Amdo is de historische naam voor het gebied ten noordoosten van Centraal-Tibet. Het maakt deel uit van het Tibetaanse cultuurgebied.

Geografische aspecten thumb|Het Qinghaimeer Amdo wordt in het het oosten en westen globaal begrensd door de waterscheiding van de rivieren de Machu en de Drichu. Het noordoostelijk deel wordt gedomineerd door de bergketen van de Amnye Machen, een uitloper van de Kunlun. De Kunlun vormt de scheiding tussen het Tibetaanse Hoogland in het zuiden en het Tarimbekken en Tsaidambekken in het noorden. De hoogste top is de 7167 m hoge Liushi Shan.

Het gebied aangeduid met de naam Amdo heeft een oppervlakte van circa 645.000 km² (groter dan Duitsland en Polen gezamenlijk). Het grootste deel van Amdo maakt deel uit van de Chinese provincie Qinghai. Kleinere delen zijn onderdeel uit van de provincies Sichuan en Gansu. Amdo kent zeven zogenaamde autonome Tibetaanse prefecturen en twee autonome Tibetaanse arrondissementen.

Het in Amdo gelegen Qinghaimeer (Mandarijn: 青海湖/Qīnghǎihú: het groene/blauwe meer) of het Meer van Koko Nor (Mongools) is het grootste meer van China. Het ligt op 3205 meter hoogte op het Tibetaans Hoogland in de provincie Qinghai. Drieëntwintig rivieren stromen uit in het meer. Het is een bekend zoutmeer en is 4583 km² (meting 2020).

Toponymische aspecten Tot in de 19e eeuw wordt in Tibetaanse geschriften de naam Amdo niet aangetroffen. Tot diep in de 19e eeuw werd in Tibetaanse bronnen voor Kham en Amdo gezamenlijk de samengestelde term Do-Kham gebruikt. In het Tibetaans mdo khams . In die bronnen wordt dan vaak gerefereerd aan mdo khams sgang sum en mdo khams sgang drug. De term sgang wordt gebruikt om de hooggelegen weidegronden aan te geven die liggen tussen de riviersystemen van de Salween, de Mekong, de Jangtsekiang en de Yalong Jiang.De benaming Do-Kham werd dus gebruikt om het oostelijk van Centraal-Tibet gelegen deel van het Tibetaans plateau te benoemen.

Tegelijkertijd heeft het woord khams ook de betekenis van grens en het gebied van de vier rivieren en zes bergketens of de vier grote valleien. Gruschke, Andreas(1999) " Amdo, Excerpt of The Cultural Monuments of Tibet's Outer Provinces" White Lotus Press

De vierde Mindröl Hutuktu, Lama Tsenpo (1789 -1838) en zelf wonend in een klooster in Amdo is de auteur van het beroemdste Tibetaanse geografische werk Tibet in de wereld. Lama Sherab Rhaldi " India in dzam gling chen po'i rgyas bshad snod bcud kun gsal me long" . Gearchiveerd op 17 november 2021. Huber, Toni, Ton " The Holy Land Reborn; Pilgrimage and the Tibetan Reinvention of Buddhist India" In zijn werk van begin 19e eeuw gebruikt hij het woord Tibet alleen om Centraal-Tibet aan te duiden. Ook hij spreekt over Amdo uitdrukkelijk als mdo khams.

Matthias Hermanns, een Duitse missionaris die van 1923 tot 1940 in Amdo verbleef en auteur van veel wetenschappelijke studies over het gebied,heeft de verklaring dat de naam Amdo pas later in de 19e eeuw ontstond,toen mensen gingen opmerken dat op een rots aan de noordelijke hellingen van de Byankara bergen,nabij de rivier de Machu een natuurlijke formatie was, die sprekend leek op de Tibetaanse letter A. Op dat punt verlaat de rivier de berg en vloeit naar een vallei. Een dergelijke rivierovergang heet in het Tibetaans ook mdo. De naam Amdo zou dus verklaard kunnen worden als het gebied waar de Machu rivier in de vallei vloeit nabij een A-vormige rotsformatie. Hermanns, Matthias (1959), "Die Familie der A mdo-Tibeter" pag. 159, Verlag Karl Alber, Freiburg, München,

Deze verklaring wordt door hedendaagse tibetologen aanvaard. In de meer recente wetenschappelijke literatuur wordt het gebied dan ook in toenemende mate geschreven als A mdo.

Taalkundige aspecten Er zijn een groot aantal Tibetaanse dialecten. De belangrijkste zijn die van Centraal-Tibet, Kham,Amdo en Ladakh. Deze vier dialecten van Tibetaans delen een gemeenschappelijk schriftsysteem, maar er zijn ook grote verschillen. De dialecten van Centraal-Tibet en Kham hebben zich ontwikkeld tot een toontaal. Dat is in het dialect van Amdo niet het geval. De taal van Centraal-Tibet kan beschouwd worden als een analytische taal. De taal van Amdo heeft zich ontwikkeld tot één, waar het morfologisch verschijnsel van agglutinatie dominant is. Het dialect van Amdo kent in tegenstelling tot dat van Centraal-Tibet en Kham nog vele consonantclusters. (Een opeenvolging van twee of meer medeklinkers zonder klinker ertussen) De geografische geïsoleerdheid van Tibet en de volstrekt verschillende ontwikkeling van Centraal-Tibet,Kham en Amdo hebben tot deze verschillen geleid. In de praktijk betekent het ook, dat etnische Tibetanen die alleen het dialect van hun gebied spreken elkaar zeer moeilijk tot onmogelijk kunnen verstaan.Makley, Charlene, e.a.(1999) The Amdo dialect of Labrang Linguistics of the Tibeto- Burman area. Gearchiveerd op 23 november 2021.

Zowel in de Tibetaanse diaspora als in de Tibetaanse gebieden in China wordt in de laatste decennia toenemend beleid gemaakt om te komen tot standaardisering van de Tibetaanse taal. Prins, Mariëlle(2002) "Towards a Tibetan Common Language, A mdo Perspectives on Attempts at Language Standardisation",pag. 27-53,in Huber, Toni, Amdo Tibetans in Transition, Society and Culture in the post-Mao period, Brill,

De veel grotere etnische diversiteit in Amdo dan in Kham en Centraal-Tibet alsmede het veel grotere aantal migratiebewegingen dat daar heeft plaatsgevonden, heeft er ook toe geleid dat de scheidslijnen tussen de vele talen in het gebied lang niet altijd etnisch bepaald waren. Een bekend voorbeeld is dat van de huidige veertiende dalai lama, afkomstig uit het dorp Takster in Amdo. Bij zijn herkenning als reïncarnatie van de overleden dertiende dalai lama in 1937 sprak hij alleen het lokale dialect van Amdo Chinees, omdat dit in zijn dorp en gezin waar hij opgroeide de enige voertaal was.French, Patrick (2003) Interview met de dalai lama in "Tibet, Tibet, a personal history of a lost land " pag. 204, Borzoi Books, Alfred A. Knopf, New York.

Etnische diversiteit thumb| Moskee van de Dongxiang in Linxia (Amdo) het centrum van hun cultuurgebied Amdo is een gebied dat vanuit historisch perspectief altijd een veel grotere etnische diversiteit heeft gekend dan Centraal-Tibet en Kham. De aanwezigheid van aanzienlijke aantallen Han-Chinezen in Amdo dateert al vanaf de periode van de Han-dynastie aangevuld met latere instroom van Han-Chinezen tijdens de Song-dynastie, Ming-dynastie en Qing-dynastie.

Mongolen arriveerden in Amdo al tijdens de periode van Dzjengis Khan, midden 13e eeuw. Na de nederlaag van Ligdan Khan in 1631 tegen de legers van Hong Taiji, de eerste keizer van de Qing-dynastie,werden grote groepen Mongolen gedwongen naar het zuiden te vluchten en vestigden zich in het gebied van het huidige Qinghaimeer. Na de verovering van Centraal Tibet door Güshri Khan in het midden van de 17e eeuw werden in dat gebied nog aanzienlijk meer Mongoolse prinsdommen gecreëerd.

Een deel van deze Mongoolse groepen werd hier rond 1800 verdrongen door de laatste grote migratiebeweging van Tibetanen uit veel westelijker gelegen gebieden. Dit viel samen met de opkomst van het invloedrijke en belangrijke klooster Labrang. Een deel van de nu in Amdo wonende etnische Tibetanen is dus het gevolg van een migratie van slechts 200 jaar geleden.

De Tu ( Monguor) is een etnische groep, die waarschijnlijk al voor de vestiging van etnische Tibetanen in het gebied van Amdo woonden. Door etnische Tibetanen worden zij vaak aangeduid als Horpa.Er zijn aanwijzingen dat de Monguor de feitelijke oorspronkelijke bewoners van Amdo waren. Hedendaagse etnische Tibetane refereren aan de groep ook als Rgya ma bod in de betekenis van noch Tibetaans, noch Chinees. Schram, Louis, M.J. ( 2006) " The Monguors of the Kansu-Tibetan Frontier" . Gearchiveerd op 17 november 2021.

Er zijn in Amdo vier te onderscheiden moslimpopulaties. De grootste is de Hui. Daarnaast zijn er de Salar, de Bao 'an en de Dongxiang.

Ruim 55% van de bevolking van Amdo in begin 21e eeuw bestaat uit Han-Chinezen. Dat deel van de bevolking concentreert zich vooral in de grote steden in het gebied, zoals Xining. Er wonen ongeveer 1.300.000 Tibetanen in Amdo. Dat is 25% van het aantal etnische Tibetanen binnen de grenzen van de Volksrepubliek China. Er zijn ongeveer 1.000.000 Hui in het gebied; 200.000 Monguor; 60.000 Mongolen; 200.000 Dongxiang; 90.000 Salar en 20.000 Bao 'an. Buiten de grote steden is het grootste deel van het gebied administratief ondergebracht in autonome prefecturen. Huber, Toni (2002) " A mdo and its Modern Transition", pag XiiI, in Huber, Toni, Amdo Tibetans in Transition, Society and Culture in the post-Mao period, Brill,

Boeren en nomaden Het beeld van velen over Tibet en vooral het gebied van Amdo is verbonden met dan van nomaden. Toch is ook in Tibet het nomadendom begonnen als een uitbreiding van reeds bestaande agrarische nederzettingen. Archeologische vondsten bij onder meer Karo maken het primaat van landbouw in de vroege ontwikkeling van Tibet duidelijk.China Tibet Information Center " A Brief Description of the Historical Relations Between Ancient Tibetan Culture and the Chinese Culture"

Hoewel het landschap van Amdo het zeer geschikt maakt voor pastoraal nomadendom zijn onder de etnische Tibetanen in het gebied altijd meer boeren geweest dan pastoraal nomaden. Wel is het gebied dat gebruikt wordt door nomaden aanzienlijk groter dan dat voor agrarische activiteiten. De jaarlijkse migratiebewegingen van de nomaden in Amdo naar andere weidegronden, meestal drie tot vijf maal per jaar,waren meestal niet over grotere afstanden dan 50 kilometer. Er waren enkele nomadenfamilies in Amdo die grote welstand bereikten. Er waren families met tienduizenden dieren. En hoewel nomaden ook over het algemeen iets rijker , dan wel " minder arm" waren dan boeren in Amdo konden ook bij nomaden zeer slechte economische omstandigheden voorkomen. Veeziekten, extreme weersomstandigheden, oorlogsomstandigheden, etc. konden ook nomaden in een zekere welstand ruïneren. Veel nomaden hadden dan ook bijactiviteiten als jagen, bedelen in de stad en het plegen van overvallen op reizigers en karavaans. De beroemdste van de nomadenstammen in Amdo zijn de Goloks. Kapstein, Matthew (2007) "The Tibetans",pag. 19, 29, Blackwell Publishing, Oxford,

Het wat meer vrijgevochten karakter van de etnische Tibetanen in Amdo, vergeleken met die in Centraal-Tibet, wordt door enkele tibetologen historisch geduid met het in Amdo vrijwel geheel ontbreken van een Tibetaanse aristocratie en het veel minder voorkomen daar van horigheid.

Geschiedenis van Amdo De Amdowas, de etnische Tibetanen van Amdo, beschouwen zich zelf als " Bönchenpa",( bod chen pa ) mensen van Groot-Tibet in tegenstelling tot mensen van Klein-Tibet,"Bönchung" ( bod chung). De Tibetaanse stammen van Amdo beschouwen zich als de oudste groep en als de voorvaders van de Tibetanen van Centraal-Tibet.

Periode tot aan de 10e eeuw