Het eiken-haagbeukenbos, gewoon eiken-haagbeukenbos of eiken-haagbeukenbos sensu stricto (Stellario-Carpinetum) is een associatie uit het haagbeuk-verbond (Carpinion betuli). De associatie omvat loofbossen op mesotrofe, lemige bodems, en gekenmerkt wordt door de dominantie van zomereik, haagbeuk, hazelaar en een zeer diverse voorjaarsflora.

Naamgeving en codering Synoniemen Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r46Ab03 Corine-code: 41.24 : Sub-Atlantic stitchwort oak-hornbeam forests Natura2000-habitattypecode (EU-code): H9160 BWK-karteringscodes: qa, qk

thumb|Close-up van de kruidlaag in de lente; hier met de naamgevende grote muur (Stellaria holostea) op de voorgrond. De wetenschappelijke naam Stellario-Carpinetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk grote muur (Stellaria holostea) en haagbeuk (Carpinus betulus). De Nederlandse triviale naam 'eiken-haagbeukenbos' verwijst naar de historische structuur van deze bossen, waarin zomereik en/of wintereik als overstaander groei(d)en tussen een hoge hakhoutlaag van haagbeuk. (2017). Querco-Fagetea. In: , Revisie Vegetatie van Nederland (pp. 185–188). Westerlaan Publisher, Lichtenvoorde.

Fysiognomie Het eiken-haagbeukenbos kent een tamelijk complexe fysiognomie. De associatie manifesteert zich in de regel in de formatie van een loofbos. De gemeenschap is structuur- en soortenrijk. Het zijn hoog opgaande bossen met een boomlaag die een hoogte tot ± 25 m kan bereiken. Van oudsher bestond het eiken-haagbeukenbos uit een hoge boomlaag waarin zomereik en/of wintereik als overstaander groeiden tussen een hakhoutlaag van haagbeuk. Het traditionele eiken-haagbeukenbos zag eruit als een middenbos. De struiklaag is zeer goed ontwikkeld, met een groot aandeel van hazelaar. De kruidlaag kan bijzonder soortenrijk zijn en telt vooral veel soorten die in de lente bloeien, waardoor de associatie uitgesproken seizoensaspecten kent. De moslaag is meestal niet goed ontwikkeld.

Ecologie Het eiken-haagbeukenbos groeit op mesotrofe, vrij zure bodems met periodiek wisselende grondwaterstanden. Het kan gaat om zware leembodems, lössbodems al dan niet gemengd met grover terrasmateriaal, beekleem van fluviatiele oorsprong, maar ook keileem met daarop een dekzandpakket, waarop een dikke laag mull of moder is ontstaan. De bodemvochtigheid is meestal hoog in de winter en in het voorjaar, maar veel lager in de zomer.

Het eiken-haagbeukenbos is beperkt tot oude bosgroeiplaatsen. Het vormt het eindstadium in de natuurlijke successie, de climaxvegetatie, ontstaan uit een opeenvolging van struweelgemeenschappen en andere bosgemeenschappen door de geleidelijke toename van de voedselrijkdom (humus) in de bodem.

Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Binnen het eiken-haagbeukenbos worden in Nederland en Vlaanderen twee formele subassociaties onderscheiden. Deze tweedeling weerspiegelt de verschillen in de hydrologie, trofiegraad en pH van de bodem.

Typische subassociatie thumb|Een zeer vroeg voorjaarsaspect van de typische subassociatie. De typische subassociatie (Stellario-Carpinetum typicum) omvat de vleugel met de relatief hoogste trofiegraad en hoogste pH. Deze subassociatie heeft geen differentiërende taxa. Zij wordt floristisch gekarakteriseerd doordat de kentaxa voor het bovenliggende verbond, de orde en de klasse hier met hoge presentie optreden. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r46Ab03a.

Subassociatie met dalkruid thumb|Close-up van de kruidlaag van de subassociatie met dalkruid, hier met onder andere lelietje-van-dalen en witte klaverzuring. Een subassociatie met dalkruid (Stellario-Carpinetum maianthemetosum) omvat de vleugel met een net iets lagere trofiegraad alsmede een net iets lagere pH en GHG. Dit syntaxon vormt een afbuiging richting het zomereik-verbond. Het is in het bijzonder verwant aan de subassociatie met lelietje-van-dalen van het beuken-eikenbos. Differentiërende taxa zijn dalkruid, adelaarsvaren, lelietje-van-dalen, blauwe bosbes, bochtige smele en fraai haarmos. Zij kunnen slechts plaatselijk een hoge bedekkinggraad bereiken. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r46Ab03b.

Vegetatiezonering In de vegetatiezonering kan het eiken-haagbeukenbos contactgemeenschappen vormen met verscheidene andere syntaxa uit uiteenlopende klassen. In de zonering van loofbossyntaxa – in het bijzonder die van hellingbossen – bezet de associatie vaak de plek tussen de hogergelegen gemeenschappen uit de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselarme grond en de lagergelegen (andere) gemeenschappen uit de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond. Aan de bovenzijde gaat het in het bijzonder om het beuken-eikenbos en aan de onderzijde vooral om het Primulo-Carpinetum.

Langs bosranden, bospaden en open plekken van het eiken-haagbeukenbos kan de bosgemeenschap geflankeerd worden door hoogwaardige mantelgemeenschappen uit het verbond van wijfjesvaren en framboos, in het bijzonder de associatie van schaduwkruiskruid en tere woudbraam. Wanneer het eiken-haagbeukenbos op dergelijke plekken geen mantel heeft staat doorgaans in direct contact staan met zoomvegetatie. Onder de zoomgemeenschappen is de schaduwgras-associatie de meest karakteristieke contactgemeenschap; verder betreft het vaak ruigten uit de klasse van nitrofiele zomen, maar soms ook de wilgenroosje-associatie. Alle voornoemde mantel- en zoomgemeenschappen kunnen ook als cyclische inslaggemeenschap tot ontwikkeling komen op plekken waar relatief recent hakhoutbeheer is uitgevoerd.

Onder de epifytische microgemeenschappen treden vooral gemeenschappen op uit de kringmos-klasse, de schriftmos-klasse en de klasse van vertakt bekermos en neptunusmos.

Biogeografie Het exacte verspreidingsgebied van het eiken-haagbeukenbos op de Aarde is nog niet helemaal bekend. De belangrijkste oorzaak hiervan is de gecompliceerde syntaxonomie van het haagbeuk-verbond, waarbij vegetatiekundigen niet allemaal dezelfde opvatting delen over wat precies tot welke associatie of subassociatie gerekend zou moeten worden. Waarschijnlijk heeft de associatie een betrekkelijk klein, subatlantisch verspreidingsgebied dat zich ruwweg uitstrekt van het noorden van Frankrijk tot in het noordwesten van Duitsland. In Centraal-Europa is het eiken-haagbeukenbos verreweg de meest algemene associatie uit het haagbeuk-verbond.

In Nederland komt het eiken-haagbeukenbos hoofdzakelijk in de oostelijke helft van het land voor. Het gaat vooral om Zuid-Limburg, het Drents Plateau, Twente, de Achterhoek en het Rijk van Nijmegen. In West-Nederland is de associatie zeer zeldzaam; hier komt het slechts op een enkele plaats voor zoals aan de binnenduinranden bij Den Haag. Het eiken-haagbeukenbos is de enige associatie uit het haagbeuk-verbond die in Nederland geen onmiskenbaar zwaartepunt vindt in Zuid-Limburg. (2019). Veldgids Plantengemeenschappen van Nederland (pp. 430–431). KNNV.

Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen In de onderstaande synoptische tabel staan per vegetatielaag de belangrijkste diagnostische taxa voor het eiken-haagbeukenbos in Nederland en Vlaanderen.

Boomlaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking verbondskentaxa klassekentaxa begeleidende taxa constant Struiklaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking klassekentaxa Corylus avellana constant differentiërende taxa constant begeleidende taxa Kruidlaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking associatiekentaxa formatie formatie verbondskentaxa klassekentaxa constant constant formatie formatie formatie differentiërende taxa begeleidende taxa constant constant Moslaag Diagnostiek Triviale naam Botanische naam Opmerking klassekentaxa begeleidende taxa

Bedreiging en bescherming De meeste eiken-haagbeukenbossen bevinden zich op voedselrijkere gronden, zijn daardoor weinig gevoelig voor voedselaanrijking, verdroging en verzuring en gedijen het best met een nulbeheer. Het eiken-haagbeukenbos is van belang omwille van het grote aandeel van monumentale bomen in dit bostype.

Fotogalerij

Zie ook Lijst van bosgemeenschappen in Nederland Atlantische gemengde bossen Bosflora

Externe links Eiken-haagbeukenbos op Flora van Nederland

Eiken-haagbeukenbos Categorie:Bos Categorie:BWK-karteringseenheid