thumb|Fenna de Meyier (1915) Fenna de Meyier (Indramajoe, 20 mei 1874 - Wageningen, 12 november 1943) was een Nederlands schrijfster en vertaler.

Loopbaan De Meyier was dochter van de ingenieur,Hij was in Nederlands-Indië directeur der burgerlijke openbare werken. Bron: De directeur der B.O.W. De Meyier. De Locomotief, 22 juni 1900 tevens hoofdredacteur van de Indische Gids, Johan Emilius de Meyier (1848-1913) en Constante Aletta Lamberta van Koetsveld (1849-1880). Ze volgde de HBS in Nederlands-Indië, waar zij ook het onderwijzersexamen en de hulpacte Frans behaalde. Zij ging in 1901 naar Nederland en verkreeg op 10 december 1904 de lesbevoegdheid middelbaar Frans A.Examen Franse acte A. Tilburgse Courant, 12 december 1904 Zij gaf vervolgens les op een Haagse meisjesschool en behaalde in 1911 de acte middelbaar Frans B. Vanaf 1914 tot 1916 was zij werkzaam aan een school in Rotterdam en vervolgens gevestigd als privaatdocent Franse taal- en letterkunde. Vanaf 1912 gaf zij diverse cursussen in onder meer 's-Gravenhage, Hilversum en Amsterdam. In deze cursussen behandelde zij aanvankelijk alleen de Franse literatuur, maar later ook de parallellen tussen deze literatuur en de Nederlandse, Engelse en Duitse literatuur.

De Meyier debuteerde in 1897 als schrijfster met haar werk Onbegrepen ziel en in 1903 verscheen van haar hand de bundel Tropische bloemen, een verzameling van Indische schetsen, geschreven voor de Indische Gids. Haar Indische roman Schijn (1902) werd door een recensent geprezen om de frisheid en zeggingskracht.

Zij werd in 1905 lid en in 1918 bestuurslid (tot 1920) van de Vereeniging voor Letterkundigen. In 1918 werd De Meyier gekozen tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, waarvan zij van 1928 tot 1932 bestuurslid was; van 1926 tot 1931 had zij zitting in de Commissie voor Schone Letteren, die het toekennen van literaire prijzen tot taak had. Tijdens de oprichtingsbijeenkomst, op 17 december 1928, werd zij gekozen tot bestuurslid van het Louis Couperus Genootschap. Verder was zij onder meer medeoprichtster van de Haagse afdeling van Nederland-Frankrijk. Vanaf 1930 nam ze deel aan de bijeenkomsten die door de filosoof Paul Desjardins in de abdij van Pontigny geleid werden, en waar zij de Franse schrijver Roger Martin du Gard ontmoette, met wie zij later een correspondentie voerde.

Zij woonde vanaf april 1910 samen met haar zus Maria Adriana de Meyier (1873-1964) in de Dunklerstraat in Den Haag. In januari 1943 werden zij geëvacueerd naar Wageningen, waar zij aan de Lawickse Allee onderdak vonden.Gemeentearchief Wageningen, Secretariearchief inv.nrs. 3907-3909. Fenna de Meyier overleed daar op 12 november van dat jaar.

Bibliografie 1897. Onbegrepen ziel 1902. Schijn 1903. Tropische bloemen (Indische schetsen) 1905. Ik worstel en kom boven 1906. Wilde vogel 1910. Onder de Indische zon (Indische schetsen) 1913. Het geluk van Thea Wencke 1917. Zonnebloem 1921. Zondaresje, Wereldbibliotheek 1923. De Zuivere Bron 1927. Vergeefsche Vlucht 1928. De keuze 1929. Timbres poste des Pays bas 1929. De Tovervogel (meisjesboek) 1932. Het was Nina 1934. Magda en haar vader (meisjesboek) 1935. Het leven gaat door 1936. Doolhof

Vertalingen 1916. Samen met B. Stolk: Vertaling van Jean Christophe van Romain Rolland, 3 delen 1919. Vertaling van Pensées van Blaise Pascal 1921. Vertaling van Romain Rolland van Paul Colin 1922. Vertaling van Napoleon door Albert Keim en Louis Lunet 1922. Vertaling van De abdis van Castro door Stendhal 1923. Samen met Dorothée Buys: Vertaling van Hoge Molen van Karl Gjellerup 1924. Vertaling van De gebrekkige met de handen van licht van Édouard Estaunié 1928. Vertaling van De ondergang ener wereld van Claude Anet 1929. Vertaling van Le désert de l'amour (Jeugliefde) van François Mauriac 1930. Vertaling van Het drama van Mayerling van Claude Anet 1931. Vertaling van Het witte schip van Aino Kallas 1938. Vertaling van Leerling-verpleegster van Helen Dore Boylston 1939. Vertaling van Verpleegster van Helen Dore Boylston 1939. Vertaling van Ons geestelijk leven en het hiernamaals van Jacques Chevalier 1940. Vertaling van Wijkverpleegster van Helen Dore Boylston 1941. Vertaling van Plattelandsverpleegster van Helen Dore Boylston

Overig werk (selectie) 1905. Onze Eeuw (december): Idylle 1910. Europa (februari): Uit het leven van Charles Leconte de Lisle 1912. De Tijdspiegel (mei): Leven en poëzie van Joachim du Bellay 1920. Wereldkroniek (februari): Jeugd (schets)

Categorie:Nederlands schrijver