De grasbladige boterbloem (Ranunculus gramineus) is een overblijvende plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die te vinden is in de laag- en middelgebergtes van het westelijk Middellandse Zeegebied.

Naamgeving en etymologie De wetenschappelijke naam van de soort werd door Linnaeus in 1753 gepubliceerd. De soortaanduiding gramineus verwijst naar de grasachtige bladeren (gramineus is Latijn voor grasachtig).

Kenmerken De grasbladige boterbloem is een middelhoge, overblijvende, kruidachtige plant, tot 40 cm hoog. De pant vormt een wortelstok. De opgaande bloemstengel is onbehaard en draagt één bloem. De bladeren zijn lijnlancetvormig, gaafrandig, ongesteeld en grijsgroen, lijkend op die van de grassen.

De bloemen zijn radiaal symmetrisch, 15 tot 25  mm in doorsnede met vijf kelkblaadjes en vijf helgele kroonblaadjes. De vrucht is een hoofdje van geribbelde nootjes.

De plant bloeit van april tot juni.

Habitat en verspreiding De grasbladige boterbloem groeit voornamelijk op droge, stenige plaatsen op kalkrijke bodem, zoals in droge kalkgraslanden, tot op 1.500 m hoogte.

De plant komt voor in laag- en middelgebergtes in het westelijk Middellandse Zeegebied, vooral in Spanje, Portugal, Zuid-Frankrijk, Italië, het zuiden van Zwitserland, Marokko, Algerije en Tunesië.

Categorie:Ranonkelfamilie Categorie:Plant uit het Palearctisch gebied