Het Sint-Jozefinstituut (SJI) is een katholieke middelbare school in de Belgische gemeente Kontich. De school biedt algemeen secundair onderwijs, technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs en heeft ook een autonome basisschool.

Het instituut is gevestigd op het Gemeenteplein, tegenover de Sint-Martinuskerk. De vzw OZCS-Zuid-Antwerpen (Onderwijsinrichtingen Zusters der Christelijke Scholen van Vorselaar Zuid-Antwerpen) is het schoolbestuur van het Sint-Jozefinstituut. De secundaire school is sedert 1999 toegetreden tot de scholengemeenschap Erasmus, de basisschool behoort sinds 2003 tot de scholengemeenschap Basisonderwijs Zusters der Christelijke scholen Regio Hove-Kontich-Rumst.

Geschiedenis Stichting Rond 1820, in de Hollandse tijd, probeerde de adellijke dame Gillès-de Pret, eigenares van het Tanghof in Kontich, tevergeefs onderwijs voor arme meisjes in te richten. Na de onafhankelijkheid van België, in 1832, vroeg zij pastoor De Buck contact op te nemen met pater Donche, de stichter van de leer- en werkschool in Vorselaar. Omwille van de minder gunstige ligging buiten de dorpskom aarzelde die. Maar toen de kastelein van mevrouw Gillès-de Pret met zijn huifkar in Vorselaar arriveerde, vertrokken er drie zusters richting Kontich. Zij openden op 4 augustus 1832 een leerwerkschool in de Reepkenslei. Het onderwijs van toen mag je zeker niet vergelijken met dat van nu. De enige vakken die de meisjes kregen, waren handwerk (wol- en vlasspinnen en breien) en godsdienst. Modeartikelen mochten niet gemaakt worden en de aanwezigheid van mannenkleren was ten strengste verboden. De leeftijd van de leerlingen varieerde van 5 tot 15 jaar, maar zelfs leerlingen van 25 jaar waren geen uitzondering. In elke school van Donche was er een reglement, dus ook in Kontich. Zo moesten de meisjes ’aen handen en aengesigt wel gewasschen, en overig zuyver gekleed zijn, ook het werk dat zij medebrengen mag slegt, maer moet tog zuyver zijn’. En ‘de kinders mogen nooyt eenige snoeperij et cetera onder de schooltijd eeten’. In 1848 slaagden de zusters er in een ruim burgershuis en een stuk grond achter het huis in het centrum van het dorp aan te kopen. Die nieuwe ligging was in 1848 vrij gunstig. Maar later zal de sterke inbouw in de dorpskom de noodzakelijke uitbreiding vaak bemoeilijken en financieel zeer grote inspanningen vergen.

Wereldoorlogen De twee wereldoorlogen hebben een stempel gedrukt op het leven in de school en in het klooster. In 1914 tijdens de ‘Grote Oorlog’ werd de school een verzamelplaats voor pas opgeroepen soldaten. In volle oorlog richtte men in de feestzaal (de huidige turnzaal) een officiële militaire ziekenpost in en werd de school een pleisterplaats voor vluchtelingen. De zusters zorgden voor soepbedeling, en die soep was voor vele kinderen vaak de enige maaltijd. De Tweede Wereldoorlog kende een uitzonderlijk strenge winter (1941-1942). Daarom werd de feestzaal ingericht als publieke verwarmingszaal om hulp te verlenen aan mensen die geen kolen hadden om hun huis te verwarmen. De zusters werkten actief mee in Winterhulp, ze kookten de volkssoep en zorgden voor de bedeling ervan. Toen bij het bombardement van ‘de Erla’ in Mortsel 23 inwoners van Kontich omkwamen, werd de feestzaal ingericht als rouwkapel.

In de periode tussen beide wereldoorlogen kwam er naast het lager onderwijs ook middelbaar onderwijs in het Sint-Jozefinstituut. Vlak na de Eerste Wereldoorlog, in 1921, werd door de zusters een vakschool opgericht, waar al tijdens het eerste jaar 55 leerlingen de lessen volgden. Drie jaar later startte een beroepsschool met 17 leerlingen.

Naoorlogse periode Na de Tweede Wereldoorlog werd er eindelijk werk gemaakt van een volwaardig middelbaar onderwijs. Uit onderzoek bleek dat vrouwelijke bedienden, die steno en dactylo kenden, gegeerd waren. Zo werd de behoefte aan handelsonderwijs in 1945 officieel erkend met een kleine toelage door het provinciebestuur van Antwerpen. Maar de lonen van de leerkrachten moesten betaald worden door de zusters. Prins Karel tekende pas in 1949 een koninklijk besluit met de erkenning van de handelsafdeling, waardoor vrouwelijke leerkrachten eindelijk betaald werden door de staat. En zo kwamen er naast de zusters meer en meer lekenleerkrachten in dienst, maar die mochten niet gehuwd zijn! De middelbare school telde in 1949 al 333 leerlingen: 113 in de vakschool, 138 in de beroepsschool en 82 in de handelsschool. Met de 'Wet-Collard' van 1955 ontstonden nieuwe problemen omdat de subsidies voor vrije middelbare scholen beperkt werden. Pas in 1958 bracht het 'Schoolpact' hier een oplossing.

Zuster Marie-Emilie, die gedurende meer dan 20 jaar de school bestuurde, zorgde voor een verdere uitbouw van het middelbaar onderwijs. In 1961 richtte zij een moderne humaniora op. Dat bracht het aantal leerlingen in het middelbaar toen al op 510 leerlingen. De school werd steeds meer een groot geheel van gebouwen in het centrum van de gemeente, tegenover de kerk en het gemeentehuis, wat niet iedereen als een voordeel zag.

Nieuwe ontwikkelingen Nadat de school sinds haar ontstaan bestuurd was door een zuster, kwam de leiding in 1979 in handen van een lekendirecteur, Godfried Van Steen. Hij zorgde voor de modernisering van de school. Er kwamen nieuwe studierichtingen tot stand, er werden contacten gelegd met de basisscholen van de regio, er werden activiteiten georganiseerd waarmee de school naar buiten trad. Naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van de school werd in 1982 een door romanist Willy De Cock en historica Chris Huyghe opgesteld jubileumboek uitgegeven. Dit boek kreeg 25 jaar later een aanvulling. In 1994 werd het uniform afgeschaft en werd de school ook opengesteld voor jongens. Hiermee legde directeur Van Steen de basis van een sterke groei van het leerlingenaantal, die zich vooral voordeed onder zijn opvolger directeur Roger Auwerkerken.

De geschiedenis van de school is niet los te koppelen van de geschiedenis van de kloostergemeenschap van de Zusters van de Christelijke Scholen van Vorselaar in Kontich. Dat de congregatie besliste om het klooster in 2004 te sluiten, kwam als een donderslag bij een heldere hemel. Met verdriet in het hart liet ‘de school’ de zusters vertrekken en de zusters namen met een bezwaard hart afscheid van hun school.

Op 1 september 2025 telde de secundaire school 1457 leerlingen.

Studierichtingen In de 1ste graad wordt er zowel een A- als een B-stroom ingericht. In de A-stroom betreft het de richtingen kunst en creatie, economie, maatschappij en welzijn en moderne talen-wetenschappen. In de B-stroom is er het 1ste leerjaar B en in de beroepsvoorbereidend jaren is er geen keuze, en wordt er een brede algemene kennis doorgegeven aan de leerlingen.

In de 2de graad zijn er domeinoverschrijdende doorstroomrichtingen (het vroegere aso): economische wetenschappen, humane wetenschappen, natuurwetenschappen, moderne talen; domeingebonden doorstroomrichtingen: bedrijfswetenschappen en maatschappij -en welzijnswetenschappen; richtingen met dubbele finaliteit (het vroegere tso): creatie en mode, bedrijf en organisatie, maatschappij en welzijn, taal en communicatie en creatie en mode; en richtingen met arbeidsmarktfinaliteit (het vroegere bso): organisatie en logistiek en moderealisatie en textielverzorging.

In de 3de graad behoren de richtingen economie-wiskunde, humane wetenschappen, wetenschappen-wiskunde en moderne talen tot de domeinoverschrijdende doorstroomfinaliteit, en de richtingen bedrijfswetenschappen en welzijnswetenschappen tot de domeingebonden doorstroomfinaliteit. De studierichtingen creatie en mode, bedrijfsorganisatie, commerciële organisatie, gezondheidszorg, opvoeding en begeleiding, applicatie en data beheer, taal en communicatie en mode vormen de dubbele finaliteit. En in de arbeidsmarktfinaliteit zijn er de richtingen onthaal, organisatie en sales, en moderealisatie.

Bekende oud-leerlingen Karen Damen Ann Van den Broeck Hilde Rens (Yasmine) Dorianne Aussems

Externe link Officiële website middelbare school Officiële website basisschool

Categorie:Katholieke school in Vlaanderen Categorie:Kontich Categorie:School in Antwerpen (provincie)