De Santissimo Nome di Gesù (kortweg Chiesa del Gesù of il Gesù) is een kerk in Rome, gewijd aan De Allerheiligste Naam van Jezus. De bouw werd aangevat in 1568 door de architect Vignola en na hem voortgezet door Della Porta. De Gesù is sinds haar inwijding in 1584 de "moederkerk" van de Orde der jezuïeten. Ze stond model voor talloze kerken uit de periode van de contrareformatie en de barok, in Italië en daarbuiten. De stijl wordt soms de "Jezuïetenstijl" genoemd, verwijzend naar de religieuze orde die dit prototype heeft laten oprichten.

De stichting thumb|Embleem van de jezuïetenorde op de gevel van de Gesù De kerk is zeer nauw verbonden met de Orde der Jezuïeten. De stichter ervan, de Bask Ignatius van Loyola (in het Baskisch Ignazio Loiolakoa) vestigde zich in 1537-1538 met een tiental volgelingen in Rome in de rione (wijk) Pigna, meer bepaald vlak naast de plaats waar thans de Gesù staat. In 1540 werd deze compagnie door paus Paulus III, geboren Alessandro Farnese, erkend als religieuze orde. In datzelfde jaar kreeg ze haar eerste kerk toevertrouwd, nl. de kleine Santa Maria della Strada.Dit kerkje bevond zich nabij de woning van de jezuïeten, maar werd later afgebroken om plaats te bieden voor de Gesù.

Reeds vanaf 1550 maakten de jezuïeten plannen om in die omgeving een grotere kerk te bouwen die ze zouden wijden aan de Allerheiligste Naam van Jezus, in het Italiaans: Santissimo Nome di Gesù.Spreek uit: [dzjesoe] met de klemtoon op de tweede lettergreep. Verschillende architectenVóór Michelangelo Buonarroti hadden ook al Giovanni di Bartolomeo Lippi en Nanni di Baccio Bigio een ontwerp gemaakt. waaronder Michelangelo hebben hiervoor plannen ontworpen, maar de eerstesteenlegging in 1550 en een volgende stichtingsceremonie in 1554 resulteerden niet in een realisatie van die ontwerpen.Niet alleen ontbrak het nodige geld, maar ook botste de inplanting van de kerk in het stadsweefsel volgens de eerste plannen op verzet van de eigenaars van de omliggende percelen, o.a. de familie Altieri.

In 1556 overleed Ignatius van Loyola, maar zijn opvolgers als generaal-overste van deze orde zetten de onderneming door en verkregen dat hun kerk zou worden bekostigd door kardinaal Alessandro Farnese, de kleinzoon en naamgenoot van paus Paulus III.

Daardoor kon de bouw van de nieuwe kerk in 1568 voor de derde maal worden aangevat. De belangrijkste architect was Jacopo Barozzi bijgenaamd Vignola tot deze zich in 1571 terugtrok, en werd opgevolgd door Giacomo della Porta (leerling van Michelangelo) die de gevel heeft ontworpen. In 1584 werd de kerk ingewijd.

De gevel thumb|Schets van de gevel door Girolamo Francino (1588).|alt= Voor de voorgevel koos men het eerder sobere ontwerp van Giacomo della Porta boven dat van de eerste architect Vignola. In vergelijking met de renaissancestijl gaf Della Porta aan de gevel een veel grotere driediemensionaliteit, waarmee hij de overgang maakte van de stijl van de renaissance naar die van de barok.

De gevel is opgetrokken in travertijn. De "eerste orde" (het onderste niveau van de gevel) is geritmeerd door tweemaal twee paren vierkante pilasters en centraal tweemaal een ronde halfzuil en een vierkante pilaster. Deze zuilen en pilasters verwekken een zeker diepte-effect doordat ze lichtjes vooruitspringen uit de gevel. Tussen de hoofdingang en het dubbele timpaan erboven is het het embleem van de jezuïeten te zien: de letters IHSDe letters IHS staan voor de Latijnse woorden Iesus Hominum Salvator, Jezus de verlosser der mensen. Het letterteken H staat in het Grieks voor de klank [è], zodat de letters IHS ook kunnen worden gezien als de aanvang van Jezus' naam in het Grieks: Ιησοῦς. als Christusmonogram, geplaatst tussen het kruis en de spijkers. In de nissen boven de twee zijingangen staan de standbeelden van de stichters van de orde opgesteld: links Ignatius van Loyola, rechts Franciscus Xaverius.Deze twee standbeelden dateren uit de 17e eeuw.

De breedte van de "tweede orde" correspondeert aan die van het schip van de kerk (zonder de zijkapellen), en laat de halfzuilen en de dubbele pilasters van de eerste orde doorlopen (typisch voor het maniërisme) en herhaalt ook de nissen die hier leeg zijn gebleven. De eerste en de tweede orde worden ook nog verbonden door omgekeerde volutenVoor de toepassing van voluten als verbinding tussen de eerste en de tweede orde heeft della Porta zich geïnspireerd op L.B. Alberti's Santa Maria Novella te Firenze uit 1456. - een architectonisch element dat nog vaak zou worden herhaald in de barok. Bovenaan wordt de gevel afgesloten door een driehoekig fronton.

De gevel zegt duidelijk wie de kerk heeft gefinancierd: op de architraaf tussen de eerste en de tweede orde prijkt de tekst "Alexander cardinalis Farnesius S[anctae] R[omanae] E[cclesiae] vice can[cellarius] fec[it] MDLXXV".Vertaling: Kardinaal Alexander Farnese, vicekanselier van de Heilige Roomse Kerk, heeft [dit gebouw] laten oprichten in 1575.1575 is het jaar waarin de gevel was afgewerkt. Ook binnen in de kerk is het wapenschild van de familie Farnese veelvuldig te zien.

Grondplan thumb|Zicht vanuit het schip. De kerk heeft de vorm van een Latijns kruis. Terwijl de meeste kerkgebouwen in romaanse, gotische of renaissancestijl naast het middenschip twee smallere zijschepen hebben, heeft de Gesù slechts één enkel schip met tongewelf. Daarmee geeft ze gevolg aan het streven van de Contrareformatie om, overeenkomstig de besluiten van het Concilie van Trente, alle aanwezige gelovigen zo nauw mogelijk te betrekken bij de eucharistieviering zonder een deel van hen achter een zuilenrij af te scheiden van de lezenaar en het altaar. De tonvorm van het gewelf draagt bij tot de goede akoestiek: ook die moest de aanwezigen nauwer bij de woorden en de muziek betrekken. Aan beide zijden geven drie vierkante en een ronde zijkapel uit op het middenschip.

Vignola heeft de eenheid van ruimte nog versterkt door de dwarsbeuken opmerkelijk kort te houden. Ze worden volledig ingenomen door de grafkapellen voor de stichters van de jezuïetenorde: rechts Franciscus Xaverius en links Ignatius van Loyola. Op de viering is een koepel geplaatst die rust op een tamboer. Het hoogaltaar is opgesteld in de apsis, die aan weerszijden wordt geflankeerd door een kleine ronde kapel.

De decoratie van de kerk thumb|Kalot van de apsis, en Christusmonogram boven het hoofdaltaar.|alt=

Aanvankelijk was de kerk sober gedecoreerd. Maar in de tweede helft van de 17e eeuw besloten de jezuïeten om kunst te gebruiken om de triomfen van de katholieke kerk en van hun orde te illustreren, en werd de kerk gedecoreerd in de toen heersende barokstijl. Goud, veelkleurig marmer, ornamenten in stucwerk, schilderijen en fresco's vol beweging voeren de boventoon in de kerk.

De meeste schilderijen en fresco's zijn van de hand van de schilder Giovanni Battista Gaulli bijgenaamd il Baciccio of Baciccia. In de periode 1672-1685 beschilderde hij in deze kerk o.a. het tongewelf, de koepel, de kalotDe kalot of bolkap is het bovenste gedeelte van een koepelgewelf. van de apsis en het gewelf van de kapel van Sint Ignatius.

In 1773 werd de jezuïetenorde opgeheven door paus Clemens XIV, waarna talrijke kerkschatten verdwenen. In 1814 werd de jezuïetenorde hersteld door paus Pius VII en werd de kerk opnieuw aan hen overgedragen. De decoratiewerken werden verdergezet in de tweede helft van de 19e eeuw, en betreffen dan vooral de apsisschildering, het hoogaltaar en de marmervloer van het schip.

De voornaamste kunstwerken in de kerk Het schip van de kerk De vloer van het enige schip is geplaveid met marmersoorten van verschillende kleuren. De zijkapellen geven rechtstreeks uit op het schip. Hun ingangen zijn gescheiden door dubbele goudkleurige pilasters bekroond met composietkapitelen. Daarboven lopen over de hele lengte van het schip een architraaf met goudkleurige festoenen, en een witmarmeren kroonlijst.

Het gewelf thumb|Het gewelf van het schip. Op de beelden en het fresco na is het tongewelf bijna volledig goudkleurig. Aan weerszijden is het onderaan onderbroken door vier hoge vensters. Elk raam is omgeven door beelden van heiligen en engelen in stucwerk. Onder de ramen loopt een fries door waarop, eveneens in stucwerk, musicerende en dansende putti zijn afgebeeld. Alle stucwerk op het tongewelf is ontworpen door Baciccio, die ook het fresco in het centrum van het tongewelf heeft uitgevoerd en daarmee een eenheid van beeldhouwkunst en schilderkunst wist tot stand te brengen.

Omgeven door een sierlijke vergulde kroonlijst beeldt het fresco van Baciccio de Glorie van de Naam van Jezus uit.Deze voorstelling is een picturale weergave van een passage uit Paulus' tweede brief aan de Christenen van Filippi (2:9-11): "Daarom heeft God hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen is, opdat bij het noemen van zijn naam zich ieder een knie zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader:Jezus Christus is de Heer." (Willebrordvertaling 1975). Centraal staat het Christusmonogram (de letters IHS) in stralend licht, omgeven door engelen en talrijke heiligen. Door de uitstraling van zijn naam worden (onderaan op het fresco, aan de zijde van de koepel) de gebreken en ondeugden naar de hel verdreven: wellust, gulzigheid, woede, gierigheid, afgunst, laksheid, ketterij enz.Verdere toelichtingen op de website van de kerk. Een aantal figuren zijn geschilderd op panelen aan de zijkanten en de onderkant van de kroonlijst, waardoor de hemelse scène nog sterker wordt verbonden met het kerkgebouw op aarde.

Dit fresco wordt gezien als het absolute meesterwerk van Baciccio. Vooral het perspectiefeffect is uitzonderlijk. Dit kan het beste worden waargenomen vanop de plaats in het schip waar thans een spiegel staat opgesteld, gericht naar de zoldering.

De zijkapellen Kapellen aan de rechterzijde van het schip thumb|De Andreaskapel. thumb|De Passiekapel. Aan de rechterzijde, te beginnen van achteraan in de kerk, bevinden zich de volgende kapellen:

De kapel van Sint Andreas. Het martelaarschap van deze heilige is afgebeeld op het altaarschilderij. Deze kapel staat op de locatie waar voorheen de kleine kerk Sant'Andrea della Strada had gestaan, die evenals de Santa Maria della Strada werd afgebroken om plaats te bieden voor de bouw van de Gesù. De Passiekapel, waar fresco's en schilderijen het lijdensverhaal van Christus voorstellen. Een medaillon aan de linker zijmuur herdenkt de Nederlandse priester Jan Roothaan, generaal-overste van de jezuïeten van 1829 tot 1853, die hier begraven ligt. De kapel der engelen, genoemd naar de vele grotere en kleinere beelden van engelen en putti. Werken van Federico Zuccari. Vier marmeren panelen met sierlijke reliëfs (festoenen) zijn afkomstig uit de thermen van keizer Titus. De vierde, ronde ruimte doet dienst als vestibule van de sacristie die naast de kerk ligt (achter de rechter dwarsbeuk).

Kapellen aan de linkerzijde van het schip Aan de linkerzijde, eveneens van achteraan te beginnen:

De kapel van de heilige Francesco Borgia, die is afgebeeld op het altaarschilderij. Oorspronkelijk was ze gewijd aan de apostelen, wat nog blijkt uit de muurschilderingen. De tweede kapel is gewijd aan de Heilige Familie. De derde kapel, rijkelijk bekleed met marmer en stucwerk, is gewijd aan de Heilige Drievuldigheid. De vierde, ronde kapel gewijd aan het Heilig Kruis.

De dwarsbeuken Rechter dwarsbeuk: de kapel van Franciscus Xaverius thumb|Kapel van Franciscus Xaverius. In de rechter dwarsbeuk bevindt zich de kapel gewijd aan Franciscus Xaverius, die een van de eerste volgelingen was van Ignatius van Loyola en in belangrijke rol heeft gespeeld bij de stichting van de jezuïetenorde. Samen met Ignatius werd hij heilig verklaard in 1622.