Een schrijfmachine of typemachine (vroeger ook wel typewriter of tikmachine genoemd) is een mechanisch schrijfinstrument, meestal voorzien van druktoetsen waarmee schrifttekens op papier gezet kunnen worden. Vóór de uitvinding van de schrijfmachine, in de 19e eeuw, werden brieven en ook officiële documenten met de hand geschreven, vaak door klerken.

Aanvankelijk gold het niet als beleefd om een schrijfmachine te gebruiken voor een brief. Tot in de tweede helft van de twintigste eeuw schreef men sollicitatiebrieven, brieven aan het Koninklijk Huis en brieven aan vrienden met de hand. Men kan dat paradoxaal noemen, aangezien menig handschrift, al ziet het er verzorgd uit, slecht leesbaar is. Het behoeft nauwelijks betoog dat een werkelijk onleesbaar handschrift ook in strijd was met de etiquette. Een uitgever van boeken, daarentegen, accepteerde van de auteur uitsluitend machineschrift.

Sinds de opkomst van de pc, en vooral van de tekstverwerker, is de schrijfmachine vrijwel in onbruik geraakt. De voordelen van de tekstverwerker tegenover de schrijfmachine zijn: het bekijken van tekst op een scherm zonder onmiddellijke drukkosten; het eenvoudig wissen van een letter, een woord of een hele zin tijdens het typen zonder gebruik te maken van een hulpmiddel (zoals een correctielint) de zoekfunctie, zodat schrijffouten een voor een, en identieke fouten gezamenlijk, verbeterd kunnen worden (recenter: een ingebouwd woordenboek, waarmee mogelijke fouten aangeduid en correcties gesuggereerd worden); de opslag van verschillende versies onder opeenvolgende bestandsnamen; In het geval van literaire werken nuttig voor filologen bij het bestuderen van het creatieve proces van schrijven en schrappen. Eerder hadden archieven of bibliotheken gewoonlijk maar één handschrift of getypt exemplaar met doorhalingen en correcties. de opslag van terugkerende briefgedeelten als “bouwstenen” voor gegroepeerde verzending;Vervanging van de stencilmachine. mogelijkheid om verschillende lettertypes, kleuren en groottes zo nodig door elkaar te gebruiken.

Geschiedenis

thumb|Demonstratie van oude schrijfmachines door de verzamelaar frater Ferrerius in 1966 Verscheidene landen in de wereld eisen de eer op dat een landgenoot de uitvinder was van de schrijfmachine. De Engelsen menen dat Henry Mill reeds in 1714 een octrooi kreeg voor een apparaat dat op een schrijfmachine lijkt. todayinsci.com - Patents issued to Henry Mill De Italianen zijn van mening dat het Pellegrino Turri was. Hij vervaardigde zijn machine, die verloren is gegaan, in 1808. Ook de Italiaan Giuseppe Ravizza maakte tussen 1837 en 1855 al enkele verschillende modellen. De Fransen beschouwen Xavier Progin als de uitvinder, omdat hij in 1837 zijn 'Plume Typografique' presenteerde. De Oostenrijkers menen dat de eer is weggelegd voor Peter Mitterhofer (1864), en de Russen noemen M. Alissoff als uitvinder. De Verenigde Staten blijven niet achter in deze rij van uitvinders, en menen dat William Austin Burt zijn houten schrijfmachine gebruikte voor een eerste (en bewaarde) brief aan zijn vrouw.

De enige echte, als eerste in meervoudige productie genomen schrijfmachine werd in 1867 uitgevonden door Christopher Latham Sholes, Carlos Glidden en Samuel W. Soule. Zij werkten als team nauw samen in een werkplaats in Milwaukee. Het patent uit 1867 werd verkocht en kwam terecht bij E. Remington and Sons, die oorspronkelijk naaimachines en wapens fabriceerden. Deze eerste commerciële schrijfmachine werd door Remington gemaakt op 1 maart 1873 in Ilion, New York.

Naast de kantoorschrijfmachines, die zwaar en degelijk waren, kwamen op den duur ook draagbare schrijfmachines in de handel, bedoeld voor bijvoorbeeld vertegenwoordigers, journalisten en het leger. Deze waren licht, minder degelijk en de typekwaliteit was een stuk slechter. Ook was het werken op deze draagbare machines weinig comfortabel.

Werking De meeste schrijfmachines hebben een rol waar een vel papier half omheen wordt gewikkeld en wordt vastgeklemd. Deze rol bevindt zich in een wagen, die men heen en weer kan bewegen. Na het aanslaan van een letter schuift de wagen (samen met rol en papier) een stukje naar links, om plaats te maken voor de volgende letter. Aan het einde van een regel wordt de wagen helemaal terug naar rechts geduwd en gelijktijdig wordt de rol een stukje verdraaid, zodat de volgende regel iets lager op het papier kan worden getypt.

De directeur van het Britse Schrijfmachinemuseum, Wilfred A. Beeching, verdeelde de werking van de verschillende uitvindingen in tien groepen. De Nederlandse schrijvers J. Boot en L.H.M. Knaven hergroepeerden deze tien in de volgende groepen: machines met een onderaanslag tot 1898 die lijken op de bovengenoemde machine van Remington, bijvoorbeeld de Yost of Caligraph; machines met toetsarmen, maar een gemeenschappelijke typedrager, bijvoorbeeld een schrijfbolletje Blickensderfer, Hammond of IBM; machines met een bovenaanslag en typearmen vóór de schrijfrol tot 1898, bijvoorbeeld de Bar-Lock of de Salter; machines met een bovenaanslag en typearmen achter de schrijfrol tot 1898, bijvoorbeeld de North; machines met een bovenaanslag en typearmen boven de schrijfrol tot 1898, bijvoorbeeld de Fitch; machines met een bovenaanslag en typearmen vóór en achter de schrijfrol, bijvoorbeeld de Williams; machines met een bovenaanslag en typearmen links en rechts boven de schrijfrol, bijvoorbeeld de Oliver; machines met een wijzer of indexsysteem tot 1898, bijvoorbeeld de Colombia, de Mignon of de Odell; machines met een voor-aanslag en typearmen tot 1898, bijvoorbeeld de Daugerty; machines met een voor-aanslag en stootstangen tot 1898, bijvoorbeeld de Empire of de Adler.

In de periode na 1898 volgden er veel verbeteringen op bestaande modellen. Zo had Lizzy Magie in 1893 een patent verkregen op een uitvinding die het gebruik van de schrijfmachine verbeterde door het papier gemakkelijker door de rollen te laten gaan.

Lettertype thumb|De inleiding van een oudere versie van dit artikel, getypt op een schrijfmachine, schreefloze letter thumb|Getypt op een Triumph-machine. Lettertype met schreef

Verreweg de meeste schrijfmachines hadden een zogenoemd niet-proportioneel lettertype: dat wil zeggen dat brede letters (zoals de 'm') even veel ruimte in beslag nemen als smalle letters (zoals de 'i'). Dit werd veroorzaakt doordat de wagen met het vel papier na een aanslag over steeds dezelfde afstand opschoof. Op een vel papier staan alle letters en spaties dus ook precies onder elkaar. Dit is vergelijkbaar met het huidige computerlettertype Courier. Dit is dan ook de reden waardoor Courier ouderwets aandoet. Voordeel van dit lettertype is wel dat het aantal lettertekens per regel of vel gemakkelijker is uit te rekenen. Ook foutieve dubbele spaties zijn met de Courier-letter gemakkelijk te ontdekken.

Gebruikte lettertypes op schrijfmachines waren onder andere:

Pica font 1954 Prestige Elite (IBM), ontworpen in 1953 Bulletin (Olympia, schreefloos) Script (Olympia, lijkt op geschreven tekst) Cubic (Olivetti)

Op veel schrijfmachines was het niet mogelijk het lettertype te veranderen. Op schrijfmachines die waren uitgevoerd met schijfjes of bolletjes met verschillende fonts was dat wel mogelijk. Daarmee konden bijvoorbeeld woorden cursief getypt worden, of konden Griekse symbolen in een tekst worden ingevoegd.

Inkt Er zijn verschillende manieren waarop de beïnkting geschiedt. De hierboven als voorbeeld genoemde Williams stempelde eigenlijk de letters op het papier. Bij de Blickerderfer gaat een klein inktbolletje langs de schrijfdrager. De meeste machines werken echter met een inktlint, dat vóór de rol loopt. Dit lint wordt links en rechts op en van een spoel gewonden. Het inktlint verschuift een beetje na elke aanslag van een letter. Aan het einde van het lint wordt de richting automatisch omgekeerd. Bij veel oudere machines moet het lint handmatig worden teruggedraaid.

Sommige inktlinten zijn aan de onderzijde rood, aan de bovenzijde zwart (of donkerblauw), zodat er in twee kleuren kan worden getypt. Soms gaat dat door het inktlint eruit te halen en andersom in de machine te zetten, maar de meeste schrijfmachines hebben een aparte toets of hendel om het lint iets hoger of lager te zetten, waardoor de andere kleur wordt gekozen. Dit is vooral zinvol voor de boekhouding, waar negatieve getallen in het rood werden genoteerd.

Het inktlint moet door slijtage of uitdroging na enige tijd vervangen worden.

Aanslagsterkte Sommige machines hebben ook een hendeltje om een extra zware aanslag te forceren zonder gebruik te maken van het lint. Dit is voor het maken van doorslagen, twee of drie vellen papier met carbonpapier ertussen.

Het typen Een schrijfmachine heeft toetsen om de letters met de vingers aan te slaan. De indeling van het toetsenbord is niet de meest efficiënte voor de handbeweging, maar naar men vermoedt zo gekozen dat de kans op vastraken van de letterarmen klein is. Het toetsenbord van een moderne computer heeft de indeling van de typemachine overgenomen. Boven de toetsen met letters zitten toetsen voor de cijfers. Een schrijfmachine heeft ook toetsen met leestekens, hoewel minder dan op de huidige computertoetsenborden.

Door vrij hard op een knop met een letter te drukken, komt een staafje ('hamertje') omhoog, waarop een drukletter (type) is gemonteerd. Deze slaat vrij hard tegen het inktlint aan, waardoor er op het achter het lint gelegen papier een afdruk van de letter wordt gemaakt. Op hetzelfde moment zorgen een veer en een echappement ervoor dat de wagen een positie opschuift. De schrijfmachine heeft onder de letters een spatiebalk, waarmee alleen de wagen wordt opgeschoven zonder dat er een letter wordt getypt.

Einde van de regel

Als een regel bijna is volgeschreven, klinkt er ongeveer zeven tekens voor het einde een bel. Er is dan nog ruimte om het woord te beëindigen, of om op de juiste plaats een afbreekteken te typen. Daarna moet de wagen, met daarop de rol en het papier, met een hendel worden teruggeduwd. Een mechaniek zorgt er daarbij voor dat de rol ook een stukje verdraait, zodat de volgende regel kan worden getypt. Deze gebeurtenis klinkt bij computers nog door in het begrip carriage return voor de wagen; line feed staat dan voor het doordraaien van het papier naar de nieuwe regel.

Instellingen De schrijfmachine heeft nog allerlei andere hendels, onder andere om de kantlijn links en rechts in te stellen, voor de instelling van de tabs (tabulator geheten) en dergelijke.

Volgorde van de toetsen Aanvankelijk hanteerden diverse fabrikanten hun eigen volgorde van de toetsen. Omdat de hamertjes bij snel typen weleens in de knoop raakten, heeft de Amerikaan Christopher Sholes een aangepaste toetsenvolgorde bedacht. Hierbij werden lettercombinaties die vaak voorkwamen aan verschillende kanten van het toetsenbord geplaatst, zodat de hamertjes niet in elkaar verstrikt zouden raken. Deze volgorde wordt, naar de volgorde op de bovenste letterregel, QWERTY-toetsenbord genoemd. Nationale varianten met een iets andere volgorde zijn AZERTY (Frans, A en Q verwisseld, W en Z verwisseld) en QWERTZ (Duits, Z en Y verwisseld). De volgorde is bij de invoering van elektrische schrijfmachines en computers gehandhaafd, hoewel het probleem van de hamertjes daar niet meer speelt. Naast schrijfmachines met bovenstaande indelingen zijn er schrijfmachines gemaakt met een Dvorak-indeling. Daarnaast hadden schrijfmachines soms nog extra toetsen voor taalspecifieke letters, zo kenden veel Nederlandse schrijfmachines een extra toets voor de ij. Een fabeltje over het ontstaan van het QWERTY is dat dit bedacht werd door vertegenwoordigers die de typemachines moesten verkopen. Om te laten zien hoe makkelijk en snel deze zijn, zouden ze het woord "typewriter" vliegensvlug typen door alleen de bovenste regel te gebruiken.

Elektrische schrijfmachine