De Olympische Spelen (OS) zijn een internationale sportmanifestatie. De eerste moderne Olympische Spelen werden in 1896 gehouden, geïnspireerd door het gelijknamige Griekse evenement in de Oudheid. Sinds 1924 zijn er twee versies, de Zomerspelen en de Winterspelen, elk om de vier jaar. Er doen duizenden atleten aan uiteenlopende sporten mee. Ruim anderhalf jaar na de Zomerspelen, in het tweede kalenderjaar erna, zijn steeds de Winterspelen, vervolgens duurt het dus een kleine tweeënhalf jaar tot de volgende Zomerspelen. Tot 1992 werden zowel de Zomerspelen als de Winterspelen in hetzelfde jaar gehouden.
De filosofie achter 'de Spelen' wordt uitgedragen door de 'Olympische Beweging'. Die beweging omvat de internationale sportbonden, de Nationaal Olympisch Comité's en de organisator van de Spelen.
Het Internationaal Olympisch Comité is verantwoordelijk voor het uitkiezen van de gaststad en het olympische programma. Steeds wordt tijdens een IOC-bijeenkomst zeven jaar van tevoren de locatie / organisator gekozen uit enkele kandidaten. In het jaar na de Spelen wordt dus de organisator voor de editie na de eerstvolgende editie van de Spelen gekozen.
De organisatie van de Spelen is verantwoordelijk voor het naleven van de olympische regels, die zijn omschreven in het Olympisch Handvest. Er gaan enkele symbolen en rituelen gepaard met de organisatie van de Olympische Spelen, waaronder de olympische vlag en de olympische vlam.
Oudheid miniatuur|Overblijfselen van het stadion in Olympia (ca. 350 v.Chr.).
De originele Olympische Spelen werden gehouden in de oude Griekse stad Olympia. Deze stad was sinds de 10e eeuw v.Chr. een religieuze en politieke ontmoetingsplaats.
Rond het eind van het 2e en het begin van het 1e millennium v.Chr. kwamen de Eliërs uit het noorden naar het Griekse schiereiland dat wij tegenwoordig de Peloponnesos noemen. Zij vestigden zich in de omgeving van Olympia, dat toen onder de heerschappij stond van de Pisaten. Rond de 6e eeuw v.Chr. braken tussen hen de eerste twisten uit. Die leidden tot oorlog.
Waarschijnlijk wijdden de nieuwe immigranten de plaats aan de oppergod Zeus en noemden hem Olympia, ter herinnering aan de berg Olympos in Thessalië. De eerste Spelen werden echter gehouden ter ere van Pelops, na zijn overwinning in de wedrennen op Oinomaos, de koning van Pisatis. Pelops was ook de naamgever van de Peloponnesos. De volgende Spelen werden ter ere van Zeus gehouden. Sinds 776 v.Chr. werden de namen van de overwinnaars opgetekend; dit jaartal gold als het begin der Olympiaden en was ook de basis van de Griekse tijdrekening.
Hoewel de Spelen oorspronkelijk gehouden werden op de velden voor de tempel, werd er met de groei van de Spelen steeds meer gebouwd ten behoeve van de Spelen. Uiteindelijk bevond zich in Olympia een stadion dat plaats bood aan 40.000 toeschouwers. De Olympische Spelen die hier elke vier jaar gehouden werden, waren een van de vier Panhelleense Spelen (openbare feesten voor alle Grieken van de poleis die dan ook de goden vereerden). Doel van die Olympische Spelen was om jonge mannen hun fysieke kwaliteiten te laten tonen en om de relatie tussen de verschillende Griekse steden te bevorderen. Alleen Griekse mannen mochten meedoen aan de Spelen, geen vrouwen.
Langzaamaan kregen de Romeinen het voor het zeggen in Griekenland en werden de Spelen minder belangrijk gevonden. Toen het christendom de officiële religie werd van de Romeinen, werden de Spelen gezien als een heidens feest. De Romeinse keizer Theodosius I verbood de Spelen uiteindelijk in 393.
Tempels en gebouwen Olympia, aan de voet van de beboste Kronosheuvel en begrensd door de rivieren Alfeios en Kladeios, was een heiligdom, het oudste en belangrijkste uit de oudheid. In de zevende eeuw voor onze jaartelling vond men in Olympia nog de graven van Pelops en Hippodameia. Er stond ook nog een zuil die was overgebleven van het paleis van Oinomaos, dat althans volgens de mythologie door een bliksemschicht van de oppergod Zeus was vernield.
Gaandeweg rezen een na één monumentale gebouwen uit de grond en het heiligdom werd daarmee steeds belangrijker. Binnen de omheining van dat heiligdom was de Heratempel de mooiste en die van Zeus de belangrijkste. Buiten de muren lagen de verblijven van de priesters, van de gasten, de baden en de worstelschool. Aan het westelijke uiteinde kan het oudste stadion hebben gelegen, maar er is geen spoor van teruggevonden. In de eerste helft van de 5de eeuw voor onze tijdrekening werd een tweede stadion aangelegd, maar het verdween toen men besloot de Zeustempel op te richten.
Het jongste stadion is 212,54 m lang en 28,5 m breed. Het had de vorm van de letter U. Het bood plaats aan 45.000 toeschouwers die voor het merendeel op de grond plaats namen. Zitplaatsen waren voorbehouden aan enkele vooraanstaanden: de hellanodikai of scheidsrechters en aan de priesteres van Demeter. Rondom het stadion waren fonteinen voor de bezoekers.
Moderne tijd miniatuur|Pierre de Coubertin Vijftien eeuwen na de opheffing van de klassieke Spelen werden verspreid over Europa meerdere initiatieven gestart om de Olympische Spelen weer te laten herleven, alhoewel dat meestal in nationaal verband plaatsvond. In 1850 werd in het Engelse plaatsje Much Wenlock de "Olympische Klasse" opgericht, die later werd hernoemd tot Wenlock Olympian Society Annual Games en tegenwoordig nog steeds gehouden wordt. De Griekse filantroop Evangelis Zappas sponsorde in 1859 de eerste 'Olympische Spelen' die op een plein in Athene werden gehouden. De Brit William Penny Brookes organiseerde in 1866 nationale Spelen in het Crystal Palace.
Geïnspireerd door de initiatieven bedacht de Fransman Pierre de Coubertin in 1890 dat een grootschalige herrijzenis van de Olympische Spelen mogelijk was. Coubertin was voor de bevordering van een harmonieuze lichamelijke en geestelijke opvoeding van de jeugd en de versterking van de vriendschapsbanden tussen de volkeren, overtuigd als hij was dat de sportieve krachtmeting edelmoedigheid en ridderlijkheid bij de atleet zou aankweken, alsmede respect voor de prestatie van de tegenstander. Coubertin werkte de ideeën van Zappas en Brookes uit en besprak zijn plannen tijdens het eerste Olympisch Congres van het Internationaal Olympisch Comité in Parijs.
Er werd besloten tot de invoering van de moderne Olympische Spelen, waarvan de eerste editie twee jaar later in Athene plaats zouden moeten vinden. De Griekse schrijver Demetrius Vikelas werd verkozen tot de eerste voorzitter van het IOC.
Olympische (Zomer)Spelen 1896
De Spelen van de 1ste Olympiade waren de eerste Spelen sinds het verbod van keizer Theodosius I in 393 na Chr. Het evenement had plaats in de zomer en trok 14 landen en 241 atleten aan, die meededen aan 43 onderdelen.Vanaf 1900 heeft Nederland meegedaan.
Na het succes van de eerste Olympische Spelen in 1896 werden de daaropvolgende edities in Parijs en Saint Louis overschaduwd door de wereldtentoonstellingen die op dezelfde locatie en op hetzelfde moment werden gehouden. Het voortbestaan van de Spelen werd bedreigd, maar door het succes van de tussenliggende Spelen in 1906 leefde de populariteit en de omvang van het evenement op. Er werd later echter afgezien van het plan om zogenaamde "tussenliggende" Spelen te organiseren, een idee waar De Coubertin tegen was geweest.
Kunstwedstrijden Het is inmiddels volkomen weggezakt uit het collectief geheugen, maar van 1912 tot 1952 vormden kunstwedstrijden een onderdeel van het wedstrijdprogramma van de Zomerspelen. Er werden medailles uitgereikt voor kunstwerken die door de sport waren geïnspireerd. Er waren vijf categorieën: architectuur, literatuur, muziek, schilderijen en beeldhouwwerk. Een jury besliste wie in de prijzen viel.
In 1954 is deze tak van 'sport' afgeschaft, omdat het Olympisch Comité van mening was dat kunstenaars eigenlijk professionals waren, terwijl Olympische atleten amateurs moesten zijn. Sinds 1956 heeft een 'Olympisch Cultureel Programma' de plaats van de vroegere competitie ingenomen.'Maastrichtse deelnemers aan de Olympische Spelen', op mestreechonline.nl, postings #4 en #5 (Ingrid M.H. Evers) (gearchiveerde link).
miniatuur|Het onderdeel biatlon tijdens de Olympische Winterspelen 2010 in Vancouver
Olympische Winterspelen
Gezien het feit dat het onmogelijk is om wintersporten in de zomer te organiseren, werd op het zevende Olympisch Congres in 1921 in Lausanne besloten tot het houden van de Olympische Winterspelen. De wens van het IOC om meer (winter)sporten toe te voegen werd zo gehonoreerd. De eerste wintereditie van de Spelen werd drie jaar later in Chamonix-Mont-Blanc gehouden. In eerste instantie werd besloten om de wintereditie in hetzelfde jaar als de zomereditie te organiseren, deze traditie werd tot 1992 voortgezet, sinds 1994 worden de Winterspelen tussen de Zomerspelen gehouden.
Paralympische Spelen
In 1948 organiseerde Ludwig Guttman een sportwedstrijd in Engeland voor veteranen uit de Tweede Wereldoorlog met een rugletsel, het evenement kreeg de naam Stoke Mandeville Wheelchair Games en wordt tegenwoordig nog steeds gehouden. Twaalf jaar later werden in Rome de eerste Paralympische Zomerspelen gehouden. Sinds 2012 is de organisator van de Olympische Spelen automatisch ook de organisator van de Paralympische Spelen.
Olympische Jeugdspelen
Vanaf 2010 worden de Olympische Jeugdspelen gehouden. Er doen sporters mee in de leeftijdscategorie van 14 tot en met 18 jaar. Tijdens het 119e vergadering van het IOC werd tot invoering van de Jeugdspelen besloten. De eerste Jeugdzomerspelen werden in 2010 in Singapore gehouden, de eerste Jeugdwinterspelen vonden in 2012 plaats in Innsbruck.
Olympische e-sportspelen Vanaf 2025 worden er ook Olympische Spelen voor e-sporten (sporten op de computer) gehouden. De eerste editie wordt gehouden in Saoedi-Arabië.
Amateurs en beroepssporters Oorspronkelijk was het De Coubertins bedoeling dat uitsluitend niet-professionele sporters mee zouden mogen doen aan de Olympische Spelen: er was alleen plaats voor amateurs. Dit heeft tot wat controverse geleid: zo werden de gouden medailles die Jim Thorpe in 1912 op de vijfkamp en de tienkamp gewonnen had, in 1913 teruggevorderd nadat bleek dat hij eerder betaald was om honkbal te spelen. Zwitserse en Oostenrijkse skiërs boycotten de Winterspelen van 1936 omdat hun trainers uitgesloten werden omdat deze geld met hun sport verdienden. Andersom deden namens enkele Oostbloklanden (waaronder de DDR), door de staat gesponsorde "fulltime amateurs" mee. Het verschil tussen dit soort amateurs en beroepssporters is moeilijk te bepalen. Vanaf begin jaren zeventig kwam een kentering in het beleid: het werd voortaan aan de individuele sportfederaties overgelaten of professionele spelers mee mochten doen of niet. Tegenwoordig is boksen de enige sport waarbij professionele spelers uitgesloten worden (hoewel sommige amateurs wel geldprijzen winnen). Bij het herenvoetbal mogen per team maximaal drie spelers ouder dan 23 jaar meespelen. Met dit veranderende inzicht was het mogelijk dat Jim Thorpe in 1983 postuum zijn medailles terugkreeg.
Olympische symbolen 200px|thumb|De Marathontoren te Amsterdam, de plaats waar voor de eerste keer het olympisch vuur brandde De olympische beweging gebruikt verscheidene symbolen, waarvan de meeste de ideeën en idealen van Pierre de Coubertin weergeven. Het bekendst is waarschijnlijk de olympische vlag met vijf geschakelde ringen van verschillende kleur op een witte achtergrond. De zes kleuren (wit, rood, blauw, groen, geel en zwart) werden gekozen omdat de vlag van elk land in de wereld minstens een van deze kleuren bevat. De vijf ringen staan voor de vijf werelddelen (volgens de klassieke telling). Ze zijn geschakeld om de eenheid van de continenten bij de bijeenkomst te benadrukken. De vlag werd als symbool aangenomen in 1914, en bij de zomerspelen van 1920 in Antwerpen voor het eerst gevoerd.