Brave New World is een dystopische sciencefictionroman uit 1932 van de Britse schrijver Aldous Huxley. Het boek is in vele talen vertaald en wordt alom beschouwd als een prominent werk uit de 20e-eeuwse wereldliteratuur. Het is in het Nederlands voor het eerst vertaald als Het soma-paradijs (John Kooy, 1934) en later als Heerlijke nieuwe wereld (Maurits Mok, 1971 en Pauline Moody, 1999).Overzicht publicaties. Gearchiveerd op 28 oktober 2020.
De roman wordt voorafgegaan door een Franstalig citaat uit een passage over utopie en vrijheid uit het werk van de schrijver Nicolas Berdiaeff en in 1946 door Huxley voorzien van een voorwoord. De spanning tussen utopie en vrijheid kan worden herkend als het thema van deze roman.
Samenvatting
In een jaar in de toekomst dat volgens een nieuwe jaartelling wordt aangeduid als "het jaar 632 na Ford" wordt een groep eerstejaarsstudenten rondgeleid in de Londense Broed- en kweekcentrale (Central London Hatchery and Conditioning Centre) door de directeur (Director of Hatcheries and Conditioning, DHC). Hij legt de werking uit van de machines die baby's produceren. eicellen worden op pijnloze wijze onttrokken aan het vrouwelijk lichaam en bevrucht in flessen. Deze flessen bevatten elk speciale voedingsstoffen voor elk van de sociale klassen, van alfa-plus tot epsilon-min. Dankzij de revolutionaire uitvinding van Bokanovsky is het mogelijk uit een enkele eicel tot 96 identieke mensen te produceren, uitstekend geschikt voor de hun toegemeten standaardtaken in de maatschappij. De massaproductie, zoals die in gang was gezet door de grote Ford, verzekert het materiële welzijn van iedereen. Geestelijke noden worden effectief bestreden door middel van soma, een drug die vergetelheid brengt. Individualiteit is uitgebannen.
De norm is Gemeenschap, Identiteit, Stabilitieit (Community, Identity, Stability).
De studenten zijn zeer onder de indruk van de heldere uiteenzetting van de directeur en de efficiëntie van de apparatuur en de medewerkers. Hun bewondering wordt nog groter als Mustapha Mond, een van de tien wereldbeheerders, zich bij hen voegt en hen confronteert met de walgelijke zeden en gebruiken van weleer in "de oude wereld". Hij schuwt zelfs niet taboewoorden als 'vader' en 'moeder' te gebruiken. Mond legt uit dat promiscuïteit een sociale noodzaak is, want allen behoren immers toe aan elkaar. Iedereen is gelukkig.
Bernard Marx is een van de weinige personen die zich niet erg gelukkig voelt. Hij blijkt nog behept met de versmade trekken van de pre-Fordiaanse mens en is op een 'ouderwetse' manier verliefd op Lenina Crowne. Hij kan dan ook niet aanvaarden dat Lenina affaires heeft met meerdere andere mannen. Bernard wordt daardoor beschouwd als een buitenbeentje en niet erg serieus genomen. Niettemin weet hij Lenina zo ver te krijgen dat ze met hem meegaat op een vakantie naar een reservaat in New Mexico, waar een gemeenschap van de inheemse bevolking in stand wordt gehouden ten behoeve van de wetenschap. Onder de daar wonende indianen treffen zij de blanke John aan, die hun vertelt dat hij de zoon is van ene Tomakin, die vele jaren geleden het reservaat bezocht had in het gezelschap van een vrouw, Linda. Toen Linda onbedoeld zwanger was geraakt, had Tomakin haar verlaten en was naar Londen teruggekeerd. De jonge John was opgegroeid bij Linda, in het primitieve leven van de indianen, maar had daar wel toegang tot een oude verzameling van de werken van Shakespeare, waaraan hij zijn ideeën en moraal ontleende. Linda miste de 'beschaving' en de drug soma, en verdoofde zichzelf door veel alcohol te drinken.
Bernard raadde vrij snel dat Tomakin zijn baas, de directeur van het Broedwezen, moest zijn, die hem kort voor deze reis in een onbeheerst openhartig moment had verteld dat hij lang geleden met een vrouw naar New Mexico was gereisd en alleen was teruggekeerd. Bernard bedenkt dat het een mooi experiment zou zijn om deze 'wilde' en zijn moeder Linda bloot te stellen aan de invloeden van de moderne maatschappij en nodigt hen dan ook uit met hem terug te reizen. Een andere reden is dat hij, als het nodig zou zijn, de directeur, met wie hij niet op goede voet verkeert, kan confronteren met zijn verleden en zijn vaderschap. John gaat graag op de uitnodiging in, enerzijds omdat hij benieuwd is naar die "mooie nieuwe wereld", anderzijds omdat hij verliefd geworden is op Lenina.
Terug in Londen dreigt Bernard in ongenade te raken bij zijn baas vanwege zijn onorthodoxe gedrag, dat beschouwd wordt als misdadig. Bernard brengt hierop Linda en John in stelling. Zij begroeten de directeur als hun man en vader, wat de directeur in grote verlegenheid brengt. Hij ziet zich genoodzaakt zijn ambt neer te leggen en uit het openbare leven te verdwijnen.
Linda is blij terug te zijn in de heerlijke wereld en geeft zich volledig over aan de drug soma. John wordt een gewilde attractie. Hij verafschuwt echter de wereld waarin hij terecht is gekomen en waarin hij niets herkent van de waarden waarmee hij via de indianen en de werken van Shakespeare is opgegroeid en waarin hij gelooft. Hij is geschokt als Lenina hem onbeschaamd haar lichaam aanbiedt. Hij blijft wel bevriend met Bernard Marx en diens vriend, Helmholtz Watson, een schrijver die ook twijfelt aan de maatschappelijke waarden van hun wereld.
Linda overlijdt, in aanwezigheid van haar zoon, in het ziekenhuis aan een overdosis soma. John is verontwaardigd over de ongevoelige behandeling van het ziekenhuispersoneel, dat geen enkel respect voor de dood schijnt te kennen. Hij ontketent een opstand onder de lagere arbeiders die op het punt staan hun wekelijkse rantsoen aan soma te ontvangen. Helmholtz Watson en Bernard Marx arriveren op dat moment, en helpen hem. Ze worden gearresteerd en voorgeleid bij Mustapha Mond. Ze voeren een gesprek, waarbij Mond uitlegt op welke principes de moderne maatschappij is gebaseerd. Stabiliteit is de steunpilaar van de maatschappij, en alle zaken die dat principe ondermijnen, zoals kunst, wetenschap en godsdienst, zijn uitgebannen. De wetenschappen moeten opereren binnen vastgestelde grenzen. Hoewel Mond een briljant betoog houdt, houdt John vast aan het menselijk recht ongelukkig te zijn, en oud en ziek te worden en in onzekerheid te leven; kortom: het "recht op vrijheid". Mustapha Mond kan alleen nog de schouders ophalen over zoveel naïviteit. Mond besluit Bernard en Helmholtz te verbannen naar de Falklandeilanden voor hun anti-sociale gedrag maar laat John gaan.
John trekt zich terug op het platteland om weer een eigen leven te leiden volgens zijn eigen normen. Hij wordt echter niet met rust gelaten. Hij wordt beschouwd als een toeristische attractie, waardoor vele mensen een dagtochtje ondernemen om te zien wat deze rare man uitspookt. Hij wordt bestookt door journalisten en sensatiejagers.
John is nog steeds verliefd op Lenina, maar probeert zijn begeerte te verdrijven door zichzelf te geselen. Als een vrouw, van wie gesuggereerd wordt dat het Lenina is, hem ook komt bezoeken, wordt hij zo overmand door zijn passies dat hij haar geselt. Als hij tot het besef komt van wat hij gedaan heeft, beëindigt hij ook zijn eigen leven.
Thema thumb|Henry Ford wordt in het boek gezien als messiasfiguur De sciencefictionroman beschrijft een toekomstige wereld die geheel beheerst wordt door technologie en rationalisme. De mensen zijn gezond en gelukkig, oorlog en armoede kennen ze niet. In die zin lijkt het werk eerder een technologische utopie dan een dystopie, zij het op ironische wijze, want traditionele waarden als liefde, trouw, gezinsleven, kunst en godsdienst bestaan niet langer, evenmin als de vrije keuze voor een individueel bestaan.
In het voorwoord dat Huxley in 1946 toevoegde, omschrijft hij het thema als "the advancement of science as it affects human individuals". Het thema is dus niet de vooruitgang van de wetenschap als zodanig; het is de vooruitgang van de wetenschap voor zover deze menselijke individuen raakt.
De jaartelling die in het boek gehanteerd wordt geeft aan op welke inzichten de nieuwe wereld is gebaseerd. Het verhaal begint in het jaar 2540 n.Chr., wat echter wordt aangeduid als 632 n.F. – na Ford. Henry Ford introduceerde namelijk in het jaar 1908 n.Chr. zijn eerste Ford Model T en stond met zijn lopende band voor de massaproductie van zijn auto's aan de basis van het fordisme. De T heeft in de nieuwe wereld ook een quasi-religieuze betekenis gekregen als vervanger van het kruisteken.
Het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van een totalitaire Wereldstaat, met als motto Gemeenschap, Identiteit, Stabiliteit (Community, Identity, Stability). Deze eenheidsstaat wordt beheerst door tien wereldbeheerders (World Controllers), die hun hoofdkwartier hebben in verschillende grote steden. Slechts enkele afgelegen gebieden zijn behouden in de 'oude' staat en dienen als reservaat. De reden hiervan is dat deze gebieden weinig natuurlijke hulpbronnen hebben en een minder aangenaam klimaat, waardoor het brengen van 'beschaving' in die streken niet economisch zou zijn. Ook zijn er eilanden, zoals IJsland en de Falklandeilanden, die bestemd zijn voor die enkele burgers die zich in de moderne maatschappij niet thuis voelen.
De mensen die in deze wereld leven zijn niet op de ons bekende wijze ter wereld gekomen. Het "levend baren" is ouderwets en afstotelijk. Nieuwe mensen worden uitgebroed in laboratoria, zoals in de 'Londense broed- en kweekcentrale' (Central London Hatchery), waarin embryo's worden gemanipuleerd om te passen in een bepaalde stand of kaste. De sociale klassen zijn ingedeeld in vijf standen: alfa, bèta, gamma, delta en epsilon (alfa, beta en gamma niet te verwarren met de gangbare indeling van wetenschappen). Hierin zijn kleine variaties mogelijk door een min of plus aan de klasse toe te voegen. In de alfa-klasse is zelfs sprake van een 'dubbel-plus'. De alfa's en bèta's behoren tot de hogere klassen, de overige tot de lagere arbeidersstanden. Men is technisch zo ver gevorderd dat door middel van het 'Bokanovsky-proces' zelfs tot 96 identieke mensen kunnen worden gemaakt; dit proces wordt voornamelijk toegepast voor de laagste kasten. De verschillende standen leven echter vreedzaam samen, al is er wel de neiging om met enige minachting neer te zien op een lagere klasse. Rassenonderscheid is er niet. Het verschil tussen de klassen wordt ook duidelijk in de kleur van de kleding die men draagt. Alfakinderen dragen grijs, betakinderen paars, gammakinderen groen, de delta's hebben kaki en de epsilons zwart.
Al vanaf jonge leeftijd worden de kinderen onderworpen aan slaaponderwijs of hypnopaedia. Dit gebeurt niet om parate kennis aan te brengen (wat eerder in de geschiedenis bij experimenten onpraktisch was gebleken) maar om sociaal bewustzijn bij te brengen en trots op de eigen klasse. Ook het onderwerp 'elementair geslachtsleven' wordt via het slaaponderwijs bijgebracht.
In de nieuwe wereld heerst een vrije seksuele moraal en mensen worden aangemoedigd wisselende contacten te hebben. Ook jonge kinderen wordt aangeleerd deel te nemen aan seksspelletjes. Een gezinsleven bestaat dan ook niet. Woorden als 'gezin', 'vader' en 'moeder' worden zelfs gezien als taboe, waar beschaamd op gereageerd wordt.
De maatschappij is gebaseerd op consumentisme, onmiddellijke behoeftebevrediging en massaproductie. Mensen worden geacht voortdurend in contact te zijn met anderen, alleen-zijn hoort niet tot de mores. De vrij verkrijgbare drug soma geeft een gevoel van gelukzaligheid. Mensen die geen soma willen gebruiken, worden daarom niet begrepen. Voor verstrooiing zijn er televisie, elektronische sporten en spelletjes, en 'feelies', doorgaans erotisch getinte films die ook de gevoelszintuigen prikkelen.