagelegenheden. Ook worden hier veel concerten en festivals georganiseerd, grotendeels in de open lucht. Dit gebied is een trekpleister voor nationaal en internationaal toerisme.
De kleine haven van Jaffa is inmiddels onder andere vanwege de opkomst van de havens van Haifa en Ashdod buiten gebruik geraakt als goederenhaven. Er liggen nu vissersboten en enkele jachten en rondvaartboten.'The sacking of Palestinian Jaffa narrated' op mondoweiss.net, mei 2016. Gearchiveerd op 26 mei 2021.
Demografie; bevolkingssamenstelling Ten zuiden van de oude stad, in de wijk Ajami, wonen vooral islamitische en christelijke Arabieren. Hier vindt men actieve moskeeën, kerken van vele denominaties en een levendig cultureel centrum. Ook zijn hier vele restaurants en pitabakkerijen gesitueerd, met aantrekkingskracht voor geheel Tel Aviv en de regio. Hier ligt ook het drukke Givat-Aliya-strand. Een landvulling tussen dit strand en de haven van Jaffa is het onderwerp van strijd die plaatselijke en landelijke groene organisaties leveren met de gemeente en de regering.