thumb|De Britse snelweg M25
thumb|Nederlands verkeersbord G1, dat een autosnelweg aangeeft. Met kleine verschillen wordt dit bord in het grootste deel van Europa gebruikt. thumb|Belgisch verkeersbord F5. Een autosnelweg, informeel ook snelweg, autostrade en autobaan, is een conflictvrije weg bestemd voor snel gemotoriseerd verkeer (zoals auto's, motoren, bussen en vrachtwagens). Conflictvrij wil zeggen dat kruisingen ongelijkvloers zijn en dat er een middenberm is tussen de twee rijrichtingen.
De naam autostrade, afgeleid van het Italiaanse woord autostrada, wordt vooral gebruikt in Vlaanderen terwijl het germanisme autobaan vooral in het oosten en noorden van Nederland gebruikt wordt.
Het verschil tussen autoweg en autosnelweg werd in Nederland ingevoerd met het RVV van 1966. Er kwam ook een verschillend verkeersbord. De autosnelweg heette toen nog autoweg met gescheiden rijbanen en ongelijkvloerse kruisingen. Bedoeld werd: ... met volledig gescheiden rijbanen en zonder gelijkvloerse kruisingen. Een autosnelweg is in Nederland alleen toegankelijk voor motorvoertuigen waarmee met een snelheid van ten minste 60 kilometer per uur kan en mag worden gereden.
De eerste autosnelweg ter wereld werd in 1921 bij Berlijn geopend onder de naam Automobil-Verkehrs- und Übungs-Straße (AVUS). Aanvankelijk werd deze gebruikt als racecircuit. In Nederland is de eerste autosnelweg, rijksweg nr. 12 tussen Voorburg en Zoetermeer, in 1936 in gebruik genomen (tot aan het Rijn-Schiekanaal75 jaar snelweg in vogelvlucht, Rijkswaterstaat). Rond 1940 was het traject Utrecht - Voorburg (nu met brug over het Rijn-Schiekanaal) van rijksweg 12 gereed. In België werd het eerste stuk snelweg in 1937 aangelegd ter hoogte van Brugge, tussen Beernem en Loppem.Wegen-Routes.be - E40. Gearchiveerd op 17 mei 2021. Dit was het begin van de autosnelweg Brussel - Kust, thans A10/E40, voltooid in 1956.
Autosnelwegen worden in de meeste landen (met als belangrijke uitzondering de Verenigde Staten) aangeduid met een verkeersbord dat een pictogram van een autosnelweg met viaduct afbeeldt. De achtergrond is dan blauw of groen.
België heeft met 57,8 km per 1000 km² het grootste aantal kilometers snelweg per landoppervlakte van de Europese Unie. Nederland komt op de tweede plaats met 56,8 km per 1000 km². In totaal heeft Nederland 2360 km snelweg op 41.543 km² en België 1763 km op 30.528 km² (cijfer 2011).Lengte van het Belgische wegennet, Belgische federale overheid. (gearchiveerd op 5 januari 2022). Afgezet tegen de grootte van de bevolking komen België (ruim 11 miljoen inwoners) en Nederland (17 miljoen inwoners) allebei op ongeveer 15 centimeter snelweg per inwoner.
Geschiedenis van de autosnelwegen Duitsland was het eerste land dat autosnelwegen (Autobahnen) aanlegde. 1921 - De allereerste autosnelweg werd in Berlijn gebouwd. Deze was slechts 9 km lang. Men noemde de snelweg de AVUS (Automobil-Verkehrs- und Übungs-Straße). Hij was voornamelijk in gebruik als test- en racecircuit en is nu een deel van de A115 van Berlijn naar Potsdam. 1924 - In Italië werd een snelweg van Milaan naar Varese opengesteld, onderdeel van het project Autostrada dei Laghi. Het was tevens de eerste snelweg ter wereld waarvoor tol werd geheven. 1932 - In Duitsland werd een derde snelweg gebouwd, van Keulen naar Bonn; de huidige A555. 1935 - Openstelling van de eerste echte Autobahn tussen Frankfurt en Darmstadt 1937 - Openstelling van de eerste Nederlandse autosnelweg tussen Voorburg en Zoetermeer, tevens de eerste snelweg ter wereld met een vluchtstrook.
Geen van deze snelwegen voor 1935 was echter een snelweg in de zin zoals we die nu kennen: een weg met gescheiden rijbanen, ongelijkvloerse kruisingen en aansluitingen, waarop alleen motorvoertuigen zijn toegestaan.
De AVUS had destijds geen verkeersfunctie, maar was een circuit. De Italiaanse autostrada's waren weliswaar alleen voor gemotoriseerd verkeer toegankelijk, maar hadden geen rijbaanscheiding (daarentegen wél op veel plaatsen gelijkvloerse kruispunten). De snelweg tussen Keulen en Bonn had ook geen scheiding tussen de rijrichtingen; die is pas veel later aangebracht.
De HaFraBa, een organisatie die tot doel had om in Duitsland een hoogwaardig wegennet aan te leggen, beginnende met de weg HAmburg-FRAnkfurt-BAsel, had begin jaren dertig zeer veel pionierswerk verricht en tracés opgemeten. Nadat de NSDAP in 1933 in Duitsland aan de macht was gekomen, sloeg de partij als een blad aan een boom om voor wat betreft de houding tegenover autosnelwegen. Was men voor de machtswisseling nog fel tegen de aanleg van snelwegen, plotseling zag men de propagandistische waarde in van de snelweg als object om de werkloosheid te bestrijden en om de nationale verbondenheid te vergroten, alsmede om de wereld de "zegeningen" van het Derde Rijk te kunnen tonen. De HaFraBa werd vervolgens geïncorporeerd in de organisatie die onder leiding van Dr. Fritz Todt de aanleg van zeer veel Autobahnen zou gaan verzorgen. Mede door het voorwerk dat al was verricht, was men in 1935, amper twee jaar na de machtswisseling, in staat om de eerste echte Autobahn tussen Frankfurt en Darmstadt open te stellen. Hoewel Hitler de Autobahn dus niet bedacht heeft, heeft hij hem omarmd en politiek en propagandistisch uitgebuit. Daarmee begon ook de mythe van de "Strasse des Führers".
Kenmerken thumb|Standaardindeling, zie gekleurde strepen en letters bovenaan
A zijberm B ventweg C tussenberm D vluchtstrook, uitrijstrook. Een vluchtstrook is geen rijstrook. E rijstrook F plusstrook G redresseerstrook H middenberm J vluchtstrook, invoegstrook K fietspad. Een fietspad is geen rijstrook of rijbaan Een autosnelweg heeft minimaal vier rijstroken (twee rijstroken per richting, dus iedere richting 1 rijbaan) en twee (vlucht/pech-)stroken die normaliter niet gebruikt mogen worden. De twee rijrichtingen zijn van elkaar gescheiden door een middenberm.
Bij snelwegen met meer dan vier rijstroken per richting wordt de afwatering van de autosnelweg door de brede rijbaan bemoeilijkt (gevaar voor aquaplaning), vooral bij op- en afritten.
Nederland kent meerdere rijkswegen die vierstrooks zijn: de A2 tussen knooppunt Everdingen en knooppunt Deil, de A4 tussen knooppunt Badhoevedorp en knooppunt Burgerveen (tussen Hoofddorp en Burgerveen zelfs vijfstrooks), de A12 van De Meern tot knooppunt Gouwe bij Gouda en delen van de A16. De A1 bij Amersfoort. De A2 tussen Amsterdam en Utrecht, en de A1 tussen Diemen en Muiderberg zijn vijfstrooks.
Rijstrookbreedte De rijstrookbreedte is op autosnelwegen in principe 3,50 meter. Rondom de grote steden komen ook autosnelwegen voor met een rijstrookbreedte van 3,25 meter, de zogenaamde stadsautosnelwegen. De A9 (Gaasperdammerweg) was hiervan een voorbeeld, maar is in 2005 verbreed. Voorts zijn er autosnelwegen die om historische redenen wat smallere rijstroken hebben, zo was de rijstrookbreedte op de A2 Utrecht-Amsterdam voor de verbreding 3,20 m. Op sommige autosnelwegen in Nederland zijn de rijstroken smaller gemaakt, opdat er ruimte is voor een extra rijstrook. Dit wordt een plusstrook genoemd. Kenmerkend is dat er bij plusstroken ook een vluchtstrook beschikbaar blijft. De eerste plusstrook werd geopend op 22 november 1999 op de A27 tussen Houten en knooppunt Everdingen.
Regelgeving Motorvoertuigen die geen 60 km/h mogen of kunnen rijden zijn in Nederland niet toegelaten tot de autosnelweg. In België is dit . Een weggebruiker dient ook op een autosnelweg zo veel mogelijk rechts te houden, zodat medeweggebruikers de mogelijkheid wordt geboden tot links passeren. Rechts passeren is in principe verboden, behalve bij file-rijden of wanneer men zich rechts van een blokkenlijn bevindt. Voorrangsborden en borden voor verplichte rijrichting zoekt men tevergeefs bij de toeritten van een Nederlandse autosnelweg; dit is inherent aan de regelgeving van dit wegtype. In België komen deze borden wel voor. Keren en achteruitrijden zijn streng verboden en worden beboet met hoge boetes, terwijl spookrijders in principe kunnen rekenen op een dagvaarding.
Toerit en afrit Met een toerit of invoeging (Vlaanderen: oprit) is het mogelijk om op de snelweg te komen en met een afrit of uitvoeging is het mogelijk een autosnelweg weer te verlaten. Het geheel van toeritten en afritten wordt aansluiting genoemd. In Nederland liggen er aansluitingen om de 4 à 5 kilometer. Als de invoegstrook van de toerit wordt doorgetrokken naar de uitvoegstrook van de volgende afrit dan noemt men dat een weefstrook of weefvak. Bij een klaverblad is er altijd sprake van een weefvak. Deze liggen meestal in een rangeerbaan. Knooppunten worden in Vlaanderen meestal verkeerswisselaars genoemd.
Het in- en uitvoegen wordt volgens de wet als een bijzondere manoeuvre gezien en daarbij moet men het overige verkeer voor laten gaan. Vaak gaat het overige verkeer, mits dat kan en mag, een strook naar links om ruimte te maken voor het in te voegen voertuig, maar dit is niet verplicht.
Verkanting thumb|Verkanting van de rijbaan in een recht stuk weg (boven) en in een bocht naar links (onder)
De verkanting van een rijbaan is een helling die in dwarsrichting wordt ingebouwd om een goede afwatering te waarborgen en om bochten veiliger en comfortabeler berijdbaar te maken. Op een recht stuk weg gebeurt dit meestal in een dakprofiel onder een helling van 2 à 2,5%, waardoor beide rijbanen naar de zijbermen afwateren. In bochten wordt vaak een lessenaarsprofiel toegepast, waarbij een verkanting, een dwarshelling tot 6% wordt toegepast.
Speciale rijstroken Busstrook In Vlaanderen kennen bepaalde autosnelwegen zoals de E34 (A21), E313 (A13), E19 (A1) speciale rijstroken voor autobussen. Deze speciale rijstrook (de vroegere pechstrook) mag door autobussen gebruikt worden wanneer er file is. De maximumsnelheid op deze speciale rijstrook is Ook op enkele Nederlandse snelwegen mogen lijndiensten bij file gebruikmaken van de vluchtstrook.
Spits- en plusstrook Om de verkeersdruk in Nederland en België te verminderen, worden sommige vluchtstroken in de spits dynamisch opengesteld voor het verkeer. Dit wordt een spitsstrook genoemd. De eerste spitsstrook, op de A28 tussen Den Dolder en De Uithof, werd in 1996 geopend.
Elke 500 tot 1000 meter zijn pechhavens aangelegd die de functie van vluchtstrook overnemen. Omdat er in Nederland steeds meer spitsstroken komen, was het Ministerie van Verkeer en Waterstaat voornemens om per 1 januari 2005 de hulpdiensten niet meer via de vluchtstrook te laten passeren, maar tussen het andere verkeer door. Omdat hiertegen door een aantal hulpdiensten in tweede instantie bezwaar is gemaakt en het in principe mogelijk blijft de spitsstroken te sluiten bij pechgevallen, ongevallen en calamiteiten geldt dat het 'middendoor rijden' alleen wordt toegepast als het verkeer niet (meer) van de spitsstrook af kan (bijvoorbeeld bij stilstaande file).
Een alternatief voor de spitsstrook is de plusstrook. Hierbij worden de rijstroken versmald, zodat een extra rijstrook beschikbaar komt, maar er toch ruimte blijft voor een vluchtstrook. De meest linkse rijstrook wordt alleen opengesteld in de spitsuren, waarbij voor alle rijstroken de maximumsnelheid wordt verlaagd.
Noodstopstrook thumb|Noodstopstrook, A7, Duitsland Op sterke afdalingen worden soms noodstopstroken aangelegd. Dit zijn stukken weg aan de rechterkant van de weg die eindigen in een grote zandbak. Hierdoor kunnen auto's die niet meer kunnen remmen toch op een veilige manier tot stilstand komen.
Wissel- of doelgroepstrook Een wisselstrook is een strook in het midden van de autosnelweg, tussen beide rijrichtingen in, die alleen in de spits gebruikt wordt door de automobilisten uit de drukste rijrichting (gelegen op de A1). Voorheen was de bedoeling om deze strook alleen toegankelijk te maken voor carpoolers, dit experiment faalde echter. In delen van de Ring Rotterdam zijn doelgroepstroken voor autobussen en vrachtwagens beschikbaar.
Bufferstrook