De 125cc-klasse is een voormalige wegraceklasse in de motorsport. In deze klasse werd gestreden om de wereldtitel in het FIM wereldkampioenschap wegrace, maar ook in het Europees kampioenschap wegrace en de Ultra-Lightweight TT.
Geschiedenis Net als de andere op cilinderinhoud gebaseerde klassen (50-, 80-, 250-, 350 cc en 500 cc) diende de inhoudsklasse om wegraces eerlijker te maken. Toen rond 1904 de eerste motorraces werden georganiseerd was daar nog geen sprake van. Elke organisatie hanteerde eigen reglementen en zelfs de oprichting van de Fédération Internationale des Clubs Motocyclistes eind 1904 bracht daar geen verandering in. Dat had twee oorzaken: deze FICM was in het begin nog te zwak en de ontwikkelingen van de motorfietsen gingen te snel. Ook vermeldden motorfabrikanten in het begin van de 20e eeuw de cilinderinhoud helemaal niet: men leverde motorfietsen met een bepaald vermogen en dat werd dan ook in advertenties vermeld. Zo vond men reglementen gebaseerd op het brandstofverbruik, het gewicht, het aantal cilinders of combinaties daarvan. Als een bepaalde motorfiets te snel bleek werden reglementen soms jaarlijks aangepast. Isle of Man TT De Britten hadden niet veel op met de lichte raceklassen. Men kende tot aan de Eerste Wereldoorlog slechts de 350cc-Junior TT en de 500cc-Senior TT. Bij de TT van 1920 en de TT van 1921 mocht de "Lightweight-klasse" (tot 250 cc) meerijden in de Junior TT en pas tijdens de TT van 1922 kreeg ze haar eigen race: de Lightweight TT. Tijdens de TT van 1924 kwam er nog een lichtere klasse, de Ultra-Lightweight TT, met motoren tot 175 cc. Maar 125cc-motoren kwamen er nog lang niet, in 1926 was de Ultra-Lightweight TT weer afgeschaft en pas in 1951 kwam ze met 125 cc motoren terug. Europees kampioenschap wegrace Toen het Europees kampioenschap wegrace in 1924 voor het eerst werd georganiseerd, volgde men de inhoudsklassen zoals die bij de TT van Man werden gebruikt, met uitzondering van de 175cc-klasse. Die kwam er pas in 1925. In 1928 werd naast de 175cc-klasse ook een 125cc-klasse ingevoerd, maar ze verdween meteen daarna weer van de kalender. In 1948 was voorlopig het laatste Europees kampioenschap, vanwege de invoering van het wereldkampioenschap wegrace. In 1981 kwam het Europees kampioenschap weer terug, vanwege de vele productieracers die privérijders konden kopen. Daardoor werd er buiten het WK ook veel geracet. In het WK was de 125cc-klasse inmiddels ingeburgerd en ze kwam ook in het EK terug, tot dat ze in 2012 werd vervangen door de Moto3-klasse. Europese kampioenen Jaar Kampioen Motorfiets 1928 Paul Lehmann Moser 1981 Pierluigi Aldrovandi MBA 1982 Stefano Caracchi MBA 1983 Willi Hupperich MBA 1984 Norbert Peschke MBA 1985 Pierfrancesco Chili MBA 1986 Claudio Macciotta MBA 1987 Adi Stadler MBA 1988 Emilio Cuppini Garelli 1989 Gabriele Debbia Aprilia 1990 Javier Debon JJ Cobas-Rotax 1991 Oliver Koch Honda 1992 Juan Borja Honda 1993 Stefano Perugini Aprilia 1994 Ivan Cremonini Honda 1995 Lucio Cecchinello Honda 1996 Jorge Martínez Aprilia 1997 Arnaud Vincent Aprilia 1998 Max Sabbatani Aprilia 1999 Klaus Nöhles Honda 2000 Diego Giugovaz Aprilia 2001 Andrea Dovizioso Aprilia 2002 Marco Simoncelli Aprilia 2003 Mattia Angeloni Honda 2004 Michele Pirro Aprilia 2005 Michele Conti Honda 2006 Philipp Eitzinger Honda 2007 Alen Györfi Honda 2008 Lorenzo Savadori Aprilia 2009 Marcel Schrötter Honda 2010 Maverick Viñales Aprilia 2011 Romano Fenati Aprilia
Wereldkampioenschap wegrace Puntentelling Tot en met 1952 telden - althans in de 125cc-klasse - alle wedstrijden mee. Van 1952 tot en met 1975 was dat niet zo en moesten de coureurs een aantal resultaten wegstrepen. 1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e 11e 12e 13e 14e 15e snelste rondeAlleen in het seizoen 1949 kreeg een coureur, mits hij de finish haalde, een punt voor het rijden van de snelste ronde in de race. Het leidde tot verwarring in de 500cc-klasse van 1949, toen Gilera dacht dat hun rijder Nello Pagani wereldkampioen was geworden. Zij hadden echter de snelste ronden toegekend aan alle rijders die ze gereden hadden, ook al waren ze uitgevallen. In feite was AJS-rijder Les Graham wereldkampioen. Hij kreeg de extra punten van Bob Foster (uitgevallen in de Senior TT) en Ted Frend (uitgevallen in de GP van Zwitserland). De FIM besloot daarom het extra punt meteen weer af te schaffen.1949:10876511950-1968:8643211969-1987:15121086543211988-1991:2017151311109876543211992-2011:252016131110987654321 Jaren vijftig De jaren vijftig kenmerkten zich door een strijd tussen de Italiaanse merken met hun DOHC-eencilinders. Die strijd werd door NSU onderbroken in 1953 en 1954, toen ook de ontwikkeling van de druppelstroomlijnen begon. Ze eindigde met het debuut van Honda, dat in 1959 één punt scoorde. Maar ook met de opkomst van de nieuwe en spectaculaire tweetakttechniek van ingenieur Walter Kaaden en zijn Oost-Duitse MZ-racers.
Het eerste wereldkampioenschap, het seizoen 1949 kende slechts drie wedstrijden, waarvan Nello Pagani er twee won met zijn Mondial 125 Bialbero. Renato Magi (Moto Morini) werd tweede en Umberto Masetti (Moto Morini) derde.
In het seizoen 1950 kwam de 125cc-klasse nog steeds niet op gang. Er waren drie wedstrijden, maar de Ulster Grand Prix was waar het de 125cc-race betrof een aanfluiting. Alleen Mondial nam deel met drie rijders: Carlo Ubbiali, Bruno Ruffo en Gianni Leoni. Zij finishten in deze volgorde, met dien verstande dat Leoni niet werd geklassificeerd omdat hij de finish niet haalde. Aan het einde van het seizoen was Ruffo wereldkampioen, Leoni tweede en Ubbiali derde.
In het seizoen 1951 waren er vijf 125cc-GP's, maar nu ging het in de Ulster Grand Prix pas echt mis. Men had na het débacle van 1950 besloten dat er ten minste zes deelnemers moesten zijn, maar alleen Mondial zette zich daar echt voor in. Guido Leoni had de 125cc-GP van Spanje al gewonnen, maar was op 6 juni tijdens een Italiaanse kampioensrace verongelukt. Bij dat ongeluk kwam ook Mondial-rijder Raffaele Alberti om het leven. Mondial vaardigde Gianni Leoni (geen familie) en Carlo Ubbiali af en voorzag ook de Ier Cromie McCandless en de Zwitser Gianfranco Zanzi van machines. Clifford Clegg was ingeschreven met een 125cc-Excelsior. Tijdens een bizar trainingsongeval op de niet-afgesloten openbare weg kwamen Gianni Leoni en Moto Guzzi-coureur Sante Geminiani ook om het leven. De race werd gereden met vier coureurs, maar de uitslag werd ongeldig verklaard. Aan het einde van het seizoen was Ubbiali wereldkampioen, Gianni Leoni postuum tweede, Cromie McCandless derde, Guido Leoni postuum vijfde en Raffaele Alberti postuum tiende.
In het seizoen 1952 maakte ook de Ultra-Lightweight TT deel uit van het 125cc-wereldkampioenschap. MV Agusta had jaren gewerkt om in plaats van haar simpele 10pk-tweetaktje de MV Agusta 125 Bialbero te ontwikkelen. Die was klaar en men zocht zoals intussen gebruikelijk Angelsaksische coureurs die de 60km-lange Snaefell Mountain Course kenden. Dat was geen half werk: men contracteerde Cecil Sandford, oud-500cc-kampioen Les Graham, Bill Lomas en Charlie Salt. Na vier races was Sandford al zeker van de wereldtitel. Ubbiali (Mondial) werd tweede en Emilio Mendogni (Moto Morini) derde.
In het seizoen 1953 had Mondial zich tijdelijk teruggetrokken. Privérijders konden een Mondial 125 Monoalbero aanschaffen, maar waren er niet succesvol mee. MV Agusta had opnieuw een sterk fabrieksteam. Les Graham, de allereerste 500cc-wereldkampioen, haalde tijdens de TT van Man zijn eerste 125cc-overwinning, maar verongelukte een dag later tijdens de Senior TT. Men werd echter verrast door de 250cc-NSU Rennmax en de 125cc-NSU Rennfox, waarmee Werner Haas in twee klassen tweede werd. Haas won nog twee 125cc- en twee 250cc-GP's en werd in beide klassen wereldkampioen. In de 125cc-klasse werden Sandford en Ubbiali tweede en derde.
In het seizoen 1954 had de Auto-Cycle Union besloten naast/op de Snaefell Mountain Course een korter circuit in te richten, de 17,6km-lange Clypse Course. Aanvankelijk was dat gedaan om een breder circuit voor de zijspanklasse te krijgen, maar ook de 125cc-Ultra-Lightweight TT reed erop. Deze klasse startte namelijk niet zoals de andere klassen met een interval-start (twee rijders elke 10 seconden) maar tegelijk. In 1953 had men de zeventien deelnemers in anderhalf uur tijd drie keer zien langs komen. Op de Clypse Course zag het publiek in elk geval veel vaker de coureurs langs komen. Rupert Hollaus won met zijn NSU Rennfox met blauwe aluminium druppelstroomlijn (de "Blauwal" of blauwe walvis) de eerste vier GP's en was al zeker van de wereldtitel toen hij tijdens de GP des Nations dodelijk verongelukte. Ubbiali (MV Agusta) werd tweede in het wereldkampioenschap en Hermann "Happi" Müller (NSU) werd derde.
NSU stopte in het seizoen 1955, waardoor MV Agusta feitelijk vrij spel kreeg. Carlo Ubbiali veroverde de wereldtitel door vijf van de zes races te winnen. Zijn teamgenoten Luigi Taveri en Remo Venturi werden tweede en derde.
Ook in het seizoen 1956 won Ubbiali met zijn MV Agusta vijf van de zes wedstrijden, maar de tweede plaats in het kampioenschap ging naar Romolo Ferri met de Gilera 125 GP. Taveri (MV Agusta) werd derde.
Ubbiali won in het seizoen 1957 nog de Duitse Grand Prix, maar daarna won Tarquinio Provini met zijn vernieuwde Mondial 125 Bialbero drie GP's. In de Ulster Grand Prix werd hij tweede, maar dat was genoeg om de wereldtitel veilig te stellen. Ubbiali werd tweede en Taveri werd derde.
Ducati had de afgelopen jaren gewerkt om de Ducati 125 Trialbero met drie (!) bovenliggende nokkenassen door te ontwikkelen. In het seizoen 1958 was Alberto Gandossi er tamelijk succesvol mee, maar hij verspeelde zijn kansen door een tamelijk onnozele val tijdens de Ulster Grand Prix, waar hij de snelste ronde had gereden. Ubbiali (MV Agusta) werd wereldkampioen, Gandossi tweede en Taveri, inmiddels ook op Ducati, werd derde. Honda komt
Soichiro Honda had de Isle of Man TT van 1954 bezocht en had toen al besloten dat Honda zou gaan strijden om de wereldtitel. Maar hij was ook geschrokken van de vermogens die de Europese machine ontwikkelden. In het seizoen 1959 stuurde hij een team van vijf Japanners en één Amerikaan (waarschijnlijk meer als tolk dan als coureur) naar het eiland Man. Om het circuit te verkennen hadden ze vier Honda CB 92 Benly Super Sport en voor de race vijf Honda RC 141's. Het team schrok van het lange circuit, maar ook van het asfalt, dat in Japan nog niet gebruikelijk was. Tijdens de training liet teamleider Kiyoshi Kawashima per luchtpost de vierklepskoppen van de Honda RC 142 aanrukken. Tarquinio Provini won met zijn MV Agusta, maar Honda won de teamprijs en Naomi Taniguchi (zesde) werd de eerste Japanner die een WK-punt scoorde. De Honda RC 142 had nog niet veel indruk gemaakt, maar de CB 92 Benly Super Sport, die de eilandbevolking voor het eerst zag, wel. Honda ging daarna terug naar Japan en Carlo Ubbiali werd wereldkampioen, voor Provini en Mike Hailwood (Ducati). Wereldkampioenen 1949-1959 SeizoenNaamMotorfietsConstructeurstitel1949 Nello Pagani Mondial 125 Bialbero FB Mondial1950 Bruno Ruffo Mondial 125 Bialbero FB Mondial1951 Carlo Ubbiali Mondial 125 Bialbero FB Mondial1952 Cecil Sandford MV Agusta 125 Bialbero MV Agusta1953 Werner Haas NSU Rennfox MV Agusta1954 Rupert Hollaus NSU Rennfox NSU1955 Carlo Ubbiali MV Agusta 125 Bialbero MV Agusta1956 Carlo Ubbiali MV Agusta 125 Bialbero MV Agusta1957 Tarquinio Provini Mondial 125 Bialbero FB Mondial1958 Carlo Ubbiali MV Agusta 125 Bialbero MV Agusta1959 Carlo Ubbiali MV Agusta 125 Bialbero MV Agusta Afbeeldingen jaren vijftig
Jaren zestig