thumb|Hinnomdal, waar Gehenna van is afgeleid. Gehenna (Hebreeuws: גֵיא־הִנֹּם, Gēʾ-Hīnnōm, Aramees: גֵיהִינֹּם, Gehinnom of גֵיהִינָּם, Gehinnam, Grieks: γέεννα, gēenna) was het smalle, rotsachtige Hinnomdal ten westen en zuiden van de oude stad van Jeruzalem. Dit was een beruchte plek, omdat daar in de tijd van de koningen kinderoffers werden gebracht aan Moloch.
Bij archeologische opgravingen zijn er familiegraven gevonden. Het dal werd dus gebruikt als begraafplaats, waarschijnlijk sinds de tijd van Hizkia.Hinnomdal op debijbel.nl. Gearchiveerd op 6 juni 2023. Tegenwoordig is het dal een park en onderdeel van een voorstad van Jeruzalem.
Hebreeuwse Bijbel De plaats wordt dertien keer genoemd in de Hebreeuwse Bijbel en aangeduid als het Hinnomdal en het dal van Ben-Hinnom (Jozua 15:8; 18:16), "de zoon van Hinnom". Deze naam verwijst naar de oorspronkelijke eigenaars van het dal, de familie Hinnom.
In 2 Kronieken 28:3 en 33:6 wordt vermeld dat de koningen Achaz en zijn kleinzoon Manasse daar hun zonen hadden geofferd. In de periode van koning Josia (641/640 v.Chr. - 609 v.Chr.), de zoon van koning Manasse, werd de verering van Moloch verboden en liet hij de offerplaats Tofet in het Hinnomdal ontwijden (2 Koningen 23:10).
Kennelijk had de actie van Josia geen blijvend effect, want Jeremia (645 - ca. 570 v.Chr.) keerde zich fel tegen de cultus van kinderoffers (Jeremia 7:31-32; 19:2-6; 32:35). Hetzelfde deed Ezechiël (Ezechiël 23:37-39).
Later jodendom In 1 Henoch 90:26 wordt het Hinnomdal een met vuur gevulde afgrond genoemd. In 4 Ezra en in de Sibillijnse orakelen (ca. 100 n.Chr.) wordt Gehenna uitdrukkelijk aangewezen als de plaats voor de toekomstige bestraffing van boosdoeners. Straf is het volgen van Gods oordeel na een lichamelijke opstanding.Chaim Milikowsky (1988): Which Gehenna? Retribution and Eschatology in the Synoptic Gospels and in Early Jewish Texts, in: New Testament Studies, deel 34, pag. 239; vergelijk Duane F. Watson (1992): Gehenna, artikel in: The Anchor Bible Dictionary, deel 2, pag. 927
Nieuwe Testament De term gehennaγέεννα Gehenna komt 12 keer voor in het Nieuwe Testament.De term komt voor in: Matteüs 5:22,29,30; 10:28; 18:9; 23:15,33; Marcus 9:43,45,47; Lucas 12:5; Jakobus 3:6 In het christendom worden sommige uitspraken van Jezus waarin Gehenna wordt genoemd opgevat als een verwijzing naar een plaats van eeuwige bestraffing en lijden:
In oudere Bijbelvertalingen in het Nederlands wordt Gehenna vertaald met "hel", hedendaagse bijbelvertalingen laten het meestal onvertaald. Diverse hedendaagse auteurs stellen dat Jezus met het woord gehenna naar de vuilnisbelt buiten Jeruzalem verwees, een dal waarin de Joden hun afval wierpen. Neocalvinistische auteurs als Francis Chan en Preston Sprinkle bekritiseren dat, mede op basis van Matteüs 5:22 (zie hierboven).
Islam Het woord wordt ook in de Koran gebruikt als de plaats waar zondaars worden gekweld.Cyril Glassé, vertaling Huston Smith, The new encyclopedia of Islam 2003 p175
Afgeleid woord Het woord gênant is mogelijk afgeleid van het woord Gehenna.Generen op etymologiebank.nl
Externe link Daily Bible Study over het Dal van Hinnom
Categorie:Bijbelse plaats