Lucky Luke is een Belgische stripreeks die sinds 1946 loopt. De hoofdpersoon is een cowboy die avonturen beleeft in het Wilde Westen. De strip werd bedacht door de Belg Maurice De Bevere uit Kortrijk. Maurice werkte onder het pseudoniem Morris. Twee jaar na diens overlijden in 2001 hervatte Hervé Darmenton (Achdé) het tekenwerk.
Lucky Luke is een humoristische stripreeks en heeft vele scenaristen gehad, waarvan René Goscinny de bekendste en meest gevierde was. De verhalen spelen zich alle af in de Verenigde Staten in de negentiende eeuw. Vaak worden de clichés van het westerngenre geparodieerd en ook bekende kleurrijke historische personages opgevoerd.
De strip behoort samen met De avonturen van Kuifje en Asterix tot de succesvolste Europese stripseries. De reeks is in 23 talen vertaald, waaronder enkele Afrikaanse en Aziatische talen.
Inhoud thumb|Lucky Luke in het Ankara Amusement Park (2007) De stripserie draait om de rondzwervende cowboy Lucky Luke, die overal waar hij komt, helpt om onrecht en misdaad te bestrijden. Hij staat vooral bekend om het feit dat hij sneller schiet dan zijn schaduw. De overige hoofdpersonages zijn Lukes trouwe paard Jolly Jumper, de domste hond ter wereld Rataplan en de boevenbende De Daltons.
Alle verhalen spelen zich af in de 19e eeuw, zij het zonder duidelijke chronologie of vermelding van jaartallen. Lucky Luke ontmoet ook regelmatig beroemde historische figuren, zoals Calamity Jane, Billy the Kid, Jesse James, Abraham Lincoln en Sarah Bernhardt, en is betrokken bij verschillende historische gebeurtenissen, zoals de oprichting van de Pony Express, de aanleg van de eerste telegraafverbinding van de oostkust naar de westkust en de kolonisatie van Oklahoma. In werkelijkheid leefden deze personen van de vroege tot late 19e eeuw, en vonden de gebeurtenissen waar Luke bij betrokken is over een periode van vele jaren plaats. Zo ontmoet Lucky Luke in The Daily Star de journalist Horace Greeley voor diens reis naar New York, wat dit verhaal rond 1830 plaatst, terwijl Lukes betrokkenheid bij het gevecht met de Daltonbende in Coffeyville (in het album Vogelvrij) rond 1892 plaatsvindt.
In enkele verhalen begeeft Luke zich buiten het Wilde Westen en komt zelfs in het buitenland, in Mexico, Canada en Parijs.
Achtergrond thumb|Morris (rechts) en Goscinny tijdens een bezoek aan Amsterdam in 1971 Lucky Luke debuteerde in 1946 in het weekblad Robbedoes met het verhaal Arizona 1880. Morris koos voor dit blad in plaats van voor het weekblad Kuifje, omdat de speelse stijl van Robbedoes beter bij zijn verhalen paste. Zijn strips zouden hierin jarenlang verschijnen en in het blad Spirou. De strip was bedoeld als een parodie op het destijds populaire western-genre en deze filminvloeden keren ook terug in de tekenstijl. Decors, coulissen, rekwisieten, wisselende cameraposities, beeldmontage en lay-out zijn allemaal goed door Morris bestudeerd en verwerkt in de strip. Sommige shots beeldde hij af op volle paginabreedte. Morris documenteerde zich voor ieder verhaal zorgvuldig, onder andere met behulp van bioscoopaffiches. Die kon hij niet zomaar in handen krijgen. Hij moest ze daarom uit de bioscoopvitrine stelen, waarbij zijn vriend André Franquin (tekenaar van onder meer Guust en Robbedoes en Kwabbernoot) op de uitkijk stond. De affiches (allemaal met afgescheurde hoeken) zijn bewaard gebleven.
In 1948 vertrokken Morris, en de striptekenaars Jijé en Franquin naar de Verenigde Staten. Voor Morris was dit vooral om de stripcultuur van dit land in zich op te nemen. Hij werkte o.a. voor het tijdschrift MAD, wat een grote inspiratiebron voor de humor in Lucky Luke werd. Ook maakte hij een reis door Mexico. Hij zou regelmatig paginagrote tekeningen van Lucky Luke naar de redactie van Robbedoes sturen die dan gepubliceerd werden. In 1949 kwam het eerste album uit, Dick Diggers goudmijn.
Morris was echter geen sterk scenarist. Zijn vroege verhalen missen vaak een plot en moeten het vooral hebben van de actiescènes en grappen. Dat veranderde toen hij in de VS René Goscinny ontmoette, die de verhalen ging schrijven. Tijdens hun samenwerking beleefde de strip haar gouden jaren. Na de dood van Goscinny in 1977 namen meerdere scenaristen het schrijfwerk van hem over, waaronder Vicq, Bob de Groot, Jean Léturgie en Lo Hartog van Banda.
In het album Vogelvrij uit 1954 krijgt Luke het aan de stok met de Daltonbende. Zij worden door Luke gedood, maar bleken als antihelden bijzonder populair. Na talloze brieven met het verzoek om de Daltons terug te laten keren, besloten Morris en Goscinny nieuwe verhalen te schrijven, met daarin de neven van de Daltons die hun plaats innemen.
Stijl Morris werkte voordien voor tekenfilmstudio C.B.A. Zijn tekenstijl was in het begin dan ook erg beïnvloed door de tekenfilm. Zo gaf hij Lucky Luke in het begin maar vier vingers zoals daar toen gebruikelijk was. Om een betere striptekenaar te worden, ging hij inwonen bij striptekenaar Jijé. Via Jijé leert hij de kunst van het striptekenen en gaandeweg verfijnde hij zijn tekenstijl, die als een van de meest opmerkelijke en efficiënte van de humorstrip wordt beschouwd.Hugues Dayez, Les aventures d'un journal, Spirou 3796, 12 januari 2011, p. 25 De figuren hebben een cartoonachtig uiterlijk en dito houding. Morris speelde graag met de kleuren. De achtergrond heeft vaak een onlogische hippe kleur, bijvoorbeeld een roze lucht. Sommige figuren hebben opeens van top tot teen dezelfde kleur. De achtergrond is soms weggelaten. Dan zijn er opeens geen bomen of bergen meer te zien, maar alleen de personages. Op andere momenten zijn de decors juist zeer gedetailleerd. Het lijkt geïnspireerd op de popart. In een scène over een brand is de kleur op de hele bladzijde overwegend rood. Het bracht Morris soms in conflict met de drukkers die zijn aanwijzingen met betrekking tot de kleuren niet goed opvolgden.
De kleuren van de bovenkleding van Luke zijn rood, zwart en geel. In het album Een cowboy in Parijs wordt geopperd dat dit een verwijzing naar de vlag van België is.
Censuur thumb|Stripmuur in Brussel Morris had grote moeite met de beperkingen die hem werden opgelegd en die hij als censuur zag. Vooral in Frankrijk was er een zeer strenge wetgeving om de jeugd te beschermen. Zo mocht er eigenlijk niet geschoten worden, geen alcohol gedronken worden en geen vrouwelijk bloot getoond worden. Meerdere malen moesten afbeeldingen aangepast worden en soms zelfs het verhaal aangepast. Enkele voorbeelden zijn de afbeelding waarin Billy the Kid als baby op een revolver sabbelt in het album Billy the Kid en het album Vogelvrij, waarin de Daltons gedood worden. De voorkant van Naijver in Painful Gulch moest Morris wel vier (mogelijk vijf) keer overdoen. Vanaf de jaren jaren tachtig zouden de originele tekeningen teruggeplaatst worden. Het idee van een revolverheld die niet schiet kon natuurlijk niet, maar er werd een compromis gevonden doordat Lucky Luke nooit op het lichaam schiet. Hij schiet bijvoorbeeld de revolvers uit de handen van zijn tegenstanders.
De cancandanseressen in de saloons zouden pas in de jaren zeventig geïntroduceerd worden. Deze erotische danseressen dragen echter dusdanig lange onderbroeken dat er niks te zien valt.
Bij de Amerikaanse uitgaven werden nog meer eisen gesteld. Zo moest de sigaret vervangen worden door een grasspriet om jongeren niet aan te zetten tot roken. Stereotypen zoals Mexicanen die doorlopend siësta houden, indianen die onduidelijk praten en Chinezen die de hele dag de was doen moesten ook anders weergegeven worden.
Morris zag alle beperkingen eigenlijk als een ontkenning van hoe het Wilde Westen ooit geweest was. Als verzet tekende hij een stripverhaal van één bladzijde waarin Lucky Luke whisky drinkt, mensen die hem ergeren doodschiet en naar bed gaat met een cancandanseres.
Na Morris Na de dood van Morris in 2001 werd de serie voortgezet door de Franse tekenaar Achdé, in samenwerking met de schrijver Laurent Gerra. Later werden ook Daniel Pennac, Jacques Pessis en Tonino Benacquista betrokken in de scenario's. In 2015 werd Jul aangetrokken voor het scenario van het zevende album in de nieuwe reeks. In deze serie, genaamd naar Morris treedt Luke ook enkele malen buiten het Wilde Westen en gaat naar Parijs om het Vrijheidsbeeld op te halen en naar het Louisiana van na de Amerikaanse Burgeroorlog.
Personages Hoofdpersonen thumb|Een aantal figuren uit de stripreeks. O.a. zijn paard Jolly Jumper en rechts de neven Dalton Lucky Luke De man die sneller schiet dan zijn schaduw. Hij is doorgaans gekleed in een blauwe broek, geel overhemd met een zwart hesje, een rode halsdoek, een witte cowboyhoed en bruine laarzen. Lukes uiterlijk is in de loop der tijd duidelijk veranderd. Luke is een poor lonesome cowboy die, overal waar hij komt, onrecht en misdaad bestrijdt. Over zijn exacte afkomst is niets bekend. In de eerdere strips was Luke een kettingroker, maar in 1983 verving Morris de sigaret door een strootje. Dit leverde hem waardering op van de Wereldgezondheidsorganisatie. Luke heeft zelden in zijn leven iemand doodgeschoten; in zijn debuutalbum doodt hij een criminele dubbelganger van zichzelf en in het album Vogelvrij schiet hij de oorspronkelijke gebroeders Dalton (de broers Bob, Bill, Grat en Emmett) neer in het plaatsje Coffeyville. Hij wil zich nooit aan een bepaalde plek of persoon hechten en vertrekt als zijn werk erop zit altijd met de noorderzon, vaak zonder vaarwel te zeggen of teneinde te vermijden langer gehouden te worden aan de plek of positie. Jolly Jumper Lukes trouwe paard, het snelste paard van het Wilde Westen, en waarschijnlijk ook het intelligentste: voor een potje schaak, vissen met een hengel en een krant drukken draait Jolly Jumper zijn hoef niet om. Hij kan zelfs een blik bonen opendraaien en zijn eigen zadel afdoen, weet een aardig stukje te dobbelen, kan lezen, en weet raad met zelfs de lastigste touwknopen. Hij staat gewoonlijk klaar onder het raam waar Lucky Luke doorheen naar buiten zal springen. De Daltons Zij komen in veel albums voor en worden daarom mede tot de hoofdpersonen gerekend. Joe, Jack, William en Averell zijn onverbeterlijke schurken. Joe is de kleinste en de slimste, Averell de grootste en domste. Hun moeder, Ma Dalton, speelt soms ook een rol. Hoewel ze verbonden worden aan hun roemruchte neven, de echte Daltonbende, zijn de neven wel degelijk fictief. Oorspronkelijk maakten ze hun intreden in de strip De neven Dalton met als doel de echte Daltons te wreken die in het verhaal Vogelvrij door Lucky Luke waren gedood. Hierdoor houden de neven er een diepgewortelde haat jegens Lucky Luke op na met een langdurige vendetta tot gevolg. Rataplan De domste hond van het wilde westen. Hij is een parodie op film- en tv-hond Rin Tin Tin en heeft ook zijn eigen stripreeks. Bones Hij is een doodgraver die Lucky Luke in veel albums tegenkomt, waaronder de Ballade van de Daltons, Klondike en Marcel Dalton. Hij is klein van postuur en heeft een zeer ongezonde huidskleur. Hij is vaak bij rechtszaken aanwezig, waar hij op een nieuwe klant hoopt en waar hij dan ook vurig pleit voor het ophangen van de verdachte. Ook bij duels is hij aanwezig om alvast de maten van de verwachte verliezer op te meten. Hij is een karikatuur van een gier en wordt vaak door eentje vergezeld. Door zijn jarenlange behandelen van de doden heeft hij een hardnekkige formolgeur opgelopen. De doodgraver met de uiterlijke kenmerken van Bones is voor het eerst te zien in het verhaal Naijver in Painful Gulch en was aanvankelijk slechts een van de vele doodgravers die in de stripreeks werden opgevoerd. In latere albums en vooral de verfilmingen van de reeks zien eigenlijk alle doodgravers die voorkomen er uit als Bones.
Historische personages uit het Wilde Westen Diverse personages die voorkomen in de strip hebben echt bestaan.
Roy Bean, rechter (De rechter) Sarah Bernhardt, actrice (Sarah Bernhardt)