miniatuur|Tongerense Heide thumb|Veluwe, topografie met schaduwreliëf, 2011 thumb|Veluwe, 1573 thumb|Veluwe, 1654 thumb|Bioscoopjournaal uit 1980 over zwijnen en vooral (edel)herten op de Veluwe. thumb|Een ven op de Hooge Heide, bij Epe thumb|Heide op de Renderklippen bij Heerde. thumb|Bossen op de Veluwe thumb|Veluwse zandverstuiving met bos nabij Radio Kootwijk thumb|Natura 2000 gebied thumb|Veluwe in verschillende definities De Veluwe is een overwegend beboste landstreek in de Nederlandse provincie Gelderland, en een COROP-gebied en een voormalig kwartier en landdrostambt van het hertogdom Gelre.

De Veluwe meet ongeveer 1.000 km². In tegenstelling tot het oude kwartier heeft de Veluwe geen duidelijk gedefinieerde vaste grenzen. Globaal gezien ligt de regio ingesloten tussen het IJsseldal, de Veluwerandmeren, de Nederrijn en de Gelderse Vallei. Een gebied met een oppervlakte van 912 km² is aangemerkt als Natura 2000-gebied. Tot 1201 hoorde de Veluwe bij het Sticht Utrecht; in dat jaar werd het gebied door de bisschop van Utrecht overgedragen aan het graafschap Gelre, om zijn schulden aan de graaf te voldoen.

Grote delen van de Veluwe bestaan uit stuwwallen uit de Saale-ijstijd. Ten noorden van Rheden, in het Nationaal Park Veluwezoom ligt bij het Rozendaalsche veld het Signaal Imbosch, dat met 110 m het hoogste punt van de Veluwe, de hoogste stuwwal van Nederland en het hoogste punt van Nederland buiten Zuid-Limburg en Caribisch Nederland is. Met 107 meter komt de Torenberg vlak bij Apeldoorn op de tweede plaats. In het noorden van de Veluwe liggen onder andere het stuifzandgebied Leuvenhorst en het Leuvenumse Bos; ter hoogte van Apeldoorn bevindt zich Kroondomein Het Loo, dat met 10.400 hectare het grootste landgoed in Nederland is. Ten oosten daarvan lag het Beekbergerwoud, wel genoemd het laatste Nederlandse oerbos, en in 1871 gekapt voor weiland. In de 21e eeuw probeert Staatsbosbeheer er weer natuur te ontwikkelen.

Het Nationaal Park De Hoge Veluwe is gelegen in het zuidwesten van de Veluwe en beslaat met 5.400 hectare minder dan een twintigste deel van de Veluwe.

Ontstaan Grote delen van de Veluwe bestaan uit stuwwallen, die zo'n 150.000 jaar geleden ontstaan zijn in de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Voorafgaand aan de ijsbedekking hadden grote rivieren daar dikke lagen zand en grind met dunnere lagen klei afgezet. Deze afzettingen zijn gevormd door de Rijn en Maas, maar ook door rivieren vanuit het oosten (onder andere door het zogenaamde eridanos riviersysteem). Toen in het Saalien, het ijs tot dit deel van Nederland oprukte, werden deze rivierafzettingen opgestuwd in hoge stuwwallen, zoals op de Veluwe.

In het zuiden van de Veluwe, bij Schaarsbergen, ontstond aan de voorkant van het ijs een grote sandrvlakte door sediment uit het smeltwater. Op deze sandrs zijn ook zwerfkeien te vinden die meegespoeld zijn met het smeltwater uit de ijskap. Ten zuiden van Harderwijk en bij Nunspeet ontstond tussen het ijs en de gevormde stuwwallen een glaciaal meer, waar zandige en kleiige glaciolacustriene afzettingen gevormd waren.Geologie van Nederland - W. de Gans

In de laatste ijstijd (het Weichselien) kwamen de gletsjers niet tot in Nederland, maar was de bodem wel permanent bevroren (permafrost). Door de toen heersende harde winden werden lagen dekzand afgezet, met name aan de flanken van de Veluwe. Boven op de Veluwe vond erosie plaats in deze koude periode. Door de aanwezigheid van permafrost in het voorjaar kon smeltwater van de sneeuw niet makkelijk in de ondergrond infiltreren. Het gevolg was dat het water zich ging concentreren in stromen en de ondergrond ging eroderen, waardoor de sneeuwsmeltwaterdalen (of droge dalen) gevormd werden.

Toen het klimaat warmer werd, in het Holoceen, raakte de Veluwe bebost, maar in de Middeleeuwen zorgde de mens voor ontbossing. Grootschalige boskap voor de ijzerindustrieVeluwe ooit belangrijkste ijzerproducent, Vroege Vogels, 2 februari 2004 die veel houtskool gebruikte, zorgde samen met intensieve landbouw ervoor dat de wind in de Middeleeuwen vat kreeg op de arme zandgronden. Hierdoor ontstonden grote zandverstuivingen en werden er stuifduinen gevormd. Hierdoor trok de bevolking weg van de Veluwe. Door de boskap is er geen oerbos bewaard gebleven; een groot deel van de huidige Veluwse bossen is aangeplant ten gunste van de houtproductie.Het Veluwse bos, Het Dierenrijk.nl Pas tegen het eind van de negentiende eeuw kwam de regio weer in trek en groeide de bevolking weer, met name langs de randen van de Veluwe en rondom Apeldoorn.

Biotopen De Veluwe bestaat overwegend uit loofbos en naaldbos.https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep=6&id=n2k57 Daarnaast liggen er grote zandverstuivingen en heidevelden. Ook is er landbouwgrond en stedelijk gebied. Er lopen verschillende beken door het gebied en er zijn diverse vennen.

Zandverstuivingen Omdat zandverstuivingen elders in Europa zeldzaam zijn geworden, gelden die op de Veluwe als zeer waardevol. Het Kootwijkerzand is met een omvang van 350 ha het grootste stuifzand. Enkele andere voorbeelden zijn het Harskampse Zand, het Mosselse Zand, het Hulshorsterzand en het Wekeromse Zand. Soorten die in de hier heersende extreme omstandigheden kunnen overleven zijn bijvoorbeeld plomp bekermos (Cladonia borealis), wrattig bekermos (Cladonia monomorpha) en stuifzandkorrelloof (Stereocaulon condensatum). Tot de fauna in dit milieu behoren de duinpieper, de blauwvleugelsprinkhaan (Oedipoda caerulescens) en de zeldzame kleine heivlinder (Hipparchia statilinus).

Heide De Veluwe geldt als het belangrijkste heidegebied in Nederland, met een totale oppervlakte van circa 15.000 ha. Naast de struikhei (Calluna vulgaris) komen er op de droge heide grassen voor als ruig schapengras (Festuca ovina subsp. hirtula) en fijn schapengras (Festuca filiformis). Op rijkere bodem zijn soorten te vinden als stekelbrem (Genista anglica), hondsviooltje (Viola canina) en liggende vleugeltjesbloem (Polygala serpyllifolia). Plaatselijk komen voor groot zweepmos (Bazzania trilobata) en blauwe bosbes (Vaccinium myrtilus) Hier en daar groeit jeneverbes (Juniperus communis). Op vochtiger plaatsen is gewone dophei (Erica tetralix) en veenbies (Trichophorum cespitosum subsp. germanicum) te vinden. Natte heide is zeldzaam op de Veluwe. Hier vinden we beenbreek (Narthecium ossifragum), welriekende nachtorchis (Platanthera bifolia) en gevlekte orchis (Dactylorhiza maculata).

Er zijn enkele grote aaneengesloten heideterreinen op de Veluwe, waaronder allereerst de Oldebroekse Heide en verder de Elspeetsche Heide, het Houtdorperveld, de Hoog Buurlose Heide, het Oud- en Nieuw Reemsterveld, de Renderklippen, het Roozendaalse Veld, en de Rheder- en Worthrhederheide. Tot de fauna in dit milieu behoren de tapuit, nachtzwaluw, geelgors, boomleeuwerik, roodborsttapuit, draaihals, kommavlinder (Hesperia comma), duinparelmoervlinder (Argynnis niobe), groentje (Callophrys rubi), veldkrekel en zadelsprinkhaan (Ephippiger ephippiger). Ook de zeldzame lentevuurspin (Eresus sandaliatus) komt hier voor.

Vennen Op veel plaatsen op de Veluwe liggen vennen. In een aantal vennen vinden we waterveenmos (Sphagnum cuspidatum) en geoord veenmos (Sphagnum denticulatum) en veenbloembies (Scheuchzeria palustris). In sommige vennen vindt hoogveenontwikkeling plaats en kunnen hoogveenveenmos (Sphagnum magellanicum) en wrattig veenmos (Sphagnum papillosum) worden aangetroffen naast bijzondere levermossen en vaatplanten als beenbreek en diersoorten als gentiaanblauwtje, poelkikker en gladde slang. In de vennen die onder invloed van het grondwater staan zoals het Wisselse Veen komen soorten voor als armbloemige waterbies (Eleocharis quinqueflora) en galigaan (Cladium mariscus).

Bossen Een zeer groot deel van de Veluwe bestaat uit bos, zowel loofbos, gemengd bos als naaldbos, met als belangrijkste soorten berk, beuk, eik, grove den, larix en lijsterbes.

De oude loofbossen zijn veelal markenbossen die lang als hakhout zijn beheerd. De boomlaag bestaat uit zomereik (Quercus robur) of wintereik (Quercus petraea). Hier en daar komen voor bosanemoon (Anemone nemorosa) en knollathyrus (Lathyrus linifolius). Andere loofbossen bestaan uit beuk, soms met epifyten als de grote runenkorst (Phaeographis inusta), beukenwrat (Thelotrema lepadinum) en bosschotelkorst (Lecanora argentata). Voorbeelden van diersoorten in dit type bos zijn kleine bonte specht, bosuil, glanskop, franjestaart en rosse vleermuis.

Het naaldbos, dat overwegend bestaat uit grove den, en het gemengde bos herbergen talloze paddenstoelen en levermossen. In deze bossen komen als vogels voor onder meer de zwarte specht en de wespendief.

Het vliegend hert (Lucanus cervus) komt voor in de bosranden, houtwallen en eikenlanen.

Beken

Er lopen tientallen beken door de Veluwe. Sommige hiervan zijn gegraven (sprengen), andere zijn van natuurlijke oorsprong. Aan de sprengenbeken waren vroeger verschillende wateraangedreven papiermolens gevestigd. Later werden deze watermolens omgebouwd tot wasserij.

De beken bevatten dikwijls schoon water, al is de kwaliteit wel achteruitgegaan. Op veel plekken langs deze beken zijn er voor Nederlandse begrippen bijzondere flora en fauna te vinden: de elrits, het bermpje, de kleine modderkruiper, de onlangs ontdekte endemische beekdonderpad komen naast de kamsalamander en de alpenwatersalamander hier voor.

Voor het beheer van deze beken bestaat sinds 1979 de Stichting tot Behoud van de Veluwse Sprengen en Beken.Jubileumfeest – 30 jaar op de bres voor Veluwse sprengen en beken Geraadpleegd 24 november 2015

Beheer Het beheer op de Veluwe is verdeeld over diverse beheereenheden, waarvan de Koninklijke Houtvesterij Het Loo (97 km²) de grootste is.

Bosbeheer Veel bos op de Veluwe is in de periode 1895-1920 aangelegd om stuifzand vast te leggen. Rond 1850 was een derde van de Veluwe bedekt met stuifzand, nu omstreeks een procent. Vooral de grove den bleek geschikt om stuifzand vast te leggen.

Faunabeheer Rasters In de periode 1895-1932 werden grote delen van de Veluwe afgerasterd, in bijna alle gevallen omdat de eigenaren wilden jagen. De wildstand op de Veluwe was echter zeer laag; aan het kleine formaat van bewaard gebleven hertengeweien uit die tijd is de hoge jachtintensiteit af te lezen. Dus werden er dieren geïmporteerd en uitgezet in omrasterde stukken Veluwe. In 2000 besloten Gedeputeerde Staten van Gelderland om tot een natuurlijker beheer te komen op de VeluweVeluwe natuurlijker Sindsdien streeft men niet zonder succes naar het verwijderen van zo veel mogelijk hekwerken en andere obstakels.

Introductie Verschillende van de huidige grotere zoogdiersoorten en vogelsoorten op de Veluwe zijn ge(her)introduceerd. Het uitgestorven wild zwijn werd ingevoerd door Prins Hendrik. Hij zette in 1907 wilde zwijnen uit Tsjechië en Mecklenburg uit in Kroondomein Het Loo om de zwijnenjacht te beoefenen. Ze ontsnapten ook regelmatig en zo ontstonden er weer populaties elders op de Veluwe. De hoge zwijnenstand (soms ruim 5500 dieren) leidde soms tot overlast.

Het edelhert was niet uitgestorven, maar op zijn jachtterrein De Hoge Veluwe liet de Rotterdamse handelsman Anton Kröller herten uit Oost-Europa uitzetten. Hij schoot daarbij de resterende autochtone Veluwse herten af, mogelijk omdat hij de bestaande populatie te zwak achtte en wilde vervangen door een gezondere. De nieuwe populatie verzwakte echter eveneens en leefde pas na de Tweede Wereldoorlog weer op door veranderd beheer. Kröller liet ter verhoging van zijn jachtgenot ook moeflons komen uit het Middellandse Zeegebied en kangoeroes uit Australië.