11 Luchtmobiele Brigade is een snel inzetbare lichte infanteriegevechtseenheid van de Nederlandse Koninklijke Landmacht die theoretisch binnen twintig dagen over het grootste gedeelte van de wereld inzetbaar kan zijn voor de verdediging van eigen gebied en dat van bondgenoten, het beschermen van de internationale rechtsorde en het ondersteunen bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp. Inzet kan plaatsvinden in NAVO-verband of als onderdeel van de Verenigde Naties (UN).
Wanneer 11 Luchtmobiele Brigade geïntegreerd optreedt met het Defensie Helikopter Commando vormen zij samen de "Air Manoeuvre Brigade" (11 AMB).
Helikopters van het Defensie Helikopter Commando verzorgen voor de brigade het troepentransport en het vervoer van wapens en materieel. Daarnaast worden gevechtshelikopters ingezet die in staat zijn te verkennen, luchtsteun te geven en bescherming te bieden aan de infanterie eenheden op de grond. Wanneer gevechtshelikopters en transporthelikopters in combinatie met luchtmobiele troepen gecoördineerd worden ingezet bij (gevechts)acties spreekt men van 'Air Assault' operaties. Worden transporthelikopters enkel ingezet als vervoer voor luchtmobiele troepen dan spreekt men van 'Air Mobile' operaties. Bij enkel de inzet van gevechtshelikopters spreekt men van 'Air Attack' operaties en bij de inzet van parachutisten over 'Airborne' operaties.
In 2003 in Polen (oefening Gainful Sword) en in 2012 in Nederland (oefening Peregrine Sword) heeft de brigade een zogenoemde 'operationele gereedstelling' ondergaan, waarna zij aan haar naam het begrip "Air Assault" mocht toevoegen. Dit houdt in dat de brigade in staat is om samen met de helikopters van de luchtmacht op brigadeniveau een gecoördineerde aanvalsoperatie uit te voeren.
Geschiedenis thumb|left|90px|Het eerste brigade-embleem in 1992 Oprichting Na de val van de muur in 1989 veranderde de veiligheidssituatie in de wereld. De Staat der Nederlanden kreeg behoefte aan een snel inzetbare eenheid om wereldwijd militair mee te kunnen blijven doen met het uitvoeren van operaties waarbij klein- en grootschalig geweld mogelijk was. In 1992 volgde daarom de oprichting van 11 Luchtmobiele Brigade. Omdat de Nederlandse wet niet toestond dienstplichtigen te gebruiken voor deze operaties was de Luchtmobiele Brigade alleen toegankelijk voor beroepspersoneel. Na tien jaar pionierswerk was de brigade in oktober 2003 operationeel gereed.
Het embleem van 11 Luchtmobiele Brigade is een biddende valk met daaronder twee gekruiste zwaarden in een wijnrood (of 'maroon') schild. De kleur is afgeleid van de kleur van de baret. Luchtmobiele militairen zijn herkenbaar aan de rode baret en mogen deze baret pas dragen na het voltooien van de luchtmobiele infanterieopleiding (Algemene Militaire Opleiding Luchtmobiel voor manschappen en Voorgezette Algemene Kader Opleiding Luchtmobiel voor kaderleden). De rode baret is het internationaal herkenningsteken voor para- en luchtlandingstroepen.
Bosnië Toen de brigade nog in de kinderschoenen stond volgde met de VN-vredesmissie United Nations Protection Force (UNPROFOR) in voormalig Joegoslavië reeds de eerste uitzending. De Nederlandse bataljons, bekend onder de naam Dutchbat, werden uitgezonden tussen februari 1994 en november 1995 en waren belast met de uitvoering van de Resolutie 819 van de VN Veiligheidsraad in de Bosnische moslimenclaves en de VN-veilige gebieden van Srebrenica gedurende de Bosnische Burgeroorlog. In juli 1995 bleek Dutchbat, door een combinatie van te lichte bewapening, een personele minderheid en het uitblijven van adequate vuursteun, niet in staat om de enclave te beschermen tegen de overmacht van de Bosnisch-Servische troepen onder leiding van Ratko Mladić. Bij de hieropvolgende Val van Srebrenica werden duizenden van de daar aanwezige moslimmannen en -jongens gedeporteerd en vermoord.
Irak Na de Invasie van Irak in 2003 mandateerde de VN de Multinationale troepenmacht in Irak, ook bekend als Stablisation Force Iraq (SFIR), met het handhaven van orde en veiligheid en de opleiding van Iraakse veiligheidstroepen. Nederland werd hierbij vanaf juli 2003 verantwoordelijk voor de provincie Al-Muthanna, 11 Luchtmobiele Brigade leverde een compagnie aan rotatie SFIR-3, en het leeuwendeel van de rotaties SFIR-4 en SFIR-5 tussen juli 2004 en maart 2005. De luchtmobiele troepen werden regelmatig geconfronteerd met vuurgevechten en aanvallen met geïmproviseerde explosieven. Op 10 mei 2004 sneuvelde sergeant der eerste klasse Dave Steensma (12 Infanteriebataljon). De Nederlandse bijdrage aan SFIR eindigde in maart 2005.
Afghanistan Sinds de beginfase van Operatie Enduring Freedom in oktober 2001 is de Nederlandse krijgsmacht actief in Afghanistan. In december 2001 besloot het kabinet tot de uitzending van een versterkte compagnie van circa 200 militairen naar de International Security Assistance Force (ISAF). Voor elke rotatie leverde 11 Luchtmobiele Brigade een compagnie uit een van de drie infanteriebataljons.
Vanaf 2005 leverde de brigade regelmatig het primaire gevechtselement aan de Battlegroups van Task Force Uruzgan (TFU), de gezamenlijke task force van Nederland en Australië die verantwoordelijk was voor de Afghaanse provincie Uruzgan. TFU werd verdeeld over twee locaties, Kamp Holland in Tarin Kowt en Camp Hadrian in Deh Rawod. 11 Luchtmobiele Brigade leverde meermaals de kern voor de Staf TFU en de opeenvolgende Battlegroups, waaraan altijd een luchtmobiele compagnie was toegevoegd. Tijdens de uitzendingen waren militairen van de brigade regelmatig betrokken bij intensieve gevechtscontacten, waaronder de Slag bij Chora. Tijdens TFU kwamen 25 Nederlanders om het leven, waaronder vier mannen van de brigade: sergeant-majoor Jos Leunissen, sergeant Bart van Boxtel, korporaal Cor Strik, soldaat Tim Hoogland en sergeant Mark Weijdt. De grootschalige Nederlandse bijdrage aan ISAF, die schommelde tussen de 1500 en 2000 militairen, werd in augustus 2010 beëindigd.
Mali Vanaf 2014 leverde Nederland een bijdrage aan de VN-vredesmissie MINUSMA in Mali. De Nederlandse militairen waren belast met het uitvoeren van verkenningen en het vergaren van inlichtingen over de verscheidene rebellengroepen in de regio. Na twee jaar, waarin het Korps Commandotroepen (KCT) en Netherlands Maritime Special Operations Forces (NLMARSOF) het grootste deel van de rotaties leverden, nam 11 Luchtmobiele Brigade deze taken in december 2016 over. De luchtmobiele militairen vormden de Long-Range Reconnaissance Patrol Task Group "Desert Falcon" (LRRPTG-DF) en voerden langeafstandsverkenningen uit, ontmantelden verborgen verborgen wapenopslagplaatsen en arresteerden strijders die geïmproviseerde explosieven fabriceerden. Op 6 juli 2016 kwamen twee luchtmobielers, sergeant Henry Hoving en korporaal Kevin Roggeveld, om bij een trainingsongeval met een defecte mortier. De Nederlandse bijdrage aan MINUSMA werd in mei 2019 beëindigd.
Taken De Luchtmobiele Brigade maakt als landmachtonderdeel deel uit van de Nederlandse krijgsmacht en deelt daarin de hoofdtaken van de krijgsmacht: verdediging van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief Caribisch Nederland, Curaçao en Aruba; bescherming en bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit; ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal
De Luchtmobiele Brigade kenmerkt zich echter door snel inzetbaar te zijn en zich flexibel te kunnen verplaatsen. Dit kan zowel te voet of met lichte voertuigen over de grond als wel door de lucht met helikopters van het Defensie Helikopter Commando. Een deel van de eenheden (drie paracompagnieën, drie verkenningspelotons, het pathfinderpeloton en een deel van de gevechtsondersteunende en ondersteunende eenheden) is ook inzetbaar als parachutist en kan worden gedropt uit vliegtuigen en helikopters. Deze beide vormen van luchtlanding maken dat de brigade kan worden ingezet achter vijandelijke linies om strategische punten als bijvoorbeeld bruggen in te nemen en te bezetten tot gemechaniseerde infanterie de vijandelijke frontlinie heeft doorbroken en de luchtlandingstroepen komt doorsnijden. Een andere mogelijke inzet is door middel van korte snelle acties achter vijandelijke linies strategische doelen uit te schakelen, informatie of materieel te veroveren of personen te ontzetten en via de lucht of te voet weer te Exfiltreren.
Indeling van de brigade De Luchtmobiele Brigade bestaat uit een staf, drie infanteriebataljons, vier gevechtssteun- en gevechtsondersteunende compagnieën en een reservistenbataljon:11 Luchtmobiele Brigade op de site van het ministerie van Defensie, 16 juli 2017. Gearchiveerd op 22 februari 2017. 20px 11 Luchtmobiele Brigade: 11 Stafstafcompagnie (Arnhem) 11 Infanteriebataljon Garderegiment Grenadiers en Jagers (Schaarsbergen) A "Koningscompagnie"; B "Stieren"-compagnie; C "Tijger"-compagnie en D "Wolven"-compagnie 12 Infanteriebataljon Regiment Van Heutsz (Schaarsbergen) A "Java"-compagnie; B "Wonju"-compagnie; C "Nudae"-compagnie en D "Atjeh"-compagnie 13 Infanteriebataljon Regiment Stoottroepen Prins Bernhard (Assen) A "Madju"-compagnie; B "Pegasus"-compagnie; C "Margriet"-compagnie en D "Djokja"-compagnie 11 Brigade Verkenningseskadron Regiment Huzaren van Boreel (Schaarsbergen) 11 Geniecompagnie (Schaarsbergen) 11 Herstelcompagnie (Schaarsbergen) 11 Bevoorradingscompagnie (Schaarsbergen) 11 Geneeskundige compagnie (Assen) 20 Natresbataljon Korps Nationale Reserve (Den Haag, Bergen, Amsterdam, Schaarsbergen en Stroe)
De eenheden zijn verdeeld over de volgende hoofdlocaties: Locatie Schaarsbergen (Vliegbasis Deelen) Locatie Schaarsbergen (Oranjekazerne) Locatie Assen (Johan Willem Friso Kazerne) Locatie Curaçao (Marinebasis Parera)
Indeling van een bataljon thumb|150px|Para Wing A Een luchtmobiel infanteriebataljon is opgebouwd uit een staf, drie infanterie compagnieën en een patrouillecompagnie. De bataljons voeren het daadwerkelijke gevecht op de grond. De infanteristen hebben verschillende middelen tot hun beschikking om de diverse taken uit te voeren. De infanteristen dragen een rugzak waarin alles zit om 72 uur te overleven op het gevechtsveld. Sinds 2019 is 11 Infanteriebataljon gespecialiseerd in het optreden met luchtlandingstroepen en hebben alle compagnieën airborne-status. Bij 12 Infanteriebataljon hebben twee compagnieën, de Charlie- en Delta-compagnie, zich gespecialiseerd in het optreden als SOF Support ter ondersteuning van het Korps Commandotroepen. 13 Infanteriebataljon heeft zich volledig toegelegd op het Air Assault-optreden. Alle infanteriebataljons blijven hun Air Assault-taken uitvoeren op bataljons- en brigadeniveau.
Indeling van een infanteriecompagnie miniatuur|rechts|Organogram infanteriecompagnie Een infanteriecompagnie bestaat uit een stafgroep, drie infanteriepelotons, een mortiergroep, een snipergroep en een fire support-team. Een fire support-team bestaat uit joint terminal attack controllers (JTAC's) en forward observers (FO's). Een infanteriecompagnie bestaat uit ongeveer 130 personen. Een infanteriecompagnie wordt geleid door de compagniescommandant, een kapitein, die wordt bijgestaan door zijn second, een ervaren luitenant, de CSM, compagnies sergeant-majoor en de SMOP, sergeant-majoor operatiën.
De infanteriepelotons zijn opgebouwd uit drie groepen en een stafgroep. De drie identieke groepen worden geleid door een sergeant met een korporaal als zijn second. De groep bestaat uit acht man; twee sappeurs, twee FN Minimi-schutters en twee antitankschutters (met Panzerfaust 3- en Panzerfaust 3 Dynarange-antitankwapens. Het peloton wordt geleid door een pelotonscommandant (een luitenant) en een opvolgend pelotonscommandant (een sergeant der eerste klasse).
Indeling van een patrouillecompagnie thumb|Organogram patrouillecompagnie