Rudolf Pieter Cornelis (Rudolf) Spengler (Breda, 14 januari 1875 – Den Haag, 10 maart 1955)Rudolph Peter Cornelis Spengler, geneagrophie.com. Bezocht op 30 oktober 2015.Karl de Leeuw & Jan Bergstra, The History of Information Security: A Comprehensive Handbook. Amsterdam: Elsevier, 2007, pagina 388-389. was een Nederlands marineofficier. Hij is, samen met Theo van Hengel, vooral bekend van zijn werk aan de rotormachine, dat uiteindelijk leidde tot de uitvinding van de Duitse codeermachine Enigma.
Loopbaan Spengler begon zijn loopbaan bij de marine op 1 september 1891 aan het Koninklijk Instituut voor de Marine als adelborst der derde klasse, samen met onder andere Van HengelMarine en Leger, Leeuwarder Courant, 2 juli 1891.. In 1893 werden zij adelborst der tweede klasseDe Mail, Java-bode, 22 augustus 1893. en in 1894 adelborst der eerste klasseZee- en landmacht, Algemeen Handelsblad, 22 juli 1894 (nu gelijk aan luitenant ter zee der derde klasse). Op 3 september 1895 werden ze geplaatst op Hr. Ms. Van SpeijkBinnenland, Rotterdams Nieuwsblad, 10 augustus 1895, een schip uit de Atjehklasse. Dit schip vertrok dat jaar naar Nederlands-IndiëDe Mail, Java-bode, 4 oktober 1895.. In 1896 was Spengler weer terug in Nederland om geplaatst te worden op Hr. Ms. Piet Hein.Vloot, de Locomotief, 27 juli 1896. Op 27 november 1897 vertrok hij weer naar de OostVerwacht wordende passagiers, Sumatra-courant, 28 december 1897., om vanuit Batavia meer dan tien jaar, met enkele korte onderbrekingen dienst te doen op onder andere, Hr. Ms. Gedeh, Hr. Ms. Atjeh,Marine departement, Bataviaasch nieuwsblad, 24 december 1897. Hr. Ms. Koetei, Hr. Ms. SibogaMarinedepartement, De Telegraaf, 3 september 1900., Hr. Ms. ScillaBij de marine, de Locomotief, 7 november 1900., Hr. Ms. Koning der Nederlanden, Hr. Ms. Koningin RegentesOfficieele berichten, Soerabaijasch handelsblad, 11 december 1905. en Hr.Ms. Koningin Wilhelmina der Nederlanden.
Bij Koninklijk Besluit van 29 juli 1899 werd hij per 2 augustus van dat jaar bevorderd tot luitenant ter zee der tweede klasse.Land- en zeemacht, De Tijd, 6 augustus 1899.
In 1909 werd hij teruggehaald naar Nederland.Zee- en landmacht, Algemeen Handelsblad, 26 januari 1909. Daar bleef hij niet lang; een jaar later was hij gestationeerd bij een torpedofabriek in Fiume.Advertentie, Sumatra Post, 18 juni 1910. Op 6 oktober van dat jaar werd hij tevens bevorderd tot luitenant ter zee der eerste klasse.Binnenlands nieuws uit de Staatscourant, Het nieuws van den dag, 3 oktober 1910. In 1911 werd Spengler toegevoegd aan de marinedirectie in Hellevoetsluis.Uit de Staatscourant, Algemeen Handelsblad, 28 september 1911. In 1913 werd hij opnieuw naar de Oost gestuurdOost-Indië, Het nieuws van den dag, 6 december 1913., waar hij uiteindelijk met Van Hengel in 1915 de rotormachine uitvond (zie hieronder). In 1916 keerde hij weer terug naar Nederland.Marine departement, Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 31 juli 1916. Op 15 augustus 1919 kreeg Spengler het bevel over het wachtschip in Vlissingen.Land- en Zeemacht, De Tijd, 12 augustus 1919. Op 21 oktober 1921 kreeg hij het commando over het pantserschip Hr.Ms. De Zeven Provinciën, dat vrijwel direct weer naar Nederlands-Indië vertrok.Zeven Provinciën, De Telegraaf, 5 oktober 1921. Nadat hij begin 1923 dit commando neerlegde en terugkeerde naar Nederland, ging hij op 16 juni van dat jaar met eervol ontslag.Officieele berichten, Nieuwsblad van het Noorden, 30 mei 1923.
Na zijn pensionering bij de marine werd Spengler secretaris bij NV Cultuurmaatschappij TRANGKIL.G. Platje, "De Enigma, een Nederlandse uitvinding". Marineblad, maart 2005, pagina 90-96.
Op 10 maart 1955 overleed Spengler op 80-jarige leeftijd in Den Haag.Familieberichten uit andere bladen, De Tijd, 12 maart 1955.
Uitvinding van de rotormachine
Vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en het schenden van Nederlandse neutraliteit in Nederlands-Indië door Duitsland, Japan en het Verenigd Koninkrijk, hadden Nederlandse schepen aldaar steeds meer de behoefte hun strategische boodschappen te versleutelen. Spengler en Van Hengel bedachten een rotormachine, die uiteindelijk door luitenant-ter-zee van de technische dienst W.K. Maurits werd gebouwd. Het prototype werd in de zomer van 1915 aan bood van het aanwezige vlaggenschip Hr.Ms. De Zeven Provinciën werd getest. Pas na de oorlog werd besloten of er een patent voor mocht worden ingediend. Dit getouwtrek duurde vanaf maart 1919, tot op 29 november 1919 het Ministerie toestemming gaf om een patent in te laten dienen door NV Vereenigde Octrooibureaux. Op 7 oktober van dat jaar had Hugo Alexander Koch (een zwager van een partner van de NV) echter al zijn patent ingediend. Na een jarenlange rechtszaak werden Spengler en Van Hengel in het ongelijk gesteld en lieten ze de zaak rusten.
Uiteindelijk leidde de uitvinding van de rotormachine tot de uitvinding van de Duitse codeermachine Enigma.
Erkenning Op 30 maart 1919 werden Spengler en Van Hengel door de Minister van Marine officieel bedankt voor het ontwerpen van een "schrijfmachine met molenschrift". Door het verlies van de rechtszaak werd lange tijd gedacht dat Koch de uitvinder van de rotormachine was, tot onderzoek in 2003 uitwees dat zijn patentaanvraag een Duitse vertaling was van die Spengler en Van Hengel. In 2013 noemde de Koninklijke Marine een innovatieprijs naar de twee marineofficieren.Marine daagt innovatieve studenten uit, Defensie, 12 juli 2013.
Privéleven Op 2 september 1910 trouwde Spengler met W.S. (Suze) Ludwig in Amsterdam.Familiebericht, Algemeen Handelsblad, 2 september 1910.
Bij terugkomst uit Azië ging hij in 1917 in Middelburg wonen.Bevolking, Middelburgsche Courant, 2 juni 1917. In 1918 stond Spengler ingeschreven in de gemeente Vlissingen.Adressenbestand Vlissingen 1879-1965, Archieven.nl. Bezocht op 15 november 2013.
Categorie:Nederlands marineofficier Categorie:Nederlands uitvinder