thumb|Topografische gemeentekaart van Hilversum, september 2022 thumb|Sint-Vituskerk thumb|Raadhuis van Hilversum thumb|Station Hilversum thumb|Luchtfoto van Hilversum (1920-1940). Hilversum () is een stadHilversum Mediastad -- Dorp of stad, en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Holland en de grootste plaats in de landstreek het Gooi. Hilversum huisvest veel landelijke omroepbedrijven en wordt ook wel aangeduid als de 'mediastad'. Met 'Hilversum' worden ook wel de omroepactiviteiten bedoeld.
De gemeente Hilversum heeft inwoners ( bron: CBS) op een oppervlakte van 46,19 km² (waarvan 0,21 km² water). Na een aanvankelijk voorspoedige groei daalde het inwonertal van de stad in de tweede helft van de 20ste eeuw aanzienlijk, van 100.000 in 1958 tot minder dan 80.000 in 1999 (bron: CBS). De gemeente duidde zichzelf ook aan als 'tuinstad', vanwege de groene omgeving die deel uitmaakt van Goois Natuurreservaat en in wijdere zin van het Groene Hart, en vanwege de in de twintigste eeuw ontworpen tuinwijken voor arbeiders. Vanwege het relatief grote aantal villa's duidde ze zich ook aan als 'villadorp'.
Per 1 januari 2027 zal de gemeente fuseren met de gemeente Wijdemeren. Dit betreft een zogenaamde 'lichte samenvoeging', waarmee het grondgebied van de gemeente Wijdemeren wordt toegevoegd aan dat van de gemeente Hilversum. De gemeente Hilversum blijft hiermee bestaan.
Etymologie De naam Hilversum is in elk geval tot 1305 terug gedateerd en kan volgens G. van Berkel en K. Samplonius (2006) worden verklaard als Hilvertshem, wat "woonstede of nederzetting (heem) van de persoon Hilvert" betekent.G. van Berkel en K. Samplonius, Nederlandse plaatsnamen - herkomst en historie. Utrecht: Prisma, 2006 Dat is in overeenstemming met de verklaring van boerderijnamen als Hilverink in de Achterhoek. Een kenmerk van de uitgang -heem is dat deze vaak in combinatie met een persoons- of dierennaam voorkomt, zoals Arnhem ("nederzetting van de Arent") en Bennekom (< Berinchem, "nederzetting van de lieden van Bero").
Geschiedenis Vroege geschiedenis alt=Raadhuis & Media Park, Hilversum|miniatuur|Raadhuis & Media Park, Hilversum Het hooggelegen Gooi is een van de oudst bewoonde streken van Nederland. Prehistorische grafheuvels en vondsten uit de Hilversumcultuur getuigen daar nog van. Water verzamelde zich op de lager gelegen plaatsen, en dat werden drinkplaatsen voor het vee. De dorpen Hilversum, Laren, Blaricum en Bussum zijn rond die drinkplaatsen ontstaan. Door de arme zandgronden was er voornamelijk schapenhouderij. Vroege Hilversummers leefden eenvoudig. Zo gaven zij hun hoeven nooit een naam en, in tegenstelling tot Blaricummers en Huizers waar boeren brede, hoge hagen als erfafscheiding plaatsten (vaak doornen of beuken), lieten vrijwel alle Hilversumse boeren het erf open of zetten er een eenvoudig houten hekje omheen. Bij het woongedeelte hadden zij vaak een eenvoudig grasveldje met een paar bomen om schaduw te bieden. De hoeven hadden ook nooit een versiering, behalve soms ankers die tot krullen gesmeed waren om het bouwjaar aan te duiden, naar de stijl van sobere, eenvoudige Saksische boerderijen. Markant is dat Hilversummers bijna nooit een verdieping op hun hoeve hadden: ze wilden alles op de begane grond hebben. De hoeven waren dan ook zeer langgerekt. Dit fenomeen kwam nog tot zeker 1880 voor, toen het Wilhelmina Hotel geopend werd. De 'oude' Hilversummers dachten dan ook dat het hotel geen succes zou worden omdat het hotel uit verdiepingen bestond.
De oudste kerk was waarschijnlijk een 13e-eeuwse kapel, op de plek waar de huidige Grote Kerk staat. Ernaast stond vermoedelijk een klein kasteel: de oudste vermelding dateert uit 1369 en betreft een belening aan Hendrik van Snellenburg.
Op 4 maart 1424 kreeg Hilversum de zelfstandige status van Jan (III) van Beieren ("Jan zonder Genade"), ruwaard van Holland, Zeeland en Henegouwen (1418-1425) en werd daarmee onafhankelijker van Laarderkerspel (Larekerspel) bij de uitbreiding van de eigen nijverheid. De verkoop en verwerking van schapenwol is in de middeleeuwen de bijdrage van Hilversum geweest aan de regionale economie.
Op 2 januari 1428 werd er een officiële grens (banscheiding) getrokken tussen Laarderkerspel en Hilversum waarmee de verzelfstandiging voltooid werd. De grens werd toegewezen door Splinter van Nyenrode.
In 1585 stak de Tassis op zijn plundertocht in Hilversum vele huizen in brand.
In 1629 werd Hilversum wederom platgebrand door Kroatische huurlingen, aangevoerd door de Italiaanse veldheer in Oostenrijks-Habsburgse dienst, Graaf Ernesto Montecuccoli, die samen met Hendrik van den Bergh, de bevelhebber van het Spaanse leger in de Noordelijke Nederlanden, eerder dat jaar vanuit Duitsland een inval op de Veluwe had gedaan, om de troepen van stadhouder Frederik Hendrik weg te lokken van het Beleg van 's-Hertogenbosch. (1843) Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, Volume 5, J. Verduyn en Zoon, Gorinchem, p. 602
In de 17e eeuw groeiden de weverijen sterk. Men weefde toen in opdracht van Naarden en Amsterdam lakense (wollen) stoffen en een eeuw later, rond 1750, namen zogenaamde fabrikeurs zelf het gehele productieproces in eigen hand. In 1772 waren er circa 42 fabrikeurs in Hilversum. Hun producten bestonden vooral uit gestreepte kleurige stoffen, die “Hilversums Gestreept” genoemd werden. In 1752 werd het fabriceren van Koehaartapijt aangevat, waaruit de Hilversumse tapijtindustrie ontstond. Deze bleef zich tot in de 20e eeuw uitbreiden.
Het boerendorp groeide gestaag, maar werd in 1725 en 1766 geteisterd door branden die het dorp grotendeels vernietigden. Op 22 oktober 1798 besloot de gemeenteraad alle huizen te vernummeren, van 1 t/m 841.
Eind 1898 besloot de gemeenteraad de kermis voor een paar jaar af te schaffen omdat het naar eigen zeggen "geldverspilling" was en er "veel drankmisbruik" was tijdens de vrije week, alsook "oneerbaarheid in de stegen van de dorpskom". In 1899, op de datum dat de kermisweek normaal zou starten, leidde dit tot een week vol geweld, waarbij ook een dode viel. Sinds 1903 of 1904 vindt de kermis weer plaats.
Terwijl rijke Amsterdammers zich al in de 17e eeuw in 's-Graveland vestigden, gebeurde dat in Hilversum pas na de aansluiting op het spoorwegnet in 1874. In 1882 werd de aanleg van de Gooische Stoomtram naar Laren, Naarden, Muiden en Amsterdam voltooid, die vanwege een aantal dodelijke ongevallen de naam de Gooise Moordenaar kreeg. De verbinding met Amsterdam werd opgeheven in 1939. De laatste tram in het Gooi reed in 1947.
De aanleg van bovengenoemde spoorweg bewerkstelligde dat vermogende families, zoals de familie Brenninkmeijer (eigenaren van C&A) en de aan hen verwante familie Gockel zich in Hilversum gingen vestigen, evenals de bekende Hilversumse familie Wortelboer. Mede door deze families kreeg Hilversum langzamerhand een overwegend katholieke signatuur. Dat leidde tot de bouw van de grote neogotische Sint-Vituskerk voor 1.800 mensen, ontworpen door P.J.H. Cuypers, in 1892. Eind jaren zestig zou Hilversum acht parochiekerken tellen, waarvan er alweer twee gesloopt zijn, een in onbruik is en een verbouwd is tot appartementen.
Na de komst van de spoorweg groeide Hilversum heel snel, aanvankelijk door de groei van de textielsector (weverijen en aanverwante bedrijven) en de vestiging van tapijtfabrieken (waarvan uiteindelijk de Veneta overbleef).
Begin 20e eeuw vestigden zich ook veel Diamantslijpers in Hilversum.onshilversum.nl/artikel/2021/12/06/hilversum-de-diamantstad (gearchiveerd op 20 juni 2023). Dit waren met name diamantslijpers uit Amsterdam die zich wilden onttrekken aan het toezicht van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond en daarom hun toevlucht zochten tot Hilversum. Zij stonden ook bekend als "onderkruipers".https://albertusperk.nl/eigenperk-artikelen/1997.3%20diamantindustrie.pdf Sanatorium Zonnestraal. Gearchiveerd op 19 juni 2023. De diamantindustrie bereikte zijn hoogtepunt in 1912 toen er in totaal dertien slijperijen in de stad gevestigd waren. De industrie stortte echter in na de Beurskrach van 1929 en in 1930 sloten de laatste slijperijen weer. De diamantindustrie heeft echter zijn sporen in Hilversum nagelaten. Zo werd onder andere het Sanatorium Zonnestraal gebouwd om diamantslijpers die door hun werk tuberculose hadden opgelopen te behandelen.
In 1918 startte de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) haar activiteiten en daarna begonnen ook de experimentele radio-uitzendingen. Daarop volgde de vestiging van omroepen van de protestantse en katholieke gezindten, respectievelijk de NCRV en de KRO. De televisie kwam aanvankelijk in Bussum terecht, maar de bouw van het Mediapark in Hilversum-Noord verzamelde alle omroepfuncties weer in Hilversum. Sinds het verdwijnen van de grotere industrie is de mediasector de grootste werkgever van Hilversum.
Paul Kruger in Hilversum In 1901 en 1903 verbleef Paul Kruger, president van de Zuid-Afrikaansche Republiek, in Hilversum.Krugerhuis, tgooi.info. Gearchiveerd op 17 januari 2022. Kruger reisde af naar Nederland om steun te vragen voor de Afrikaners (ook wel Boeren) in de Transvaal,Staatsbezoek aan het land van Mandela en Krüger, Trouw, 28 september 1996 (gearchiveerd) die in oorlog waren met de Engelsen tijdens de Tweede Boerenoorlog. Hij kwam in Hilversum terecht nadat hem door een dokter was aangeraden op de hooggelegen Trompenberg te gaan wonen, omdat er longontsteking bij hem was geconstateerd. Het huis waarin Kruger in 1901 verbleef, werd per ongeluk verwoest door Britse bombardementen in de Tweede Wereldoorlog. De tweede verblijfplaats van Kruger, 'Het Krugerhuis', staat er nog steeds.
Tweede Wereldoorlog Op 10 mei 1940 werd de grote zendmast van Philips bij de fabriek aan de Jan van der Heijdenstraat op last van het leger opgeblazen. De mast raakte enkele woonhuizen. Op 15 mei 1940 bereikte een kleine colonne van de Wehrmacht Hilversum, en meldde zich bij de AVRO-studio om het radio-wezen onder Duits beheer te stellen. De AVRO werkte gewillig mee. De bezetting van Hilversum verliep ook overigens zonder dat er een kogel werd afgeschoten.
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog gaf de zittende burgemeester De Wijkerslooth de Weerdesteijn een merkwaardige proclamatie uit, waarin hij zich bereid verklaarde de leiding over het Nederlandse volk op zich te nemen. Hij werd snel vervangen door jonkheer mr. Ernst von Bönninghausen, een NSB'er die collaboreerde met de bezetter.
Op 14 mei 1940, vier dagen na de Duitse inval, verdween de Joodse SDAP-wethouder David Lopes Dias plotseling uit Hilversum. De burgemeester verklaarde later dat hij een "geheime opdracht" had. Na een paar maanden keerde hij even onaangekondigd weer terug en op 4 september nam hij zijn plaats als wethouder weer in. Toen Hilversum eind oktober een NSB-burgemeester, Von Bönninghausen, kreeg, nam Lopes Dias ontslag. Kort daarna werd hij gearresteerd en weggevoerd. Hij schreef toen een brief die in de plaatselijke pers werd gepubliceerd. Na zijn arrestatie werd hij gedeporteerd naar het concentratiekamp Mauthausen, waar hij in 1942 overleed.
Op 26 februari 1941 namen Hilversumse werknemers deel aan de (tweede dag van de) Februaristaking tegen de Jodenvervolging. Onder meer de NSF liep leeg en er gingen bij dat bedrijf alleen al bijna 3.000 mensen de straat op, maar ook arbeiders van metaalbedrijf Ensink, verffabriek Ripolin, de melkfabriek en andere bedrijven namen deel. In het centrum ontstond een stoet van volgens sommigen 10.000 mensen die zich naar het nieuwe raadhuis bewoog. De stoet werd daar tegengehouden door gewapende Duitse militairen en keerde terug. De gemeente werd daarvoor met ingang van 1942 beboet met de heffing van een extra belasting van 2,5 miljoen gulden.