De Aziatische goudkat (Catopuma temminckii) is een middelgrote wilde katachtige uit de bossen van Zuidoost-Azië. De soort is in 1827 beschreven door Nicholas Aylward Vigors en Thomas Horsfield, en dankt zijn wetenschappelijke naam aan de Nederlands bioloog Coenraad Jacob Temminck.

Kenmerken Aziatische goudkatten worden 75–105 cm lang en 6–15 kg zwaar. De staart wordt 40–55 cm lang. De goudkat heeft meestal een goudbruine vacht, maar ook grijzige, bruinig zwarte en goudachtig rode dieren komen voor. De kop heeft een opvallende gezichtstekening, bestaande uit witte, blauwe en grijze strepen.

Verspreiding en leefgebied Hij komt voor in de tropische en subtropische regenwouden en drogere bossen van Nepal en Zuid-China tot Maleisië en Sumatra, tot op een hoogte van 3050 m in de Himalaya. Hij waagt zich soms ook in meer open gebied.

Leefwijze Aziatische goudkatten jagen onder andere op grotere knaagdieren, maar ook hoendervogels, kantjils, amfibieën, insecten en reptielen en naar het schijnt zelfs buffelkalveren vallen ten prooi. Het zijn solitaire nachtdieren, die zelden door mensen worden waargenomen.

Bedreiging De grootste bedreiging van de Aziatische goudkat vormt de boskap, maar ook wordt er op de soort gejaagd voor zijn pels en de botten, die worden verwerkt in traditionele medicijnen als een vervanger voor tijgerbotten.

Categorie:Katachtige Categorie:Dier uit het Oriëntaals gebied Categorie:IUCN-status kwetsbaar