Het beuken-eikenbos of wintereiken-beukenbos (Fago-Quercetum) is een associatie uit het zomereik-verbond (Quercion roboris). De associatie is een bosplantengemeenschap die voorkomt op matig voedselrijke lemige bodems, en gekenmerkt wordt door een duidelijke gelaagdheid en de dominantie van zomer- en/of wintereik, met beuk op de tweede plaats.
Naamgeving en codering Synoniemen Syntaxoncode voor Nederland (rVvN): r45Aa04 Corine-code: 41.521: Atlantic acidophilous oak forest with beech : North-western sessile oak forests Natura2000-habitattypecode (EU-code): H9190
De wetenschappelijke naam Fago-Quercetum is afgeleid van de botanische namen van respectievelijk beuk (Fagus sylvatica) en wintereik (Quercus petraea).
Fysiognomie Het beuken-eikenbos is een hoog opgaand loofbos met een boomlaag die tot 25 m hoog kan reiken, hoger dan het berken-eikenbos maar lager en minder dicht dan het bochtige smele-beukenbos. De struik- en de kruidlaag zijn meestal beter ontwikkeld en diverser dan in beide andere bostypes, terwijl de moslaag minder aanwezig is dan in het berken-eikenbos.
Ecologie Het beuken-eikenbos omvat oude, redelijk structuur- en soortenrijke bossen, kenmerkend voor droge tot matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke bodems op lemige zandgronden, zandleem, keileem en zandige lössleemgronden.
Het beuken-eikenbos vormt een schakel in de natuurlijke successie van het berken-eikenbos naar het bochtige smele-beukenbos, de climaxvegetatie. De snelheid van deze evolutie is afhankelijk van de trofiegraad in de bodem; op rijkere bodems zal de successie gevoelig sneller gaan.
Subassociaties in Nederland en Vlaanderen Binnen het beuken-eikenbos worden in Nederland en Vlaanderen vijf formele subassociaties onderscheiden, die wijzen op verschillen in de maturiteit, trofiegraad en het vochtgehalte van de bodem. Deze vallen uiteen in twee groepen, het 'vochtig wintereiken-beukenbos' dat de subassociatie met pijpenstrootje omvat, en het 'droog wintereiken-beukenbos' dat alle andere associaties omvat.
Subassociatie met blauwe bosbes Een subassociatie met blauwe bosbes (Fago-Quercetum vaccinietosum) vertoont grote verwantschap met het berken-eikenbos, in het bijzonder de typische subassociatie van de laatstgenoemde associatie. Differentiërende taxa zijn blauwe bosbes (die hier hoge bedekkingen bereikt) en gewoon gaffeltandmos. Voorts is ook de combinatie van de relatief hoge presentie van struikhei, rode bosbes en kussentjesmos typerend voor deze subassociatie. Verder vindt zevenster in deze subassociatie haar presentieoptimum. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r45Aa04a.
Subassociatie met adelaarsvaren Een subassociatie met adelaarsvaren (Fago-Quercetum pteridietosum) komt vooral voor in gebieden van oude boskernen. Karakteristiek voor deze gemeenschap is de dominantie van adelaarsvaren in de kruidlaag; deze soort treedt faciësvormend op. De moslaag heeft weliswaar veelal een lage totaalbedekking, maar is niet uitgesproken soortenarm. Gewoon pluisjesmos, gewoon peermos en gedrongen kantmos vinden binnen het beuken-eikenbos in deze subassociatie hun optimum. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r45Aa04b. BWK-karteringseenheden voor Vlaanderen zijn het zuur eikenbos (qs) en het zuur beukenbos (fs).
Subassociatie met lelietje-van-dalen thumb|Close-up van de kruidlaag van de subassociatie met lelietje-van-dalen. Een subassociatie met lelietje-van-dalen (Fago-Quercetum convallarietosum) komt voor op ongestoorde, zeer gerijpte bosgronden met keileem of beekzand in de ondergrond. Opvallend is dat er een groot aandeel soorten van de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond in deze subassociatie optreedt, die in de andere syntaxa uit de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselarme grond nagenoeg ontbreken. De gemeenschap vertoont grote verwantschap met de subassociatie met dalkruid van het eiken-haagbeukenbos. Differentiërende taxa voor deze subassociatie zijn lelietje-van-dalen, gewone salomonszegel, witte klaverzuring, grote muur, bosanemoon, hulst en hazelaar. Voorts bereikt de associatiekensoort dalkruid in deze subassociatie haar optimum. Verder kan klimop plaatselijk hoge bedekkingen bereiken. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r45Aa04c. BWK-karteringseenheden voor Vlaanderen zijn het zuur eikenbos (qs) en het zuur beukenbos (fs). Beuken-eikenbossen met lelietje-van-dalen die in oude, ontkalkte of kalkarme duinen voorkomen, werden in Nederland ook wel tot de duin-eikenbossen (Convallario-Quercetum dunense) gerekend.
Subassociatie met pijpenstrootje Een subassociatie met pijpenstrootje (Fago-Quercetum molinietosum) komt voor op lemige bodems die door stagnerend grondwater periodiek nat zijn. Vaak zijn deze standplaatsen in het verleden begreppeld. De vegetatie vormt een afbuiging naar het haagbeuk-verbond. Differentiërende taxa voor deze subassociatie zijn pijpenstrootje (vaak met hoge bedekking), wijfjesvaren, zachte berk en (in de struiklaag) sporkehout en zwarte els. De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r45Aa04d.
Subassociatie met gladde witbol Een subassociatie met gladde witbol (Fago-Quercetum holcetosum) komt hoofdzakelijk voor op plaatsen waar sprake is (geweest) van lichte eutrofiëring. Vaak gaat het door het inwaaien van meststoffen door naburige intensieve landbouwactiviteiten, door bosbemesting of door bosbegrazing. Tevens kan het gaan om relatief jonge associaten van het beuken-eikenbos op plaatsen die vroeger zijn verrijkt of verstoort door landbouwkundige doeleinden. Differentiërende taxa voor deze subassociatie zijn gladde witbol, zwarte braam, gewoon reukgras, gestreepte witbol, drienerfmuur en gewone esdoorn (niet de boomlaag). De syntaxoncode voor Nederland (conform de rVvN) is r45Aa04e. BWK-karteringseenheden voor Vlaanderen zijn het zuur eikenbos (qs) en het zuur beukenbos (fs).
Biogeografie Het verspreidingsgebied van het beuken-eikenbos omvat de laaglanden van West- en Centraal-Europa, voornamelijk in België, Nederland, Noord-Frankrijk, Noord-Duitsland, Denemarken en het westen van Polen, en deelt daarmee zijn verspreidingsgebied met dat van het bochtige smele-beukenbos.
In Nederland vindt men dit bostype op hogere zandgronden en in Zuid-Limburg op lemige bodems. Minder algemeen komt de associatie voor langs duinranden.
In Vlaanderen komt het vooral voor op tertiaire zandgronden in het Brabants district. Enkele van de meest bekende bossen van dit type zijn (de voedselarmere delen van) het Meerdaalwoud en het Heverleebos in de buurt van Leuven en het Hallerbos in Halle, het Buggenhoutbos in Oost-Vlaanderen, het Wijnendalebos in West-Vlaanderen en het Zoerselbos in de provincie Antwerpen.
Diagnostische taxa voor Nederland en Vlaanderen Het beuken-eikenbos heeft voor Nederland en Vlaanderen als kensoorten het dalkruid en, lokaal, de zevenster. Op arme, droge zandgronden heeft de zomereik en iets minder de beuk de hoogste presentie en dominantie, terwijl op lemige en matig zure zandgronden en droge, stenige bodems de minder algemene wintereik en de tamme kastanje meer frequent voorkomen. Het bostype met zomereik wordt door sommigen als een aparte associatie beschouwd, het Violo-Quercetum roboris.
De struiklaag is dikwijls vrij divers, met wilde lijsterbes als meest voorkomende soort. In bossen die vroeger werden beweid is daarentegen hulst dominant en kan de plant zelfs uitgroeien tot een echte boom. De Amerikaanse vogelkers en het Amerikaans krentenboompje zijn nieuwkomers.
In de kruidlaag zijn, naast dalkruid, ook bochtige smele, wilde kamperfoelie en gewone braam steeds goed vertegenwoordigd, en komen naargelang de specifieke subassociatie andere begeleidende soorten op de voorgrond. Vooral de subassociatie convallarietosum met onder andere lelietje-van-dalen, gewone salomonszegel, grote muur, witte klaverzuring en klimop is soortenrijk. Klimop is in deze bossen een bodembedekker, hij gedraagt zich zelden als een liaan zoals in meer voedselrijke bossen.
In de moslaag vinden we meestal bladmossen, vooral het gewoon sterrenmos, het fraai haarmos en het gewoon pluisjesmos.
In de onderstaande synoptische tabel staan de belangrijkste diagnostische taxa voor het beuken-eikenbos in Nederland en Vlaanderen.
Boomlaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kV < 10% tamme kastanje Castanea sativa kK > 40% ruwe berk Betula pendula kK > 10% wintereik Quercus petraea > 90% zomereik Quercus robur > 40% beuk Fagus sylvatica > 30% zachte berk Betula pubescens > 10% ratelpopulier Populus tremula > 10% Amerikaanse eik Quercus rubra > 10% gewone esdoorn Acer pseudoplatanus
Struiklaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kK > 80% wilde lijsterbes Sorbus aucuparia > 60% sporkehout Frangula alnus > 30% Amerikaanse vogelkers Prunus serotina > 20% hazelaar Corylus avellana > 20% hulst Ilex aquifolium > 10% gewone vlier Sambucus nigra Amerikaans krentenboompje Amelanchier lamarckii
Kruidlaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kA > 40% dalkruid Maianthemum bifolium kA < 10% zevenster Trientalis europaea dS > 50% adelaarsvaren Pteridium aquilinum subassociatie met adelaarsvaren dS > 30% gewone salomonszegel Polygonatum multiflorum subassociatie met lelietje-van-dalen dS > 30% klimop Hedera helix subassociatie met lelietje-van-dalen dS > 10% lelietje-van-dalen Convallaria majalis subassociatie met lelietje-van-dalen dS > 10% grote muur Stellaria holostea subassociatie met lelietje-van-dalen dS > 10% witte klaverzuring Oxalis acetosella subassociatie met lelietje-van-dalen dS > 30% pijpenstrootje Mollinia caerulea subassociatie met pijpenstrootje dS > 40% gladde witbol Holcus mollis subassociatie met gladde witbol > 60% bochtige smele Avenella flexuosa > 60% wilde kamperfoelie Lonicera periclymenum > 50% gewone braam Rubus fruticosus > 20% rankende helmbloem Ceratocapnos claviculata dubbelloof Blechnum spicant valse salie Teucrium scorodonia bleeksporig bosviooltje Viola riviniana donkersporig bosviooltje Viola reichenbachiana
Moslaag Kentaxon Diff.soort Presentie Triviale naam Botanische naam Opmerking kV < 10% gewoon knopjesmos Aulacomnium androgynum kV < 10% geelsteeltje Orthodontium lineare kK >20% gewoon pluisjesmos Dicranella heteromalla > 40% gewoon sterrenmos Mnium hornum > 20% fraai haarmos Polytrichum formosum
Biologische Waarderingskaart In de Biologische Waarderingskaart (BWK) van Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden drie sub-associaties van het beuken-eikenbos opgenomen in twee karteringseenheden, het zuur eikenbos (qs) en het zuur beukenbos (fs).
Dit vegetatietype staat gewaardeerd als 'Biologisch zeer waardevol'.
Bedreiging en bescherming Net als de meeste voedselarme bossen worden beuken-eikenbossen bedreigd door verruiging, en dat vooral door stikstofdepositie vanuit de lucht. Het resultaat is dat algemene soorten uit minder gevoelige vegetatie de ondergroei gaan domineren, met een vermindering van de biodiversiteit tot gevolg. Een andere bedreigingen ontstaat door het gebrek aan beheer, waardoor het bladerdek dichtgroeit en de minder algemene halfschaduwplanten zoals havikskruiden en de soorten van de klasse van gladde witbol en havikskruiden gaan verdwijnen.
Fotogalerij
Zie ook Lijst van bosgemeenschappen in Nederland Atlantische gemengde bossen
Beuken-eikenbos Categorie:Bos