De Bataafse Opstand, ook wel de opstand van de Bataven of opstand van de Batavieren genoemd, vond plaats in 69 – 70 n.Chr. Het was een grootschalige opstand van de (vermoedelijk) West-Germaanse Bataven onder leiding van Gaius Julius Civilis tegen de Romeinen, op allerlei plekken in de militaire provincie Neder-Germanië (Germania Inferior). Nadat de Bataven aanvankelijk overwinningen hadden behaald op de Romeinse legioenen, slaagde een groot Romeins leger onder leiding van Quintus Petillius Cerialis – die was gestuurd door de nieuwe keizer Titus Flavius Vespasianus – er uiteindelijk in de opstand neer te slaan en de toestand weer te stabiliseren. Bij de onderhandelingen kregen de Bataven vernederende voorwaarden opgelegd, waardoor ze voortaan een permanent gelegerd legioen moesten dulden in hun land van herkomst.
De Bataafse Opstand is omstreeks 100 n.Chr. uitgebreid beschreven door Tacitus in diens Historiae. Diens verslag is echter niet volledig bewaard (zie verder #Documentatie).
Voorgeschiedenis De Bataven De Bataven moeten weliswaar in de 1e eeuw v.Chr. door de Romeinen zijn onderworpen, maar zij werden hiervan juist trouwe bondgenoten (socii). In veel veldslagen vochten de Bataven mee aan Romeinse zijde. In de strijd tegen Arminius in Germania en (onder andere) Boudica (61) in Britannia verwierven de Bataven zich grote roem, wat niet altijd door de toenmalige Romeinse keizer Nero werd gewaardeerd. Het in enkele Romeinse bronnen genoemde Oppidum Batavorum is vermoedelijk omstreeks 16-15 v.Chr. door de Romeinen gesticht als de nieuwe Bataafse hoofdstad.
Dat het uiteindelijk toch tot een dergelijke grote opstand van de Bataven tegen de Romeinen kwam, had vermoedelijk diverse redenen. De Bataafse keizerlijke lijfwacht was voordien ontslagen. De Romeinse generaal-keizer Aulus Vitellius was kort daarvoor bij de Bataven niet in goede aarde gevallen, onder meer omdat hij veel te veel mannen onder de Bataven voor het leger rekruteerde. Daarnaast was de leider van de opstand, Julius Civilis, om persoonlijke redenen uit op wraak op de Romeinen (zie onder), al was het wellicht niet vooraf zijn bedoeling om een opstand op deze schaal te ontketenen.
De Romeinse burgeroorlog In het voorjaar van 68 kwam Vindex, de gouverneur van Gallia Lugdunensis, in opstand tegen Nero. Dit was het begin van het Vierkeizerjaar, de eerste Romeinse burgeroorlog in bijna honderd jaar. Lucius Verginius Rufus, de gouverneur (legatus pro praetore) van Opper-Germanië (Germania Superior), trok Vindex tegemoet en versloeg hem bij Vesontio (het hedendaagse Besançon in Bourgogne-Franche-Comté).Cassius Dio, Romeinse geschiedenis LXIII: 24, 1–4 In juni pleegde Nero zelfmoord, waarna Galba hem opvolgde als keizer. Rond deze tijd werden de Bataafse legeraanvoerders en broers Gaius Julius Civilis en Julius Paulus door Fonteius Capito, de gouverneur van Neder-Germanië, valselijk beschuldigd van rebellie. Julius Paulus werd in september 68 terechtgesteld en Civilis werd naar Rome afgevoerd.Tacitus, Historiën – Boek IV: 13 Later werd hij weer vrijgelaten waarna hij kon terugkeren, maar deze gebeurtenissen hadden veel kwaad bloed gezet bij zijn volk. Hordeonius Flaccus, de nieuwe legaat van Opper-Germanië die de door Galba afgezette Verginius Rufus had vervangen, stuurde vanwege de onrust bij de Bataven een detachement (vexillatio) van het 8e legioen naar Oppidum Batavorum. , The Batavian revolt (Livius.org)
Na de dood van Galba in januari 69 werd Otho door de pretoriaanse garde naar voren geschoven als nieuwe keizer. Aulus Vitellius, die door Galba was benoemd als nieuwe legaat van Neder-Germanië,Suetonius, Twaalf keizers – Vitellius: 7 legde zich hier niet bij neer. Hij trok met een groot leger naar Rome, om de troon op te eisen. Hij werd gesteund door Hordeonius Flaccus. In april werden de troepen van Otho verslagen door die van Vitellius: Otho pleegde zelfmoord en Vitellius werd de nieuwe keizer. Een groot gedeelte van de Rijnlegers was met Vitellius naar Rome getrokken, zodat de Rijngrens (limes) ernstig verzwakt was. Nadat Vitellius de troon had bemachtigd, stuurde hij meteen een deel van zijn leger terug. Onder deze troepen bevonden zich ook acht Bataafse cohorten hulptroepen (auxilia) die waren ingedeeld bij het 14e legioen. Toen het leger Mogontiacum (Mainz) had bereikt, kregen ze nieuwe orders: ze moest rechtsomkeert maken om Vitellius te beschermen tegen de nieuwe troonpretendent Vespasianus. Vitellius wilde verder dat Flaccus hem nieuwe troepen stuurde, maar deze weigerde omdat dit de grens nog kwetsbaarder zou maken dan dat die al was. Daarop beval Vitellius dat de jonge mannen van de Bataven werden opgeroepen voor militaire dienst.Tacitus, Historiën – Boek IV: 14
Intussen kreeg Julius Civilis schriftelijk (van Antonius Primus) en mondeling (van Hordeonius Flaccus) te horen dat Vespasianus, met wie hij in Britannia samen had gevochten, hem vroeg een opstand te beginnen, teneinde diens greep naar de macht te steunen. Civilis stelde zich door geheime boodschappen te sturen in verbinding met de Cananefaten, de Frisii en de Bataafse cohorten die in Britannia en Mogontiacum (Mainz) lagen.
De opstand
De Cananefaten In augustus 69 kwamen de Cananefaten, die leefden in het kustgebied ten westen van het gebied van de Bataven, op aandringen van Civilis onder leiding van Brinno in opstand tegen de Romeinse bezetters.Tacitus, Historiën – Boek IV: 15 De Frisii en Chauken sloten zich bij de opstandelingen aan. De opstand van de Cananefaten kwam als een grote verrassing voor de Romeinen; Flaccus had geen opstand bij de Cananefaten verwacht. Brinno overviel de winterkampen van twee cohorten aan de kust, waarschijnlijk de Praetorium Agrippinae (Valkenburg) en Lugdunum Batavorum (Katwijk). De opstand van Brinno en zijn bondgenoten verliep voorspoedig en andere versterkingen van de Romeinen werden verwoest of ontruimd, waaronder Matilo (Leiden–Roomburg), Albaniana (Alphen aan den Rijn), Traiectum (Utrecht) en Fectio (Vechten). Ook in Woerden zijn resten van een brandlaag gevonden door de verwoesting van het castellum Laurium.
De Bataven Civilis speelde dubbelspel en verzekerde de Romeinen dat hij de opstand van de Cananefaten snel de kop in zou drukken.Tacitus, Historiën – Boek IV: 16 Maar lang kon hij zijn ware bedoelingen niet verbergen en het kwam in de buurt van Driel tot een veldslag tussen de opstandelingen en Romeinse hulptroepen onder bevel van primus pilus Gaius Aquillius Proculus: een Tungri-eenheid liep over naar de Bataven en de Romeinse troepen werden verpletterend verslagen. Oppidum Batavorum ging intussen in vlammen op evenals nog meer legerkampen, waaronder Ceuclum (Cuijk),Jona Lendering, Ceuclum (Cuijk) (Livius.org) werden door de Romeinen verlaten.
Na deze desastreuze nederlaag besloot Flaccus zijn legioenen te sturen: grote detachementen van het 5e legioen Alaudae, 15e legioen Primigenia en de nodige hulptroepen, totaal ongeveer 6500 man, onder leiding van Munius Lupercus. Op de huidige Betuwe, ten noorden van Oppidum Batavorum, kwamen ze in gevecht met het Bataafse leger. Claudius Labeo, de Bataafse commandant van een cavalerie-eenheid (ala), liep hierbij over naar de opstandelingen. De Treveren en Ubiërs werden uiteengeslagen. Opnieuw werden de Romeinen verslagen: de legionairs konden zich ternauwernood in Castra Vetera (Xanten) in veiligheid brengen.Tacitus, Historiën – Boek IV: 18 Claudius Labeo, die een grote rol in de overwinning had gespeeld, was een plaatsgenoot en concurrent van Julius Civilis. Deze wilde zijn rivaal niet laten doden, maar liet hem bij de Frisii gevangenzetten.
Ondertussen was een groot detachement Bataven en Cananefaten, op bevel van Vitellius, onderweg naar Rome toen ze door gezanten van Civilis werden ingehaald. Terstond maakten deze rechtsomkeert en sloten zich bij de opstand aan. Flaccus wist niet wat hij moest doen: enerzijds had hij een sterke voorkeur voor Vespasianus en zou hij derhalve de Bataafse Opstand moeten steunen, anderzijds lag de loyaliteit van zijn troepen bij hun commandant Vitellius. Ook was hij allerminst zeker van de nieuwe troepen die met overhaaste lichtingen onder de lokale bevolking waren opgericht. Bij Bonna (Bonn) kwam het tot een treffen met de terugkerende Bataven en Cananefaten. De Romeinse commandant Herennius Gallus kreeg bevel van Hordeonius Flaccus een front tegen de terugkerende Bataven te vormen. De Bataven stuurden gezanten met de boodschap dat zij niet op voet van oorlog met de Romeinen verkeerden, maar slechts verlangden naar rust en de aanblik van hun vaderland. Als niemand hen de voet dwars zette, zou hun doortocht zonder schade verlopen, zo niet was men ook bereid zich met het zwaard een weg te banen.Tacitus, Historiën – Boek IV: 20 Herennius Gallus deed een poging de numeriek zwakkere Bataven te omsingelen, maar het ratjetoe aan oudgedienden, inderhaast opgetrommelde cohorten Belgae en zelfs landvolk waren geen partij voor de ervaren Bataven, die zich in wigformatie schaarden en, dicht opeengepakt, de Romeinse omsingeling doorbraken en de troepen op de vlucht joegen.
Het beleg van Castra Vetera In september 69 begon Civilis, volgens hem in naam van de latere keizer Vespasianus, met de belegering van het grote Romeinse fort Castra Vetera (Xanten). Vespasianus naderde Italië, zodat Vitellius geen versterkingen kon sturen. Flaccus liet de Rijngrens versterken om inmenging door de Germanen te voorkomen en hij liet ook versterkingen uit andere provincies aanrukken.Tacitus, Historiën – Boek IV: 24 Daarna stuurde hij zijn onderbevelhebber Vocula met het 22e legioen naar Novaesium (Neuss) en trok zelf met het 1e legioen naar Bonna (Bonn). De Romeinse legers zouden van daaruit optrekken tegen de Bataven. In Bonna kwamen de soldaten in opstand tegen de ziekelijke Flaccus, maar Vocula wist de onrust de kop in te drukken door een van de muiters te laten executeren.Tacitus, Historiën – Boek IV: 26 Flaccus gaf het commando over aan Vocula, die verder trok naar Gelduba (Krefeld). Hier wachtten de Romeinse legers de gebeurtenissen in Italië af. Terwijl de troepen langs de noordelijke grens vanuit Gallië versterking ontvingen, organiseerde Civilis plundertochten in het gebied van de Treveren (bij Trier) en Ubiërs (bij Keulen). Ook ondernam hij een nieuwe poging Castra Vetera stormenderhand in te nemen, maar ook deze poging mislukte. Wel slaagde hij erin Asciburgium (Asberg, tussen Xanten en Neuss) te veroveren. De situatie in Castra Vetera was ondertussen nijpend geworden. Er heerste groot gebrek aan voedsel en er waren vele gewonden. De Rijn was stevig in handen van de opstandelingen en men probeerde over land bevoorrading uit Novaesium te krijgen. De colonnes waren echter slecht georganiseerd en ongedisciplineerd, en werden door de troepen van Civilis overvallen.
Begin november kwam het nieuws dat Vitellius was verslagen door Vespasianus, die nu de nieuwe keizer van het Romeinse Rijk was. Dit kwam slecht aan bij de Romeinse soldaten, omdat Vitellius hun bevelhebber was en vele soldaten uit de Rijnlegers met Vitellius naar Italië waren getrokken, en nu moesten ze Vespasianus trouw zweren. Flaccus was ondertussen gedwongen te wachten wat Civilis zou gaan doen: wanneer deze werkelijk Vespasianus steunde zou hij het beleg van Castra Vetera opgeven en de Bataafse Opstand beëindigen. Civilis wist dat hij zich niet meer achter de brief van Vespasianus kon verschuilen en besloot de Romeinen bij Gelduba aan te vallen voordat deze Vetera konden bereiken. De Bataven leken aan de winnende hand te zijn, maar door Flaccus gestuurde Baskische hulptroepen (Vascones) arriveerden net op tijd om het Romeinse leger bij te staan.Tacitus, Historiën – Boek IV: 33 Civilis verloor bij Gelduba zijn beste mannen en had eindelijk zijn ware bedoelingen getoond. Vocula rukte op naar het noorden en brak de belegering van Vetera.
De dood van Flaccus en Vocula