Het Listerdale-mysterie is een boek met kort verhalen geschreven door Agatha Christie. Het werk kwam oorspronkelijk uit in het Verenigd Koninkrijk in 1934 en werd uitgegeven door William Collins, Sons.Chris Peers, Ralph Spurrier and Jamie Sturgeon. Collins Crime Club – A checklist of First Editions. Dragonby Press (Second Edition) March 1999 (Page 15) Het boek verscheen niet in deze vorm op de Amerikaanse markt, hoewel de verhalen daar later in andere collectiebundels verschenen. In 1959 werd het boek gedeeltelijk vertaald naar het Nederlands en wordt sindsdien uitgegeven door Luitingh-Sijthoff. Ook de andere verhalen werden nadien vertaald naar het Nederlands.
Het verhaal Huize Filomeel ('Philomel Cottage') werd herschreven naar een toneelstuk en enkele keren verfilmd.
Verhalen
Het Listerdale-mysterie (originele titel: The Listerdale Mystery)
Weduwe St. Vincent en haar kinderen Rupert en Barbara leven in beperkte omstandigheden. Nadat haar man zijn vermogen verloor door een verkeerde belegging en niet veel later stierf, werden ze genoodzaakt om vervallen kamers te huren. Enkel Rupert heeft een vaste job bij de gemeente aan het minimumloon. Barabara heeft een relatie met Jim Masterson. Ze ontmoette hem een jaar eerder tijdens een reis in Egypte die werd betaald door haar rijke nicht. Echter, Jim schaamt zich voor de omstandigheden waarin Barbara leeft.
Mevrouw St. Vincent vindt in de krant een advertentie betreffende een huis in Westminster en besluit dit te huren wegens de onwaarschijnlijk lage huurprijs. Omwille van hun financiële situatie stelt de makelaar een proefcontract op van 6 maanden. Barbara is opgelucht dat ze naar een mooie woning verhuizen, maar Rupert is achterdochtig omdat de vorige eigenaar, Lord Listerdale, achttien maanden eerder verdween. Volgens geruchten zou Lord Listerdale zich ergens in Afrika begeven al is daar geen sluitend bewijs van. Daarbij komt dat het huis wordt onderhouden met het geld van Lord Listerdale. Ook butler Quentin en twee andere bedienden worden met dat geld betaald. Verder stuurt een kennis van Listerdale, die in King's Cheviot woont, regelmatig exclusieve gerechten op.
Drie maanden later zijn Jim en Barbara verloofd en mevrouw St. Vincent is uiteraard tevreden met de huurwoning en bijhorende service. Rupert vindt het hele zaakje nog steeds verdacht en is ervan overtuigd dat Lord Listerdale niet in Afrika is, maar wellicht werd vermoord. Dit vermoeden wordt bevestigd wanneer hij met zijn motor op reis gaat en daarbij King's Cheviot passeert. Daar ontmoet hij een man met de naam Quentin. Hij beweert de voormalige butler te zijn van Lord Listerdale, maar enkele maanden geleden op pensioen ging. Hij beweert ook de man te zijn die regelmatig de gerechten stuurt.
Rupert overtuigt Quentin om mee te gaan voor een confrontatie met de huidige butler. Dan blijkt dat de huidige butler in werkelijkheid Lord Listerdale is. Lord Listerdale was vroeger een egoïstische man die niets om anderen gaf. Hij besefte dat hij verkeerd bezig was en dat het beter was om andere mensen te helpen. Daarom ensceneerde hij zijn vertrek naar Afrika, nam de rol over van Quentin (die net op pensioen was) en zette zijn huis te huur. Ondertussen is Lord Listerdale verliefd geworden op mevrouw St. Vincent en de gevoelens zijn wederzijds. Daardoor kan de familie in het huis blijven wonen - zonder dit nog verder te huren - en besluit het koppel zich te verloven.
Huize Filomeel (originele titel: Philomel Cottage)
Alix Martin is een vrouw van rond de 35 jaar. Ze werkt als typiste aan een laag loon. Ze heeft gevoelens voor klerk Dick Windyford, wat wederzijds is. Omwille van heel wat omstandigheden zijn ze nooit echt een koppel geworden, hoewel ze van elkaar weten dat ze dat graag anders hadden gezien.
Wanneer een familielid van Alix sterft, wordt ze plots rijk. Hierdoor hoeft ze niet langer te werken, wat Dick duidelijk stoort. Niet veel later start Alix een relatie met Gerald Martin. Binnen de week zijn ze verloofd en niet veel later trouwen ze. Dick is razend en waarschuwt Alix dat ze niets af weet van haar echtgenoot.
Een maand later woont het koppel in Philomel Cottage. Alix krijgt al snel last van een wederkerende nachtmerrie: ze vindt Gerald dood op de grond, naast hem staat Dick die bekent Gerald te hebben vermoord en zij is opgelucht dat haar man dood is.
Niet veel later krijgt ze telefoon van Dick met de melding dat hij in de buurt op vakantie is en met Alix wil afspreken. Zij wijst dit verzoek af. Daarna heeft ze in de tuin een gesprek met hun tuinman George. Daar komen twee vreemde zaken aan het licht. George vermeldt dat hij via Gerald weet dat Alix de volgende dag voor ongekende tijd naar Londen vertrekt en dat het huis waarin ze wonen 2000 pond kostte. Alix heeft helemaal niet de intentie om naar Londen te gaan en zij gaf Gerald 1000 pond omdat het huis er 3000 kostte. Bij toeval vindt Alix de zakagenda van haar man met minutieuze aantekeningen. Die avond heeft hij om 21 uur een afspraak, maar verdere details ontbreken.
Alix tracht haar man hiermee te confronteren, maar hij wordt kwaad en zegt dat zij niet in zijn verleden of privéleven mag duiken en dat de afspraak enkel een herinnering is om foto's te ontwikkelen in zijn doka. De volgende dag vindt Alix in een afgesloten lade een artikel uit een Amerikaanse krant over een vermeende moordenaar, oplichter en bigamist. Op de foto herkent ze Gerald. Wanneer Gerald even later de woning betreedt, doet Alix alsof ze een bestelling plaatst bij de beenhouwer, maar in werkelijkheid licht ze Dick in.
Gerald, die eerder op de dag klaagde over de slechte koffie, vraagt Alix om mee naar de kelder te gaan. Zij tracht tijd te winnen en beweert een moordenares te zijn en veinst dat de slechte smaak aan de koffie is te wijten aan de grote hoeveelheid scopolamine die ze heeft toegevoegd. Op dat ogenblik valt de politie het huis binnen. Alix vlucht het huis uit. De politie vindt in een zetel een man waarvan men vermoedt dat hij zich letterlijk heeft doodgeschrokken door de inval.
Het meisje in de trein (originele titel: The girl in the train)
Omwille van zijn losbandige levensstijl wordt George Rowland door zijn rijke oom ontslagen in het familiebedrijf. George beslist op reis te gaan en vertrekt met de trein. Aan een van de haltes stormt een meisje in zijn compartiment en vraagt om haar te verbergen onder zijn stoel. Wanneer de trein vertrekt, staat aan het raam een buitenlandse man die zijn nicht opeist. Het meisje stelt zich voor als Elizabeth. Wanneer ze aan de volgende halte wil afstappen, merkt ze een bebaarde man op. Daarop geeft ze George een pakket met de boodschap om dit veilig te bewaren en de bebaarde man de bespieden. Daarna vertrekt ze.
George volgt de bebaarde man tot in Portsmouth en neemt een kamer in hetzelfde hotel. Al snel merkt hij op dat de bebaarde man ook wordt bespied door een rosse man. Later op de avond wordt hij aangesproken door twee andere mannen met de vraag waar de Groothertogin Anastasia van Catonia is. Een van de mannen wordt daarop agressief, maar George kan hen overmeesteren dankzij zijn kennis van Jiujitsu.
Die nacht ziet George hoe de bebaarde man in de gemeenschappelijke badkamer een verborgen item vanachter een plint haalt. Wanneer George terug in zijn kamer is, is het pakket dat Elizabeth gaf, verdwenen. Echter, na het ontbijt ligt dit terug op zijn plaats. George beslist om het pakket te openen en vindt een trouwring. Via de borstwering breekt George in de kamer van de bebaarde man. Daar wordt hij betrapt door de rosse man die zich voorstelt als medewerker van Scotland Yard. Volgens hem is de bebaarde man Mardenberg, een buitenlandse spion die in het bezit is van de beveiliging van de haven van Portsmouth dewelke achter de plint was verborgen. Hij kreeg daarbij medewerking van een jong meisje.
Op zijn terugreis leest George in de krant over het geheime huwelijk tussen de Groothertogin van Catonia en Lord Roland Gaigh. Ook Elizabeth blijkt op de trein te zitten. Zij verklaart dat de oom van de Groothertogin tegen het huwelijk was. Er werd daarom een complot beraamd om deze oom te misleiden. Elizabeth, dochter van Lord Roland Gaigh, werd de stand-in van de groothertogin die zogezegd op de vlucht was voor haar oom. De ontmoeting tussen George en de twee mannen, dat leidde tot een vechtpartij, was niet gepland.
Zing voor zes stuivers eens een lied (originele titel: Sing a Song of Sixpence)
Sir Edward Palliser krijgt van Magdalen Vaughan de vraag om een onderzoek in te stellen naar de moord van haar achternicht Lily Crabtree. Lily werd drie weken eerder dood gevonden in haar woning in Chelsea. Haar schedel werd ingeslagen. Andere bewoners zijn Magdalen zelf, haar broer Matthew, neef William met zijn vrouw Emily en huishoudster Martha. De politie kan geen verdachte aanwijzen en vermoedt nu dat de moord een complot is van alle inwonenden omdat ze elk eenzelfde deel van de erfenis krijgen.
Sir Palliser reist naar Chelsea om met de anderen te praten. Op de bewuste dag had Emily tijdens het middagmaal een woordenwisseling met Lily en ging naar haar kamer. William zat op zijn kamer met zijn postzegelverzameling. Magdalen was ook boven om kleren te herstellen. Matthew weigert te spreken met Sir Edward omdat hij de zaak beu is. Martha kwam dertig jaar geleden in dienst. Zij haalt aan dat de trappen kraken telkens er iemand naar beneden of boven gaat. In het tijdsbestek van de moord heeft ze geen gekraak gehoord. Volgens haar zat Matthew in de aanpalende kamer te typen en heeft ze de machine de hele tijd gehoord. De enige mogelijkheid is dat Lily de voordeur voor iemand opende. Lily zag vanuit haar kamer op straat en kon iemand hebben binnengelaten nog voor deze aanbelde. Uit het gesprek blijkt ook dat Martha op de bewuste dag een discussie had met Lily over het huishoudgeld en dat er die dag een sixpence verdween. Sir Edward doorzoekt de tas van Martha en vindt een stukje poëzie. Dit blijkt afkomstig te zijn van een werkloze man. Uiteindelijk bekent Martha dat de werkloze man haar zoon is aan wie ze de sixpence gaf. Enige tijd later kwam hij naar de woning en vermoordde Lily. Hij is daarop gevlucht naar het buitenland.
Edward Robinson wordt een man (originele titel: The Manhood of Edward Robinson)
Edward Robinson, een jongeman, doet stiekem mee aan een modellenwedstrijd en wint 500 Britse pond. Hij verbergt dit voor Maud en koopt een auto waarmee hij naar Devil's Punch Bowl rijdt.
Na een wandeling vertrekt hij opnieuw, maar komt na enkele kilometers tot de conclusie dat dit een andere, identieke wagen is met toevallig eenzelfde contactsleutel. In een handschoenkastje vindt hij een diamanten ketting en een brief betreffende een afspraak die avond om tien uur. Edward keert weer, maar hij vindt zijn eigen wagen niet waarop hij besluit naar de afspraak te rijden. Daar ontmoet hij een dame die hem aanspreekt met "Gerald". Hij verbetert dit door te zeggen dat hij "Edward" is, maar daardoor aanziet de dame hem als de broer van Gerald die ze al sinds zijn zesde niet meer heeft gezien. De dame zet zich aan het stuur en neemt Edward mee naar een gala. Onderweg vertelt ze dat zij een halsketting heeft gestolen van de rijke Agnes Larella. Op het gala verklapt de dame dat ze Lady Noreen Elliot is: een aankomende aristocratische debutante. Alle debutantes nemen deel aan een opgezette wedstrijd: het "stelen" van de halsketting van Agnes Larella om het vervolgens minstens 1 uur in het openbaar te dragen.
Even later komt Gerald aan met de wagen van Edward. Gerald rijdt naar huis, biecht aan zijn vriendin Maude op dat hij een wedstrijd won en met het geld een wagen kocht en vraagt haar ten huwelijk. Zij accepteert.
Ongeval (originele titel: Accident)