Bordeaux (Bordèu in het Occitaans) is een stad in het zuidwesten van Frankrijk. Het is de hoofdstad van het departement Gironde, van de voormalige regio Aquitanië en van de nieuwe, grotere regio Nouvelle-Aquitaine. Het is de historische hoofdstad van de regio Gascogne. De agglomeratie is georganiseerd in een verband van gemeentes, Bordeaux Métropole. De agglomeratie telde bijna 900.000 inwoners. De stad is over de hele wereld bekend om de wijnen uit de omgeving. Sinds juni 2007 staat een deel van de stad, de Port de la Lune, op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.
Bijnamen Bordeaux heeft twee bekende bijnamen. De eerste is Port de la lune, de "maanhaven", verwijzend naar de vorm van de rivier de Garonne die door de stad loopt. Deze verwijzing komt terug in het logo van de stad in de vorm van drie halve manen. De stad staat daarnaast ook wel bekend als La belle endormie, de 'schone slaapster', verwijzend naar de weelderige architectuur te danken aan het rijke verleden, maar het rustige leven in de stad en gebrek aan economische dynamiek vandaag de dag.
Geschiedenis De eerste permanente bewoning ontstond op de hoogten van de Mont Judaïque en de Puy Paulin. De oudste sporen dateren uit de 6e eeuw v.Chr. In de 3e eeuw v.Chr. stichtten Gallische stammen de stad Burdigala aan de Garonne nabij de Gironde, rond de monding van de Devèze, in een gebied dat voornamelijk bestond uit moerassen. De stad beheerste de handel in tin, dat ingevoerd werd uit Bretagne.
Romeinen In 56 v.Chr. werd het gebied door de Romeinen bezet. De Gallische stam van de Bituriges Vivisques bewoonde toen de streek. De Romeinen bouwden in Burdigala aquaducten, tempels, een rivierhaven, een amfitheater en een bestuursgebouw.
miniatuur|links|Het amfitheater
Burdigala werd een van de belangrijkste steden van Gallië. De open stad strekte zich uit over 125 ha en telde ongeveer 20.000 inwoners. Tussen de jaren 40 en 60 werden ten noorden van de stad, in de huidige Médoc, de eerste wijnstokken geplant, het begin van de latere wereldberoemde wijnstreek Bordeaux. Uit deze tijd stammen ook de Romeinse ruïnes die nog in de stad te vinden zijn. De stad werd aan het einde van de 2e eeuw de hoofdstad van de Romeinse provincie Aquitania Secunda ten koste van Mediolanum Santonum (Saintes).
Het midden van de 3e eeuw was een woelige periode met invallen van Germaanse stammen en onrust. Tussen 270 en 274 maakte gouverneur Tetricus I van Burdigala de hoofdstad van het opstandige Gallische Keizerrijk. Tussen 278 en 290 trok de stad zich terug binnen stadsmuren. Toch bleef de stad, die nog ongeveer 15.000 inwoners telde, belangrijk als administratief centrum en haven. In 286 werd er een belangrijk school gesticht waar onder anderen Decimus Magnus Ausonius les gaf. In de 4e eeuw deed het christendom zijn intrede en de stad kreeg een bisschop en een eerste kathedraal. Aan deze periode kwam een einde na de invallen van de Vandalen in 409, de Visigoten in 414 en de Franken in 498.
Middeleeuwen In de vroege middeleeuwen vormde het bisschoppelijk gezag een tegengewicht tegen de chaotische situatie in de streek. Naast de kathedraal telde de stad nog drie kerken binnen de stadsmuren en ook enkele kerken en kloosters daarbuiten. De stad werd geplunderd in 732 door de Moren en in 848 door de Noormannen. In 877 werd Aquitanië in twee gesplitst en Bordeaux werd de hoofdstad van het noordelijke hertogdom Aquitanië. Na de dood van Sancho Willem van Gascogne in 1032 werd Bordeaux zelfs de hoofdstad van heel Aquitanië. In de 11e eeuw werd het hertogelijk kasteel gebouwd en ook de invloedrijke Abdij van Sauve-Majeure.
Bloei De 12e eeuw luidde een bloeitijd in. De bevolking van de stad groeide sterk en de wijken buiten de stadsmuur breidden uit: Tropeyte en Tutelle in het noorden, Saint-Martin en Saint-Seurin in het westen en Saint-Éloi in het zuiden. Op de Garonne ontstond een nieuwe, grotere haven. In 1154 kwam de stad door het huwelijk van Eleonora van Aquitanië (voormalig echtgenote van Lodewijk VII van Frankrijk) met Hendrik II van Engeland in Engels bezit. Dat zou ze drie eeuwen blijven, net als de regio Aquitanië waarvan ze de hoofdstad is.De regio heette in deze tijd Guyenne. Vooral in de 13e eeuw bloeide de stad door de wijnhandel met Engeland. Door de afstand tot het gezag in Londen genoten de stad en de regio een grote mate van autonomie. Bordeaux kreeg in 1206 een stadsbestuur bestaande uit jurats en een burgemeester. Olivier Guyotjeannin, Atlas de l'histoire de France IXe-XVe siècle, , p. 49 Begin 14e eeuw liet de Aquitaanse paus Clemens V de kathedraal herbouwen in gotische stijl. Op haar hoogtepunt in het eerste kwart van de 14e eeuw telde de stad 30.000 inwoners.
Verval De Zwarte Dood brak uit in 1348 en kostte het leven aan een op de drie inwoners van de stad. Ondertussen was de Honderdjarige Oorlog uitgebroken. In 1355 kwam Eduard van Woodstock met zijn leger aan in Bordeaux. De stad kreunde onder de zware belastingen die werden geheven om de oorlog te bekostigen. In 1438 stond het leger van koning Karel VII van Frankrijk een eerste keer voor de stadsmuren. De buitenwijk Saint-Seurin en het omliggende platteland werden geplunderd. In 1442 sloeg de stad een beleg af maar in 1450 stond het Franse leger opnieuw voor de poorten. Op 1 november 1450 waagden de Bordelais een uitbraak maar deze verliep desastreus met honderden doden tot gevolg. De dag werd daarom bekend als mala jornada (kwade dag). In de lente van 1451 capituleerde de stad en kwam het gebied in Frans bezit. Bordeaux kreeg gunstige vredesvoorwaarden maar bleef Engels gezind. Op 22 oktober 1452 landde John Talbot met 4.000 Engelse soldaten in Bordeaux. Het jaar erop heroverde koning Karel VII de stad. Er braken zware tijden aan voor Bordeaux. Koning Karel VII legde een boete op en schortte de privilegies van de stad op. Bovendien liet hij twee dwangburchten bouwen om de stad onder de duim te houden. Het was het einde van de handel met Engeland, waardoor de stad aan welvaart inboette. In 1462 gaf koning Lodewijk XI een gedeelte van de verloren vrijheden terug door Bordeaux van een parlement te voorzien, maar de stad ging gestaag achteruit.
Vroegmoderne tijd miniatuur|Michel de Montaigne In de 16e eeuw namen de filosofie en met name het humanisme er een grote vlucht. De Universiteit van Bordeaux, die aan het einde van het Engelse bewind was gesticht in 1441, werd in 1533 versterkt door het Collège de Guyenne. De bekendste denker uit Bordeaux die er studeerde was Michel de Montaigne, die ook twee perioden burgemeester van de stad was. De burgemeester en het Parlement van Bordeaux werden benoemd door de koning. Hetzelfde gold voor de gouverneur van Guyenne die in Bordeaux zetelde. De jurade werd gekozen uit de lokale notabelen.
Door de contacten met protestantse landen verspreidde het protestantisme zich eerst onder de handelaars. In 1560 telde de stad ongeveer 7.000 protestanten. Er volgde repressie. Tijdens de Bartholomeusnacht (1572) vielen ook onder de protestanten van Bordeaux slachtoffers. Het Parlement van Bordeaux probeerde het protestantisme te onderdrukken. Het deed er twee jaar over om het Edict van Nantes (1598) te registreren. Ook al was er dan geloofsvrijheid, de protestanten kregen geen toelating om een kerk binnen de stadsmuren te bouwen. Toen de geloofsvrijheid in 1685 werd ingetrokken, werd ook de protestantse kerk in Bègles afgebroken. Toch bleef het protestantisme aanwezig in de stad, vooral onder de handelaars en industriëlen.
Verder kende Bordeaux het nodige oproer tijdens La Fronde. Pas in 1653 onderwierp Bordeaux zich aan het centrale gezag in Parijs. Hierna werd de haven van Bordeaux wel weer opengesteld voor de handel.
Nieuwe bloei miniatuur|Bordeaux in 1717 miniatuur|De Pont de pierre over de Garonne Hierop volgde een tweede belangrijke bloeiperiode, die zou duren tot de Franse Revolutie. De gouverneur en vooral de intendant vertegenwoordigden het koninklijke gezag in de stad en waren erg invloedrijk. De haven werd de belangrijkste van Frankrijk. Er werd gehandeld in wijn en andere lokale producten binnen Europa, maar ook in suiker, koffie, cacao, indigo en katoen uit de koloniën. De meeste inkomsten kwamen echter uit de slavenhandel. Vanaf 1716 was Bordeaux een van de Franse havensteden die met koninklijke toelating handelde in slaven. Tegen het einde van de eeuw was Bordeaux de belangrijkste Franse haven en de op een na belangrijkste van Europa, na Londen. Er kwamen dan ook scheepswerven in Bordeaux.
Onder impuls van de intendanten brak de stad uit haar middeleeuwse omwalling. Er werden pleinen, promenades en een park aangelegd. In deze tijd werden veel van de huidige monumenten in de stad gebouwd, waaronder het monumentale Grand Theatre de Bordeaux en een aantal triomfbogen zoals de Porte d'Aquitaine op Place de la Victoire.
Moderne tijd Bordeaux kreeg veel te lijden van de Franse Revolutie en het bewind van Napoleon. De stad probeerde haar gematigd revolutionaire stem in Parijs te laten horen via haar vertegenwoordigers, de girondijnen, maar deze werden afgezet en vervolgd. In de napoleontische tijd werd de handel over de Atlantische Oceaan gesloten. Na de nederlaag van Napoleon in de Slag bij Waterloo was Bordeaux de eerste stad die het koningshuis weer ontving, in de persoon van Lodewijk XVIII. Tijdens de restauratie van de monarchie werd de eerste brug over de Garonne gebouwd, de Pont de pierre.
Aan het eind van de 19e eeuw vestigen zich in de stad verschillende grote chemische, metaal- en voedselindustrieën. Vanaf 1852 is de stad per spoorlijn met Parijs verbonden; in eerste instantie door middel van een station op de rechteroever van de Garonne, aan de overkant van het stadscentrum.
In 1870, tijdens de Frans-Duitse Oorlog en de Commune van Parijs vormde Léon Gambetta een regering die zich terugtrok in Bordeaux. De stad was daarmee voor de eerste maal tijdelijk de hoofdstad van Frankrijk. Dit gebeurde voor de tweede keer toen Parijs tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse troepen werd bedreigd. In 1917 kwamen de Amerikaanse soldaten in Bordeaux aan wal.
De Tweede Wereldoorlog luidde opnieuw een moeilijke periode in voor Bordeaux. In 1940 werd de stad voor de derde keer in haar geschiedenis kortstondig de zetel van de regering, waardoor ze de bijnaam "de tragische hoofdstad" kreeg. Hierna verhuisde de regering naar Vichy. Onder de Duitse bezetting werd de stad bestuurd door fanatieke collaborateurs, waarvan Maurice Papon de bekendste is. Deze liet bijna de voltallige joodse gemeenschap van de stad deporteren.
Na de oorlog worden onder burgemeester Jacques Chaban-Delmas (1947-1995) in Bordeaux vele stedenbouwkundige projecten uitgevoerd, waarvan de bekendste Bordeaux-Lac en Mériadeck zijn. Ook werd in deze periode in Talence de destijds grootste campus van Europa gebouwd. Desalniettemin vond Bordeaux zijn glorie van voor de Franse Revolutie niet terug. Door de aanblik van een rijke stad waar de economische dynamiek verdwenen is, kreeg de stad de bijnaam la belle endormie (de "schone slaapster").
Van 1995 tot 2019 was Alain Juppé burgemeester van de stad, met een onderbreking van twee jaar als gevolg van een veroordeling wegens corruptie. Juppé probeerde de stad met redelijk succes weer nieuw leven in te blazen, onder andere door de aanleg van tramlijnen en het opknappen van de kades.
Geografie Bordeaux ligt in het zuidwesten van Frankrijk in de buurt van de Atlantische Oceaan, aan de oevers van de Garonne, die zich meer stroomafwaarts verenigt met de Dordogne om de Gironde te vormen.
miniatuur|none|360px|Bordeaux en het departement Gironde
De oppervlakte van Bordeaux bedroeg op ; de bevolkingsdichtheid was toen inwoners per km².
De onderstaande kaart toont de ligging van Bordeaux met de belangrijkste infrastructuur en aangrenzende gemeenten.
none|400px
Geologie en klimaat