Diksmuide (Frans: Dixmude, volksmond: Smude) is een stad in de Belgische provincie West-Vlaanderen en telt ruim 17.000 inwoners. De stad ligt gedeeltelijk in de Westhoek, aan de IJzer en de Handzamevaart. Samen met de steden Veurne, Ieper en Poperinge is de stad een regionaal en verzorgend centrum voor de regio Westhoek. thumb|left|Zicht op het stadscentrum van Diksmuide vanuit de IJzertoren in Kaaskerke De fusiegemeente Diksmuide bestaat sinds 1977 uit 15 deelgemeentes. Naast Diksmuide zelf zijn dit nog de deelgemeenten Beerst, Esen, Kaaskerke, Keiem, Lampernisse, Leke, Nieuwkapelle, Oostkerke, Oudekapelle, Pervijze, Sint-Jacobskapelle, Stuivekenskerke, Vladslo en Woumen. Diksmuide is daarmee in West-Vlaanderen de gemeente met de grootste oppervlakte. In 2022 werd de kaap van 17.000 inwoners overschreden. De helft van de inwoners woont in Diksmuide, Esen en Kaaskerke, die de bebouwde kern vormt van de fusiegemeente. De overige helft woont verspreid in de andere deelgemeenten.

De gemeente heeft een overwegend agrarisch karakter en biedt op dat vlak veel werkgelegenheid, waarbij Diksmuide een centrumfunctie vervult in dienstverlening en nijverheid. Niet enkel voor de deelgemeenten, maar ook voor andere landelijke gemeenten in de Westhoek oefent Diksmuide als centrumstad een zekere invloed uit.

Diksmuide staat bekend als de Boterstad, wat verwijst naar de bloeiende zuivelhandel, die eeuwenlang een van de belangrijkste welvaartspijlers van de stad was. De stad is echter het bekendst vanwege de Eerste Wereldoorlog, waarbij ze het hard te verduren had aan het IJzerfront.

Een inwoner van Diksmuide wordt een 'Diksmuideling' of 'Diksmuidenaar' genoemd.VRT Taal: Diksmuide

Toponymie Het woorddeel -muide duidt typisch op de plaats waar een rivier uitmondt in de zee (vergelijk Muiden, IJmuiden, Arnemuiden, Sint Anna ter Muiden en IJsselmuiden); de uitmonding van een rivier op een andere rivier heet -monde (bijvoorbeeld Dendermonde, IJsselmonde).R.E. Künzel, D.P. Blok, J.M. Verhoeff (1988): Lexicon van Nederlandse toponiemen tot 1200, Amsterdam: P.J. Meertens-instituut Diksmuide vormt een kennelijke uitzondering. Deze plaats ligt op de grens van de kustpolders en de zandleemstreek en ontstond daar tijdens de 9de eeuw op de monding van de Handzamevaart of Krekebeek in de IJzer, die zelf wel in zee uitmondt. Dicasmutha betekent dan ook 'Dijk aan de monding'.

Geschiedenis thumb|left|Diksmuide in 1649 door J. Blaeu

Ancien régime Diksmuide ligt op de grens van Zandlemig Vlaanderen, en vermoedelijk was er al bewoning sedert de vroegromeinse tijd. Einde 9e eeuw werd hier mogelijk een ronde burcht tegen de Vikingen opgericht. Halfcirkelvormige structuren die onder meer de Wilgendijk omvatten, zouden daar een aanwijzing voor zijn. In de eerste helft van de 11e eeuw werd de kustvlakte overstroomd, waarna Diksmuide zich ontwikkelde aan de hogere rand van dit gebied en in 1089 werd de eerste betrouwbare vermelding van Diksmuide gemaakt. Er werd gewag gemaakt van een kapel van Dicasmutha die afhankelijk was van de parochie van Esen. In de 11e eeuw vestigden de heren van Esen zich als burggraaf te Diksmuide. Diksmuide had in de 10e en 11e eeuw een zeehaven, omdat de IJzer nog een zeearm was. Door inpoldering en verzanding zou uiteindelijk ook de haven verdwijnen. Door de lakennijverheid bleef Diksmuide van belang. Al vóór 1163 kreeg Diksmuide stadsrechten. Er werd mogelijk ook een mottekasteel opgericht. In 1144 werd Diksmuide een zelfstandige parochie die zich afsplitste van Esen. Tijdens de 12e en 13e eeuw kende de Diksmuidse lakenhandel een ongeëvenaarde bloei. Genua, Marseille, de Spaanse havens en de jaarmarkten van Champagne kenden het Diksmuidse laken. Het jaarmarktreglement van Nowgorod (1327) voorzag in hoge boetes voor wie het waagde laken van Diksmuide, Ieper of Langemark te falsifiëren. De voornaamste handelspartner was Engeland. Diksmuide bekleedde in de Vlaamse Hanze van Londen de derde belangrijke plaats na Ieper en Brugge. Vanaf de 14e eeuw begon de gestage achteruitgang van de lakenhandel. De stad legde zich naderhand toe op haar kaas- en boterhandel. In de 13e eeuw werd de Sint-Niklaaskerk uitgebreid en van 1270-1299 werd de stad van een aarden omwalling met gracht voorzien. Er waren vier stadspoorten. Waar IJzer en Handzamevaart tezamen kwamen werd een versterkt kasteel gebouwd. In de loop van de 14e eeuw werd de aarden omwalling geleidelijk door een stenen ommuring vervangen, die in 1359 gereed kwam. Deze omvatte nu ook het begijnhof dat binnen de stadsommuring kwam te liggen. De stad en het Burggraafschap Diksmuide was in handen van de volgende families (12e eeuw-18e eeuw): van Beveren, van der Beerst, Alaerts, van Haveskerke, de Sacquespée, de Despence, van den Bergh (Huis Bergh) en Hohenzollern-Sigmaringen. Oorlogshandelingen gingen aan de stad niet voorbij. In 1299 werd Diksmuide ingenomen door de Franse troepen van Filips de Schone. Uiteindelijk werd in 1305 het Verdrag van Athis-sur-Orge gesloten dat vrede inhield maar zware verplichtingen aan boeren en middenstanders oplegde. Dit leidde uiteindelijk tot de opstand van Nicolaas Zannekin (1323-1328), die uiteindelijk verslagen werd in de Slag bij Kassel. Gedurende de 17e eeuw werd Diksmuide herhaalde malen belegerd of ingenomen: 1659, 1683, 1689 en 1708. Om de stad strategisch beter te flankeren werd ca. 1662 het Fort Knokke opgericht. Van 1404-1415 waren het de Engelsen die de streek bedreigden en er werd gewerkt aan een uitbreiding van de stadsmuren. De stad telde nu zes poorten: Oostpoorte, Westpoorte, Noordpoorte, Zuidpoorte, IJzerhekke poortje en Grauwe Broedersvoetpoorte . Ook vestigden er zich kloosters: Alexianen en Grauwzusters (1432) en Minderbroeders of Grauwbroeders (1453), die het klooster Onze-Lieve-Vrouw-ter-Engelen oprichtten. In 1479 kwamen ook de Zwarte Zusters naar Diksmuide, onder meer om pestlijders te verzorgen. Andere religieuze instellingen zijn het Kapittel van Pitanciërs van de Sint-Niklaaskerk, het Begijnhof, de Abdij van Hemelsdale en de gemeenschappen van de Predikheren en de Priorij. Onder stadstoezicht rekenen we de caritatieve instellingen: het Sint-Janshospitaal, de Armenschool, de leprozerie het Godshuys der Magdalenen en het Weeshuis van den Grooten en den Kleinen Heiligen Geest. Diksmuide had de volgende schuttersgilden: de handbooggilde van Sint-Sebastiaan en de Busseniers. Daarnaast was ook de rederijkerskamer Scerpduere onder 't Heilch Cruus actief. Vanaf 1538 werd melding gemaakt van het Sint-Janshospitaal dat in 1870 door nieuwbouw werd vervangen, werd verwoest tijdens de Eerste Wereldoorlog, daarna herbouwd en in 1970 gesloopt. De beeldenstorm woedde in 1566, maar de kerkschatten konden in veiligheid worden gebracht. Na de herovering van het gebied door Alexander Farnese werd omstreeks 1590 een antipenetratielinie aangelegd om indringers vanuit het (toen Calvinistische) Oostende te weren. Ter hoogte van de huidige brug over de IJzer naar Kaaskerke werd een fort gebouwd, het Fort Ter Hoogebrugge. 1608: het Burggraafschap en de stad Diksmuide komt door aankoop in handen van graaf en militair Frederik van den Bergh (1559-1618), edelman van het Huis Bergh in 's Heerenbergh (Nederland). Vanaf 1647 is er strijd tussen Franse en Spaansgezinde troepen, waarbij Diksmuide enkele malen van eigenaar wisselt. Krachtens de Vrede van Rijswijk (1697) kwam Diksmuide uiteindelijk weer bij de Spaanse Nederlanden. Van 1711 tot 1714 schuiven de Fransen Maximiliaan II Emanuel van Beieren naar voren als soevereine vorst van de Zuidelijke Nederlanden. Maar vermits het grootste deel daarvan in handen was van de Grote Alliantie, bleef zijn gezag in Vlaanderen beperkt tot Diksmuide en Nieuwpoort.Klaas Van Gelder, "Nieuwpoort. Een Beierse stad en de internationale monarchie" in: Wereldsteden van de Lage Landen. Stadsgeschiedenis van Nederland en België, ed. Nadia Bouras e.a., 2025, p. 166-172 In 1784 wordt het nieuwe kerkhof langs de Woumenweg aangelegd. In 1856 zal het kerkhof merkelijk vergroot worden. Door de wet van 6 november 1796 worden de religieuze gebouwen (o.m. deze van de Recollecten, Zwarte Zusters, Grauwe Zusters en Begijnen) nationaal goed en nadien verkocht. Een gedeelte van het begijnhof wordt gebruikt voor militaire doeleinden. Ook het burggraafschap wordt opgeheven.

19e eeuw 1822: vestiging van de Zwartzusters van Diksmuide op de Appelmarkt (huidige Vismarkt). 1830: vestiging van de Zuster van Maria Presentatie in Diksmuide, waarna zij in 1856 werden opgevolgd door de Zusters van Sint-Niklaas uit Kortrijk. 1835: vestiging van de congregatie Zusters van Deftinge of de Paulinnen in het St.-Janshospitaal. 1836: oprichting van de suikerfabriek of de 'Société Anonyme Sucrerie de Dixmude' aan de Hoge Brug. 1836: oprichting Handboogmaatschappij Willem Tell. 1839: door de heroprichting van het Bisdom Brugge (1834) wordt de dekenij Diksmuide opgericht. 1842: bouw van het Zwartzusterskerkje op de Appelmarkt (huidige Vismarkt). 1844: Pieter Bortier laat op de gronden van het voormalige klooster van de Grauwe Zusters een 'openbare' tuin of park aanleggen. In de volksmond de 'Botanieken Hof' of het 'Park Bortier' genoemd. 1844: onder impuls van burgemeester Pierre De Breyne de bouw van de gemeentelijke jongensschool aan het Schoolplein. 1845: 24 juli - opening van park Bortier en inhuldiging van de borstbeelden van Thomas Montanus en Karel Van Poucke van de hand van Pieter De Vigne. 1845: eerste uitgave van de Liberale krant Weekblad van Dixmude. 1846: eerste uitgave van de Katholieke krant 't Boterkuipje. 1851: oprichting van een academie van teken- en bouwkunde. 1855: aanleg spoorlijn 73 Lichtervelde-Veurne-De Panne. 1856: de oostelijke stadsvestingen worden gedempt voor de aanleg van de spoorwegbedding van de spoorlijn nr. 73 Lichtervelde-Diksmuide-Veurne. 1856: stichting van het klooster van de zusters van St.-Niklaas (Kortrijk) in de De Breyne-Peellaertstraat. 1858: 11 mei - opening spoorlijn nr. 73 Lichtervelde-Diksmuide-Veurne + inhuldiging van het spoorwegstation + aanleg Stationsstraat. 1864: 11 oktober - brengt de Franse schrijver Victor Hugo een kort bezoek aan de Stad Diksmuide. Hij maakt een kort verslag over zijn bezoek aan de St.-Niklaaskerk. 1868: bouw van de gemeentelijke meisjesschool aan het Schoolplein. 1868: stichting van College Saint-Louis. 1868: opening spoorlijn nr. 72 Diksmuide-Nieuwpoort. 1871: kerk der paters Recolletten wordt stadshalle. 1875: september instorting van de Alleyebrug over de Handzamevaart. 1875: afbraak stadhuis (1567) en bouw van het nieuwe neogotische stadhuis naar ontwerp van architect Louis Delacenserie. 1878: 21 mei - oprichting van de naamloze vennootschap 'Suikerfabriek van Dixmude'. 1879: Pieter Bortier schenkt de tuin of het 'Park Bortier' ingericht op de gronden van de Grauwe Zusters aan de stad (testament bevestigd bij K.B. van 12.10.1881). 1880: inhuldiging van het nieuwe neogotische stadhuis. 1880: inrichting van een rijkswachtbrigade in Diksmuide. 1884: 7 april - overlijden van dichteres Maria Doolaeghe. 1891: de suikerfabriek wordt omgevormd naar stoommaalderij en -olieslagerij 'Les Moulins de Dixmude' of de 'Bloemmolens van Dixmude'.

20e eeuw 1904: vestiging van de Zusters Karmelitessen. 1906: 25 september : ingebruikname van de tramlijn Diksmuide-Ieper-Poperinge nr. 357. 1907: 26 juni : ingebruikname van de tramlijn Diksmuide-Oostende nr. 351. 1907: 28 september - inhuldiging van de tramlijn Diksmuide-Oostende nr. 351 en tramlijn Diksmuide-Poperinge nr. 357. 1910: vestiging van de Minderbroeders en de Broeders van Liefde (onderwijs). 1911 : 01 oktober - ingebruikname van de tramlijn Diksmuide-Woumen-Staden. 1914: oktober - oprichting van het 'Dixmuids Vluchtelingencomiteit' in De Panne. 1914: 10 november - inname van de stad Diksmuide door het Duitse leger. 1914: kunsttentoonstelling in Londen door het 'English Committee for the City of Dixmude'.