Raymond Roche (Ollioules, 21 februari 1957) is een voormalig Frans motorcoureur. Zijn bijnaam was "Raymond le rapide". Zijn beste resultaat was de wereldtitel in het wereldkampioenschap superbike van 1990. Carrière 1976 Raymond Roche debuteerde in het wereldkampioenschap wegrace in de 250cc-race van de Franse Grand Prix van 1976. Daar kwam hij in de eerste ronde als tweede door, maar hij kwam ten val en moest de race staken. In de rest van het seizoen verscheen hij niet meer in WK-races. 1977 In het seizoen 1977 startte hij in twee 350cc-Grands Prix, maar beide keren viel hij uit. 1978 In het seizoen 1978 reed hij een tamelijk volledig seizoen, zowel in de 250- als de 350cc-klasse. Als hij de finish haalde scoorde hij altijd punten. Hij sloot het seizoen af als 11e in de 250cc-klasse en als 22e in de 350cc-klasse. 1979 Het seizoen 1979 verliep teleurstellend. Roche reed alleen in de 250cc-klasse, maar haalde slechts één keer de eindstreep: een puntloze 11e plaats. 1980 Voor het seizoen 1980 kocht hij een 500cc-Yamaha TZ 500. In de GP des Nations viel hij uit door motorpech. Vanaf de Franse Grand Prix werd hij opgenomen in het team van de Franse Yamaha-importeur Sonauto, als vervanger van de geblesseerde Christian Sarron. Dat bood hem wat meer financiële ruimte, maar geen betere motorfiets. Roche scoorde alleen een punt in de Finse Grand Prix en sloot het seizoen als 27e af. 1981, eerste wereldtitel (WK Endurance) Ook het WK-seizoen 1981, dit keer met een Suzuki RG 500 Gamma, verliep teleurstellend en hij reed slechts drie GP's, maar Roche werd voor Kawasaki France samen met Jean Lafond met een Kawasaki KR 1000 wereldkampioen Endurance. 1982 Ook in het seizoen 1982 scoorde hij slechts één punt, tijdens de in twee manches verreden TT van Assen. 1983 Voor het seizoen 1983 aasde 250cc-wereldkampioen Jean-Louis Tournadre op een Honda RS 500 R-productieracer van de Franse importeur. Die gaf de machine echter aan Raymond Roche. Het gaf Roche de kans om een volledig seizoen te rijden en ook naar verre GP's te gaan zonder zorgen over de reiskosten. Hij scoorde meteen punten met een zevende plaats in de GP van Zuid-Afrika. Tijdens de Franse Grand Prix passeerde hij zelfs Kenny Roberts, maar viel uit met motorpech. Hij werd zesde in de GP des Nations. Hij werd vijfde in de GP van Duitsland nadat hij rondenlang Honda-fabrieksrijder Takazumi Katayama op de hielen had gezeten. Er volgden enkele DNF's door technische problemen en tijdens de GP van Joegoslavië kreeg hij van de wedstrijdarts een startverbod nadat hij in de trainingen geblesseerd was geraakt. Hij werd negende in de TT van Assen en raakte geblesseerd tijdens de trainingen van de Belgische Grand Prix. Hij sloeg de Britse Grand Prix over om deel te nemen aan de 8 uur van Suzuka. In de Zweedse Grand Prix werd hij achtste. Hij was al het hele seizoen de beste privérijder en handhaafde zich ook in de top tien van het klassement. Dat bracht Honda Racing Corporation ertoe hem tijdens de GP van San Marino de fabrieks-Honda NS 500 van de geblesseerde Katyama te geven. Roche werd er zevende mee en sloot het seizoen als tiende af. 1984 Het seizoen 1984 zou zijn beste in het wereldkampioenschap wegrace worden. Hij startte weer met zijn Honda RS 500 R-productieracer, maar toen Freddie Spencer tijdens de trainingen van de Zuid-Afrikaanse Grand Prix geblesseerd raakte, kreeg Roche van HRC een Honda NS 500-fabrieksblok, omdat ook Takazumi Katayama geblesseerd was. Hij reed de tweede trainingstijd en werd in de race ook tweede. In de GP des Nations reed hij weer met zijn eigen RS 500 R-blok, maar hij werd desondanks derde. Voor de Spaanse Grand Prix kreeg hij opnieuw een fabrieksblok, waarmee hij als derde finishte. In de GP van Oostenrijk werd hij met zijn eigen motorblok zesde. Hij was met zijn tweede plaats in de tussenstand nog steeds veruit de beste Honda-rijder. Nog steeds met het RS 500 R-blok werd hij vijfde in de Duitse Grand Prix. In de training van de Franse Grand Prix reed hij de derde trainingstijd, maar viel in de race uit door motorproblemen. In de tussenstand zakte hij naar de derde plaats. In de GP van Joegoslavië werd hij derde, maar omdat Randy Mamola tweede werd zakte Roche weer een plaats in de tussenstand. Roche werd tweede in de TT van Assen. Omdat Katayama naar Japan afreisde omdat hij nog veel last had van een blessure, kreeg Raymond Roche voor de Grand Prix van België diens fabrieks-Honda NS 500. Hij mocht tijdens de warm-up training zelfs een ronde met Freddie Spencer's viercilinder Honda NSR 500 rijden, maar startte met de NS 500. Hij finishte als derde. Tijdens de trainingen voor de Britse Grand Prix reed Roche met zijn privé-Honda RS 500 R al een snelle tijd, maar hij trainde ook met de fabrieks-Honda NS 500-driecilinder en de Honda NSR 500-viercilinder. Hij kwam op poleposition met de NS 500, ondanks het feit dat hij tijdens de 8 uur van Suzuka een rib gebroken had. In de race viel hij uit door een gebroken kettingtandwiel. Hoewel Takazumi Katayama tijdens de GP van Zweden weer fit was, behield Raymond Roche zijn Honda NS 500. Dat was ook niet vreemd, want hij stond nog steeds op de vierde plaats in het WK. Hij reed de tweede trainingstijd en werd ook tweede in de race. Hij stond nu op een gedeelde derde plaats in het WK, samen met Freddie Spencer. In de afsluitende GP van San Marino werd hij tweede. Omdat Spencer (geblesseerd) niet deelnam sloot Roche het seizoen als derde af. 1985 Voor het seizoen 1985 hoopte Roche op een fabriekscontract met Honda. Dat was ook logisch, want hij was in 1984 als tweede Honda-rijder geëindigd. Dat gebeurde echter niet, maar Giacomo Agostini greep zijn kans en contracteerde Roche en Eddie Lawson voor zijn Yamaha-fabrieksteam. Tijdens de GP van Zuid-Afrika bezweek Roche onder de druk van Randy Mamola (Honda) en viel. In de Spaanse Grand Prix werd hij vijfde maar in de Duitse Grand Prix slechts dertiende en in de GP des Nations zevende. In de GP van Oostenrijk werd hij tiende en in de GP van Joegoslavië zesde. Halverwege het seizoen stond hij met 16 punten op de achtste plaats in de tussenstand, maar teamgenoot Lawson had 74 punten en was tweede. Dat verschil was feitelijk te groot, temeer omdat Christian Sarron met dezelfde motorfiets op de derde plaats stond. Roche viel met motorpech uit in de TT van Assen en werd vijfde in de GP van België. In zijn thuisrace, de Franse Grand Prix, scoorde hij met de tweede plaats zijn eerste podiumplek. In de Britse GP werd hij zesde, in de Zweedse GP achtste en in de GP van San Marino vierde. Hij sloot het seizoen af als zevende, teamgenoot Lawson als tweede. 1986 Zijn contract met Agostini werd in het seizoen 1986 niet verlengd, maar hij vond een plaats in het nieuwe team van Takazumi Katayama, die hem voorzag van een Honda RS 500 R-driecilinder. Katayama had een volledig Frans team, want voor de 250cc-klasse contracteerde hij Jean-François Baldé. Met zijn zesde plaats in de GP van Spanje was Roche de snelste coureur die niet over een viercilinder beschikte. Toen Freddie Spencer niet verscheen tijdens de GP des Nations probeerde Katayama diens Honda NSR 500 voor Roche los te praten, tevergeefs. Roche kwam met zijn driecilinder ten val. In de Duitse Grand Prix werd hij zevende. In de GP van Oostenrijk viel hij uit door een vastloper. In de Joegoslavische Grand Prix finishte Roche als zevende en in de TT van Assen als zesde. Daar raakte Shungi Yatsushiro geblesseerd. Voor Raymond Roche was dat een geluk bij een ongeluk, want Yatsushiro reed voor het team van Mamoru Moriwaki met de viercilinder Honda NSR 500 van Freddie Spencer. Die machine ging vanaf dat moment naar Katayama en daarmee naar Roche. In de GP van België kwam hij met die machine ten val. In de Franse Grand Prix kwam hij eveneens ten val toen hij de leidende Eddie Lawson probeerde te volgen. Daar meldde Spencer aan Honda dat hij waarschijnlijk het hele seizoen niet meer kon racen en daarmee zou Roche op de NSR 500 blijven rijden. Tijdens de Britse Grand Prix kwam er meer goed nieuws; Shungi Yatsushiro was weer fit maar had van HRC zijn eigen viercilinder gekregen. Roche had echter nog steeds moeite met de bokkige NSR 500 en werd slechts zesde. In de Zweedse GP werd hij vijfde. Hij reed de Grand Prix van San Marino weer met zijn RS 500 R, mogelijk omdat hij met die machine beter overweg kon. In de race werd hij vijfde. Daarmee was hij toch de tweede Honda-rijder, achter Wayne Gardner, die tweede werd. Roche sloot het seizoen af als achtste. 1987 miniatuur|Cagiva C 10 In het seizoen 1987 kwam Raymond Roche in dienst van Cagiva Corse, dat Didier de Radiguès als eerste rijder had. Cagiva probeerde al jaren (sinds 1979) een 500cc-racer te ontwikkelen, maar wist niet door te breken tot de top, zelfs niet met rijders als Joan Garriga, Marco Lucchinelli en Virginio Ferrari. In 1987 werd de belg Francis Batta teammanager en kwam de nieuwe Cagiva C 587 uit. Zoals bijna altijd was er slechts één machine gereed en die ging naar de Radiguès. Roche startte het seizoen met de oude Cagiva C 10. In de GP van Japan werd hij tiende. In de GP van Spanje viel hij uit met motorpech en in de GP van Duitsland met een defecte versnellingsbak. Tijdens de GP des Nations was ook voor Raymond Roche de nieuwe Cagiva C 587 klaar. Hij finishte als negende. In de GP van Oostenrijk gaf Raymond Roche om onbekende redenen op, maar dat deden Kenny Irons, Marco Gentile en Bruno Kneubühler ook. In de GP van Joegoslavië reed hij een goed resultaat met de vijfde plaats. Tijdens de TT van Assen kwam Roche ten val. In de Franse Grand Prix viel hij uit. Hij werd al onderweg naar de Britse Grand Prix uitgeschakeld door een auto-ongeluk. Hij werd naar het ziekenhuis in Derby gebracht met een gebroken hand en snijwonden in het gezicht. Tijdens de Zweedse Grand Prix was hij thuis in Frankrijk aan het herstellen. Tijdens de Tsjecho-Slowaakse Grand Prix was hij weer fit, maar hij viel uit door carburatieproblemen. In de GP van San Marino viel hij uit door een defecte koppeling. Ook in de GP van Portugal viel hij uit door een slecht lopende motor. In de Braziliaanse Grand Prix vocht hij net als teamgenoot de Radiguès in de kopgroep, maar hij moest de race opgeven. De Radiguès scoorde het beste resultaat voor Cagiva: hij werd vierde. In de afsluitende GP van Argentinië werd Roche vijfde. Hij sloot het seizoen af als dertiende in de eindstand. 1988