Gifboterbloem (Ranunculus thora) is een plantensoort uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) die te vinden is in de subalpiene en alpiene zone van de Midden- en Zuid-Europese hooggebergtes. De plant is berucht omwille van haar giftigheid.

Naamgeving en etymologie Synoniemen: Ranunculus renifolius St-Lager (1889), Ranunculus scutatus Waldst. & Kit. (1804), Ranunculus squamosus Dulac (1867), Ranunculus tatrae Borbás Frans: Renoncule thora, renoncule vénéneuse Engels: Thore's Buttercup Duits: Schildblättriger Hahnenfuß Italiaans: Ranuncolo Erba-tora

De botanische naam Ranunculus is afgeleid van het Latijnse rana (kikker) en betekent 'kleine kikker', naar de voorkeur van waterranonkels voor waterrijke standplaatsen. De soortaanduiding thora slaat op de middeleeuwse naam voor de plant, de afkomst daarvan is onduidelijk.

Determinatie Gifboterbloem is een lage, overblijvende, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken tot 30 cm. De opgaande bloemstengel is onbehaard en draagt één tot drie bloemen. Het onderste blad is zeer karakteristiek, opvallend groot (tot 13 cm breed en iets korter), niervormig, grof gekarteld en ongesteeld. De hogere bladeren zijn veel kleiner en lancetvormig. Alle bladeren zijn wasachtig en lichtgroen generfd.

De plant bloeit van mei tot juli. De bloemen zijn radiaal symmetrisch, 12 tot 25 mm in doorsnede met vijf onbehaarde kelkblaadjes en vijf helgele kroonblaadjes. De vrucht is een hoofdje van enkele bolvormige nootjes, tot 4 mm lang, met een haakvormig snaveltje.

Ecologie Gifboterbloem groeit voornamelijk op vochtige plaatsen op kalkrijke bodem, zoals in kalkgraslanden, hooilanden en op puinhellingen in de subalpiene en de alpiene zone van het hooggebergte, van 1.000 tot 2.400 m hoogte.

Verspreiding Het verspreidingsgebied van gifboterbloem strekt zicht uit over de bergachtige gebieden van Midden- en Zuid-Europa, van de Pyreneeën over de Alpen tot de Dinarische Alpen en de oostelijke Karpaten. Ze ontbreekt in de noordelijke Alpen.

Toxiciteit De gehele plant is zeer giftig door de grote hoeveelheden protoanemonine in het melksap. Deze gele, olieachtige vloeistof veroorzaakt bij contact met de huid blaren, en bij inname brandwonden aan de speekselklieren en in het spijsverteringsstelsel.

Categorie:Ranonkelfamilie Categorie:Plant uit het Palearctisch gebied