Diego da Silva Costa (Lagarto, 7 oktober 1988) is een Spaans-BraziliaansBrazilian-born Atletico Madrid striker Diego Costa opts for Spain ahead of World Cup The Daily Telegraph, 30 oktober 2013. Gearchiveerd op 26 september 2021. voetballer die doorgaans als spits uitkomt. Diego Costa debuteerde in 2014 als international in het Spaans voetbalelftal.
Clubcarrière Jeugd Costa werd geboren in Lagarto en door zijn ouders vernoemd naar Argentijns voetballer Diego Maradona, ondanks de rivaliteit tussen beide voetballanden. Zijn oudere broer heet Jair, vernoemd naar Jairzinho. Hij was fan van Palmeiras. Diego Costa voetbalde tot zijn zestiende op straat in São Paulo, waar hij in een winkel van zijn oom ging werken. Hij had connecties in het voetbal en raadde zijn neef aan bij Barcelona Esportivo Capela. Het was zijn eerste club in het voetbal, waar hij zo'n £100 per maand verdiende. In het onder 18-Taça de São Paulo toernooi viel hij op bij Portugees zaakwaarnemer Jorge Mendes.
SC Braga De bekende zaakwaarnemer hielp hem in de winter van 2006 aan een contract bij SC Braga. Daar had hij in eerste instantie te kampen met eenzaamheid en het relatieve koude weer van Noord-Portugal. Hij speelde de eerste helft van het seizoen 2006/07 op huurbasis voor Penafiel, waar hij vijf keer scoorde in dertien wedstrijden. In december 2006 werd hij voor anderhalf miljoen euro verkocht aan Atlético Madrid. Hij werd voor de rest van het seizoen terug uitgeleend aan Braga. Daar maakte hij op 27 januari 2007 tegen Paços de Ferreira zijn debuut voor de club. Op 22 februari maakte hij zijn debuut in de UEFA Cup tegen Parma, waarin hij de enige treffer van de wedstrijd maakte. Daarmee scoorde hij zijn eerste doelpunt voor de club. Hij speelde in totaal negen maal voor Braga, waarin hij eenmaal scoorde.
Celta de Vigo In de eerste twee seizoenen dat hij onder contract stond bij Atlético Madrid, werd hij tweemaal verhuurd. Eerst aan Celta de Vigo, waar hij getraind werd door oud-wereldspits Christo Stoitsjkov. In zijn zevende competitiewedstrijd scoorde hij zijn eerste doelpunt voor de club tegen Xerez. Vervolgens creëerde hij een opstootje door te gaan showboaten, waarna hij met een tweede gele kaart van het veld werd gestuurd. Twee maanden later raakte hij opnieuw beland in twee opstootjes. Tegen Málaga raakte hij verdediger Weligton Oliveira in het gezicht, waardoor hij hechtingen nodig had. Een week later werd hij met twee gele kaarten, voor een schwalbe en kritiek op de leiding, voor de tweede keer dat seizoen van het veld gestuurd. Bij Celta vormde hij lange tijd een goed duo met Quincy Owusu-Abeyie. Richting het einde van het seizoen werd Costa voor de derde keer dat seizoen met rood van het veld gestuurd, dit keer al in de eerste helft. Bij Celta kwam hij tot zes goals in 31 wedstrijden.
Albacete Hoewel hij met zijn temperament al een slechte reputatie had opgebouwd, genoot Costa die zomer de interesse van Salamanca, Gimnàstic de Tarragona en Málaga. Trainer García Pitarch ging voor die laatste optie liggen, omdat hij bang was voor het gedrag van Costa op de Costa del Sol. Op 22 augustus werd hij voor de rest van het seizoen verhuurd aan Albacete, eveneens uitkomend in de Segunda División. Negen dagen later debuteerde hij tegen Sevilla Atlético met zijn eerste doelpunt voor de club. Costa stond bij Albacete bekend om zijn wangedrag op en naast het veld. Hij werd tegen CD Tenerife van het veld gestuurd doordat hij de moeder van de scheidsrechter beledigde en ruziemaakte met zijn tegenstanders. Hij haalde practical jokes uit bij zijn teamgenoten, die hem 'die fucking Braziliaan' noemde. Ondanks alles was hij een belangrijke speler in het voorkomen van degradatie, door negen goals te scoren in de competitie.
Real Valladolid In de zomer van 2009 toonde FC Barcelona interesse voor de spits, die in het tweede elftal zou spelen, maar dat bod wees Atlético af. Op 8 juli 2009 werd hij verkocht aan Real Valladolid, dat uitkwam in de Primera División. Doelman Sergio Asenjo bewandelde in die deal de omgekeerde weg. Atlético nam wel een terugkoopclausule van één miljoen euro op in het contract. Achteraf bleek dat er een mondelinge overeenkomst tussen Costa en trainer was dat hij sowieso na het seizoen weer terug zou keren, maar dat de deal permanent moest lijken, zodat Costa zich meer zou inzetten voor Real Valladolid. Hij maakte op 13 september tegen Valencia zijn debuut voor zijn nieuwe club. Tien dagen later scoorde hij tegen Osasuna zijn eerste doelpunt voor Real Valladolid. Hij scoorde zes keer in zijn eerste twaalf wedstrijden, maar scoorde daarna nog slechts één keer in bijna zes maanden. Wel pakte hij dat seizoen opnieuw een rode kaart, al zijn zesde in zijn op dat moment nog prille carrière. In zijn eerste seizoen op het hoogste Spaanse niveau kwam hij tot acht goals en zes assists in 34 competitiewedstrijden. Vervolgens keerde Costa terug bij Atlético.
Atlético Madrid Bij Atlético moest hij gaan concurreren met spitsen van formaat Sergio Agüero en Diego Forlán. Op 30 augustus 2010 maakte Costa tegen Sporting de Gijón met een assist eigenlijk zijn debuut voor de club. Op 26 september scoorde hij tegen Real Zaragoza de enige treffer van de wedstrijd, waarmee hij zijn eerste goal voor de club scoorde. Op 21 oktober scoorde hij tegen Rosenborg BK zijn eerste doelpunt in de Europa League. Op 3 april 2011 maakte hij tegen Osasuna zijn eerste hattrick in zijn carrière, waardoor Atlético de wedstrijd met 3-2 won. In alle competities kwam hij tot acht goals en vijf assists dat seizoen.
In juli 2011 scheurde Costa in de voorbereiding op het nieuwe seizoen zijn kruisband, waardoor hij de eerste seizoenshelft volledig miste. Daardoor werd ook een transfer naar Beşiktaş, waar hij al een medische keuring had gedaan. Op 23 januari 2012 werd hij voor de rest van het seizoen verhuurd aan Rayo Vallecano. Op 5 februari maakte hij met een doelpunt zijn debuut voor Rayo Vallecano tegen Real Zaragoza. Het was zijn eerste wedstrijd in negen maanden. In totaal scoorde hij liefst tien keer in zestien wedstrijden.
In het seizoen 2012/13 kreeg hij zijn kans bij Atlético Madrid, waar hij vaker samen met Falcao ging spelen: hij speelde niet alleen in de spits, maar ook als rechts- en linksbuiten. Hij was belangrijk voor Atlético voor goals en assists, maar raakte in december toch opnieuw in diverse opstootjes. In de Madrileense derby tegen Real Madrid spuugde hij naar Sergio Ramos, waar hij niet voor werd bestraft. In de volgende Europa League-wedstrijd tegen Viktoria Plzen kreeg hij echter wel direct rood na een kopstoot naar David Limberský. Hij werd voor vier wedstrijden geschorst door de UEFA. Toch viel hij ook positief op: hij kwam tot twintig goals en dertien assists in 44 wedstrijden. Daar zaten ook acht goals in acht Copa del Rey-wedstrijden tussen, waaronder in de finale tegen Real Madrid, die na verlenging met 2-1 gewonnen werd.
In het seizoen 2013/14 werd Costa na het vertrek van Radamel Falcao belangrijker voor Atletíco en ondanks de komst van mede-aanvaller David Villa wist hij in de eerste tien competitiewedstrijden al elfmaal te scoren. Op 22 oktober scoorde hij in zijn Champions League-debuut tweemaal tegen Austria Wien. Na in acht duels acht doelpunten gemaakt te hebben, stond Costa in de finale (4–1 verlies) van de Champions League tegen Real Madrid in de basis. Door een blessure moest hij zich in de negende minuut door Adrián laten vervangen.Wedstrijdgegevens op soccerway.com Het was wel het productiefste seizoen uit zijn carrière. Hij scoorde 36 goals in 52 wedstrijden, mede door een ijzersterke eerste seizoenshelft: hij scoorde negentien keer in zijn eerste zeventien competitiewedstrijden. Dat seizoen won Atlético voor het eerst sinds 1996 de Spaanse competitie en eindigde Costa als derde op de topscorerslijst, achter Cristiano Ronaldo en Lionel Messi.
Chelsea Op 1 juli 2014 betaalde Chelsea de uitkoopclausule van £32 miljoen aan Atlético Madrid. Op 15 juli tekende hij voor vijf seizoenen bij Chelsea, dat hem een salaris van £150.000 aanbood. Hij nam het rugnummer 19 over van Demba Ba, hetzelfde rugnummer dat hij droeg voor Atlético en voor Spanje op het WK 2014. Op 18 augustus maakte hij zijn debuut voor Chelsea tegen Burnley (3-1 winst), waarin hij direct zijn eerste doelpunt maakte. Met vier goals in vier wedstrijden, werd hij uitgeroepen tot Premier League Player of the Month voor augustus. In zijn vierde wedstrijd scoorde hij tegen Swansea City zijn eerste hattrick, waarmee hij zeven keer had gescoord in zijn eerste vier wedstrijden. Daarmee had hij het record van meeste goals in zijn eerste vier Premier League-wedstrijden. Dat nam hij over van Sergio Agüero (zes goals). In januari 2015 werd Costa voor drie wedstrijden geschorst voor natrappen bij Emre Can in de EFL Cup-halve finale tegen Liverpool. Op 1 maart scoorde Costa in de finale van de EFL Cup tegen Tottenham Hotspur, dat met 2-0 verslagen werd. Hij werd verkozen tot een van de twee spitsen in het PFA Team of the Year, naast Harry Kane. Vijf van zijn ploeggenoten stonden ook in dat team. Dat seizoen werd Chelsea kampioen van de Premier League, waarin Costa met twintig goals in 26 wedstrijden een groot aandeel had.
In zijn tweede seizoen won Chelsea geen prijzen, maar kwam Costa wel tot zestien goals en tien assists in alle competities. Toch was hij opnieuw betrokken bij de nodige incidenten. In een 2-0 overwinning op rivaal Arsenal sloeg hij Laurent Koscielny meerdere keren, waarna Gabriel Paulista met zijn reactie, waar later weinig aan de hand leek, een rode kaart ontving. Arsène Wenger, trainer van de tegenstander, noemde zijn gedrag 'afschuwelijk' en teamgenoot Kurt Zouma reageerde door te zeggen: "Diego houdt ervan om vals te spelen", waarna hij later rectificeerde door te zeggen: "Diego is een speler die graag druk op zijn tegenstander zet. Een paar dagen later werd hij door de FA gestraft met een schorsing van drie wedstrijden.
In november viel Costa opnieuw onsportief, door met zijn schoen de borst van Liverpool-verdediger Martin Škrtel te raken. Hij werd daarvoor niet gestraft. Na het ontslag van José Mourinho en de aanstelling van Guus Hiddink, verbeterde het spel van de Braziliaan, die werd bekritiseerd om zijn slechte vorm. Onder de Nederlandse trainer scoorde hij zeven keer in zijn eerste acht wedstrijden. Op 12 maart 2016 ontving Costa de rode kaart doordat hij in de FA Cup-kwartfinale tegen Everton tegenstander Gareth Barry probeerde te bijten. Op 2 mei was Costa tegen Tottenham Hotspur juist het slachtoffer: Mousa Dembélé stak zijn vingers in zijn ogen en werd voor zes wedstrijden geschorst.
Het seizoen 2016/17 begon Costa uitstekend, met dertien goals en vijf assists in de eerste zeventien speelrondes. Desondanks botste het in januari 2017 tussen Costa en trainer Antonio Conte, waardoor interesse vanuit de Chinese Super League kwam. Op 22 januari keerde hij terug in de basis van Chelsea, waarin hij zijn 52'ste goal scoorde in zijn 100'ste wedstrijd. Hij werd dat seizoen clubtopscorer met 22 goals en won opnieuw de Premier League. Toch werd hem in juni 2017 door Conte verteld dat hij geen deel zou uitmaken van zijn plannen voor het volgende seizoen en dat hij kon uitkijken naar een nieuwe club. In totaal kwam Costa tot 120 wedstrijden voor Chelsea, waarin hij goed was voor 59 goals en 21 assists.
Terug bij Atlético Madrid