thumb|De gelaarsde kat (Doré) thumb|Repelsteeltje, die denkt dat niemand weet hoe dit wezentje heet, en het meisje bij het spinnewiel (1886) Een sprookje is in oorsprong een mondeling overgeleverd volksverhaal waarin vaak magie een rol speelt en een beroep wordt gedaan op de fantasie van de lezer of luisteraar. Het begint vaak met de stereotiepe openingsformule "Er was eens..." en speelt zich af op een onbepaalde plaats in een onbepaald verleden, wat ook een bepaalde sfeer oplevert. [et al.] (red.): Canon met de kleine c, 2008. Pagina 182: 'Sprookje'

Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het mondeling overgeleverde sprookje en het literaire sprookje, het individuele creatieve werk van een schrijver zoals Hans Christian Andersen. Een duidelijke scheiding tussen beide is echter niet altijd te maken. In een of andere vorm komen sprookjes over de hele wereld voor met vergelijkbare elementen. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. Via de orale traditie kregen zij de moraliserende verhalen mee. Tegenwoordig zijn "sprookjes" kinderverhalen met levenslessen.

Als genre is het sprookje nauw verwant aan de fabel. In mindere mate is het verwant aan de legende, de mythe en de sage.

Geschiedenis thumb|Sprookjesverzamelaar Giambattista Basile (1575-1632) Van veel sprookjes weten we niet precies wanneer ze voor het eerst verteld werden. De oudste Europese sprookjes kennen we van Giambattista Basiles Lo cunto de li cunti overo lo trattenemiento de peccerille, (Het sprookje van de sprookjes of het vermaak van de kleinen) die ons voor het eerst de geschiedenis van Raponsje (Rapunzel), Assepoester en De gelaarsde kat vertelt.

In de zeventiende eeuw tekende Charles Perrault een reeks sprookjes op die hij Histoires ou contes du temps passé, avec des moralités: Contes de ma mère l'Oye (1697) noemde, ofwel De sprookjes van Moeder de Gans waarin onder andere De schone slaapster en Kleinduimpje voor het eerst verschijnen.

In de Romantiek kregen met name de gebroeders Grimm er belangstelling voor; zij waren juristen en verzamelden niet alleen plaatselijke regels uit het gewoonterecht uit alle streken en steden van Duitsland, maar begonnen tevens volksvertellingen en sprookjes te verzamelen. Zij stelden hun collectie op schrift die onder de titel Kinder- und Hausmärchen werd uitgegeven, ook in vertalingen buiten het Duitse taalgebied. Aan hen hebben we onder andere Hans en Grietje en Sneeuwwitje te danken, maar ook Vrouw Holle die het laat sneeuwen door haar donzen bed op te schudden en oordeelde over goed en kwaad. Rond het begin van de negentiende eeuw verscheen een verzamelwerk van Friese sprookjes van Waling Dykstra en De Mont en De Cock gaven een verzamelwerk van Vlaamse sprookjes uit. De sprookjes hadden grote overeenkomsten en kwamen dus in een groot gebied voor.

left|thumb|Sprookjesvertelster Scheherezade redt haar leven door verhalen te vertellen aan Shariaah, hier valt vogel Roc het schip van Sinbad de zeeman aan. thumb|Het lelijke jonge eendje, een autobiografie? thumb|Sprookjes van Moeder de gans thumb|Kuno luistert naar de dwerg voor de troon van koning Goldemar. In het Midden-Oosten waren sprookjes al veel langer populair, getuige de vertellingen in Duizend-en-een-nacht door Scheherazade, een sprookjesachtige raamvertelling met een groot aantal verhalen waaronder dat van Aladin en de wonderlamp, Sinbad de zeeman en Ali Baba en de veertig rovers. Ook hier dienden de verhalen, die niet altijd even onschuldig waren, “ter leringh ende vermaeck”.

Later werd Hans Christian Andersen bekend met veel nieuwe sprookjes, zoals De kleine zeemeermin, De nieuwe kleren van de keizer en veel andere.

Andere schrijvers zijn bijvoorbeeld Charles Dickens, wiens A Christmas Carol in Prose zeker een sprookje genoemd kan worden. Zo werden sprookjes tot een literair genre. Godfried Bomans, bijvoorbeeld, bracht in 1946 een bundel sprookjes uit, bleef het genre trouw en schreef nog veel andere.

Men zou zelfs kunnen zeggen dat verhalen zoals In de ban van de Ring, De Kronieken van Narnia en Alice in Wonderland een voortzetting van deze traditie zijn.

Ook de oude sprookjes zijn nog altijd in omloop, hoewel de verhalen inhoudelijk soms wel veranderd zijn. In de nieuwere versies (zoals de Disney-films) loopt het verhaal altijd goed af, dit was in de oorspronkelijke versie zeker niet altijd het geval. De sprookjes zijn tegenwoordig gekuist, om geschikt te blijven voor de jonge kinderen in de veranderende morele tijdgeest. Deze veranderingen zijn te zien in de verschillende drukken van Kinder- und Hausmärchen.

Enkele kenmerken In het algemeen hebben traditionele sprookjes de volgende kenmerken gemeen: ze zijn anoniem, van onbekende oorsprong, of meestal niet toe te schrijven aan een enkele auteur; het zijn ogenschijnlijk eenvoudige verhalen, die door de eeuwen heen in verschillende culturen en in verschillende versies van blijvende interesse zijn gebleven; stereotiepe personages, een bepaalde voorspelbaarheid van wat er gaat gebeuren, en karakteristieke en terugkerende formuleringen; zij belichamen de sociale wijsheid van hun gemeenschappen en bevatten een impliciete moraal of didactiek.

Hoofdpersonen en -figuren thumb|De nieuwe kleren van de keizer, ook de onzichtbare kleren van de keizer, in dit verhaal komen alleen "normale" mensen voor thumb|Slot Neuschwanstein, dit kasteel wordt gebruikt als inspiratie voor de kastelen in de Efteling en Disneyland, het is exact nagebouwd in Legoland

Een schare verhaalfiguren bevolkt de sprookjeswereld. De volgende komen veel voor: koningen, prinsen en prinsessen. Meestal redt de prins het leven van de prinses, beloond of tegengewerkt wordt door de koning. elfen, kabouters, draken en oosterse geesten, soms behulpzaam, soms niet, heksen, feeën, en tovenaars van allerlei slag, zowel goed als kwaad (of beide), sprekende dieren, zoals de wolf uit Roodkapje of de wolf en de zeven geitjes, de gelaarsde kat, ezels, ganzen, paarden en kikkers, kinderen die als hoofdpersoon optreden en met slimheid, doortastendheid en onschuld de problemen oplossen, soms met raad en daad bijgestaan door een elf of een fee, stiefmoeders en peettantes, vaak zijn dit feeën of heksen, normale mensen, die abnormale dingen overkomen.

Opvallend is dat de hoofdpersonages vaak geen echte naam hebben, om het universele karakter van een sprookje te onderstrepen. Indien de karakters toch een naam hebben, wijst deze op een eigenschap (Roodkapje, Sneeuwwitje, Goudlokje, Slimme Hans, IJzeren Hendrik, ...) of is de naam alledaags (zoals in Hans en Grietje), symbolisch voor de gewone mens.

De (vaak naamloze) personages wonen meestal in een “land hier ver vandaan” (ver over de bergen of zeeën, soms achter de wolken). Er wordt meestal een beschrijving van de omgeving en de woning gegeven. Vaak komen personages in de loop van hun leven in onbekende gebieden terecht en beleven daar hun avonturen.

Onderwerpen Sprookjes komen in vele vormen voor; veelgebruikte onderwerpen zijn: thumb|De gans die gouden eieren legt thumb|Een paasei; Doornroosje met spinnewiel en wilde rozen (vruchtbaarheidssymbolen)

Betoverde voorwerpen In een kristallen of glazen bol, waterplas of spiegel kan de toekomst gezien worden. Maar ook andere voorwerpen spelen vaak een belangrijke rol, zoals spinnewielen, weefgetouwen, spoelen, vingerhoedjes, appels, eieren, toverdrankjes, (olie)lampen, vliegende tapijten, schoenen, laarzen, kleding, munten en sieraden, zoals (gouden of zilveren) ringen. Vaak brengen de magische voorwerpen rijkdom en/of voedsel in overvloed en wensen komen uit, men kan naar verre oorden reizen.

Het voorwerp wordt vaak bewaakt door een heks, duivel, draak of ander mythisch dier, of kan door mensen niet bereikt worden door de locatie ervan. Soms is het oplossen van een raadsel genoeg, zoals het noemen van een naam in Repelsteeltje, maar vaker zijn de opdrachten fysiek.

Men zal alles doen om zo'n voorwerp in bezit te krijgen en belandt hierdoor soms in langdurig, of eeuwig, onheil doordat de vloek van het voorwerp of de bewaker hen treft. In andere verhalen krijgt men juist onverwachte hulp van het voorwerp of de bewaker en de gekregen speciale gave kan naar hartenlust gebruikt worden.

De schat kan ook symbolisch worden gezien in de vorm van de prinses (of prins) waarmee een huwelijk wordt gesloten na het volbrengen van de moeilijke opdrachten, of het verslaan van het kwaad.

Een ring of magische cirkel wordt vaak als bescherming gebruikt. Bepaalde kleding en voetbescherming kan onzichtbaar maken, of juist zelf onzichtbaar zijn.

In Belle en het Beest is het hele kasteel, inclusief alle bedienden, betoverd door het gedrag van de prins. Dit verhaal heeft veel overeenkomsten met Psyche en Eros uit de Griekse mythologie.

Opdrachten Ook normale mensen kunnen door het voorwerp of door hulp van de bewaker veel macht verkrijgen. Vaak krijgt de hoofdpersoon hulp van toevallige voorbijgangers (of herkent de hoofdpersoon de belangrijke persoon niet, omdat hij niet op zoek is naar het bewuste voorwerp en juist daardoor de ware vinder zal zijn), vaak alleen als hij dit ook echt verdient. Assepoester, maar ook andere figuren, krijgt al snel magische hulp om haar prins te zien als ze hier om vraagt.

Als de voorwerpen of schat (of vrouw) enkel voor eigen belang worden verlangd, komt dit de persoon bijna altijd duur te staan. Zo krijgt de Luie Liesje in Vrouw Holle pek en veren in plaats van goud over zich heen, maar zij had dan ook niet zeven jaren goede diensten verleend zoals Vlijtige Liesje. Ook wordt de persoon vaak als straf voor eeuwig in dienst van de duivel gesteld.

Onzelfzuchtigheid en mededogen worden beloond, vaak krijgt de persoon zelfs meer dan hij had verwacht. Soms echter kan met een list voldaan worden, en beseft de duivel niet dat hij voor de gek is gehouden. Zo snijdt de soldaat in De Grafheuvel de zool van zijn laars, zodat deze niet gevuld raakt met goud, en krijgt zo de schat van de duivel en bevrijdt de ziel van een overleden rijke boer. Hij wil echter, wijselijk, niks van het goud van de duivel voor zichzelf houden.

Soms worden (drie) zoons op pad gestuurd om een beroep te leren, en keren pas na vele jaren terug naar huis zoals bij Tafeltje dek je, ezeltje strek je en knuppel uit de zak.

Magische plaatsen en planten thumb|Prinses Niemand van Sprookjesland, ca. 1884 thumb|Een leprechaun (een Ierse sprookjesfiguur) met een kruik en planten, 1826 thumb|Assepoester ziet de goede fee in de dampen boven de ketel. thumb|Sneeuwwitje slaapt in haar beschermende glazen kist, bewaakt door een dwerg in hun ondergrondse grot, totdat de prins haar wekt met een kus. thumb|Roodkapje trekt haar mantel uit. Af en toe heeft het betoverde land een naam gekregen, vaak gaat het dan om een Sprookjesland, Wonderland of Nooitgedachtland. Ook landschappen in de "normale" wereld (zoals grafheuvels, bergen, meren, rivieren, bomen etc.) hebben bijzondere gaven.

Planten hebben vaak een symbolische betekenis, zoals de (wilde) roos. Planten kunnen soms tot in de wolken reiken, zoals in Sjaak en de bonenstaak, en geven zo toegang tot een magische wereld.

Opvallend is dat de naam van het sprookjesfiguur ook de naam van een plant kan zijn, zoals Vlijtig Liesje en het Vlijtig liesje, Raponsje/Rapunzel en het Rapunzelklokje wat ook wel Repelsteeltje wordt genoemd. Ook voorwerpen kunnen naar planten verwijzen, zoals naar de giftige paddenstoel vingerhoedje of vingerhoedskruid.