Arius van Tienhoven (Gorinchem, 3 mei 1886 – 8 september 1965) was een Nederlandse arts die bekendheid verwierf door zijn werk als oorlogschirurg in Servië tijdens de Balkanoorlogen en als hoofd van de chirurgische afdeling van het Militair Ziekenhuis te Valjevo tijdens de Eerste Wereldoorlog. Als lid van een internationale onderzoekscommissie nam hij deel aan een onderzoek naar oorlogsmisdaden van het Oostenrijks-Hongaarse leger in Servië.
Jeugd Arius van Tienhoven was een telg uit het geslacht Van Tienhoven en een zoon van Bertus Daniel van Tienhoven (12 september 1856 – 30 maart 1926), civiel ingenieur, en Jeanne Michelinne van de Wetering (20 augustus 1862 – 9 februari 1931). Van Tienhoven doorliep het gymnasium in Den Haag. In zijn vrije uren timmerde hij graag in het tuinhuis van zijn ouders aan de Johan van Oldenbarneveldtlaan; het bankwerken en instrumentmaken zou hem later nog goed van pas komen. Na zijn afstuderen vertrok hij naar Indië maar een ongunstig verlopen operatie, waardoor hij erg verzwakt raakte, bracht hem terug naar Nederland.Nieuwe Rotterdamsche Courant 23-03-1915. Hij studeerde in Amsterdam, waar hij medio maart 1912 tot arts bevorderd werd.Leidsche Courant d.d. 12-03-1912.
Eerste Balkanoorlog (1912) of Turkse oorlog Op 24 oktober 1912 vertrok hij per trein via Wenen naar Belgrado om in dienst te treden van de Rode Kruisdienst van Servië, dat de oorlog had verklaard aan het Ottomaanse Rijk. Twee verplegers zouden hem vergezellen. Omdat het Nederlandse Rode Kruis niet voornemens was een ambulancedienst voor Servië uit te rusten, had een aantal notabelen Van Tienhoven geld ter beschikking gesteld. Het zou zijn gegaan om een bedrag van fl. 3.000.-.Algemeen Handelsblad d.d. 01-11-1912. Hierdoor was een vrij volledige ambulancedienst toch mogelijk.Nieuwsblad van het Noorden d.d. 25-10-1912. Ambulances waren een soort medische hulpteams die particuliere organisaties naar conflicthaarden stuurden wegens een gebrek aan medische zorg voor de strijdende partijen.
Op kosten van de Servische regering werden een verpleger en een verpleegster van de inrichting tot ziekenverpleging "Providentia" te 's-Gravenhage met 'het gehele materieel van die inrichting' aan deze ambulance toegevoegd.Nieuwe Tilburgsche Courant d.d. 29-10-1912. Enkele dagen later vertrokken ook nog drie mensen – twee Leidenaren van het militair hospitaal (W. Dahmen en D. van Vuuren) en een Tilburger – vanuit Nederland naar Belgrado om hun diensten bij Van Tienhoven aan te bieden.Nieuwe Tilburgsche Courant d.d. 31-10-1912. Dankzij onder meer twee lezingen van dr. Cramer in Nederland werd er later nog meer geld opgehaald.Algemeen Handelsblad d.d. 15-11-1912. In Bussum was er een benefietbijeenkomst van het Nederlandse Rode Kruis op 22 november ten behoeve van een röntgenapparaat.De Gooi-en Eemlander d.d. 23-11-1912.
Van Tienhoven richtte een tijdelijk hospitaal in te Belgrado, een van vijftien stuks (later uitgegroeid naar negentien in totaal), in een groot schoolgebouw van een Hogere Burgerschool. Aanvankelijk werd hij slechts bijgestaan door een student en een jonge dokter,Leidsche Courant d.d. 08-11-1912. later gevolgd door dr. De Jong met als assistent een oude Serviër die tevens als tolk optrad.Algemeen Handelsblad d.d. 17-12-1912. Van Tienhoven maakte ook zelf de operatiekamer; de meeste operaties betroffen het verwijderen van kogels uit benen, armen, buiken etc. Er lagen minimaal tweehonderd gewonden in het hospitaal.Ook is sprake van 260 gewonden; zie: Nieuwsblad van Friesland d.d. 06-11-1912. De gewonden waren waarschijnlijk afkomstig van Koemanovo en Prilip, waaronder vele met bevroren voeten. Van Tienhoven kreeg al gauw van alle kanten hulp aangeboden, met name van vrouwen. Eerst verbleef hij een paar dagen in het Grand Hotel, maar een paar dames richtten voor hem een gemeubileerde kamer in met nieuwe meubels in het hospitaal. De gewonden wilden daarentegen zo snel mogelijk het hospitaal verlaten om 'o zoo graag ... een paar Turken [te] willen vermoorden.'Algemeen Handelsblad d.d. 05-11-1912 Later zouden er ook gewonde Turkse patiënten worden opgenomen onder wie een pokkenepidemie uitbrak: zij moesten meteen worden geïsoleerd en weggevoerd naar barakken en het eigen personeel ingeënt.Nieuwsblad van het Noorden d.d. 27-11-1912. Van de kwaliteit van de Nederlandse ambulance werd ook in de buitenlandse pers hoog opgegeven.Middelburgsche Courant d.d. 04-01-1913.
Uitbreiding ambulance (1913) In 1913 werd het personeel verder uitgebreid met onder meer dr. Van Hamel,Middelburgsche Courant d.d. 03-04-1913. tot in totaal tien personen.Dr. A. van Tienhoven; dr. A. van Hamel; de zusters D. Boon, H. Bos, H. de Groote, A. Kürtz, J. Vermaas; de verplegers J. Berendrecht, J. Heuken en C. van der Kolk. Zie: Middelburgsche Courant d.d. 12-04-1913. Na de val van Adrianopel werd Van Tienhoven, samen met Van Hamel, half april door de Servische regering opgedragen een groot hospitaal in te richten voor gewonden. Hiertoe werd de arbeiderskazerne van een grote suikerfabriek op een uur afstand van Belgrado ter beschikking gesteld. Van Tienhoven stelde als voorwaarde personeel (vier verpleegsters en twee verplegers) uit Nederland te mogen laten komen op kosten van het Servische Rode Kruis.
Onderscheidingen Eind mei 1913 keerde hij terug naar Den Haag.Het nieuws van den dag d.d. 29-05-1913. Bij zijn vertrek uit Belgrado kreeg hij twee ordes uitgereikt door de koning van Servië: het ridderkruis vierde klasse van de Orde van Sint-Sava en de orde van het Servische Rode Kruis.Idem; Algemeen Handelsblad d.d. 24-05-1913. Eerst verbleef hij nog enige dagen te Berlijn, alvorens op zaterdagmorgen 31 mei met de trein van 09.57 uur op het station Hollands Spoor te arriveren. Een officiële huldiging werd afgewezen; wel waren er enkele artsen aanwezig.Algemeen Handelsblad d.d. 02-06-1913. Op 8 juni 1914 volgde zijn benoeming tot officier in de Orde van Oranje-Nassau; de verpleegster J.M. de Groote werd tot ridder benoemd.Leidsch Dagblad d.d. 05-06-1914.
Tweede Balkanoorlog (1913) of Bulgaarse oorlog Wegens de uitbraak van nieuwe vijandigheden keerde Van Tienhoven begin juli op verzoek van de Servische regering terug ter voorbereiding van een mogelijke ambulance.Algemeen Handelsblad d.d. 04-07-1913. Hij bevond zich op dat moment in Tarasp (Zwitserland), samen met zijn moeder, om uit te rusten van de inspanningen. Hij seinde onmiddellijk naar zijn broer thuis om zijn moeder op te halen; twee dagen later was hij zelf in Belgrado, waar die avond ook zuster De Groote uit Nederland arriveerde. De volgende ochtend meldde hij zich om acht uur bij de gezondheidsdienst waar hij van de chef kort te horen kreeg wat de bedoeling was. Diezelfde avond was het hospitaal schoongemaakt en ingericht. 's Nachts om twee uur arriveerden de eerste 230 gewonden; de volgende 36 uur zou aan één stuk door hulp worden verleend.Nieuwe Rotterdamsche Courant d.d. 23-03-1915.
De ambulance bestond, behalve hemzelf, uit dr. Van Hamel, twee semiartsen en negen verpleegkundigen.Volgens het Leidsch Dagblad van 4 augustus 1913 werden eerst dr. Koppeschaar en drie pleegzusters naar Belgrado gezonden, gevolgd door de semiartsen H.C.W. Serlé en J. Riedijk en de pleegzusters G. v.d. Zwan, A.J. Schuitemaker en G. Joon. Gelden werden bijeengebracht door zijn vader, dr. C.B. Tilanus jr. en een paar andere heren uit Amsterdam die een zogenaamd 'Balkancomité' hadden gevormd. De werkzaamheden waren gecentreerd in de stad Valjevo; het aantal gewonden liep echter snel terug, waardoor eind september al het vertrek kon worden voorbereid.Leidsche Courant d.d. 01-10-1913. Bij zijn vertrek kreeg de ambulance een groot banket aangeboden in het Grand Hotel, waar Van Tienhoven werd benoemd tot ereburger.Nieuwsblad van Friesland d.d. 04-10-1913. Pas om twee uur 's nachts ging men naar huis; toen om zes uur 's morgens de trein vertrok van het station waren er een massa mensen aanwezig. Onder meer het röntgenapparaat werd achtergelaten.
Ontvangst Begin oktober 1913 keerde hij terug in Nederland, ditmaal met de nodige huldeblijken: eerst op het station in Amsterdam en vervolgens op station Holland Spoor in Den Haag.De Tijd d.d. 04-10-1913; Algemeen Handelsblad d.d. 04-10-1913. Door dr. Cramer werd gememoreerd hoe Van Tienhoven 'de naam Hollander, tot een eerenaam' in Servië had gemaakt. De arts was zelfs een halve Serviër geworden vanwege zijn ereburgerschap van Valjevo. Ook de consul-generaal van Servië, M. Merens (die uit Amsterdam was meegereisd), voerde het woord over hoe o.a. Van Tienhoven zich als eerste had gemeld bij het consulaat. Vanwege zijn snelle initiatief had hij veel kunnen betekenen voor Servië.
Twee dagen later op 6 oktober werd een dejeuner gehouden in hotel 'Central' te Den Haag: de zaal was voor de gelegenheid versierd met bloemen en met kransen, met linten in de Servische kleuren.Leidsch Dagblad d.d. 06-10-1913. Aan de gerechten waren benamingen gegeven toepasselijk op het liefdewerk der ambulanceverpleging. Van Tienhoven sr. werd bij die gelegenheid als 'de ziel der beweging' omschreven.
Later zou Van Tienhoven verklaren dat zijn adagium was: wie in zulke omstandigheden er als eerste is, helpt dubbel. In de moderne oorlogen kwam het erop neer de vijand zo snel mogelijk de eerste klap te verkopen. Het kopen van een instrumentarium was in enkele uren gebeurd. Hoewel het Nederlandse Rode Kruis een uitstekende organisatie was, stond de bureaucratie volgens hem een snelle inzet in de weg. Op de Balkan waren er bovendien ook niet voldoende dokters.
Berlijn (1914) Voor zijn verdere studiën werd hij in Berlijn assistent van chirurg prof. Walther Kausch van het Auguste Victoria Krankenhaus. Begin maart 1914 hield Van Tienhoven een lezing in Berlijn in de vereniging Nederland en Oranje over zijn ervaringen in Servië, voor wiens volk hij inmiddels grote sympathie had opgevat. Naast beelden van het werk van de ambulance, uit de hospitalen en van de gewonden, toonde hij foto's van meer alledaagse zaken, zoals het landschap. De lezing werd daardoor niet zo somber als van tevoren gedacht. Na afloop kreeg hij een ware ovatie van vele in Berlijn gevestigde Serviërs die de lezing ook hadden bijgewoond.Nieuwe Rotterdamsche Courant d.d. 03-03-1914. De Servische zaak en roep om onafhankelijkheid genoot grote populariteit elders in Europa en de wereld, onder meer van de bekende Engelse historicus G.M. Trevelyan.
Van Tienhoven verbleef aldus te Berlijn toen einde juli 1914 de politieke spanning opliep. Bij het Servische gezantschap bood hij alvast zijn assistentie aan. Toen inderdaad bleek dat er dokters nodig waren, telegrafeerde Van Tienhoven meteen zuster De Groote (zijn toekomstige vrouw) die bij beide vorige gelegenheden als operatiezuster met hem was opgetrokken. Tevens seinde hij naar huis voor geld en kocht hij een instrumentarium.
Eerste Wereldoorlog