thumb|Pagina 31 recto uit de Cronica Regum Mannie et Insularum Cronica Regum Mannie et Insularum (Latijn voor „koningskronieken van Man en de eilanden”) is de naam waaronder het middeleeuwse manuscript BL Cotton Julius A vii bekendstaat. Dit handschrift biedt een overzicht van de geschiedenis van het Koninkrijk Man en de Eilanden ten tijde van de invasies van het Keltische eiland Man door de Vikingen, alsook een summiere opsomming van de bisschoppen van Sodor en Man tussen de 11e en de 14e eeuw. Daarnaast bevat het manuscript een overzicht van de landerijen (limites) van de Abdij van Rushen. Er vallen in totaal zes verschillende kopiisten te onderscheiden, die waarschijnlijk allen in de Abdij van Rushen werkten, dewelke een afsplitsing van de Abdij van Furness was. De Cronica Regum Mannie et Insularum is het enig bekende document dat een gedetailleerde beschrijving van dit koninkrijk geeft. Sodor („zuidelijke eilanden”) is een in onbruik geraakte verzamelterm voor de Hebriden, Man en de kleine eilandjes in de Ierse Zee, die diende ter onderscheiding van Norðr („noordelijke eilanden”), waarmee Orkney en Shetland bedoeld werd.

Geschiedenis thumb|450x500px|Het Koninkrijk Man en de Eilanden, eind 11e eeuw De Abdij van Rushen werd omstreeks 1134 gesticht als dochter van de Abdij van Furness op het vasteland. In de 13e eeuw genoot Furness een verregaande autonomie; deze abdij bezat de bevoegdheid om de bisschop van Sodor en Man te benoemen. Wat de oorspronkelijke bronnen waren waaruit voor de kronieken werd geput, is niet bekend; sommige informatie die niet tot het eiland Man beperkt is, is klaarblijkelijk aan de Kronieken van Melrose ontleend. In het bijzonder voor de oudste delen van de geschiedenis, die over de komst van Godred Crovan en diens afstammelingen in de 11e eeuw handelen, is de kroniek op mondelinge overlevering gebaseerd. Hier vertoont de geschiedenis nog betrekkelijk veel aantoonbare fouten: de kroniek beweert bijvoorbeeld dat Magnus I van Noorwegen anno 1027 Svein Estridsen versloeg, hetgeen in werkelijkheid in het jaar 1046 geschiedde, en dat de edellieden van het eilandenrijk in 1075 een afvaardiging naar de Ierse koning Muircheartach O’Brien zonden om hem te verzoeken, een regent te benoemen in afwachting van de meerderjarigheid van Olaf Crovan – dit gebeurde echter in 1095. Naarmate de beschreven gebeurtenissen voor de monniken minder ver in het verleden lagen, zijn er meer historische aanknopingspunten, zoals de zonsverduistering van woensdag 2 augustus 1133, waarvan echter gesteld wordt dat die in hetzelfde jaar als de stichting van de Abdij van Rievaulx plaatsgreep (die in 1132 werd opgericht).

Elke perkamentbladzijde van de kronieken en de limites meet ongeveer 15 bij 13 cm en bevat meestal 26 regels, met een gemiddelde van negen à tien woorden per regel. De lijst van bisschoppen is onregelmatiger en in een groter letterformaat geschreven. De gaten in het perkament waren reeds in het origineel aanwezig en duiden niet op verloren gegane tekst. In de kroniek vallen vijf schrijffasen te onderscheiden: het boek werd bijgewerkt in 1257, 1274, 1275, 1313 en 1316. Sommige gedeelten van de bisschoppenlijst werden kennelijk door kopiisten geschreven die ook aan de kroniek hadden gewerkt. In de lijst van bisschoppen werd blad 52 verso leeg gelaten, met de bedoeling het later aan te vullen.

De titel Cotton Julius is afkomstig van Sir Robert Cotton, die zijn manuscripten volgens de namen van Romeinse keizers rangschikte. Cotton overleed in 1631, en op dat moment was het manuscript eigendom van de antiquair Roger Dodsworth uit York, blijkens een aantekening uit 1620. Diens vrouw was de kleindochter van George Stanley, gouverneur van Man. Het is niet onwaarschijnlijk dat bisschop John Meyrick het manuscript aan historicus William Camden schonk, auteur van een werk getiteld Britannica uit 1586. Camden noemde het werk Chronicon regum Manniae: de kroniek van de koningen van Man; dit was de eerst bekende titel die het werk kreeg. Hoe het boek uiteindelijk bij Dodsworth terechtkwam, is onduidelijk. Het vertoont sporen van de brand die de Cotton Library anno 1731 gedeeltelijk verwoestte; in 1753 werd deze bibliotheek door de British Library overgenomen, die er tot op heden de eigenaar van is.

Kroniek van de koningen van Man en de Eilanden Het incipit luidt: „Incipit cronica regum mannie et insularum” en kondigt aan dat de kroniek de geschiedenis van de bisschoppen en koningen van Engeland, Schotland en Noorwegen verhaalt. Knoet de Grote zou in het jaar 1000 de heerschappij over heel Engeland verkregen hebben (in werkelijkheid 1016). In 1028 (1011 volgens de kroniek) onderwierp hij tevens Denemarken en Noorwegen. In 1032 woedde op vele plaatsen in Engeland een onblusbare brand. Knoet stierf op 13 november 1035, waarbij Engeland onder zijn zonen Harold Hazenvoet en Hardeknoet werd verdeeld. Laatstgenoemde werd afgezet omdat hij te veel tijd in Denemarken doorbracht, maar volgde Harold na diens dood op.

Godred Crovan Van de 6e tot de 10e eeuw was Man achtereenvolgens een Welsh territorium en een gebied dat bestuurd werd door de Gall Gaidheil, een bevolking die was ontstaan door het versmelten van Kelten en Vikingen. De Vikingvorst Orry zou in de 10e eeuw het Manxe parlement in het leven hebben geroepen. Deze vroegmiddeleeuwse geschiedenis van Man wordt in de kronieken niet behandeld. Het eiland wordt voor het eerst vermeld bij de bespreking van de Slag bij Stamford Bridge in 1066; ene Godred genaamd Crovan, zoon van Harald de Zwarte van „ysland”, zou uit het strijdgewoel ontsnapt zijn en naar prins Godred op Man gevlucht, alwaar op dat moment een zekere Godred, zoon van Sytric aan de macht was:

De qua fuga quidam godredus cognomento crouan filius haraldi nigri de ysland fugiens uenit ad godredum filium sytric qui tunc regnabat in Mannia

Het is onwaarschijnlijk dat met „ysland” IJsland wordt bedoeld; wellicht stamde Godred Crovans vader van het eiland Islay. De kopiist twijfelde aan de identiteit van Sytric, aangezien zijn naam in het handschrift doorstreept is en er in de marge Fingal werd geschreven.In 1076 was Fingal, zoon van Godred, koning van Man. Sytric Mac Olaf, koning van Dublin, werd samen met Fingal in 1079 door Crovan gedood in de Slag bij Skyhill. In datzelfde jaar 1066 (dat echter niet expliciet vermeld wordt) werd Engeland door Willem van Normandië veroverd, die „de Engelsen tot eeuwige slavernij veroordeelde”.

Er volgt een beschrijving van Godred Crovans pogingen in 1079 om Man te veroveren. Crovans eerste aanval werd door de Manxmen afgeweerd. Bij zijn tweede poging zeilde hij met een groot aantal schepen bij nachte naar Ramsey en verborg hij driehonderd krijgers in een bosje. Bij dageraad stormden de Manxmen op hem af, niet wetend dat Crovan reservetroepen in het bos had, die de Manxmen in de rug aanvielen. De verslagen Manxe soldaten smeekten om hun leven; Godred Crovan, die destijds door Godred, zoon van Sytric (of Fingal), hartelijk ontvangen was, kreeg medelijden en spaarde de overlevenden. Hij schonk een deel van het zuiden van het eiland aan de Manxmen die hem geholpen hadden; de rest verdeelde hij onder zijn eigen troepen. Zo komt het dat Man tot op heden eigendom van de koning is. Crovan regeerde zestien jaar.

Regentschap na Crovans dood De zonen van Godred Crovan heetten Lagman, Harald en Olaf. Lagman regeerde zeven jaar, maar Harald trachtte hem van de troon te verstoten. Harald werd door Lagman verslagen, blind gemaakt en gecastreerd. Lagman kreeg echter wroeging om dit wreedaardige optreden en deed vrijwillig afstand van de troon. Hij stierf tijdens een pelgrimstocht naar Jeruzalem.

Aangezien Lagman overleden was en Harald niet in staat tot regeren, werd de minderjarige Olaf de troonopvolger. De Manxe edelen stuurden een delegatie naar Ierland met de vraag, een regent te benoemen. Koning Muircheartach O’Brien stelde een zekere Donald, zoon van Tadhg, aan, die zich echter tot een tiran ontpopte. Na drie jaar wanbeleid spanden de Manxmen samen en verdreven zij Donald van het eiland.

Anno 1097 stuurde Magnus III van Noorwegen ene Ingemund naar het eiland Lewis met de opdracht, Man te veroveren. Deze Ingemund pleegde talloze plunderingen, roven en verkrachtingen, en toen dit de Manxen ter ore kwam, overvielen zij hem op Lewis en verbrandden hem levend. In 1098 verscheen een komeet aan de hemel. Er werd een veldslag bij Saint Patrick’s Isle uitgevochten waarbij beide partijen omkwamen.

Magnus III wilde onderzoeken of het lichaam van Sint-Olaf ontbonden was en dwong de bisschoppen diens tombe te openen, waarop hij zag dat het lijk intact was. Die nacht verscheen Olaf aan Magnus in een visioen: indien hij Noorwegen niet binnen dertig dagen verliet, zou hij sterven. ’s Anderendaags verzamelde Magnus 160 schepen en zette koers naar de Orkneyeilanden, die hij onderwierp. In Man aangekomen, stiet hij op de lijken van de veldslag die kort voordien had plaatsgevonden. Hij vond Man echter dermate mooi, dat hij besloot er te gaan wonen. Magnus bouwde talrijke nieuwe bouwwerken. Voorts veroverde hij nog het Welse eiland Anglesey. Magnus regeerde zes jaar over het Koninkrijk Man en de Eilanden. De Ierse vorst Muircheartach onderwierp zich vrijwillig aan hem, maar Magnus kreeg ambities om het gehele eiland Ierland te veroveren. Toen hij onverhoeds zijn boot verliet, werd hij door Ierse chieftains gedood.

Koning Olaf Godred Crovans jonge zoon Olaf had middelerwijl onder de hoede van Willem II van Engeland geleefd. Na Magnus’ dood werd hij terug naar Man gehaald. In 1102 besteeg Olaf de troon, en dit luidde een grote bloeiperiode voor het koninkrijk in. Olaf was een rechtvaardig heerser en regeerde naar verluidt veertig jaar.

Olaf had talloze kinderen. Zijn wettelijke zoon bij zijn vrouw Affrica heette Godred. Bij zijn verschillende concubines kreeg hij de zonen Reginald, Lagman en Harald, alsook een dochter die met Somerled huwde, heerser van Argyll. Deze dochter „was de oorzaak van het ineenstorten van het algehele Koninkrijk der Eilanden”:

Quarum una nupsit sumeledo regulo herergaidel que fuit causa ruine totius regni insularum.

Koning Olaf werd anno 1152 vermoord door de samenzwerende zonen van zijn halfbroer Harald. Op dat moment was Olafs zoon Godred in Noorwegen aan het hof van Koning Inge te gast. De samenzweerders eisten dat Olaf de helft van het koninkrijk aan hen zou geven. Olaf was bereid tot onderhandelen, doch tijdens de dingvergadering nabij Ramsey hakte Reginald het hoofd van de koning af. Toen Godred uit Noorwegen terugkwam en op Orkney landde, riep de bevolking aldaar hem spontaan tot koning uit. Godred zeilde naar Man en doodde de moordenaars van zijn vader. Anno 1154 vatte Godred zijn 33 jaar durende regering aan.

Koning Godred, zoon van Olaf Er volgt een verslag van Godreds campagnes in Ierland en zijn autocratisch bewind. Thorfin, een van de chieftains, wilde Godred onttronen en Dougal op de troon plaatsen, de oudste zoon van Somerled en van de voornoemde dochter van Olaf. Dougal trok naar alle afzonderlijke eilanden en gijzelde overal te lande enkele inwoners. Het kwam tot een bloedige veldslag tussen Godred en Dougal, die echter onbeslist bleef. De twee besloten het koninkrijk in tweeën te verdelen. „Sedertdien tot op heden heeft het koninkrijk uit twee delen bestaan, en dit was de oorzaak van het verval van het koninkrijk.” In 1158 werd Godred door Somerled naar Noorwegen verjaagd.

Wonder van Machutus